woensdag 11 februari 2026
spot_img
HomeSERIESDiefstal van de Rechtvaardige Rechters13 april 1934 - verslag in opdracht van minister van Justitie

13 april 1934 – verslag in opdracht van minister van Justitie

Op 11 april 1934 (verslag dd 12 april) werd in opdracht van toenmalig minister van Justitie Paul-Emile Janson de ambtenaar L. Christophe naar Gent gestuurd om  de omstandigheden waarin de diefstal gebeurde te onderzoeken.

Rapport over de diefstal van het paneel “De Rechtvaardige Rechters” uit de Sint-Baafskerk.

Woensdag 11 april ben ik om 2 uur naar Gent gegaan voor een kort en eerste administratief onderzoek omtrent de diefstal van het paneel “De Rechtvaardige Rechters” van Van Eyck in de Sint-Baafskathedraal.

Ik ben in eerste instantie naar de kathedraal gegaan waar ik de koster heb ondervraagd, vervolgens bij de kanunnik Van den Gheyn die afwezig was. Daarop ben ik ontvangen door de deken, en uiteindelijk ben ik naar de gerechtelijke politie gegaan waar ik de hoofdcommissaris heb gezien die die ochtend de vaststellingen had gedaan.

De officiële versie van de kerkelijke autoriteiten is dat de dieven zich hadden laten insluiten in de kerk, dat ze tijdens de nacht tot actie zijn overgegaan en dat ze zijn buitengeraakt door de zij portaaldeur aan de linkerkant te forceren, die uitgeeft op het Sint-Baafsplein, op het einde van de zijhoofdbeuk die het koor verlengt tot waar de Veyd kapel zich bevindt, met daarin de polyptiek.

Zwak beveiligd

Die kapel is afgesloten door fijn traliewerk met een deur.  De deur en het traliewerk zijn niet beschadigd. Het slot is overigens een slot dat de te nieuwsgierige toeristen op een afstand moet houden, maar dat door bandieten zonder problemen wordt opengemaakt. Men moet dus in gedachten houden dat de kostbare polyptiek niet echt goed beschermd was tegen misdadigers dan de andere kapellen van het koor die totaal geen waardevolle  kunstwerken bevatten, behalve een Rubens die onvervoerbaar is.

Er is dus geen enkele deftige beveiliging die het het schilderij zelf beschermt. Kanunnik Van den Gheyn heeft aan de reporter van “Le Soir” de heer Richard Dupierreux, verklaard dat hij er aan gedacht had om een ijzeren plaat te gebruiken om over het schilderij te doen op het einde van de dag. Maar, had hij verklaard, het is heel tijdrovend en gevaarlijker voor het schilderij dan men zich wel kan indenken; en bovendien doen inbrekers de meest sterke kluizen open met hun snijbranders.

Het is mogelijk, maar volgens de verklaringen van de koster, had men beslist om er toch zo één te laten maken. Die zal echter maar klaar zijn binnen drie weken.

De polyptiek bevindt zich al 13 jaar in Gent

Wat de versie betreft dat de bandieten buitengegaan zijn langs de linkse zij-ingang, na het slot te hebben geforceerd, zoals het in de kranten stond, die is onaannemelijk. Die deur is voorzien van een enorm en ingewikkeld smeedwerk en door transversale staven. Ik heb ze nauwkeurig bekeken samen met de schilder Jacques Bergmans.  Die vertoont geen enkel spoor van braak.

In het bovenvermelde interview ( Le Soir van 12 april, editie van 18 h.1/2) zegt de kanunnik van den Gheyn : ze hebben deze deur geforceerd op zo’n subtiele manier dat er niks van te zien is.  Maar wat deze versie totaal onaannemelijk maakt, is dat de koster die aanwezig was om half zes bij het openen van de deuren, verklaard heeft dat alles in orde was.  De diefstal is pas ontdekt om half acht toen de bewakingsagent de luiken van de polytiek heeft willen opendoen.

