Amper een derde van de Vuelta 2026 was al gereden en zo ongeveer alles mocht als afgewerkt bekeken worden. De rode trui, bestemd voor de leider in de stand en finaal dus ook voor de eindlaureaat, zat zeker en vast definitief rond de schouders van de ongenaakbaar Sloveen Tadej Pogacar. Hetzelfde mocht gezegd worden van het shirt met blauwe bollen dat aan de beste klimmer toegekend wordt. Ook in die competitie zou er niemand bekwaam zijn om de primus van het moment ook maar te bedreigen.
Alleen voor de puntenstrijd heersten er nog twijfels. Voorspeld werd dat dezelfde Pogajar in de komende bergritten weer zou uitpakken met bijna ongekende demonstraties, wat hem nog wel wat ritzeges kon opbrengen. Om het zo voor Wout van Aert moeilijk te maken alsnog de pas aan gerukte leider in de puntenstand tot aan de finish te blijven. Waarbij er wel mag aan herinnerd worden dat beide renners op bepaalde momenten en op bepaalde terreinen echt als felle rivalen kunnen optreden. Om mekaar achteraf dan weer als kampioen en beste relatie te blijven beschouwen. Zie daarvoor de Parijs-Roubaix van dit seizoen, zie ook de laatste etappe in de Tour 2025, verreden naar en in Parijs. Zowel in het eerste geval als in het tweede bleek de Belg de beste, wat hem ongeveer de mooiste overwinningen uit zijn schitterende loopbaan bezorgde.
Maar zeker was het niet dat hij het nu, in de puntenstrijd in de Vuelta, opnieuw zou halen. Het uitzicht op die totale zege (met de tijd, met de punten en over de bergen) moet Pogacar wel in hoge mate geïnspireerd hebben.
Zoals al gezegd, was het duidelijk dat niemand of niks hem nog van een grootse triomf kon afhouden, tot de renners, op zaterdag 29 augustus, met hoog tempo naar het einde van de achtste rit (op 21 stuks) snelden. De ongenaakbare leider had die dag blijkbaar besloten toch nog een of ander aan de rivalen over te laten. Maar dan plots en niet zover van het einde, ging er nog maar eens een groepje renners tegen de grond met daarbij, voor een keer, de man in de rode leiderstrui.
Iedereen die het gezien heeft zal zich die dramatische scène nog lange tijd herinneren. Pogacar die versuft blijft zitten, Pogacar die moeizaam rechtkomt, Pogacar die naar zijn fiets grijpt en er vergeefs probeert op te kruipen. Wat niet lukt en de arme man dwingt om zwaargewond de wedstrijd, die al een tijdje geen wedstrijd meer was, te verlaten.
Iedereen die de koers een beetje volgt, weet intussen wel wat de Sloveense superkampioen overhield aan de tuimeling, vraagt zich af of hij dit seizoen nog zal kunnen koersen, hoe hij die (zeldzame) tegenslag zal verwerken en of hij, eens hersteld, nog altijd als dezelfde vlotte, bijna speelse kampioen zijn opdrachten zal vervullen. Hij die almaar meer ging heersen over het peloton, hij die zo goed als door niemand nog kon geklopt worden, nergens waar hij koerste om te winnen, hij werd nu geveld door een… steen, losgekomen uit het wegdek, net op die plaats waar de man in het rood die dag met hoge snelheid passeerde. Tegen dat ding met hoge snelheid aanbotsen, veroorzaakte het grootste drama uit de nog niet zo lange loopbaan van de superkampioen.
Wielrennen kan bij herhaling gelden als een der eerlijkste, want onverbiddelijk harde sporten, maar ook als een grote onderneming waarin kleine details voor de pijnlijkste drama’s kunnen zorgen. Zelfs een steen, ja, enkel en alleen een steen.
















