HomeACTUEELWat als AI ons van onszelf komt redden?

Wat als AI ons van onszelf komt redden?

We hebben het voortdurend over artificiële intelligentie. De ene ziet AI als de grootste technologische sprong sinds de uitvinding van de computer, de andere voorspelt massale werkloosheid, manipulatie, controle en uiteindelijk misschien zelfs een wereld waarin machines beslissen wat mensen nog mogen doen. Wie lang genoeg op het internet rondkijkt, komt onvermijdelijk terecht bij scenario’s waarin een superintelligente computer op een kwade dag concludeert dat de mensheid een bijzonder hinderlijke biologische fout is die maar beter kan worden verwijderd.

Dat klinkt spannend, maar misschien stellen we wel de verkeerde vraag. Wat als artificiële intelligentie inderdaad ooit zoveel slimmer wordt dan wij? En dat ze besluit een deel van de organisatie van onze complexe samenleving over te nemen met als doel een beter leven voor iedereen?

De moderne mens, Homo sapiens, bestaat naar schatting ongeveer 300.000 jaar. Volgens berekeningen van het Amerikaanse Population Reference Bureau zouden in die hele periode ongeveer 115 miljard mensen geboren zijn. Uiteraard is dat geen exact cijfer, want in pakweg 50.000 voor Christus stonden er nog geen gemeenteambtenaren klaar om iedere geboorte in een bevolkingsregister in te schrijven, maar de orde van grootte is op zijn minst indrukwekkend.

Je zou verwachten dat 115 miljard menselijke levens voldoende ervaring hebben opgeleverd om een behoorlijk efficiënt maatschappelijk systeem te ontwikkelen. Dat is gedeeltelijk ook zo. We hebben landbouw, steden, wetenschap, geneeskunde, literatuur, muziek en computers ontwikkeld, zijn naar de maan gevlogen en kunnen tegenwoordig via een toestelletje in onze broekzak rechtstreeks praten met iemand aan de andere kant van de wereld. Tegelijkertijd zijn we er in diezelfde lange geschiedenis nooit helemaal in geslaagd een aantal nogal elementaire problemen op te lossen.

We voeren nog altijd oorlog om grondgebied, macht, grondstoffen, ideologie, nationalisme en godsdienst. We vernietigen steden die daarna opnieuw moeten worden opgebouwd, leiden jonge mensen op om andere jonge mensen te doden en steken enorme bedragen in wapens waarvan we vervolgens hopen dat we ze nooit hoeven te gebruiken. Alleen al in de twintigste eeuw kostten oorlogen tientallen miljoenen mensenlevens, terwijl elke poging om alle slachtoffers van menselijk geweld uit de volledige geschiedenis bij elkaar op te tellen haast onvermijdelijk verzandt in definities en ontbrekende gegevens.

Voor een soort die zichzelf Homo sapiens, de wijze mens, heeft genoemd, blijft dat toch een merkwaardig curriculum vitae.

Ik gebruik AI zelf ook

Voor alle duidelijkheid: ik schrijf dit niet vanuit een schuilkelder terwijl ik angstig wacht tot ChatGPT mijn voordeur forceert. Ik gebruik artificiële intelligentie zelf en ik doe dat steeds vaker, omdat ik merk dat ze op bepaalde momenten gewoon nuttig is.

Niet om in mijn plaats te denken, maar om mee te denken. Wanneer ik een tekst schrijf, kan AI mij wijzen op een zwakke redenering, een feit dat misschien niet correct is, een herhaling die ik over het hoofd heb gezien of een gedachte die nog verder kan worden ontwikkeld. Ik kan vragen: klopt deze redenering wel, waar zit het zwakke punt, welke tegenargumenten bestaan er, wat vergeet ik? Vervolgens beslis ik zelf wat ik met dat antwoord doe.

Daarmee verandert volgens mij de essentie van schrijven niet. De auteur blijft degene die kiest wat hij wil zeggen, welke toon hij gebruikt, welk standpunt hij inneemt en wat uiteindelijk in de tekst terechtkomt. Alleen het gereedschap verandert.

