
Vorig jaar, na een kort verblijf in Malaga, geraakte ik in de ban van Andalusië. De verschillende culturen en religies, die voor die unieke mix van architecturale pracht en levendige traditie zorgden, fascineerden me en smaakten naar meer. Daarom trok ik dit jaar naar de iconische steden Granada en Córdoba op een verdere zoektocht naar die ziel van Andalusië en de schoonheid van botsende culturen.
Net als vorig jaar nemen we het vliegtuig tot Malaga, waar ditmaal een gereserveerde huurauto van Europcar op ons wacht. De €60 opleg voor een GPS vinden we overbodig want met een goede Michelinkaart en Waze op de Smartphone moet het wel lukken. We laten de autosnelweg naar Granada links liggen en verkiezen de kronkelende wegen van de kust- en berggebieden. In Lanjarón plannen we onze eerste stop.
Lanjarón, ‘Stad van het eeuwige leven’

Omwille van de uitzonderlijke kwaliteit van zijn bronwater kreeg Lanjarón de bijnaam: ‘Stad van het eeuwige leven’. De Romeinen waren de eersten die de geneeskundige eigenschappen van het water, afkomstig van Sierra Nevada, ontdekten. Later volgden de happy few om zich te laten verwennen.
We hebben afgesproken met Ana, geboren en getogen in Lanjarón en nu raadslid voor Toerisme. Vooreerst neemt ze ons mee naar de beroemde, mooi gerestaureerde thermen, waar nu ook de gewone man terecht kan om te genieten van het minerale water en ontspannende behandelingen. De oude feest- en danszaal en imponerende hotels, waarvan sommige er wat vervallen bijliggen, zijn nog de stille getuige uit de tijd toen rijkelui hier kwamen kuren.
Waar de siësta heilig is


Met Ana wandelen we langs schilderachtige straatjes en pleintjes. Zij maakt ons attent op de nissen met beelden van heiligen en de vele drinkwaterkranen versierd met blauwe geglazuurde tegels en teksten van bekende schrijvers. De oude scheefgezakte woningen in smalle steegjes dateren uit de tijd toen de bewoners nog samenleefden met hun vee. Het stadje ligt er verlaten bij. Alle hotels, tapasbars, restaurants en winkels zijn gesloten. Ook al is het vandaag berekoud, de siësta uren zijn hier heilig. Enkel een winkel die o.a. de bekende Serranoham en Pata negra verkoopt, is open. Voor het flesje water moeten we wachten tot 17 uur.

Tot slot neemt Ana ons mee naar de plaats van waaruit we een prachtig zicht hebben op de ruïnes van een Moors kasteel dat een belangrijke uitkijkpost was tijdens de Moorse bezetting. Het panoramisch uitzicht is indrukwekkend en alvast een voorproefje van de pracht van de Alpujarras.
Rijden door het betoverend landschap van Las Alpujarras

Eenmaal voorbij Lanjaron begint Las Alpujarras, een bergachtig gebied aan de zuidflanken van de Sierra Nevada. Het was het laatste toevluchtsoord van de Moren, die na de val van het Koninkrijk Granada hier nog 150 jaar verbleven. De Moorse sporen vind je nog steeds in de verschillende Arabische plaatsnamen, de architectuur, de lokale keuken en de manier van tapijtweven. Na elke kronkel wacht ons een nieuw betoverend landschap met eeuwenoude terrassen en af en toe een glimp van een witgekalkt dorpje of stadje, dat zich vastklampt aan de berghellingen. Na de schilderachtige rit door Las Alpujarras komt Granada in zicht, bekend om zijn wereldberoemde Alhambra.
Het begon allemaal met een groepje berbers

Om Granada en bij uitbreiding heel Andalusië te kunnen begrijpen, duiken we even in de geschiedenisboeken. Verschillende volkeren o.a. Romeinen, Feniciërs, Visigoten… op zoek naar het beloofde land bezetten achtereenvolgens het Iberisch schiereiland om dan terug verjaagd te worden door anderen. Tot in 711 een groepje Moren uit Afrika, onder de banier van de Islam, het toen Visgotische rijk binnenstormde. Zij veroverden grote gebieden die de naam Al-Andalus kreeg, het begin van een langdurige islamitische aanwezigheid. Er volgden periodes van onderdrukking, maar ook van vreedzaam samenleven met de Joden en christenen en dat weerspiegelden zich dan weer in de wereld van wetenschap, kunst, cultuur en architectuur. Tot in de 15e eeuw de Rooms-katholieken stad na stad, dorp na dorp, fort na fort werd heroverden en uiteindelijk in 1492 ook Granada. Kerk op moskee, klokkentoren op minaret, woorden van Karel V op inscripties van Mohammed…de geschiedenis werd opnieuw herschreven.
Wie Granada niet heeft gezien, heeft nooit een wonder gezien

