Boomagers en de tweede jeugd van de popcultuur
Er is iets onweerstaanbaar troostends aan de eerste klanken van een lied dat je halve leven heeft meegereisd. Die herkenbare gitaar van Come Together van The Fab Four, de ijle stem van Bowie in Heroes, het rauwe begin van London Calling (van oerpunkband The Clash)— plots ben je terug achttien, vol plannen, verliefd op de wereld en op de muziek. Alleen staat de spiegel intussen in een andere badkamer, en heeft de platendraaier plaatsgemaakt voor een draadloze speaker. Maar de magie? Die is er nog. Sterker dan ooit zelfs.
De generatie die de popcultuur heeft uitgevonden, beleeft vandaag een tweede jeugd. Niet door in het verleden te blijven hangen, maar door het verleden opnieuw te laten klinken, zien en herleven — op nieuwe manieren, met nieuwe technologie. Boomagers bezoeken tributeconcerten waar de zaal trilt van herkenning, ze praten urenlang over platen in vinylclubs, luisteren naar podcasts over de gloriedagen van hun idolen, en ze werken zelf nieuwe muziekprojecten uit waarin hun ervaring en passie doorklinken. De soundtrack van hun leven is geen herinnering geworden — ze speelt nog steeds, luid en levendig.
Tijdreizen met een ticket van twintig euro
Wie ooit dacht dat popmuziek iets was van de jeugd, hoeft maar één avond naar een tributeconcert te gaan. Daar staan ze: mannen met grijzend haar en vrouwen met laarzen die nog altijd dansen alsof ze op Woodstock staan. De zaal is gevuld met mensen die ooit de eerste LP van The Beatles kochten, maar ook met hun kinderen en kleinkinderen die nieuwsgierig meekomen. De energie is aanstekelijk.

Wanneer een zanger de eerste akkoorden van Let It Be inzet of Ziggy Stardust door de boxen knalt, danst een hele generatie samen opnieuw. Er wordt niet stil gezeten; het ritme herinnert je aan wat leven ooit was — en nog altijd is. Een goed tributeconcert is geen verkleedpartij, maar een vorm van eerbetoon. Het is het bewijs dat muziek geen tijd kent.
In Leuven speelt The Bootleg Beatles voor een uitverkochte zaal. Op de eerste rij zingt een vrouw van zeventig elk woord mee, terwijl naast haar een twintiger met tranen in de ogen toekijkt. Hij heeft de muziek ontdekt via zijn grootvader. “We luisteren elke zondag samen,” zegt hij na afloop. “Hij vertelt me wat die nummers voor hem betekenden. En nu betekenen ze ook iets voor mij.” Zo leeft de popgeschiedenis verder — van generatie op generatie, van hart tot hart.
De herontdekking van traag luisteren
Vinyl is niet zomaar terug, het is herboren. En met het vinyl keren ook de rituelen terug: de naald voorzichtig op de plaat leggen, het geritsel horen, even wachten tot het eerste akkoord klinkt. In een tijd waarin alles sneller moet, kiezen boomagers bewust voor traag luisteren.
Overal ontstaan clubs waar mensen samenkomen met hun platenbak. In Brugge bijvoorbeeld organiseert een groep vijftigers en zestigers maandelijks een Vinyl Sunday. Iedereen brengt één plaat mee die een verhaal vertelt. De een kiest Rumours van Fleetwood Mac omdat die plaat de soundtrack was van een scheiding én een nieuw begin. De ander kiest een obscure jazzplaat omdat die ooit werd gekocht op een reis naar Parijs, 1972.
Soms komen er jongeren luisteren. Ze zijn verbaasd dat muziek zó tastbaar kan zijn, dat je ze kunt vasthouden, bekijken, ruiken. En dat een kras op een LP meer is dan ruis — het is een herinnering in geluid. Vinylclubs brengen generaties samen op een manier die Spotify nooit zal kunnen.

De podcast als nieuw kampvuur
Popcultuur leeft vandaag ook via verhalen. De podcast is het nieuwe kampvuur waar we rond gaan zitten. Daar worden herinneringen opgehaald, vergeten helden in de kijker gezet, en wordt de geur van de jaren zeventig bijna hoorbaar gemaakt.
Er is The Rock Files, waarin een oud-roadie van Lou Reed vertelt hoe hij ooit een gitaarkabel moest herstellen met een schoenveter. Of De New Wave Kronieken, een Vlaamse podcast waarin voormalige punks vertellen over eyeliner, veiligheidsspelden en de droom om “anders” te zijn.
En dan zijn er de podcasts die generaties verbinden. In Vinyl Conversations luisteren vaders en dochters, moeders en zonen samen naar oude platen. Ze praten over hun jeugd, over hoe het voelde om Imagine voor het eerst te horen, of waarom Bohemian Rhapsody voor altijd in hun hart zit. Muziek is dan geen achtergrond meer, maar een brug.
Ook opvallend: steeds meer boomagers leren zelf podcasten. Ze kopen een microfoon, zetten zich aan hun laptop, en vertellen hun verhalen — niet om zichzelf te promoten, maar om te bewaren wat dreigt te verdwijnen. Ze worden de archivarissen van hun eigen generatie.
Van TikTok tot Tiny Desk
De pophelden van vroeger zijn springlevend in de digitale wereld. Bowie, Prince, The Cure, Fleetwood Mac — ze zijn trending op TikTok, YouTube en Instagram. Soms dankzij een remix, soms omdat een tiener ontdekt heeft hoe krachtig die muziek is.
En boomagers? Die volgen mee. Ze maken filmpjes waarin ze hun oude LP’s tonen, delen hun favoriete live-opnames of reageren op muziekvideo’s van toen. Wat begon als nostalgie is uitgegroeid tot een digitale ontmoeting tussen generaties.
Een zestiger die Rebel Rebel mee playbackt op TikTok krijgt duizenden likes van jongeren die schrijven: “Ik wou dat ik toen had geleefd!” De cirkel is rond: de rebellen van vroeger zijn de inspiratoren van vandaag.