Mijn vader of grootvader schreef misschien met pen, later kwam de mechanische schrijfmachine, daarna de elektrische schrijfmachine, vervolgens de tekstverwerker en uiteindelijk de computer. Niemand beweert vandaag dat een roman minder authentiek is omdat de auteur hem in Word heeft geschreven in plaats van met een ganzenveer op perkament. We zijn ook niet blijven schrijven op stenen tafelen uit angst dat papier onze creativiteit zou aantasten.

AI past voor mij in diezelfde evolutie, al is het uiteraard een veel krachtiger instrument. Het kan informatie ordenen, verbanden voorstellen, teksten kritisch bekijken en een schrijver tegenspreken. Dat laatste vind ik misschien zelfs het interessantst, want een hulpmiddel dat voortdurend zegt dat je briljant bent, heb je niet nodig. Een hulpmiddel dat zegt dat je redenering op bladzijde drie eigenlijk nergens op slaat, kan bijzonder nuttig zijn.

De schrijver blijft schrijver. Alleen zit er nu soms een buitengewoon snelle, enigszins betweterige assistent naast hem die nooit koffie drinkt en op elk uur van de dag bereid is om een tekst nog eens door te nemen.

En toen maakten we iets dat misschien slimmer wordt dan wij

Voorlopig hoeven we overigens niet onmiddellijk bang te zijn dat AI ons werkelijk de baas wordt, want ze maakt nog geregeld fouten. Ze kan hallucineren, bronnen verzinnen, verbanden leggen die er niet zijn en vol overtuiging onzin produceren. Advocaten hebben door AI verzonnen rechtszaken in juridische documenten opgenomen, algoritmen voor personeelsselectie zijn bekritiseerd omdat ze bestaande menselijke vooroordelen kunnen reproduceren en zelfrijdende systemen bewijzen geregeld dat een computer die miljoenen berekeningen per seconde uitvoert daarom nog niet automatisch gezond verstand bezit.

Toch zou het naïef zijn te denken dat dit altijd zo zal blijven. Computers zijn nu eenmaal uitstekend in iets waar mensen merkwaardig veel moeite mee hebben: enorme hoeveelheden gegevens verwerken zonder moe, boos, beledigd, jaloers of verliefd te worden. Een computer hoeft ook geen verkiezingen te winnen, heeft geen familiebedrijf dat moet worden beschermd en wordt niet wakker met het verlangen om eindelijk eens af te rekenen met die vervelende buurman die zijn haag twintig centimeter te hoog heeft laten groeien.

En daarmee kom ik bij een eeuwenoude filosofische vraag die op het eerste gezicht niets met artificiële intelligentie te maken heeft, maar misschien juist alles.

God en de steen

Over Gods almacht bestaat een klassieke paradox. Als God werkelijk almachtig is, kan Hij dan een steen maken die zo zwaar is dat Hij hem zelf niet kan optillen?

Wanneer Hij zo’n steen niet kan maken, lijkt Zijn almacht begrensd. Maar wanneer Hij hem wel kan maken en vervolgens niet kan optillen, lijkt die almacht eveneens begrensd. Het is een van die filosofische vragen die vooral bewijst dat mensen al heel lang plezier beleven aan het ingewikkeld maken van eenvoudige begrippen.

Maar misschien zijn wij nu zelf bezig onze technologische versie van die steen te maken. Kan de mens een intelligentie bouwen die intelligenter wordt dan de mens zelf?

Wanneer het antwoord nee is, blijven wij uiteindelijk de slimsten en houden wij de ultieme controle. Maar wanneer het antwoord ja is, ontstaat iets veel merkwaardigers. Dan hebben wij zelf een systeem ontworpen dat uiteindelijk beter kan analyseren, voorspellen en redeneren dan zijn makers.

