Meer dan drie miljoen Belgen zorgen voor kinderen, kleinkinderen of kwetsbare familieleden. Vooral vrouwen passen daarvoor hun loopbaan aan.
Zorg stopt niet wanneer de werkdag begint. Voor miljoenen Belgen is de combinatie van een baan met de zorg voor kinderen of familieleden dagelijkse realiteit. Nieuwe cijfers van Statbel tonen aan hoe groot die groep inmiddels is: 3,4 miljoen mensen tussen 18 en 74 jaar, of 41,4% van de bevolking in die leeftijdscategorie, nemen een of andere vorm van familiale zorg op.
Het gaat om uiteenlopende situaties. Ruim 2,3 miljoen Belgen zorgen voor kinderen jonger dan vijftien jaar. Bijna 600.000 grootouders passen wekelijks minstens één uur op een kleinkind. Daarnaast ondersteunen ongeveer 800.000 mensen een zieke, kwetsbare of gehandicapte partner of verwant.
Die zorg heeft vaak een rechtstreekse invloed op het beroepsleven.
Vrouwen betalen een hogere loopbaanprijs
Meer dan een derde van de werkenden met zorgtaken heeft het werk aangepast om beide verantwoordelijkheden te kunnen combineren. Achter dat gemiddelde gaat een duidelijk verschil tussen mannen en vrouwen schuil.
Van de werkende vrouwen met zorgtaken heeft 45,3% de arbeidssituatie aangepast. Bij mannen bedraagt dat aandeel 25,4%. Vrouwen verminderen vooral vaker hun arbeidsduur: bijna één op de vijf werkt minder uren vanwege de zorg. Mannen kiezen verhoudingsgewijs vaker voor een ander uurrooster zonder hun totale werktijd te verlagen.
Ook een overstap naar een andere werkgever of functie komt bij vrouwen vaker voor. De cijfers bevestigen daarmee dat zorgtaken niet alleen ongelijk verdeeld zijn, maar ook verschillende gevolgen hebben voor inkomen, loopbaankansen en pensioenopbouw.
Kinderopvang is niet altijd een bewuste keuze
Formele kinderopvang kan gezinnen helpen om werk en gezin te combineren, maar lang niet iedereen maakt er gebruik van. Dat hoeft niet noodzakelijk op een probleem te wijzen. Veel ouders kiezen ervoor de opvang zelf, met hun partner of via familie en vrienden te regelen.
De leeftijd van het jongste kind speelt een belangrijke rol. Bij kinderen jonger dan vier jaar gebruikt 42,6% van de ouders geen formele opvang. Voor kinderen van elf tot veertien jaar loopt dat op tot 92%, vooral omdat veel ouders vinden dat hun kinderen dan voldoende zelfstandig zijn.
Toch zijn er ook gezinnen die weinig te kiezen hebben. Van de ouders met een jongste kind onder de vier jaar zegt 13,1% geen formele opvang te gebruiken omdat er geen plaats beschikbaar is, de prijs te hoog ligt of de aangeboden kwaliteit niet voldoet.
Grootouders vormen een belangrijke opvangpijler
Ook grootouders dragen een aanzienlijk deel van de zorg. Bijna 600.000 Belgische grootouders passen iedere week op een kleinkind onder de vijftien jaar. Zes op de tien zijn vrouwen.
De opvang concentreert zich vooral bij jonge kinderen. In ongeveer 60% van de gevallen is het jongste kleinkind nog geen vijf jaar oud. Opvallend is bovendien dat drie op de tien zorgende grootouders nog beroepsactief zijn. Een deel van hen combineert dus niet alleen werk en gezin, maar ook de ondersteuning van een volgende generatie.
Mantelzorg vraagt vele uren
Ongeveer 800.000 Belgen zorgen voor een kwetsbare, zieke of gehandicapte partner of een ander familielid van minstens vijftien jaar. Meestal woont de persoon die hulp krijgt niet bij de mantelzorger in. In ongeveer een derde van de gevallen delen zij wel hetzelfde huishouden.