Nieuwe makers met oude zielen
De popcultuur van toen inspireert ook nieuw creatief werk. Boomagers schrijven boeken over de muziek van hun jeugd, schilderen portretten van hun helden, starten coverbands met vrienden of organiseren kleine festivals in hun buurt.
Neem bijvoorbeeld Jan (64), die dertig jaar niets meer met muziek deed tot hij vorig jaar een 3D-printer gebruikte om miniatuurplatenspelers te maken als kunstobject. “Het begon als een grap,” zegt hij, “maar nu verkoop ik ze op beurzen en praat ik met jongeren over muziekgeschiedenis. Ik leer van hen, zij van mij.”
Of Katrien (67), die elke maand een “living room concert” organiseert in haar huis in Mechelen. Ze nodigt jonge muzikanten uit die nummers van Leonard Cohen, Joni Mitchell of Patti Smith brengen, maar op hun eigen manier. Het publiek bestaat uit buren, vrienden, studenten — mensen die luisteren, praten, en elkaar vinden in die gedeelde liefde voor muziek.
Punk blijft punk, ook met grijs haar
Er zijn boomagers die het niet kunnen laten om terug te keren naar hun roots. De oude punkers trekken weer naar kleine clubs. De energie is dezelfde, al zijn de pogo’s iets rustiger geworden. “We springen nog, maar met beleid,” lacht iemand bij de bar.
In Antwerpen is er zelfs een punkband van zestigers die zichzelf The Old Wrecks noemt. Ze spelen eigen nummers over ouder worden, liefde en verlies, maar met dezelfde scherpe rand als vroeger. Hun publiek? Jongeren die zeggen: “Eindelijk muziek die over het echte leven gaat.”
Punk was nooit alleen jeugdig. Het ging altijd over authenticiteit, en dat is net wat deze generatie nog steeds heeft.

De erfenis van een generatie
De popcultuur van de jaren zestig, zeventig en tachtig was revolutionair, maar wat ze vandaag zo bijzonder maakt, is dat ze blijft groeien. Boomagers hebben de muziek niet enkel beleefd, ze hebben ze bewaard, gekoesterd, doorgegeven.
Ze zorgen dat de liedjes blijven klinken, dat de verhalen verteld blijven worden, dat de platen blijven draaien. Ze vormen een levend archief van emoties, dromen en klanken. En ze laten zien dat ouder worden — of beter gezegd: verder leven — niet betekent dat je je verleden achterlaat, maar dat je het met nieuwe ogen blijft bekijken.
Wanneer de gitaar van Layla klinkt of de bas van Another One Bites the Dust, is dat geen herinnering meer aan wie we waren. Het is een bevestiging van wie we nog altijd zijn.
Onze soundtrack leeft verder — in de boxen, in onze harten, en in alles wat we blijven doorgeven.
Uitsmijter: RIP John McDonald
Begin dit jaar liep ik toevallig in de lobby van een hotel in Oostende John McDonald tegen het lijf. Ter info: hij was de frontman van de Britse punk- en newwavegroep The Bollock Brothers die sinds 1983 onvermoeibaar rond toert. (‘Harley David (Son Of A Bitch), weet je nog? Het werd een leuke babbel, geïnitieerd door een misverstand. John zag mijn trui met een verwijzing naar de ‘koers’ en dacht eerst dat ik een oud-renner was…. Zelf hield hij blijkbaar ook van fietsen en het werd een onvergetelijke babbel over wielrennen (een grote passie van hem) en uiteraard muziek. Hij was in ons land voor een aantal optredens en vertelde me over onder meer Bart Peeters (met wie hij meermaals het podium deelde), Marcel Vanthilt (die hem op MTV introduceerde) en David Byrne van Talking Heads, aan wie ik hem blijkbaar deed denken…
Een fijn gesprek waar ik met veel plezier aan terugdenk. Maar ik kreeg zonet een schok toen ik even de alwetende tante Google checkte om mijn kennis over John MacDonald op te frissen. Deze oude ‘rat’ (positief bedoeld) die zovele watertjes heeft doorzwommen blijkt op 28 juli te zijn overleden na een tragisch zwemongeluk. RIP John, op mijn fiets zal ik nog vaak aan je denken.

John McDonald, foto Michael Koschinski.
