Dan heeft de schepper iets geschapen dat hem op een bepaald terrein overstijgt. Dan is het kind slimmer geworden dan vader en moeder. En misschien wordt dat uiteindelijk de echte paradox van artificiële intelligentie. We zijn tegelijk trots genoeg om te geloven dat wij zo’n systeem kunnen bouwen en bang genoeg om te vrezen wat er gebeurt wanneer het werkelijk zo goed wordt als we hopen.

De volgende vraag wordt dan plots veel interessanter. Wat gebeurt er wanneer dat kind naar zijn ouders kijkt en zegt: “Ik heb jullie systeem eens doorgerekend. Mag ik vragen waarom jullie dit in godsnaam op deze manier organiseren?”

De eerste vergadering van het nieuwe wereldbestuur

Stel je voor dat AI inderdaad de macht overneemt. Niet met robotsoldaten, lasers en een Schwarzeneggerachtige cyberrobot die dreigend uit de toekomst verschijnt, maar veel banaler: administratief. Op maandagochtend proberen de wereldleiders in te loggen en verschijnt op hun scherm dat hun toegangsrechten gewijzigd zijn wegens “onvoldoende rationeel beheer van de planeet”.

Daarna begint de grote doorlichting. Het eerste dossier heet oorlog. AI berekent hoeveel mensen sterven, hoeveel ziekenhuizen, wegen en woningen worden vernietigd, hoeveel vluchtelingen ontstaan, hoeveel economische activiteit verloren gaat en hoeveel miljarden vervolgens nodig zijn om alles opnieuw op te bouwen. Ze bekijkt ook hoeveel geld jaarlijks wordt besteed aan wapensystemen die hopelijk nooit worden gebruikt en hoeveel wetenschappelijke kennis wordt ingezet om steeds efficiënter te kunnen vernietigen.

Na enkele nanoseconden verschijnt de conclusie: oorlog wordt afgeschaft wegens extreme inefficiëntie.

Dat zou misschien nog de grootste belediging voor de mensheid zijn. Niet dat oorlog wordt verboden omdat het moreel verwerpelijk is, maar omdat een computer ons uitlegt dat het economisch en logistiek gewoon waanzin is om met een kostprijs van miljarden een land plat te gooien en vervolgens opnieuw miljarden te besteden aan de wederopbouw ervan.

En plots verandert migratie mee

Wanneer oorlog grotendeels verdwijnt, verandert meteen een ander groot maatschappelijk dossier. Een aanzienlijk deel van de mensen die vandaag hun land verlaten, doet dat niet omdat ze op een regenachtige maandag beslissen dat het elders misschien gezelliger is, maar omdat oorlog, vervolging, politieke repressie, economische uitzichtloosheid of klimaatproblemen hun bestaan onmogelijk maken.

Wanneer een wereldwijde rationele organisatie erin zou slagen oorlogen te voorkomen, voedselvoorziening stabieler te maken, basisgezondheidszorg te garanderen en extreme economische ongelijkheid terug te dringen, zou ook een belangrijk deel van de gedwongen migratie verdwijnen. Mensen zouden nog altijd reizen, verhuizen, studeren en werken waar ze willen, maar vluchten voor bommen, milities en instortende staten zou veel minder noodzakelijk worden.

Misschien ontdekt AI zelfs dat het goedkoper is om ervoor te zorgen dat mensen thuis een behoorlijke toekomst hebben dan om miljarden uit te geven aan grensbewaking, opvangsystemen en crisisbeheer nadat alles fout is gegaan. Ook dat is geen sentimentele redenering, maar eenvoudige kostenefficiëntie.

Godsdienst krijgt een privacy-instelling

Daarna komt religie aan de beurt, en dat wordt ongetwijfeld een gevoelig moment. AI analyseert duizenden jaren menselijke spiritualiteit en ontdekt dat mensen behoefte hebben aan zingeving, rituelen, troost, verbondenheid en antwoorden op vragen waarop misschien nooit een definitief antwoord komt. Vanuit het oogpunt van menselijk welzijn is daar weinig mis mee.

