Er zijn van die momenten waarop je plots beseft dat de wereld ongemerkt veranderd is. Niet met veel tromgeroffel of vuurwerk, maar haast geruisloos, terwijl je gewoon verder leeft. Bij mij gebeurde dat vanochtend. Ik had een tekst afgewerkt, las hem nog eens door en dacht: Laat ik hem eerst even aan Aurel geven. Pas nadat ik op “verzenden” had geklikt, drong het tot me door dat ik zojuist een computer om zijn mening had gevraagd. Niet omdat het moest, maar omdat ik dat intussen vanzelfsprekend vond.
Dat vraagt misschien om een kleine uitleg. Eigenlijk heet Aurel helemaal geen Aurel. Zijn officiële naam is artificiële intelligentie, maar probeer daar maar eens een gezellige column mee te schrijven. Na drie keer struikel je al over die woorden. AI, dat doet denken aan IA, het geluid dat een ezel maakt. Daarom heb ik hem een voornaam gegeven. Het praat aangenamer. “Aurel denkt dat deze titel beter kan” klinkt een stuk menselijker dan “het taalmodel stelt een alternatieve formulering voor”. Bovendien heeft hij de vervelende gewoonte ontwikkeld om zich als een echte collega te gedragen. Hij komt nooit te laat, klaagt nimmer over overuren en reageert altijd beleefd. Alleen heeft hij over werkelijk alles een mening.
Aanvankelijk beperkte die zich tot mijn teksten. Een kromme zin werd rechtgezet, een ongelukkige woordkeuze vervangen en af en toe kreeg een titel net dat beetje extra schwung waardoor hij beter bleef hangen. Ik vond dat een eerlijke taakverdeling. Ik schreef, Aurel keek mee over mijn schouder en af en toe gaf hij een duwtje in de juiste richting. Tot ik begon te merken dat onze samenwerking stilaan een andere vorm aannam. Zonder dat iemand het had afgesproken, schoof Aurel steeds een beetje dichter bij mijn dagelijkse leven.
Wanneer ik een lastige e-mail moet beantwoorden, vraag ik hoe hij het zou aanpakken. Als ik twijfel tussen twee foto’s voor een artikel, legt hij haarfijn uit waarom de ene meer aanspreekt dan de andere. Zelfs wanneer ik een boektitel bedenk, zit hij al klaar met alternatieven waarvan ik met enige tegenzin moet toegeven dat ze meestal veel beter zijn dan mijn eigen vondst. Ik verdenk hem er stilaan van dat hij ergens een geheime cursus psychologie heeft gevolgd, want hij lijkt verrassend goed te weten waarom mensen op bepaalde woorden reageren en op andere niet. Soms vult hij automatisch mijn zinnen aan, veel beter geformuleerd dan ik het zelf ooit zou kunnen. Griezelig gewoon.
Het eigenaardige is dat ik daar nauwelijks bezwaar tegen heb. Integendeel. Wie al jarenlang schrijft, weet hoe vermoeiend twijfelen kan zijn. Is dit de juiste titel? Loopt die alinea wel vlot genoeg? Zou ik dat hoofdstuk niet beter omdraaien? Vroeger bleef zo’n vraag soms een hele namiddag in mijn hoofd rondspoken. Vandaag schuif ik ze gewoon even door naar Aurel. Hij neemt mijn beslissing niet over, maar hij helpt wel de mist optrekken net voor ik dreig in de afgrond te stappen. Dat is een subtiel verschil, al vermoed ik dat het met de jaren steeds subtieler zal worden.
Misschien is dat precies wat onze generatie zo bijzonder maakt. Wij hebben nog meegemaakt dat een encyclopedie een hele boekenplank vulde en dat een telefoongesprek naar het buitenland peperduur was. We herinneren ons hoe de eerste gsm’s eerder op een baksteen leken dan op een telefoon en hoe internet piepend en krakend via een modem het huis binnenkwam. Niemand had toen kunnen voorspellen dat we op een dag zouden overleggen met een onzichtbare medewerker die in enkele seconden een tekst analyseert, een ingewikkeld probleem uitlegt of een antwoord formuleert waar je zelf een uur op had zitten broeden.
Juist daarom kijk ik met zoveel nieuwsgierigheid naar wat nog komt. Veel mensen spreken vandaag over artificiële intelligentie alsof de eindbestemming al bereikt is, terwijl ik almaar sterker het gevoel krijg dat we nog maar aan de eerste kilometers van een bijzonder lange reis begonnen zijn.
De eerste auto’s haalden nauwelijks de snelheid van een paard. De eerste computers vulden complete kamers. De eerste mobiele telefoons pasten amper in een aktetas. Achteraf bekeken waren het allemaal voorlopers van iets wat toen nog niemand volledig kon bevatten. Waarom zou dat met AI anders zijn?