Het is een oud gezegde dat nog altijd geldt voor deze Andalusische stad aan de voet van de Sierra Nevada. Het Alhambra, gebouwd tussen de 13de en 15de eeuw – ook Rode Paleisstad genoemd omdat bij zonsondergang de muren en torens rood kleuren – is een van de drukst bezochte monumenten ter wereld. Het is een stad in een stad met paleizen, tuinen en patio’s. Om een idee te geven van de omvang: ooit herbergde het een leger van 40.000 man. We wandelen langs de massale verdedigingsmuren, mooie binnenplaatsen, sierfonteinen, parken, torens , moskeeën, patio’s, weelderige tuinen…. Hier klopt het hart van Al-Andalus want op elke hoek, in elke muur schuilt een rijk verleden.
Pure Magie

De schoonheid van Alhambra is moeilijk in woorden uit te drukken. Het spel van bogen en pilaren, de ingewikkelde islamitische architectuur, de kunstzinnige Moorse motieven, de glanzende tegels, plafonds als stenen kantwerk is enkel te omschrijven als pure magie. In het Leeuwenhof, ongetwijfeld het bekendste deel, zijn de vele zuilen bekroond met ongelooflijk fijne arcades.
Vlak naast het Alhambra ligt het Generalife, het buitenverblijf van de Nasridenkoningen. De gebouwen zijn er veel eenvoudiger omdat de tuinpaviljoenen die verspreid liggen tussen waterplassen en fonteinen alle aandacht kregen. Ook nu nog zijn die tuinen – dank zij de expertise van de tuinmannen- een streling voor het oog. Met een laatste blik op de spectaculaire panoramische uitzichten over Alhambra en de hele omgeving verlaten we één van de indrukwekkendste monumenten dat we ooit bezochten.
De oude wijk Albaicin: trendy en onbetaalbaar

Na ons bezoek aan Alhambra, neemt onze gidse Maria ons mee naar de oude wijk Albaicin, gelegen op een heuvel er recht tegenover. Ooit was het een arme buurt. Maar door de uitzichten op de Alhambra en zijn authentieke Andalusische sfeer evolueerde ze naar een trendy en onbetaalbare wijk. Het is er een doolhof van smalle steegjes, witgekalkte huisjes, stenen trappen, verborgen patio’s en pleinen…Wanneer we de wijk verlaten, intrigeren ons de typische koepels met stervormige openingen.
“Het zijn overblijfselen van vroegere badhuizen”, legt Maria ons uit en ze neemt ons mee naar de enige van de 21 badhuizen die nog intact en te bezoeken is. “Vroeger had bijna elke wijk zijn eigen badhuis omdat de islamitische gemeenschap veel waarde hechtte aan hygiëne, rituele reiniging en sociale ontmoeting”. Tot slot slenteren we nog door een smal kronkelend straatje in het centrum van Granada ook wel ‘de kleine Bazaar’ van Granada genoemd. We wanen ons hier inderdaad in een soek van Marrakech, waar alleen Marokkaanse spullen worden verkocht. “Het zijn geen afstammelingen van de Moren van weleer, maar gelukzoekers uit Noord-Afrika, die het volledig straatje hebben opgekocht”, zegt Maria duidelijk ontgoocheld door die evolutie. “Jammer genoeg hebben ze daardoor de typische ambachtelijke kunstenaars van Andalusische textiel, sieraden en taracea hierdoor verbannen”. Taracea? “Ja, dat is een traditionele Spaanse inlegtechniek die vooral in Granada wordt beoefend. “Kleien stukjes hout, parelmoer, ivoor, metaal of been worden in ingewikkelde patronen in een houten oppervlak gelegd. Het resultaat zijn prachtige geometrische ontwerpen die vaak geïnspireerd zijn op de islamitische kunst zoals je die ook in het Alhambra ziet.”
Van Granada naar Córdoba
Na twee overnachtingen in Granada trekken we vervolgens naar Córdoba, een rit van ongeveer twee uren. Halverwege stoppen we in het kleine stadje Castillo De Locubin om de benen even te strekken en van op het marktplein op een terrasje het plaatselijk leven gade te slaan. Het koele witte wijntje is niet alleen heel lekker, maar ook spotgoedkoop. Tussen Granada en Córdoba loopt een route van 180 kilometer langs stadjes, dorpen en forten, maar vooral olijfgaarden. De olijfolie van Andalusië staat dan ook bekend als de beste van de wereld.
Córdoba was ooit de intellectuele en culturele hoofdstad van Europa