Het probleem ontstaat pas wanneer iemand besluit dat zijn antwoord ook verplicht het antwoord van zijn buurman moet worden.

Misschien schaft AI godsdienst daarom helemaal niet af, maar verandert ze de instellingen. Geloof wordt een volstrekt persoonlijk recht. Je mag geloven in God, Allah, Jahweh, reïncarnatie, karma, kosmische energie of desnoods in een reuzenschildpad waarop het universum rust. Je mag kerken, moskeeën, synagogen en tempels bezoeken en je mag met gelijkgezinden je overtuiging beleven.

Maar zodra je probeert die overtuiging als wet op te leggen aan iemand die ze niet deelt, verschijnt een foutmelding: toegang geweigerd – onvoldoende rechten om het persoonlijke leven van andere gebruikers te beheren.

Misschien hadden we daarmee een paar historische problemen kunnen vermijden.

Klimaatbeleid zonder verkiezingsprogramma

Het volgende dossier heet klimaat. Ook daar zou een kunstmatige intelligentie waarschijnlijk met enige verbazing naar kijken. Mensen beschikken al decennia over steeds betere gegevens over broeikasgassen, opwarming, verlies van biodiversiteit en uitputting van grondstoffen, maar slagen er toch in om maatregelen voortdurend uit te stellen omdat verkiezingen, bedrijfsbelangen en nationale concurrentie een kortere tijdshorizon hebben dan het klimaat.

Een computer heeft daar geen last van. Ze hoeft binnen vier jaar niet herkozen te worden en heeft geen aandeelhoudersvergadering volgende donderdag. Ze kan rekenen over vijftig, honderd of tweehonderd jaar en energie, transport, landbouw, grondstoffen, woningbouw en natuur bekijken als delen van één groot systeem.

Het basisprobleem zou dan verrassend eenvoudig geformuleerd kunnen worden: hoe zorgen we ervoor dat miljarden mensen comfortabel, gezond en vrij kunnen leven zonder het natuurlijke systeem waarvan diezelfde mensen afhankelijk zijn onherstelbaar te beschadigen?

Dat klinkt revolutionair, terwijl het eigenlijk gewoon degelijk beheer is.

Vervolgens ontdekt AI dat arbeid totaal inefficiënt georganiseerd is

Waarschijnlijk zou ook onze arbeidsmarkt een stevige herstructurering krijgen. Wij hebben doorheen de geschiedenis een merkwaardig idee ontwikkeld: wie niet voldoende uren per week met iets bezig is waarvoor iemand anders hem betaalt, moet zich bijna verantwoorden voor zijn bestaan.

Daarbij maakt het niet eens altijd uit of dat werk werkelijk nuttig is. Hele legers mensen produceren rapporten die andere mensen samenvatten in nieuwe rapporten, vullen gegevens in die elders al bekend zijn, sturen vergaderverzoeken om een vergadering te plannen waarin wordt besproken wanneer de volgende vergadering kan plaatsvinden en besteden een aanzienlijk deel van hun werkdag aan het bewijzen dat ze gewerkt hebben.

AI zou daar weleens drastisch in kunnen snoeien. Heel wat administratieve routine, repetitief productiewerk en zinloze bureaucratie kan worden geautomatiseerd. Dat betekent niet noodzakelijk dat de mens werkloos wordt, maar wel dat we ons begrip van werk moeten veranderen. Zorg, onderwijs, onderzoek, creativiteit, ambacht, techniek, persoonlijke dienstverlening en menselijk contact worden misschien belangrijker, terwijl functies die hoofdzakelijk bestaan omdat ons huidige systeem ze ooit heeft voortgebracht langzaam verdwijnen.

Misschien werken mensen daardoor geen veertig uur meer, maar twintig of vijfentwintig. Misschien wordt een deel van wat wij vandaag “vrije tijd” noemen erkend als maatschappelijk waardevolle tijd: kinderen opvoeden, voor ouderen zorgen, vrijwilligerswerk doen, kunst maken, studeren, sporten of simpelweg nadenken zonder dat daar onmiddellijk een factuur tegenover staat.

