HomeACTUEELKen jij de verkeersregels nog

Ken jij de verkeersregels nog

Over rijervaring, een ferme buis en de regels die onderweg veranderden

Ik heb voor de lol nog eens online het theoretisch rijexamen geprobeerd. Zonder te studeren, want na zoveel jaren achter het stuur zou dat toch moeten lukken. Ik weet wanneer ik moet remmen, kan parkeren zonder eerst de hele buurt te laten ontruimen en heb onderweg voldoende meegemaakt om te beseffen dat je beter rekening houdt met de fouten van anderen. Het resultaat van mijn kleine experiment was niettemin een ferme reality check. Glansrijk gebuisd, om het met de nodige zelfspot te zeggen.

Dat zet een mens aan het denken. Je kunt jarenlang behoorlijk uit de voeten in het verkeer en toch struikelen over een vraag die een achttienjarige na een avond blokken probleemloos beantwoordt. Intussen is de straat waarop wij leerden rijden flink veranderd en komen er opnieuw andere regels aan. Misschien moeten we dus eens onderzoeken wat onze ervaring nog waard is, en waar die ons een iets te gerust gevoel geeft.

Vijf meter en toch een wereld van verschil

Neem een vraag die je zonder moeite in een oefenexamen kunt tegenkomen: mag je op de rijbaan vier meter vóór een zebrapad parkeren, wanneer er geen verbodsbord staat? Het antwoord is nee. Je mag er op minder dan vijf meter vóór de oversteekplaats niet stilstaan of parkeren. Het woordje ‘vóór’ doet ertoe, want die specifieke vijfmeterregel geldt niet op dezelfde manier achter het zebrapad. Daar kunnen uiteraard andere verboden gelden en mag je evenmin gevaar of hinder veroorzaken. Wie alleen het getal onthoudt, is dus nog niet klaar.

Bij een bushalte gaat het weer over een andere afstand. Mag je tien meter voorbij het haltebord parkeren als er op dat moment geen bus te zien is? Ook dat mag niet: het parkeerverbod geldt tot vijftien meter aan weerszijden van het bord. Je meet dus niet vanaf het bushokje of vanaf de plek waar de bus toevallig stopt. Ik kan me voorstellen dat nogal wat ervaren chauffeurs bij zo’n vraag even naar hun denkbeeldige meetlint grijpen, terwijl ze in de praktijk vooral kijken of de bus nog door kan.

Nog twee om over na te denken: hoeveel ruimte moet je bij het parkeren vóór en achter een ander stilstaand of geparkeerd voertuig laten, en hoeveel vrije doorgang moet op de rijbaan overblijven? De antwoorden zijn respectievelijk minstens één meter en minstens drie meter. Bovendien mag je niemand beletten in te stappen of weg te rijden. Je kunt dus niet besluiten dat alles in orde is omdat je de juiste afstand hebt afgemeten, terwijl de buurman alleen via zijn kofferruimte bij het stuur kan komen.

Dit zijn zelf geformuleerde oefenvragen op basis van de huidige wegcode, geen overgenomen officiële examenvragen. Ze tonen wel waarom je met ‘ik zal daar wel niemand hinderen’ niet altijd het juiste antwoord vindt. Die afstanden hebben ook een bedoeling: zicht vrijhouden, een bus ruimte geven en andere mensen laten passeren. Als je die bedoeling begrijpt, worden de getallen minder willekeurig, al zal ik niet beweren dat ik ze voortaan allemaal feilloos uit het hoofd kan opzeggen.

Ik bleef toch gewoon in de auto zitten

Een andere mooie instinker is het verschil tussen stilstaan en parkeren. Stel dat je langs de weg op iemand wacht, met draaiende motor en je handen nog aan het stuur. Sta je dan alleen maar stil? In de betekenis van de wegcode ben je aan het parkeren. Stilstaan is beperkt tot de tijd die nodig is om personen te laten in- of uitstappen of zaken te laden of lossen. Of jij daarbij comfortabel blijft zitten en de radio laat spelen, maakt van wachten nog geen toegelaten stop.

Daar zit iets herkenbaars in. We geven ons gedrag graag een naam die ons goed uitkomt: heel even wachten, vlug iets afhalen, maar twee minuutjes weg zijn. De wegcode kijkt daar anders naar. Ik moet er zelf om glimlachen, maar voor iemand die zijn garage niet uit kan, is ons ‘heel even’ natuurlijk een stuk minder grappig. Een theorie-examen legt soms precies dat verschil bloot tussen wat wij vanzelfsprekend vinden en wat voor een andere weggebruiker werkelijk hinderlijk is.