De gouden eeuw van de Spaans Moorse cultuur speelde zich af in Córdoba, die toen de intellectuele en culturele hoofdstad van Europa was. Kenmerkend voor die periode is de verdraagzaamheid die er heerste tussen moslims; joden en christenen. Dichters en wetenschappers, juristen en filosofen verdrongen zich aan het hof van de kalief. Nu is Córdoba een provinciestadje met mooi bewaard gebleven antieke wijken, kleiner en rustiger dan het veel grotere Granada. Maar voor we genietend door de stad dwalen, verkennen we eerst de heel merkwaardige Mezquita. Het is het kroonjuweel van het Kalifaat van Córdoba, die verslonden werd door een immense kathedraal.
De Mezquita blijft de prachtigste moskee van Europa

De officiële naam is Cathedral de Nuestra Señora de la Asunción (Kathedraal van Onze-Lieve-Vrouw-Tenhemelopneming), maar bijna iedereen noemt het nog steeds de Mezquita. Mezquita betekent ‘moskee’ in het Spaans, maar in Córdoba verwijst de Mezquita naar het hele gebouw: de historische moskee én de latere kathedraal die erin is gebouwd. Toen de Moren Córdoba hadden veroverd op de Visigoten, bouwden ze als overwinningstrofee een grote moskee op de plaats waar de Visigotische basiliek stond. De Visigotische pilaren en kapitelen kregen een nieuwe bestemming en werden uitgebreid met o.a. pilaren uit Romeinse ruïnes. Het resultaat is een indrukwekkend bos met bijna negenhonderd zuilen en een veelvoud van rood-witte bogen in twee verdiepingen. Het verleent het geheel een extra ruimtelijke dimensie en ons het gevoel van tijdloosheid en verwondering. De stralende mihrab (gebedsnis) overdadig versierd met goudmozaïeken was de rustplaats van een originele koran.

Ironisch genoeg bleef al die schoonheid bewaard omdat de christelijke veroveraars van Andalusië het hart uit deze sprookjesachtige constructie rukten om er een zware kathedraal in te bouwen. Maar ook na de verminking blijft de Mezquita de prachtigste moskee van Europa, betoverend door zijn eenvoud en symmetrie.
Een gotische renaissancistische kathedraal in een moskee

Midden in deze serene islamitische architectuur verrijst dan plots een kathedraal, letterlijk in de moskee gebouwd als een gotisch hart in een Moorse ziel. Mij lijkt het een barbaarse, oorlogszuchtige ingreep, begrijpelijk vanuit de profileringsdrang van de katholieke overwinnaars, maar shockerend voor kunstminnaars. De op zich mooie barok kapellen en het overdadig versierde centrale altaar, ervaar ik dan ook als een regelrechte aanslag op de aanvankelijke orde en de serene rust. Keizer Karel die die toestemming had gegeven om de moskee te bouwen tot kathedraal was naar verluidt even geschokt als ontgoocheld over het resultaat. “Wat jullie hier gebouwd hebben, vind je overal, maar wat hier vroeger stond, vind je nergens”.

Córdoba, een stad om in te blijven dwalen

Onze gids Alba neemt ons vervolgens mee naar de Calle de las Flores, het meest gefotografeerde steegje in Córdoba. De witte muren hangen vol blauwe potten met geraniums. Op een bakstenen muurtje rond de fontein zitten de bewoners gezellig te keuvelen. Rond het binnenpleintje Zoco toont Alba ons de werkplaatsen van kunstenaars, die de oude handwerktradities in leven houden. Ze maken er oude muziekinstrumenten, lederen sandalen, delicaat leerwerk, keramieken potten, filigraan, zilver en andere sieraden die je kan kopen in hun aantrekkelijke winkeltjes. Het museum over de beroemde stierenvechters boeit ons minder. Toch is stierenvechten hier een cultureel erfgoed waar niet aan de torren valt. Het zijn evenementen die zelfs besproken worden in gewaardeerde culturele tijdschriften. We nemen wel even de tijd om binnen te springen in de middeleeuwse synagoge uit 1315 in Juderia, de oude Joodse wijk. Tot slot lopen we nog even over de Puente Romano, een loopbrug over de Guadalquivir waar gadgetverkopers hopen op de gulheid van de toeristen. Om een bezoekje te brengen aan het Alcazar de los Reyes, het 14e eeuws paleis van de christelijke vorsten, omringd met grote tuinen, is er jammer genoeg geen tijd over.
Om ter mooiste patio

De vele patio’s geven een bijzonder cachet aan de stad. Ze zijn volgens een bepaald patroon gebouwd met rondom arcades, kleurrijke azulejos tegels, een centrale fontein, bloemen in terracotta potten en sinaasappelbomen. Om de patio heen liggen de woon- en slaapkamers van het huis. Omdat de meesten afgesloten zijn met een smeedijzeren hekken neemt Alba ons mee naar een publieke patio. Opvallend zijn de vele poezen, geliefd en gekoesterd door de Cordobezen en de toeristen, gesteriliseerd en voorzien van voeding en slaaphokjes door het stadspersoneel. Elk jaar in de maand mei vieren ze de fiësta de los patio’s. Er wordt dan een prijs uitgereikt voor de mooiste patio. Alle hekkens staan open zodat de binnentuinen te bewonderen zijn in hun volle glorie. Eén van de vele redenen om naar Córdoba terug te komen.
Nuttige weetjes
Tapa’s
In Zuid-Spanje ontstond de traditie om een klein bordje met eten bovenop het drankje te plaatsen om het te bedekken (tapar in het Spaans). Het houdt niet alleen het ongedierte weg, maar belet tevens dat er vuil in het drankje terecht komt. Bovendien dienden die hapjes om de effecten van alcohol te verminderen, zodat je minder snel dronken wordt en langer kan blijven socializen. Tapa’s kunnen gevuld zijn met verschillende ingrediënten zoals vlees, vis, groenten, kaas en olijven. Er zijn nog enkele oude tavernes in Granada waar je tapa’s gratis bij je drankje krijgt.
Ticketten Alhambra
Vanwege de grote vraag en de beperkte beschikbaarheid wordt aangeraden om je tickets zo vroeg mogelijk te reserveren om teleurstelling te voorkomen. Tickets kunnen tot drie maanden van tevoren worden gekocht. Houd er rekening mee dat de toegang tot de Nasridische Paleizen strikt gebonden is aan het tijdslot dat op je ticket staat vermeld. Als je niet op het aangegeven tijdstip arriveert, verlies je het recht om dit deel van het Alhambra te bezoeken. Hou ook je identiteitskaart bij de hand want ook die moet je laten zien.
Authentieke souvenirs
Wil je een authentiek souvenir kopen dan moet je in Córdoba zijn waar de ambachtelijke plaatselijke kunstenaars, in tegenstelling tot Granada, hun ateliers en winkeltjes in het hartje van de stad hebben. In Granada vind je in het centrum hoofdzakelijk bazaar spullen.
Praktische informatie
Hoe er naartoe?
Voor de heenreis vlogen we met Vueling van Brussel naar Malaga
Verplaatsen deden we met een huurauto van Europcar
We vlogen terug van Sevilla naar Brussel met Transavia
Logeren
In Granada logeerden we in Hotel Eurostars San Antón
https://www.eurostarshotels.com/eurostars-san-anton.html
In Córdoba logeerden we in Hotel Selu
https://selu.hotels-cordoba.com/en
Eten en drinken
Taberna La Montillana
Een authentiek restaurant met veel traditionele gerechten van Córdoba op de kaart
https://selu.hotels-cordoba.com/en
Restaurant Las Camachas in Montilla
Ook hier kan je genieten van veel traditionele gerechten zoals paella
https://www.restaurantelascamachas.com
Wijnliefhebbers raden we een bezoek aan aan het wijndomein Lagar Blanca
Het is een typische en bekende wijn uit de streek die vooral liefhebbers van sherry wijnen zal bevallen
Spaanse Dienst voor Toerisme
https://www.spain.info/en/outside/spanish-tourist-office-brussels-belgium/














