Ik kijk vaak zonder meteen te handelen, eerder observeren dan ageren. Dat is iets wat je vanzelf meer gaat doen naarmate je ouder wordt. Niet omdat je niets meer te zeggen hebt, integendeel, maar omdat je geleerd hebt dat kijken soms slimmer is dan meteen roepen.
Ik kijk naar hoe snel alles gaat. Hoe zeker sommige mensen zijn. Hoe overtuigd. Hoe luid ook. En ik mijmer dan: ja, dat had ik ook. Ooit.
Toen ik jong was – nee, dat is geen openingszin van een klaagzang – wisten wij het ook allemaal. Of we dénken dat toch graag. Wij hadden de waarheid in pacht, of minstens het sterke vermoeden dat wie ouder was dringend moest bijleren. De wereld was van ons. De toekomst ook. En alles wat niet mee was, was verdacht.
Fast forward naar vandaag.
Ik sta aan de kant. Niet verbitterd. Niet afgeschreven. Gewoon… op een ander punt van het parcours. En van daaruit zie je dingen vaak scherper. Soms pijnlijk scherp. Soms hilarisch. Ik geef toe, soms ben ik zover van het parcours afgedwaald dat ik niets meer zie, maar dat steek ik dan maar op de leeftijd….
Ik Merk bij de jeugd vaak zekerheid. Het soort zekerheid dat alleen bestaat zolang je nog niet alles hebt meegemaakt. Zekerheid over hoe het moet, hoe het niet mag en wie het allemaal verkeerd heeft aangepakt.
Maar soms denk ik ook: wacht even. Adem in. Dit is niet de eerste hype die passeert. Niet de eerste revolutie. Niet de eerste “nu gaat alles écht veranderen”.
Want dat is het voordeel van ervaring: je herkent patronen. En de fouten die je zelf ooit gemaakt hebt. Niet omdat je slimmer bent. Maar omdat je het al eens gezien hebt. In een andere verpakking. Met een ander lettertype. En een andere soundtrack.
Wij hebben leren leven zonder handleiding. Zonder updates. Zonder meldingen die zeggen wat we moeten voelen. Als iets stuk was, was het stuk. En dan probeerde je het te repareren. Of je liet het zo.
En ja, dat gold ook voor onszelf.
Wij hebben technologie zien komen, gaan en terugkomen onder een andere naam maar dan vaak in een andere verpakking en veel duurder. We hebben geleerd dat niets zo tijdelijk is als “de toekomst”. Dat trends cyclisch zijn. Dat alles ooit terugkomt, behalve misschien de telefooncellen.
En zelfs daar zijn mensen nostalgisch naar.
Soms kijken ze me aan alsof ik van steen ben. Omdat ik niet meteen panikeer. Omdat ik niet meteen meega in de laatste golf van verontwaardiging. Omdat ik zeg: “Wacht eens. Dit waait wel over.”
En soms heb ik ongelijk. Absoluut. Maar verrassend vaak… niet.
Het grappige is: we worden soms gezien als traag. Of achterhaald. Of niet mee.
Maar wat ze niet zien, is hoeveel wij al hebben moeten bijleren. Hoe vaak wij ons hebben aangepast. Hoe vaak wij opnieuw zijn begonnen. Met nieuwe regels. Nieuwe verwachtingen. Nieuwe technologieën.
Wij zijn niet bang voor verandering. Wij zijn er alleen niet meer van onder de indruk.
En ja, soms snap ik het niet. Echt niet.
Dan kijk ik naar een toestel. Of een app. Of een instellingenscherm met twintig menu’s en drie verborgen submenu’s. Dan denk ik: dit kan ik waarschijnlijk oplossen. Met tijd. En geduld. En een paar mislukte pogingen.
Maar soms… soms is het heerlijk om dat gewoon níét te doen.
Dan roep ik iemand jonger. Met een mengeling van nederigheid en lichte triomf.
“Zeg,” vraag ik dan achteloos, “jij weet daar iets van, hé?”
En terwijl zij met drie klikken oplossen waar ik een halve dag op zou kauwen, denk ik: zie je wel. Elk zijn talenten. En dit is ook efficiëntie. Leren delegeren is trouwens ook een talent.
Er is een soort gezonde jaloezie, dat geef ik toe. De energie. De snelheid. Het geloof dat alles mogelijk is. Dat mis ik soms.
Maar tegelijk is er ook medelijden. Want alles is dringend. Alles moet nu. Alles is zichtbaar. Alles wordt gemeten. Gedeeld. Geliket. Beoordeeld.
Wij hebben nog onzichtbaar mogen falen.
Wij konden domme dingen doen zonder publiek. Meningen bijstellen zonder screenshot. Van gedacht veranderen zonder uitlegvideo.
Dat was een luxe. Dat besef ik nu pas.
En toch: het valt mee. Echt.
Met de jongeren is er niets mis. Ze zijn slimmer dan we soms denken. Veerkrachtiger ook. Creatiever. Minder vastgeroest.
En wij? Wij zijn minder wereldvreemd dan zij soms vermoeden.
Wij hebben alleen geleerd dat niet elke hype het einde van de wereld is. Dat paniek zelden helpt. Dat relativeren geen zwakte is maar een vaardigheid.
Dat ervaring geen badge is, maar een stille bagage.
Ervaring is wat overblijft als de hype voorbij is.
Als de slogans vervagen.
Als de hashtags stilvallen.
Als iedereen weer verder moet met het gewone leven.
En het mooie is: die ervaring loopt niet weg. Die is daar gewoon.
Beschikbaar.
Voor wie wil luisteren.
Of voor wie vastzit met een toestel dat “plots niet meer doet wat het gisteren nog deed”.
En dan ruilen we het gewoon in voor een nieuw, een recenter met nog meer toeters en bellen en natuurlijk weer net wat prijziger.
Met de glimlach.
En denken: ach ja. Dat hebben we ook gehad.














