Nieuwe studie van Vias legt grote verschillen bloot tussen waarschuwingsgeluiden van elektrische en hybride auto’s
Elektrische wagens maken het verkeer stiller en schoner. Maar precies die stilte kan bij lage snelheden ook een veiligheidsrisico vormen. Uit nieuw onderzoek van Vias institute blijkt dat elektrische en hybride voertuigen niet altijd tijdig worden opgemerkt door voetgangers en fietsers. Vooral voor blinde en slechtziende mensen kan een naderende stille wagen moeilijk te horen en te lokaliseren zijn.
Vias pleit daarom voor strengere Europese minimumnormen en een herkenbaarder, geharmoniseerd waarschuwingsgeluid voor elektrische voertuigen.
Bij 42 procent is een kwetsbare weggebruiker betrokken
Elektrische en hybride wagens zijn in België in korte tijd veel gewoner geworden. Hun aandeel in het wagenpark steeg in vijf jaar tijd van 3 naar 20 procent. Die omschakeling brengt duidelijke voordelen mee, maar roept ook nieuwe vragen op over verkeersveiligheid.
In 2025 was bij 42 procent van de letselongevallen met elektrische auto’s een voetganger of fietser betrokken. Bekijken we de letselongevallen met alle soorten auto’s samen, dan bedraagt dat aandeel 27 procent.
Dat betekent niet automatisch dat het lagere motorgeluid de oorzaak is. Ook het gebruik van elektrische wagens, de plaatsen waar ze rijden en andere verkeersomstandigheden kunnen een rol spelen. De cijfers vormden voor Vias wel voldoende aanleiding om te onderzoeken of stille voertuigen bij lage snelheid moeilijker waarneembaar zijn.
Een kunstmatig geluid moet waarschuwen
Bij een klassieke wagen maakt de verbrandingsmotor vanzelf geluid. Een elektrische wagen is bij lage snelheid veel stiller. Daarom verplicht de Europese Unie elektrische voertuigen om uitgerust te zijn met een Acoustic Vehicle Alerting System, kortweg AVAS.
Dat systeem produceert bij lage snelheid een kunstmatig rijgeluid dat andere weggebruikers moet waarschuwen. Fabrikanten mogen echter grotendeels zelf bepalen hoe dat geluid klinkt, zolang het aan de wettelijke minimumeisen voldoet. Daardoor kan het volume, de toonhoogte en de herkenbaarheid sterk verschillen van merk tot merk.
De centrale vraag van het Vias-onderzoek was dan ook niet alleen of elektrische voertuigen hoorbaar zijn, maar ook of de huidige waarschuwingssystemen in de praktijk voldoende doeltreffend zijn.
Grote verschillen tussen elektrische modellen
Voor het eerste deel van het onderzoek voerde Vias geluidsmetingen uit op een afgesloten circuit. Vijf voertuigen — drie met een verbrandingsmotor en twee elektrische modellen — reden er aan constante snelheid, versnelden, vertraagden en reden achteruit.
Bij 10 kilometer per uur produceerden de wagens met een verbrandingsmotor een vergelijkbaar geluidsniveau van ongeveer 55 decibel. Bij de twee elektrische auto’s met een ingeschakeld AVAS-systeem waren de onderlinge verschillen opvallender: het ene systeem klonk duidelijk luider dan het andere.
Een elektrisch waarschuwingsgeluid kan een voertuig dus ongeveer even hoorbaar maken als een klassieke auto, maar doet dat niet vanzelfsprekend. De werking hangt sterk af van de keuzes van de fabrikant.
Zeventig deelnemers luisterden naar naderende auto’s
In een tweede proef kregen zeventig deelnemers via een koptelefoon geluidsopnames te horen van een elektrische, een hybride en een conventionele wagen. De voertuigen reden met verschillende snelheden voorbij en de opnames werden afgespeeld met weinig, gemiddeld of veel achtergrondgeluid.
De helft van de deelnemers was blind of slechtziend. Zij moesten, net als de andere deelnemers, zo snel mogelijk op een knop drukken zodra ze zeker waren dat ze een naderende wagen hoorden.
De resultaten tonen hoe moeilijk voertuigen vooral bij 10 kilometer per uur waarneembaar kunnen zijn:
| Snelheid | Verbrandingsmotor niet waargenomen | Hybride niet waargenomen | Elektrisch niet waargenomen |
|---|---|---|---|
| 10 km/u | 27% | 38% | 32% |
| 20 km/u | 11% | 18% | 7% |
| 30 km/u | 3% | 7% | 5% |
Bij 10 kilometer per uur werd ruim een derde van de hybride voertuigen en bijna een derde van de elektrische wagens niet gedetecteerd. Ook 27 procent van de auto’s met een verbrandingsmotor bleef op die lage snelheid onopgemerkt.