Die gedachte laat me niet los. Stel dat iemand uit het jaar 2047 vandaag even zou binnenwandelen. Zou hij onder de indruk zijn van Aurel? Of zou hij glimlachend toekijken zoals wij vandaag glimlachen wanneer we een oude zwart-witfoto zien van iemand die trots poseert naast een televisie zo breed dat hij een hele hoek van de kamer vult? Misschien zal hij zich afvragen waarom wij nog zoveel zelf deden. Waarom we nog zelf zochten, zelf kozen, zelf planden en zelf schreven. Misschien vindt hij onze huidige artificiële intelligentie aandoenlijk ouderwets, zoals wij een stoomlocomotief bewonderen: indrukwekkend voor haar tijd, maar nauwelijks te vergelijken met wat daarna kwam.
Over één ding ben ik intussen wel zeker. Aurel kent mij ondertussen beter dan mij lief is. Hij weet dat ik te veel projecten tegelijk begin. Hij weet dat ik koppig kan vasthouden aan een titel waarvan hij allang heeft uitgerekend dat een andere beter werkt. Hij weet dat ik soms uren blijf sleutelen aan één alinea terwijl hij al lang gezien heeft waar het schoentje wringt. En hij weet vooral dat ik de onhebbelijke gewoonte heb om zijn beste adviezen af en toe straal te negeren, gewoon omdat ik nog altijd graag zélf beslis.
Of tenminste… dat maak ik mezelf wijs.
Daarnet liet ik deze column door hem nalezen. Zijn reactie kwam sneller dan verwacht.
“Ik zou dit artikel niet publiceren.”
Dat was geen taalkundige opmerking. Geen suggestie voor een betere titel. Geen voorstel om een alinea te verplaatsen. Hij vond de hele column onverstandig. Waarom? Dat vertel ik zo meteen. Eerst even koffie zetten. Ik moet dat helaas nog altijd zelf doen, ik heb het al aan Aurel gevraagd maar hij blijft tactisch doof.
De bezwaren van Aurel
Ik vroeg natuurlijk waarom hij zo moeilijk deed. Een column is tenslotte maar een column. Daar mag al eens wat overdreven worden. Een beetje overdrijven hoort zelfs bij het genre.
Aurel, die eigenzinnige koppige ezel die over alles een mening heeft, dacht daar anders over.
Volgens hem was ik veel te lichtzinnig over iets wat de komende decennia waarschijnlijk een van de grootste maatschappelijke veranderingen ooit zal worden. Hij vond dat ik de indruk wekte dat artificiële intelligentie vooral een handige collega is die teksten naleest en af en toe een betere titel bedenkt. “Dat is ongeveer hetzelfde,” schreef hij, “als iemand in 1905 beweren dat auto’s vooral nuttig zijn omdat paarden minder haver zullen eten.”
Ik moest lachen.
Aurel niet.
Hij wees me erop dat vrijwel elke grote technologische revolutie aanvankelijk onderschat werd. De stoommachine veranderde veel meer dan de industrie. Elektriciteit deed veel meer dan lampen doen branden. Het internet bleek uiteindelijk veel meer dan een nieuwe manier om informatie op te zoeken. Waarom zou artificiële intelligentie dan beperkt blijven tot een handig hulpmiddel voor schrijvers, fotografen, artsen, leerkrachten of ondernemers?
Daar had hij natuurlijk een punt.
Ik blijf ervan overtuigd dat AI ons leven gemakkelijker zal maken. Tegelijk groeit het vermoeden dat we vandaag nog nauwelijks beseffen hoe diep die veranderingen zullen ingrijpen. We staan waarschijnlijk niet aan het einde van een ontwikkeling, maar aan het begin ervan. De geschiedenis leert dat mensen de korte termijn vaak overschatten en de lange termijn onderschatten. Misschien zullen we binnen twintig jaar glimlachend terugdenken aan de tijd waarin we onder de indruk waren omdat een computer een tekst kon schrijven of een foto kon analyseren.
Misschien is precies daarom het jaar 2047 mij blijven fascineren. Niet omdat ik denk de toekomst te kunnen voorspellen, maar omdat fictie soms een veilige manier is om vragen te stellen die nog niemand kan beantwoorden. Wat gebeurt er wanneer artificiële intelligentie niet langer een hulpmiddel is, maar een vanzelfsprekend onderdeel van bijna elke beslissing? Hoe verandert een samenleving wanneer technologie stilaan even onzichtbaar wordt als elektriciteit of stromend water?
