Onze huiscolumnist Robert Janssens (87 intussen) beleefde 50 jaar geleden als sterreporter bij Het Laatste Nieuws op de eerste rij hoe Lucien Van Impe de Tour de France won. Het was overigens Robert die op de laatste dag Lucien – die eerst dacht dat de journalist hem iets wilde wijsmaken – vertelde dat hij ’s anderendaags op het koninklijk paleis verwacht werd…
Het is haast niet te geloven, maar op de pas voorbije 18de juli werd in Erpe-Mere de 50ste verjaardag van de Tourzege, in 1976 behaald door Lucien Van Impe, gevierd. Hoe rap is die halve eeuw niet voorbijgevlogen. Het heeft mij enorm veel plezier gedaan op dat grote feest uitgenodigd te worden, samen met nog een paar andere journalisten, die echter niet aanwezig waren toen die kleine man en grote kampioen zijn voornaamste triomf behaalde.
Ik denk niet dat er, zelfs in heel Europa, heel veel ex-reporters, die deze belangrijke gebeurtenis professioneel meemaakten, nog in leven zijn. Zoals niet iedereen zich zal realiseren dat in die vijf voorbije decennia, nooit nog een Belg de voornaamste wedstrijd van het jaar gewonnen heeft.
Toen Lucien voorgesteld werd dat jubileum te vieren, bleek hij akkoord, op voorwaarde echter dat er geen al te stijve plechtigheid van gemaakt werd, maar wel een heus volksfeest, wat zoveel beter past bij de koers, tenminste de koers van toen. En bij die kampioen die hij geweest is.
Het werd, in mijn ogen en in mijn gemoed, een hele gebeurtenis, die mij gedurende vele uren terugvoerde naar de wielersport van toen. Een halve eeuw geleden gebeurde alles op en rond de fiets als iets dat echt en alleen voorbestemd was voor de gewone mensen, die mekaar nu, in dat Erpe-Mere van Lucien Van Impe, toch nog eens terugvonden. In de sfeer waarin de wielrennerij geboren is en uitgroeide tot een sport, die met geen andere vergeleken kan worden. Noch qua presteren, noch qua reacties daarop van de mensen langs de weg. Elke koers is gedurende lange tijd (en misschien nu nog) een evenement gebleken dat mensen enkel en alleen maar vrolijk kan maken, vrolijk en vol bewondering voor wat al die kerels (en nu ook vrouwen) op twee wielen presteren.
De feestelijkheden van 18 juli begonnen met een bijeenkomst van meer dan honderd mensen, die iets te zien hadden met de carrière of met de organisatie van het gebeuren, of de naaste omgeving van de man in kwestie vormen. Ex-renners waren er niet zoveel, wel enkele mannen die hem in 1976 op de Franse wegen gesteund hadden. De Fransman Robert Mintkiewicznog eens en enkele Belgische collega’s-helpers van Lucien, zoals onder meer Willy Teirlinck en René Dillen. En was daar ook: kampioen en topvedette Roger De Vlaeminck, die met zijn aanwezigheid (en de vraag daarnaartoe) bewees dat het wielrennen in een wel bijzonder menselijk wereldje betwist wordt. Tijdens hun loopbaan ontstond er tussen de latere Tourlaureaat en de topper van dat moment een ernstig incident, voor en tijdens het WK van 1975 in het Waalse Yvoir. De Vlaeminck had zich op de voorafgaande persconferentie nogal meewarig uitgelaten over Van Impe, wat tijdens de koers zelfs de samenwerking van de nationale ploeg verstoorde, maar achteraf weer bijgelegd werd en finaal eindigde op een fijne vriendschap tussen die twee en de ene dus op het jubileumfeest van de andere bracht. Met duidelijk veel genoegen langs beide kanten.
Maar terug naar het Erpe-Mere van nu: dezelfde mensen die op het einde van de voormiddag samen van een aperitiefje genoten hadden, werden dan aan tafel verwacht voor een lekkere maaltijd, die hen krachten genoeg moest bezorgen om mee te stappen in een stoet doorheen beide dorpen (Erpe en Mere), waar zeker een paar duizenden mensen in optrok. Met een fanfare en andere muzikale groepjes, met reuzen ook, de anders alleen met carnaval buiten worden gehaald.
De tocht eindigde voor een podium, waarop Lucien Van Impe nog eens mocht vertellen wat er in die julimaand van ’76 en op de Franse wegen allemaal gebeurd was. Om af te ronden met de opmerking dat we met een halve eeuw nu lang genoeg gewacht hebben op een volgende Belgische eindzege in de Ronde van Frankrijk, waarnaar onze laatste nationale triomfator nu echt en voor waar aan het uitkijken is.
En zie: twee dagen na de viering van Lucien won Remco Evenepoel in de Tour een bergetappe tegen de onklopbaar gewaande Tadej Pogacar en nog eens twee dagen later ook de tijdrit, waarin hij de geletruidrager eveneens voorafging. En wie weet, ja wie weet of het voor die jonge man, die fysiek ongeveer dezelfde lengte moet hebben als de laatste Belgische Rondelaureaat, dan toch ooit eens zal lukken.
