Bij 20 kilometer per uur presteerde de elektrische testwagen beter dan de andere twee voertuigen. De hybride wagen bleef het moeilijkst waarneembaar: 18 procent van de passages werd niet gehoord, tegenover 11 procent bij de verbrandingsmotor en 7 procent bij de elektrische wagen. Bij 30 kilometer per uur namen de verschillen af.
Die uitkomst maakt ook duidelijk waarom veralgemenen riskant is. Niet elke elektrische wagen is per definitie stiller dan elke conventionele auto. Het specifieke AVAS-geluid, het voertuigmodel, de snelheid en het omgevingslawaai bepalen samen hoe snel een weggebruiker de wagen hoort.
Achtergrondlawaai maakt lokaliseren moeilijker
Een wagen horen is bovendien niet hetzelfde als meteen weten waar hij zich bevindt en uit welke richting hij komt. Vooral bij gemiddeld en hoog omgevingsgeluid werden sommige voertuigen laat of helemaal niet gedetecteerd. Net in een stedelijke omgeving, waar veel verkeersstromen en geluiden samenkomen, kan dat bij het oversteken gevaarlijke situaties veroorzaken.
Blinde en slechtziende deelnemers hadden bij weinig achtergrondgeluid iets meer moeite om de voertuigen waar te nemen dan de controlegroep. Bij veel omgevingslawaai deden ze het dan weer iets beter. Mogelijk zijn zij sterker geoefend in het onderscheiden van verschillende geluidsbronnen. Toch blijft de stilte van voertuigen voor hen een belangrijke bron van stress en onzekerheid.
Voor mensen met een visuele beperking is verkeersgeluid immers geen hinder alleen. Het is ook informatie: het helpt hen zich te oriënteren, de snelheid en richting van een voertuig in te schatten en te beslissen wanneer ze veilig kunnen oversteken.
Stilte behouden, veiligheid verbeteren
De oplossing is volgens Vias niet om elektrische auto’s opnieuw even luid te maken als het vroegere verkeer. Minder verkeerslawaai blijft een belangrijke maatschappelijke winst. Wel moet het waarschuwingsgeluid bij lage snelheid voldoende hoorbaar, herkenbaar en lokaliseerbaar zijn.
Vias schuift daarom drie verbeteringen naar voren:
- één herkenbaarder en meer gestandaardiseerd AVAS-geluid;
- een hogere minimale geluidsdrempel, zonder onnodige geluidsoverlast te creëren;
- meer aandacht voor frequenties die voetgangers helpen om een voertuig tijdig waar te nemen en te lokaliseren.
Wanneer elektrische voertuigen een herkenbaar geluid delen, kunnen voetgangers dat geluid sneller met een naderende wagen verbinden. Dat kan vooral voor blinde en slechtziende mensen het verschil maken tussen zelfstandig en onzeker deelnemen aan het verkeer.
Oproep tot Europese bijsturing
Federaal minister van Mobiliteit Jean-Luc Crucke benadrukt dat de overstap naar schonere mobiliteit ook veilig moet verlopen. Volgens hem verdient een beperkte aanpassing van de geluidsregels ernstig onderzoek wanneer die kwetsbare weggebruikers beter beschermt zonder opnieuw voor overmatige geluidshinder te zorgen.
Ook de Brailleliga vraagt dringend actie. De organisatie krijgt al jaren signalen van leden en mobiliteitsinstructeurs over de risico’s van moeilijk hoorbare voertuigen. Beleidsmedewerker Khadija Tamditi wijst erop dat het niet horen aankomen van een auto de bewegingsvrijheid van blinde en slechtziende mensen beperkt en hun gevoel van onveiligheid versterkt.
Vias wil dat België het onderwerp op de Europese agenda plaatst. Nu elektrische voertuigen steeds nadrukkelijker deel uitmaken van het straatbeeld, is dit volgens de onderzoekers het moment om de normen te verbeteren en fabrikanten tot meer eenvormigheid aan te zetten.
De elektrische wagen hoeft dus niet minder stil te worden dan nodig. Hij moet vooral op het juiste moment herkenbaar genoeg zijn. Technologische vooruitgang is pas echte vooruitgang wanneer iedereen er veilig aan kan deelnemen.
Bron: Vias institute. De ongevalscijfers tonen een samenhang, geen bewezen oorzakelijk verband. De praktische proeven werden uitgevoerd met een beperkt aantal voertuigmodellen; de resultaten kunnen daarom niet zonder meer naar alle elektrische en hybride wagens worden doorgetrokken. www.vias.be

