De tijdsinvestering is aanzienlijk. Voor 58% van de mantelzorgers neemt de zorg meer dan vijf uur per week in beslag. Ook onder mantelzorgers met een baan besteedt ruim de helft wekelijks meer dan vijf uur aan die verantwoordelijkheid. Vrouwen nemen niet alleen iets vaker mantelzorg op, maar besteden er gemiddeld ook meer tijd aan.
Een bijzondere groep is de zogenoemde sandwichgeneratie. Deze mensen zorgen tegelijkertijd voor een kind of kleinkind onder de vijftien jaar én voor een kwetsbare volwassen naaste. België telt ongeveer 280.000 mensen in deze situatie. Circa 150.000 van hen combineren die dubbele zorgtaak ook nog met betaald werk.
Meer werknemers botsen op grenzen
De combinatie van werk en zorg lijkt moeilijker te worden. In 2018 meldde 33% van de werkenden met zorgtaken dat hun job voor belemmeringen zorgde. In 2025 was dat aandeel gestegen tot 44,8%.
Lange werkdagen worden het vaakst genoemd, gevolgd door een veeleisende of vermoeiende baan en onvoorspelbare werkuren. Vooral vrouwen ervaren dat hun beroep moeilijk te verenigen is met hun zorgverantwoordelijkheden.
Flexibiliteit op papier volstaat dus niet altijd. Wanneer werkdagen structureel lang zijn, uurroosters pas laat bekend raken of de mentale belasting hoog is, blijft de ruimte om voor anderen te zorgen beperkt.
Zorg houdt vooral vrouwen buiten de arbeidsmarkt
Voor sommige mensen is combineren helemaal niet haalbaar. Van de niet-werkende Belgen jonger dan 65 jaar zegt 16,7% dat zorgtaken de voornaamste reden zijn waarom ze geen baan hebben.
Ook hier is de genderkloof groot. Bij niet-werkende vrouwen gaat het om 23,6%, tegenover slechts 4,7% bij mannen. In absolute aantallen zijn dat ongeveer 112.000 vrouwen en 13.000 mannen.
Wie opnieuw aan het werk wil, ziet vooral mogelijkheden in een aangepast uurrooster, een beperkt aantal werkuren en regelmatig thuiswerk. Daarnaast is er behoefte aan betaalbare en kwalitatieve zorgvoorzieningen. Voor veel mensen zal één maatregel echter niet volstaan: zij hebben zowel ondersteuning in hun werksituatie als toegankelijke zorg nodig.
Werkaanpassingen kunnen een terugkeer naar werk vergemakkelijken
Voor mensen die vanwege zorgtaken niet werken, kunnen aanpassingen op het werk een verschil maken. Zo zegt 42% dat een aangepast werkschema hen zou kunnen helpen om opnieuw aan de slag te gaan. Bijna een derde, 32,3%, zou een beperkt aantal uren willen werken. Regelmatig thuiswerken zou voor 28,7% een mogelijke oplossing zijn.
Ook aan de zorgzijde is ondersteuning nodig. Meer betaalbare zorg zou voor 26,8% helpen, terwijl 24,4% wijst op het belang van een kwaliteitsvoller zorgaanbod. De meeste respondenten hebben zowel aanpassingen aan het werk als aan de zorg nodig. Tegelijk geeft ongeveer de helft aan dat geen van de voorgestelde maatregelen voldoende zou zijn om opnieuw te gaan werken.
Bron: Statbel, Enquête naar de Arbeidskrachten – speciale module over de combinatie van werk en gezin, gepubliceerd op 18 augustus 2026.
https://statbel.fgov.be/nl/themas/werk-opleiding/arbeidsmarkt/focus-op-de-arbeidsmarkt
















