Beste lezer,
of nee — beste medeplichtige,
Dit is géén nieuwjaarsbrief.
Dat staat alvast vast. Geen “beste wensen”, geen woorden van vrede, geen kaarsje in een donker raam en al zeker geen zinnen die beginnen met “het voorbije jaar was er één van uitdagingen”. Als ik dat nog één keer lees, ga ik vrijwillig mijn gsm in de diepvries leggen en enkel nog communiceren via rooksignalen.
Het is dus 2026. En dan? Het lijkt erg op 2025, tot nu toe. Ik schrijf u vanuit die toestand.
Over goede voornemens (en andere vormen van zelfbedrog)
Rond middernacht zijn ze er weer mee begonnen. Wensen aan anderen.
Beloftes aan onszelf.
We gaan meer bewegen (maar niet vandaag).
We gaan gezonder eten (na deze kaasplank).
We gaan minder scrollen (behalve nu).
We gaan eindelijk dat boek lezen (dat we al drie jaar cadeau geven aan onszelf).
En vooral: we gaan rustiger leven.
Dat zeggen we elk jaar.
Met een stressbal in de hand en een smartwatch die ons elk uur herinnert aan het feit dat we… niet rustig zijn.
Als boomager hebben we intussen een zesde zintuig ontwikkeld voor dit soort collectieve zelfhypnose. We weten: goede voornemens zijn als plastieken zakjes in de wind. Ze zien er even nuttig uit, maar eindigen altijd ergens waar je ze niet wil.
Leeftijd: dat getal dat zich nergens aan houdt
In nieuwjaarsbrieven gaat het ook vaak over “op een nieuwe levensfase”.
Alsof er ergens een handleiding bestaat.
Ik voel me soms 27, behalve aan mijn knieën.
Ik voel me soms 80, vooral na een familiefeest.
En ik voel me vooral boomager wanneer ik zonder schaamte om 22.14 uur zeg:
“Zullen we afronden? Morgen is het ook een dag.”
Dat is geen ouderdom.
Dat is expertise.
Boomagers weten dat tijd niet lineair is. Tijd is elastisch. Soms vliegt ze, soms blijft ze hangen als een vervelende schoonmoeder. En tussen kerst en nieuwjaar staat ze gewoon stil. Dat is geen fout in het systeem. Dat is het systeem.
Terugblikken is overschat
Klassieke nieuwjaarsbrieven blikken terug.
Op successen. Op lessen. Op “wat we hebben geleerd”.
Laat ons eerlijk zijn:
wat we vooral geleerd hebben, is dat we ons wachtwoord alweer vergeten zijn en dat elk toestel een andere oplader nodig heeft.
We hebben geleerd dat “even snel iets opzoeken” kan eindigen in een halfuur kattenfilmpjes.
Dat stilte een luxeproduct is.
En dat niemand ooit écht begrijpt hoe de cloud werkt, maar dat we doen alsof.
Dat is genoeg wijsheid voor één jaar.
Vooruitkijken dan? Ook niet.
Vooruitkijken is gevaarlijk.
Daar wonen planners, coaches en mensen met kleurcodes.
Boomagers kijken liever zijwaarts.
Naar wat er nu is.
Een glas dat nog halfvol is.
Een gesprek dat nergens toe leidt maar toch blijft hangen.
Een idee dat misschien nergens goed voor is, maar wel leuk.
Misschien is dat wel het echte voornemen:
niet beter worden, maar milder.
Niet efficiënter, maar nieuwsgieriger.
Niet jonger, maar vrijer.
Dus dit wens ik u toe (en ja, ik ga het toch doen)
Geen grootsheid.
Geen doorbraken.
Geen nieuwe jij.
Wel:
- dagen die niet hoeven te renderen
- plannen die mogen mislukken
- mensen die u niet willen “optimaliseren”
- en minstens één moment per week waarop u denkt:
“Amai, dat ik dit mag meemaken.”
En als dat allemaal niet lukt: ook goed.
Dan is er altijd nog volgende week.
Of het jaar daarna.
Wij boomagers hebben tijd. Of doen toch alsof.
Tot ergens onderweg.