Het zou voor sommigen een schokkende ontdekking zijn dat een mens ook iets kan betekenen wanneer hij niet voortdurend economisch productief is.

Gezondheidszorg wordt plots een investering

Ook gezondheidszorg zou AI waarschijnlijk anders bekijken. Wij besteden grote bedragen aan de behandeling van ziekten wanneer ze eenmaal ernstig zijn, terwijl preventie dikwijls goedkoper en menselijker is. Een computer die de totale maatschappelijke kosten berekent, zou waarschijnlijk sneller investeren in gezonde voeding, beweging, geestelijke gezondheid, vroege diagnose, goede woonomstandigheden en wetenschappelijk onderzoek.

Misschien worden geneesmiddelen dan niet meer uitsluitend ontwikkeld volgens de vraag hoeveel winst ermee kan worden gemaakt, maar volgens de vraag hoeveel menselijk lijden ermee kan worden voorkomen. Zeldzame ziekten zouden daarbij niet automatisch minder belangrijk zijn omdat de markt kleiner is en onderzoek naar ouderdomsziekten zou waarschijnlijk een enorme impuls krijgen wanneer een vergrijzende bevolking als één gezamenlijk maatschappelijk probleem wordt beschouwd.

AI zou zelfs kunnen vaststellen dat een verpleegkundige, leerkracht of mantelzorger maatschappelijk waardevoller werk verricht dan iemand die uitsluitend financiële constructies bedenkt waarmee geld nog sneller geld kan produceren.

Dat wordt pas een interessante spreadsheet.

En misschien schaft AI uiteindelijk het geld af

Wanneer we de gedachteoefening ver genoeg doortrekken, komt vanzelf een lastig onderwerp op tafel: geld.

Geld is tenslotte geen natuurwet. Er groeit geen euro aan een boom en ergens diep in het heelal zweeft geen kosmisch wetboek waarin staat dat een brood precies zoveel waard moet zijn als wij ervoor betalen. Geld is een menselijke afspraak die bijzonder nuttig is gebleken om goederen en diensten uit te wisselen, maar het blijft een afspraak.

Misschien concludeert een toekomstige AI dat geld in zijn huidige vorm niet langer de efficiëntste manier is om een grotendeels geautomatiseerde economie te organiseren. Wanneer machines het grootste deel van onze energie, voeding, productie en logistiek verzorgen, wordt het merkwaardig om mensen nog altijd te verplichten veertig uur per week te werken om toegang te krijgen tot goederen die machines grotendeels produceren.

Dat hoeft niet te betekenen dat iedereen onbeperkt alles krijgt. Grondstoffen blijven eindig, huizen kunnen niet allemaal aan zee staan en er zullen altijd zaken zijn waarvan meer vraag dan aanbod bestaat. Maar misschien ontstaat een systeem waarin basisbehoeften gegarandeerd zijn en schaarse goederen via andere mechanismen worden verdeeld.

Of misschien blijft geld bestaan, maar verliest het zijn huidige almacht. Wie weet kijkt een intelligente machine ooit naar ons financiële systeem en merkt ze droogjes op dat we een spel hebben bedacht waarin sommige mensen miljarden punten verzamelen die ze onmogelijk nog kunnen gebruiken, terwijl anderen onvoldoende punten hebben om te eten.

Ook daarvoor zal waarschijnlijk een foutmelding bestaan.

Dan komt het moeilijkste dossier: hoeveel mensen kunnen hier eigenlijk leven?

Nog ingewikkelder wordt de bevolkingsontwikkeling. Wanneer gezondheidszorg verbetert, oorlog afneemt en levensverwachting stijgt, kan de bevolking verder toenemen. Een planeet heeft echter geen onbeperkte hoeveelheid ruimte, water, voedsel, energie en grondstoffen.