De geforceerde deur kon niet meer met de sleutel worden gesloten van buitenaf en de transversale staven konden niet meer teruggeplaatst worden. Het is logischer te denken dat de dieven zonder probleem de kerk zijn binnengekomen, er zonder belemmering hebben kunnen hun ding doen en ook zonder problemen weer zijn buitengeraakt. De politiecommissaris was het eens met deze hypothese.  Er is mij bevestigd door de gerechtelijke politie dat er in Sint-Baafs noch een nachtwaker was, noch iemand die een nachtelijke inspectie deed. Vanaf de sluiting tot aan de opening van de deuren van de kerk, was er geen enkele bewaking.

Uiteenlopende Versies

De verkregen verklaringen van het kerkpersoneel waren enkel van dien aard dat ze de aangegane verantwoordelijkheden van de kerkfabriek wouden afzwakken, verantwoordelijkheden om de bewaring van een uniek meesterwerk te garanderen. Dus de meest elementaire vaststellingen brengen de achteloosheid en slordigheid  aan het licht.

Tegen het einde van de dag, nadat de opsteller van dit rapport Gent had verlaten, stapt men af van de versie van de geforceerde deur en La Dernière Heure (editie van 13 april om 6h ’s morgens) schrijft : men heeft vandaag vastgesteld dat de grendels verplaatst waren zodat de deur niet meer met de sleutel kon worden afgesloten. Het is juist het feit dat deze deur een klein beetje open stond dat de kerkbewaarder alarmeerde en hem heeft aangezet om verder alles in de kerk te gaan controleren. Deze versie weerlegt de verspreide berichten in een speciale editie van “Bien Public” en die overeenstemt met de versie van de schrijver van het rapport op basis van wat de deken van het kapittel en de koster apart hadden verklaard. De variaties in de verklaring van de omstandigheden van de diefstal wijzen steeds meer met een beschuldigende vinger naar de kerkfabriek. Het is onbegrijpelijk dat een deur van het Sint-Baafs niet met een sleutel was afgesloten.

Eerdere diefstallen in Gent

Men heeft me laten weten dat het niet de eerste keer was dat schilderijen in Gent gestolen zijn. Op 21 oktober 1926 een schilderij van Ribera verdween uit de Sint-Michiels kerk. Men heeft ze teruggevonden op 22 oktober onder een bankje van een wagon in derde klasse van een trein op de directe lijn Antwerpen-Brussel.  Een Antwerpse heler erkende het feit en vond het niet de moeite waard dat men zich daar druk om maakte.  De dief heeft men nooit teruggevonden.

In de nacht van 13 op 14 januari 1932 zijn drie schilderijen van de 17de eeuw verdwenen uit de Sint-Niklaaskerk. Die zijn nooit teruggevonden.

Op een andere datum is een klein schilderij, zonder grote waarde, verdwenen uit het Museum voor Schone Kunsten. De politie, die een goede tip had gekregen, heeft alleen maar wat as teruggevonden.

Men heeft verzekerd dat de diefstal het werk moest zijn van een maniak of van een Duitser met veel wraakgevoelens; De handigheid en koelbloedigheid waarmee de dieven hebben gehandeld duiden erop dat ze heel goed op de hoogte waren van de gewoontes in de kerk, wat de kerk in geen goed daglicht stelt.

Men heeft mij nog gemeld dat dinsdag 10 april het de eerste keer was dat de kerk om 7 uur gesloten werd.  Normaal was dat om 5 uur.

Brussel, 12 april 1934

Lucien Christophe 

- ONZE EXCLUSIEVE REEKS -spot_img

Abonneer je op ons Gratis Magazine en ontvang iedere woensdag de beste info, tips en leuke acties in jouw mailbox

Leestips

Stiemerheide: comfort en charme midden in het groen

Nog op zoek naar een geschenk voor ouders of schoonouders die ‘niks nodig hebben, maar wel graag verrast worden’ ? Zin in een mini-vakantie of...
spot_img
Rechtvaardige-Rechters retabel

11 april 1934 – De Rechtvaardige Rechters, het mysterie ontrafeld

In 1934 pleegde men een van de grootste kunstdiefstallen in de Belgische geschiedenis: de diefstal van "De Rechtvaardige Rechters", een paneel van het wereldberoemde...
error: Inhoud is beschermd !!