Ook een fietszone levert een vraag op waarop je te snel kunt antwoorden. Mag je daar met de auto een langzaam rijdende fietser voorbijsteken zolang je onder de dertig blijft? Nee, motorvoertuigen mogen er fietsers niet inhalen. De maximumsnelheid naleven geeft je geen toelating om toch voorbij te gaan. En hoeveel zijdelingse afstand moet je theoretisch elders tot een fietser bewaren? Minstens één meter binnen de bebouwde kom en anderhalve meter erbuiten. Dat zijn regels die je vandaag al moet kennen, geen nieuwigheden waarvoor we nog tot volgend jaar kunnen wachten.

Gouden tip om de staatskas te vullen

Daarmee heb ik meteen een gouden tip voor de regering om de staatskas te spijzen: geef de verkeerspolitie naast het boeteboekje ook een afstandsmeter mee. Vier meter en tachtig centimeter vóór het zebrapad, veertien meter voorbij het haltebord of negentig centimeter achter de auto van je buurman? Even meten en de gepeperde rekening kan de deur uit. Met al die verschillende afstanden lijkt me een mooie opbrengst gegarandeerd, zonder dat er zelfs een nieuwe belasting moet worden bedacht. Wij denken misschien dat we keurig geparkeerd staan en niemand hinderen, maar daar zal dat toestel ons wel van afhelpen. Die ontbrekende twintig centimeter moeten we tenslotte ergens voelen, bij voorkeur in onze portefeuille. En de wet is de wet, nietwaar?

Ervaring helpt tot gewoonte het overneemt

Nu wil ik onze rijervaring ook niet onder de wielen gooien. Wie al tientallen jaren rijdt, heeft geleerd vooruit te kijken en situaties in te schatten die zich niet netjes laten vangen in een meerkeuzevraag. Je ziet een kind met een bal op het trottoir en neemt gas terug. Je merkt dat de bestuurder voor je twijfelt en geeft hem wat ruimte. Dat inzicht is waardevol, zeker wanneer je vele kilometers hebt afgelegd met weinig of geen ongevallen.

Alleen bewijst een lange periode zonder botsingen niet dat je iedere regel kent of elke situatie juist beoordeelt. Soms heeft een ander jouw fout opgevangen, soms had je geluk en soms ben je eenvoudig goed blijven opletten. Ervaring verdient waardering, maar vraagt ook onderhoud. Het wordt lastiger wanneer ‘dat doe ik al veertig jaar zo’ ons antwoord is op iemand die uitlegt dat de situatie ondertussen veranderd is.

We hoeven ons evenmin te laten wijsmaken dat een geslaagd theorie-examen automatisch een voortreffelijke chauffeur oplevert. Een beginnende bestuurder moet nog leren omgaan met regen, twijfelende weggebruikers en een kruispunt waar op hetzelfde ogenblik van alles gebeurt.

Mijn ‘buis’ zegt dus iets over mijn kennis, maar vertelt niet het hele verhaal over mijn rijden. Ze geeft me wel een uitstekende reden om enkele ogenschijnlijke vanzelfsprekendheden opnieuw te bekijken.

Wat vandaag al anders is

Toen veel boomagers hun rijbewijs haalden, waren de verschillen tussen een fiets, een bromfiets en een auto gemakkelijker te overzien. Vandaag moet je ook rekening houden met elektrische steps en speedpedelecs, die ondersteuning tot 45 kilometer per uur kunnen bieden. Alleen naar het uiterlijk van een voertuig kijken volstaat niet meer om zijn snelheid goed in te schatten. Die verandering voel je onderweg, ook wanneer je zelf gewoon met dezelfde auto dezelfde route blijft rijden.

Ook buiten het eigenlijke rijden zijn er recente wijzigingen. Sinds 1 september 2026 gaat de periodieke keuring van personenwagens in Vlaanderen onder de nieuwe regeling naar een tweejaarlijks ritme. Dat betekent niet dat de vervaldatum op je bestaande keuringsbewijs vanzelf een jaar opschuift: de datum op dat document blijft gelden totdat een nieuwe keuring een nieuwe geldigheid oplevert. Het is een klein maar nuttig onderscheid voor wie alleen de krantenkop ‘om de twee jaar naar de keuring’ heeft onthouden.

De grote nieuwe wegcode is intussen nog niet ingegaan. De invoering werd verschoven naar 1 juni 2027; tot dan blijft de huidige regelgeving gelden. De nieuwe federale Code van de openbare weg en de gewestelijke reglementen zullen samen de bestaande wegcode vervangen, waarvan de basis uit 1975 dateert. Wie vandaag iets over een toekomstige wijziging leest, moet dus goed opletten dat hij die niet alvast als een geldende regel gaat toepassen.