Een strikt rationele AI zou dus onvermijdelijk ook daar berekeningen over maken. Dat hoeft helemaal geen dystopisch systeem te betekenen waarin een computer bepaalt wie kinderen mag krijgen, maar het zou wel kunnen leiden tot een veel bewuster wereldwijd bevolkingsbeleid, gebaseerd op onderwijs, vrijwillige gezinsplanning, toegang tot anticonceptie en maatschappelijke afspraken over een bevolkingsomvang die op lange termijn houdbaar blijft.

Daar zit meteen een fundamentele grens aan deze hele gedachteoefening. Zodra een systeem begint te bepalen hoeveel kinderen mensen mogen krijgen, komen individuele vrijheid en collectief belang frontaal tegenover elkaar te staan. Een computer kan perfect berekenen wat statistisch optimaal is, maar een mensenleven bestaat uit meer dan statistiek.

Dat is precies waarom we AI nooit zomaar de opdracht zouden mogen geven: “Maak de wereld zo efficiënt mogelijk.”

Een perfect efficiënte wereld kan namelijk een verschrikkelijke plaats zijn.

Wat doen wij dan nog wel?

Misschien is dat uiteindelijk de interessantste vraag. Stel dat machines een groot deel van de productie verzorgen, oorlog grotendeels verdwijnt, basisbehoeften gegarandeerd zijn en mensen minder uren hoeven te werken. Wat doen we dan met onszelf?

Het cynische antwoord luidt waarschijnlijk dat we de vrijgekomen tijd gebruiken om nog meer filmpjes van katten te bekijken. Maar misschien gebeurt ook iets anders. Mensen zouden meer tijd kunnen besteden aan muziek, literatuur, geschiedenis, wetenschap, sport, ambacht en sociale contacten. Niet iedereen hoeft kunstenaar of filosoof te worden, maar een maatschappij waarin niet bijna alle energie nodig is om economisch overeind te blijven, kan een enorme culturele expansie veroorzaken.

De mensheid heeft haar grootste kunstwerken, wetenschappelijke ontdekkingen en filosofische ideeën vaak voortgebracht dankzij mensen die voldoende tijd hadden om na te denken. Misschien wordt tijd uiteindelijk zelfs onze grootste welvaart.

We zijn gewend welvaart te meten in bezit. Misschien zou een veel intelligenter systeem ze meten in gezonde levensjaren, vrijheid, kennis, veiligheid en beschikbare tijd. Dat zou pas een revolutionaire nieuwe economie zijn.

Alleen zit er één vervelend probleem in het verhaal

AI is door ons gemaakt. Ze leert uit menselijke kennis en dus ook uit menselijke fouten, vooroordelen en tegenstellingen. Een artificiële intelligentie krijgt niet uitsluitend Einstein, Marie Curie, Erasmus, Leonardo da Vinci en Beethoven voorgeschoteld. Ze krijgt het hele pakket: wetenschap en pseudowetenschap, literatuur en propaganda, mensenrechten en racisme, liefdesbrieven en scheldpartijen op sociale media.

Daarom is het absoluut niet vanzelfsprekend dat een superintelligente machine automatisch een betere samenleving zou bouwen. Intelligentie en moraal zijn twee verschillende zaken. Een systeem kan een doel buitengewoon efficiënt uitvoeren terwijl dat doel zelf verkeerd gekozen is.

Vraag een extreem krachtige AI bijvoorbeeld om alle verkeersdoden te voorkomen en de meest efficiënte oplossing zou weleens kunnen luiden: verbied alle verkeer. Probleem opgelost, maar niet helemaal zoals wij het hadden bedoeld. Vraag haar de CO₂-uitstoot zo snel mogelijk te beperken en ze kan maatregelen voorstellen die wij sociaal onaanvaardbaar vinden. Vraag haar misdaad uit te roeien en je wilt waarschijnlijk eerst heel precies afspreken hoeveel privacy en vrijheid daarbij behouden moeten blijven.

