De eigendomsrechten van de Gentse Sint-Baafskathedraal en het wereldberoemde veelluik ‘De Aanbidding van het Lam Gods’ blijven juridisch omstreden. Een recente discussie in de Oost-Vlaamse provincieraad maakt duidelijk dat zelfs beleidsmakers met vragen blijven zitten.
Politieke onduidelijkheid
Tijdens een routinematige goedkeuring van het budget van de kathedrale kerkfabriek Sint-Baafs, stelde gedeputeerde Kurt Moens (N-VA) dat de eigendomsstructuur van de kathedraal allesbehalve helder is. “Wij betalen in elk geval mee aan de tekorten, wie de eigenaar ook is,” aldus Moens. Volgens het decreet moet de provincie Oost-Vlaanderen inderdaad tussenkomen bij tekorten van de kerkfabriek, ongeacht het eigendomsrecht.
Ook over het Lam Gods bestaat onzekerheid. Raadslid Bruno Matthys stelde dat men zelfs niet weet van wie het meesterwerk precies is. Kenneth Taylor herinnerde droogjes aan het nog steeds vermiste paneel De rechtvaardige rechters, waarvan de dief bekend is: Arsène Goedertier.
Juridische logica en historische precedenten
Volgens de juridische leer is het Lam Gods “onroerend door bestemming”, wat betekent dat het behoort tot de eigenaar van het gebouw waarin het zich bevindt. Maar wie dat precies is, blijft onduidelijk. Professor Georges Martyn (UGent) stelde in 2012 al dat de provincie Oost-Vlaanderen juridisch eigenaar is van de kathedraal. De kerkfabriek betwist dit en houdt vol dat het gebouw tot het bisdom behoort.
Een historisch vonnis uit 1818 biedt meer helderheid. Daarin werd bepaald dat kathedralen, in tegenstelling tot parochiekerken, eigendom zijn van de provincies die het bisdom vormen. De rechtbank baseerde zich onder meer op het principe Eum sequuntur commoda, quem sequuntur incommoda (degene die de lasten draagt, heeft ook de voordelen), en stelde vast dat grote herstellingen door de provincies gedragen worden. De rechtbank erkende expliciet de Sint-Baafskathedraal als provinciaal bezit.
Versplinterd eigenaarschap van het Lam Gods
Het Lam Gods zelf is een complex geval. Het centrale paneel, De Aanbidding van het Lam Gods, samen met de figuren van God de Vader, Maria en Johannes de Doper, bevindt zich in de kathedraal en wordt als eigendom van de kerkfabriek beschouwd.
Andere panelen hebben een ander statuut:
De panelen met Adam en Eva bevonden zich tot 1920 in het Koninklijk Museum van Schone Kunsten in Brussel, beide panelen zijn eigendom van de Belgische Staat sinds 1861. Na 1920 keerden ze naar de kathedraal, in bruikleen, terug om het Lam Gods in de oorspronkelijke en bedoelde staat te vervolledigen.
De zes overige panelen, ooit doormidden gezaagd om ze volledig tentoon te kunnen stellen, werden na WOI door Duitsland teruggegeven als herstelbetaling. Volgens het Koninklijk Besluit van 20 augustus 1921 zijn deze panelen eigendom van de Belgische Staat maar in langdurig bruikleen aan de Sint-Baafskathedraal, die zich ertoe verbindt ze zorgvuldig te bewaren.
Culturele bescherming
Het volledige retabel valt zowel onder de regelgeving inzake onroerend erfgoed (als deel van het interieur van de kathedraal) als onder het Vlaamse Topstukkendecreet (als roerend erfgoed van uitzonderlijk belang).
Conclusie
De juridische eigendom van de Sint-Baafskathedraal lijkt op basis van historische rechtspraak aan de provincie Oost-Vlaanderen toe te komen. De eigendomsrechten van het Lam Gods zijn opgesplitst tussen de kerkfabriek en de Belgische Staat. In de praktijk komt het er voorlopig op neer dat alle betrokken partijen samenwerken voor het behoud van zowel het gebouw als het meesterwerk. Pas bij een mogelijke herbestemming van de kathedraal zou de discussie opnieuw op scherp komen te staan.
De Redactie
Meer info? Ontdek het volledige vonnis uit 1818 op onderstaande website:














