Een minipensioen kan gevolgen hebben voor je cv, blijkt uit onderzoek waarover professor arbeidseconomie Stijn Baert vertelt in een artikel bij HLN. Maar bij het lezen ervan bleef ik bij iets anders hangen: de naam zelf.
Waarom noemen we een periode waarin iemand midden in zijn loopbaan bewust tijd vrijmaakt een minipensioen? Waarom verwijzen we daarvoor naar iets wat traditioneel pas aan het einde van die loopbaan komt?
Het onderzoek van Liam D’hert, Stijn Baert en Kristen du Bois toont alvast dat zo’n onderbreking niet noodzakelijk in je voordeel speelt wanneer je later opnieuw solliciteert. Recruiters beoordelen kandidaten die bewust een tijd niet werken niet automatisch als proactiever. De onderbreking kan zelfs ongeveer even nadelig worden beoordeeld als een afwezigheid wegens burn-out.
Baert wijst erop dat recruiters zo’n keuze mogelijk interpreteren als een signaal dat iemand zijn werk niet echt belangrijk vindt. Dat zegt iets over hoe we naar werk kijken. Maar het woord minipensioen zegt volgens mij ook iets over hoe we naar tijd kijken.
Een stukje pensioen tijdens je loopbaan
Het begrip minipensioen werd vooral bekend door de Amerikaanse auteur Tim Ferriss. In The 4-Hour Workweek uit 2007 beschreef hij het idee om niet een volledig werkzaam leven te wachten om tijd te maken voor reizen, persoonlijke projecten en andere ervaringen. In plaats van alles uit te stellen tot het pensioen, kun je dergelijke periodes ook vroeger in je leven inbouwen. Het idee doorbreekt dus het klassieke patroon. De naam doet dat merkwaardig genoeg veel minder.
We leren, gaan werken, bouwen een loopbaan uit en ergens aan het einde wacht het pensioen. Dat is traditioneel het moment waarop er meer tijd komt voor andere dingen. Als we enkele maanden vrij tijdens onze loopbaan een minipensioen noemen, dan blijven we eigenlijk naar datzelfde eindpunt verwijzen. Alsof tijd voor reizen, herstel, studie of een persoonlijk project in principe bij later hoort en we er nu alvast een klein voorschot op nemen. Dat vind ik interessant.
Niet iedereen kan zomaar stoppen met werken
Een minipensioen klinkt aantrekkelijk, maar het is natuurlijk geen mogelijkheid die voor iedereen zomaar beschikbaar is. Wie een lening afbetaalt, kinderen heeft, financieel weinig marge heeft of voor anderen zorgt, kan niet noodzakelijk beslissen om enkele maanden zonder inkomen te vallen.
Ook professioneel kan er een prijs aan verbonden zijn. D’hert, Baert en du Bois stellen vast dat recruiters zo’n vrijwillige loopbaanonderbreking niet vanzelf interpreteren als een verstandige investering in een duurzame loopbaan. De goede bedoeling waarmee iemand tijdelijk stopt, komt bij een volgende werkgever dus niet noodzakelijk zo over. Dat maakt de praktische vraag belangrijk: kan en wil ik mij zo’n onderbreking veroorloven?
Maar daarnaast is er nog een andere vraag. Waarom gaan we er eigenlijk nog zo gemakkelijk van uit dat bepaalde dingen voor later zijn? Een opleiding volgen. Reizen. Minder werken. Een persoonlijk project beginnen. Tijd maken voor mensen die belangrijk zijn. Of gewoon eens opnieuw bekijken of het werk dat je al jaren doet nog het werk is dat je de komende tien of vijftien jaar wilt blijven doen. Daar hoef je niet noodzakelijk voor te wachten tot je pensioen.
Ons leven past steeds minder in drie vakjes
Het klassieke model was lang duidelijk: eerst leren, daarna werken en uiteindelijk met pensioen gaan. Die drie levensfasen volgden elkaar min of meer op. Vandaag ziet een loopbaan er voor veel mensen anders uit. We werken langer, veranderen van werkgever of beroep, volgen later opnieuw een opleiding en sommigen beginnen op hun vijftigste of zestigste nog aan iets nieuws.
Dan wordt het minder vanzelfsprekend om leren, werken, zorgen, rusten en ontdekken elk hun vaste plaats in een mensenleven te geven.Dat betekent niet dat we allemaal onze baan moeten opzeggen, zes maanden naar Bali moeten vertrekken en daarna wel zien wat er gebeurt. Een bewuste keuze blijft een keuze met mogelijke gevolgen. Het onderzoek van D’hert, Baert en du Bois maakt dat net duidelijk.
Maar misschien mogen we wel wat kritischer kijken naar het idee dat er eerst tientallen jaren gewerkt moet worden en dat daarna de tijd voor de rest van het leven begint. Zeker nu we langer werken, wordt die vraag relevanter.
En daarom blijf ik die benaming minipensioen zo interessant vinden. Ze probeert iets nieuws te beschrijven, maar doet dat met een woord uit het oude model. Misschien hebben we uiteindelijk geen minipensioen nodig maar vooral meer ruimte om ons leven niet volledig in te delen volgens de klassieke volgorde van leren, werken en pas daarna leven.
Bronnen
Aanleiding voor dit artikel: ‘Minipensioen wint aan populariteit, maar recruiters zien het niet graag: zo vergroot je achteraf je kansen op een job’ – HLN
D’hert, L., Baert, S. & du Bois, K. (2026), Retreat, Reset, Regret? Recruiters Read Job Applicants’ Career Breaks for Mental Health as Signals of Skill Deterioration and Ideal Worker Norm Violation, IZA Discussion Paper No. 18927. Raadpleeg het onderzoek bij IZA
Tim Ferriss, The 4-Hour Workweek (2007)
