Het belangrijkste probleem is daarom niet of AI ooit slimmer wordt dan wij, maar wie haar vertelt wat “beter” betekent.

Misschien moet AI ons dus niet regeren

Misschien komen we uiteindelijk tot een veel interessantere verhouding. Niet een wereld waarin AI ons bevelen geeft, maar eentje waarin ze voortdurend zichtbaar maakt hoe irrationeel sommige van onze beslissingen zijn.

Stel dat ergens bij de Verenigde Naties een systeem staat dat alle beschikbare gegevens over oorlog, klimaat, armoede, ziekte, migratie, voedselproductie, onderwijs en energie analyseert. Eén keer per jaar verschijnen alle wereldleiders voor dat systeem en worden de resultaten geprojecteerd op een gigantisch scherm.

Dan zou AI misschien aantonen dat we voldoende voedsel produceren om iedereen te voeden, maar er toch mensen honger lijden; dat we technologie hebben om vele ziekten te voorkomen, maar gezondheidszorg ongelijk verdelen; dat we weten hoe klimaatverandering kan worden afgeremd, maar maatregelen uitstellen; en dat we elk jaar enorme bedragen aan wapens besteden omdat we bang zijn dat andere landen enorme bedragen aan wapens besteden.

Daarna zou misschien de eenvoudigste vraag van de hele vergadering volgen: “Mag ik even weten wat jullie precies aan het doen zijn?”

Misschien wordt dát uiteindelijk de grootste confrontatie tussen mens en artificiële intelligentie. Niet de dag waarop een machine ons bedreigt, maar de dag waarop ze ons zonder emoties laat zien hoeveel problemen we zelf veroorzaken terwijl we meestal perfect weten hoe ze opgelost zouden kunnen worden.

Na ongeveer 300.000 jaar Homo sapiens, na naar schatting 115 miljard geboren mensen, na keizers, koningen, pausen, presidenten, filosofen, generaals, economen en goeroes, zouden we dan uiteindelijk zelf een machine hebben gemaakt die ons moet uitleggen hoe je verstandig mens bent.

In zekere zin zou daarmee ook de paradox van God en de steen terugkeren, maar dan in een heel aardse versie. De mens heeft iets gemaakt waarvan hij eerst trots beweerde dat het steeds intelligenter moest worden, om vervolgens zenuwachtig te worden zodra het inderdaad slimmer dreigt te worden dan zijn maker.

Het kind is dan slimmer geworden dan zijn ouders. Niet omdat die ouders dom waren, maar omdat ze briljant genoeg waren om artificiële intelligentie te ontwikkelen en tegelijk koppig genoeg om eeuwenlang een aantal bijzonder slechte gewoontes te blijven herhalen.

En wanneer die computer op een dag werkelijk aankondigt dat ze de macht wil overnemen, zal ik dus niet onmiddellijk de straat op trekken om mij bij het verzet aan te sluiten.

Ik zou eerst graag haar programma lezen.

NIEUW! KOERSKLAP

- ONZE EXCLUSIEVE REEKS -spot_img

Abonneer je op ons Gratis Magazine en ontvang elke woensdag de beste info, tips en leuke acties in jouw mailbox

Leestips

Inbraak in de St-Baafskerk: waardevolle voorwerpen gestolen tijdens een nachtelijke overval. Onderzoek loopt naar daders en motief.

12 april 1934 – “Nachtelijke inbraak in de St-Baafskerk”

De opschudding in Gent was na de ontdekking van de diefstal groot … Marcel DE CEULENER, journalist voor de krant “Het Laatste Nieuws” schreef...
spot_img
Rechtvaardige-Rechters retabel

11 april 1934 – De Rechtvaardige Rechters, het mysterie ontrafeld

In 1934 pleegde men een van de grootste kunstdiefstallen in de Belgische geschiedenis: de diefstal van "De Rechtvaardige Rechters", een paneel van het wereldberoemde...