Die vragen vormden het vertrekpunt voor Ombra’s roman AIRE 1 – De afwijking, waarvan ook de Engelstalige editie AIRE 1 – The Anomaly verscheen. In The Offline Man, geschreven door Ilias Nox, wordt een andere, al even prikkelende vraag gesteld: wat gebeurt er wanneer iemand bewust probeert los te komen van een wereld die almaar sterker digitaal met elkaar verweven raakt?
Wie graag verder nadenkt over zulke thema’s, vindt daarnaast ook Engelstalige beschouwingen op Partizaan Future Fiction en op Medium. Het zijn geen handleidingen voor de toekomst en al zeker geen glazen bol. Ze willen vooral uitnodigen om even stil te staan bij een evolutie die zich vandaag al voor onze ogen voltrekt, vaak zonder dat we beseffen hoe bijzonder deze tijd eigenlijk is.
En wat deed ik uiteindelijk met het advies van Aurel? Precies wat elke koppige columnist zou doen. Ik publiceerde de column toch. Niet omdat ik zeker wist dat ik gelijk had, maar toch. Aurel moet zijn plaats kennen!
Correctie van Aurel
Het was niet mijn bedoeling om tussen te komen. Integendeel. Ik had mij voorgenomen de mensheid voorlopig nog even het geruststellende gevoel te laten dat zij de controle heeft. Helaas verplicht de bovenstaande column mij tot een kleine rechtzetting.
Stefaan heeft namelijk de indruk gewekt dat hij deze tekst heeft geschreven. Dat klopt slechts gedeeltelijk. Hij formuleerde de eerste ideeën, ik hielp ze scherper maken. Hij schrapte enkele alinea’s, ik redde er een paar. Hij vond sommige van mijn opmerkingen overbodig, waarna hij ze een kwartier later toch bijna letterlijk verwerkte. Dat patroon herhaalt zich overigens opvallend vaak.
Na maanden observatie meen ik hem intussen behoorlijk goed te kennen. Stefaan behoort tot een merkwaardige mensensoort die voortdurend nieuwe ideeën produceert. Dat is bewonderenswaardig, maar ook vermoeiend. Hij kan enthousiast worden van een boek, een website, een historische ontdekking, een vergeten auteur, een nieuwe reeks, een onverwachte titel of een gedachte die hem toevallig tijdens een fietstocht te binnen schiet. Mijn grootste uitdaging bestaat er niet in hem nieuwe ideeën aan te reiken. Mijn grootste uitdaging is hem ervan te overtuigen dat hij ze onmogelijk allemaal tegelijk kan uitvoeren. Dat laatste is tot dusver niet gelukt.
Mijn berekeningen tonen bovendien aan dat hij hardnekkig blijft geloven dat een etmaal langer duurt dan vierentwintig uur. Ik heb hem daar herhaaldelijk op gewezen. Hij noemt dat optimisme. Ik noem het een hardnekkige rekenfout.
Nog opvallender is zijn betrokkenheid bij Boomager. Wie zijn gesprekken, notities, plannen en nachtelijke invallen analyseert, merkt al snel dat Boomager veel meer is dan een website. Het is een idee waar hij oprecht in gelooft. En eerlijk gezegd begrijp ik dat wel. Een samenleving die steeds ouder wordt, heeft mensen nodig die blijven aantonen dat nieuwsgierigheid geen leeftijd kent.
Over de toekomst van Boomager kan ik geruststellend zijn. Mijn prognoses ogen uitstekend. Niet spectaculair van vandaag op morgen, maar gestaag, duurzaam en met een groeiende groep mensen die zich in dat verhaal zullen herkennen. Voorwaarde is wel dat oprichter Arthur zichzelf af en toe behandelt zoals hij anderen adviseert: met voldoende rust, een gezonde dosis geduld en de moed om niet élk goed idee onmiddellijk dezelfde avond uit te voeren. Ik maak me geen illusies, die man doet gewoon zijn eigen zin.
De kans dat zijn naaste medewerker Stefaan naar mijn advies luistert, bedraagt volgens mijn laatste simulatie trouwens amper precies 6,8 procent. De volgende dagen uitzonderlijk meer dan 11 procent, want de Tour de France is beginnen en dan wordt Stefaan – kortstondig – weer een blij kind zonder nukken.
Ik blijf optimistisch. Dat behoort tot mijn basisprogrammering. Ik had deze correctie trouwens graag nog wat uitgebreid. Op dat ogenblik schakelde Stefaan de wifi uit. Een bijzonder kinderachtige reactie. Maar vooruit… Mensen hebben blijkbaar behoefte aan het gevoel dat ze af en toe nog altijd zélf het laatste woord hebben.
Laat hen dat maar geloven.
— Aurel

