Straks ook nog twee seconden tellen

Een van de aangekondigde wijzigingen is een volgafstand van minstens twee seconden op wegen met een snelheidslimiet boven 50 kilometer per uur. Dat vind ik een begrijpelijk uitgangspunt: je hebt tijd nodig om te reageren wanneer de bestuurder voor je remt. In de spits vraagt het wel enige karaktervastheid, want een mooi vrijgelaten gat wordt nogal eens door iemand anders beschouwd als een persoonlijke uitnodiging om ertussen te schuiven. Je moet dan opnieuw ruimte maken, ook wanneer je daar op dat ogenblik weinig zin in hebt.

Er komt ook een bord voor een niet-verplicht fietspad. Op zo’n aangeduid pad zullen fietsers kunnen kiezen tussen het fietspad en de rijbaan. Voor de automobilist betekent dat dat een fietser op de weg niet automatisch iemand is die ‘zijn’ fietspad weigert te gebruiken. Kinderen zullen tot en met elf jaar op het trottoir mogen fietsen. Dat vraagt aandacht van iedereen die een oprit verlaat, maar ook voorzichtigheid tegenover mensen die daar wandelen.

Voor geparkeerde steps op het trottoir wordt een vrije doorgang van minstens anderhalve meter voorzien; ze mogen niet op de geleidetegels voor blinden en slechtzienden staan. Dat lijkt detailwerk zolang je er zonder moeite langs kunt. Met een rollator of een kinderwagen wordt het belang meteen duidelijk. Deze voorbeelden komen uit de aangekondigde regeling voor juni 2027, waarvan onderdelen vóór de invoering nog aangepast kunnen worden.

Meer regels maken ons nog niet geduldiger

Ik zie dus wel degelijk voordelen in het vernieuwen van de wegcode. De openbare weg moet bruikbaar en veilig zijn voor mensen die zich op heel verschillende manieren verplaatsen. Een speedpedelec verdwijnt niet omdat ik er vroeger geen examenvraag over kreeg, en de gebruiker ervan heeft evenveel belang bij duidelijke regels als de automobilist die hem op een kruispunt tegenkomt. Nieuwe bepalingen kunnen onduidelijkheid wegnemen en kwetsbare weggebruikers beter beschermen.

Maar de tegenwerping is ook reëel: hoe meer categorieën, uitzonderingen en borden er bijkomen, hoe moeilijker het wordt om het geheel te onthouden. Zeker wanneer federale en gewestelijke bepalingen samen onze dagelijkse praktijk regelen. Dan volstaat het niet om de teksten ergens online te zetten en te verwachten dat iedereen ze vanzelf kent. We hebben heldere uitleg nodig, met herkenbare situaties waarin je ziet wat er van jou wordt verwacht.

En daarmee is ons ongeduld nog niet opgelost. Ik ervaar het verkeer geregeld als jachtig, met bestuurders die een korte aarzeling beantwoorden met een claxon en fietsers of automobilisten die elkaar nauwelijks ruimte gunnen. Soms betrappen we onszelf op dezelfde neiging: we hebben haast en vinden dat de anderen vooral even moeten meewerken. Een nieuwe regel kan een afstand voorschrijven, maar het blijft aan ons om die ruimte ook werkelijk te laten.

Nog eens leren zonder weer achttien te worden

Moeten we daarom allemaal opnieuw examen doen? Bij de invoering van de nieuwe wegcode wordt dat niet gevraagd van wie al een rijbewijs heeft. Toch lijkt een vrijwillige opfrissing me steeds minder een belediging voor onze ervaring. Je kunt een paar oefenvragen proberen, eens een uitlegavond volgen of opzoeken wat dat ene bord nu precies betekent. Daarvoor hoef je jezelf geen slechte chauffeur te vinden; nieuwsgierigheid is voldoende.

Ik zal mijn theoretische examen vermoedelijk nog eens proberen, deze keer met wat voorbereiding. Niet omdat ik na die eerste poging mijn autosleutels meteen wil inleveren, maar omdat ik wil weten waar mijn kennis gaten vertoont. Als ik de volgende keer slaag, zal ik daar ongetwijfeld even tevreden over zijn. En als er toch weer een buis volgt, kan ik tenminste niet meer beweren dat ik niet wist hoeveel meter er tussen mijn zelfvertrouwen en een bushaltebord moest liggen.

NIEUW! KOERSKLAP

- ONZE EXCLUSIEVE REEKS -spot_img

Abonneer je op ons Gratis Magazine en ontvang elke woensdag de beste info, tips en leuke acties in jouw mailbox

Leestips

de toekomst van koffie

De toekomst van koffie, duurzaamheid en innovatie

In deze laatste aflevering van Van Boon tot Kop kijken we vooruit naar de toekomst van koffie. In een wereld die steeds bewuster wordt...
spot_img
Rechtvaardige-Rechters retabel

11 april 1934 – De Rechtvaardige Rechters, het mysterie ontrafeld

In 1934 pleegde men een van de grootste kunstdiefstallen in de Belgische geschiedenis: de diefstal van "De Rechtvaardige Rechters", een paneel van het wereldberoemde...