Artificiële intelligentie schrijft brieven, maakt foto’s, vertaalt Chinees, plant vakanties en beweert desgevraagd zelfs te weten wat er met die ene verdwenen sok uit de wasmachine is gebeurd. Maar wat is AI nu precies, hoe werkt het, wie verdient eraan en wat gebeurt er met alles wat wij haar in vertrouwen vertellen? Tijd voor een reflectie over de technologie die zelf het liefst aan het woord is.
Er is iemand bij ons komen wonen. We hebben die nieuwe huisgenoot nooit uitgenodigd, er staat geen extra naam op de deurbel en er is geen kamer vrijgemaakt. Toch is hij* overal: in onze telefoon, auto, televisie, bankrekening, zoekmachine en zelfs in onze koelkast. Hij schrijft teksten, herkent gezichten, stelt muziek voor, berekent de snelste route en waarschuwt soms dat onze betaalkaart mogelijk door een oplichter wordt gebruikt.
Hij slaapt nooit, vraagt geen koffie en antwoordt meestal binnen enkele seconden. Handig, maar minder geruststellend wanneer blijkt dat hij het antwoord soms gewoon heeft verzonnen.
Die nieuwe huisgenoot heet artificiële intelligentie, kortweg AI. Volgens de krantenkoppen staat hij op het punt onze banen over te nemen, kanker te genezen, alle boeken ter wereld te schrijven, verkiezingen te manipuleren en uiteindelijk misschien te besluiten dat de mensheid een nogal inefficiënte tussenstap in de evolutie was. Dat is een indrukwekkend takenpakket voor iets wat enkele jaren geleden vooral bekendstond als dat vervelende systeem dat op een website vroeg of het ons ergens mee kon helpen en vervolgens geen enkel antwoord begreep.
AI werd niet geboren met ChatGPT
Veel mensen denken dat AI eind 2022 plots uit de lucht is komen vallen, ongeveer zoals een pak sneeuw dat niemand had voorspeld. In werkelijkheid is het idee al zeventig jaar oud.
In de zomer van 1956 kwamen enkele wetenschappers samen aan Dartmouth College in de Verenigde Staten. Onder hen bevond zich de wiskundige John McCarthy, die voor het onderzoeksproject de term artificial intelligence bedacht. De deelnemers wilden onderzoeken of aspecten van menselijk leren en intelligent gedrag zo precies konden worden beschreven dat een machine ze zou kunnen nabootsen.
Daarna volgden jaren van grote verwachtingen, beperkte resultaten en geregeld diepe teleurstelling. Computers waren traag, gegevens waren schaars en veel systemen konden alleen functioneren binnen een uiterst nauw omschreven opdracht. Wanneer de beloofde wonderen uitbleven, droogde het geld op en sprak men van een ‘AI-winter’. Vervolgens werd het opnieuw lente, tot er weer een winter kwam. Kunstmatige intelligentie kende lange tijd ongeveer evenveel seizoenen als een Belgische zomer op één namiddag.
Toch sloop AI ongemerkt ons dagelijks leven binnen. Zoekmachines leerden welke resultaten waarschijnlijk het nuttigst waren, webwinkels begonnen producten aan te bevelen, banken spoorden verdachte betalingen op en navigatieapps berekenden routes op basis van verkeersgegevens. Ook automatische vertaling, spamfilters, gezichtsherkenning en persoonlijke aanbevelingen steunen al jaren op vormen van artificiële intelligentie. De Europese Commissie noemt zoekmachines, digitale assistenten, vertaalprogramma’s, navigatie en cyberbeveiliging als alledaagse toepassingen waarin AI al veel langer meedraait.
Een zichtbaar kantelpunt kwam er in 2011, toen Apple Siri op de iPhone introduceerde. Plotseling konden miljoenen mensen tegen hun telefoon praten en vragen of het morgen zou regenen. Dat Siri soms een restaurant in Barcelona zocht terwijl je gewoon de wekker wilde zetten, namen we er voorlopig bij.
Een tweede fundamentele doorbraak volgde in 2017. Onderzoekers van Google beschreven toen de zogenoemde Transformer-architectuur. Die techniek stelde computers beter in staat verbanden te herkennen tussen verschillende delen van een tekst. Vrij vertaald: de machine keek niet langer uitsluitend woord voor woord naar wat er stond, maar kon veel meer rekening houden met de volledige context. De meeste moderne taalmodellen zijn op die architectuur gebaseerd.
Op 30 november 2022 stelde OpenAI vervolgens ChatGPT voor aan het brede publiek. Het echte wonder was niet alleen dat het programma teksten kon produceren, maar vooral dat iedereen ermee kon praten alsof er aan de andere kant een bijzonder belezen gesprekspartner zat. Je kon een vervolgvraag stellen, een antwoord laten herschrijven en gewoon zeggen dat je er niets van begreep. Vanaf dat moment werd AI niet langer iets voor computerwetenschappers. Ze werd een collega, huiswerkbegeleider, reisagent, vertaler, tekstschrijver en digitale toeverlaat.
Maar wat is AI eigenlijk?
Artificiële intelligentie is geen enkel programma en ook geen gigantisch elektronisch brein dat ergens onder een berg in Californië staat te knipperen. Het is een verzamelnaam voor computersystemen die taken uitvoeren waarvoor vroeger menselijke intelligentie nodig leek: taal begrijpen, beelden herkennen, voorspellingen maken, problemen oplossen, plannen of beslissingen ondersteunen.
Een klassiek computersysteem werkt volgens vooraf vastgelegde regels. Wanneer A gebeurt, moet het programma B doen. Bij machine learning krijgt een computer niet elke regel afzonderlijk uitgelegd, maar leert hij patronen herkennen aan de hand van voorbeelden. Laat een systeem honderdduizenden foto’s van katten en honden zien en het kan gaandeweg leren welke kenmerken meestal bij een kat en welke bij een hond horen. Niemand hoeft eerst in programmeertaal vast te leggen dat een kat doorgaans puntigere oren heeft en een iets hautainere blik alsof ze persoonlijk eigenaar is van het volledige huis.
Bij deep learning worden daarvoor kunstmatige neurale netwerken gebruikt. Die bestaan uit grote aantallen onderling verbonden rekenlagen. Ze zijn losjes geïnspireerd op de werking van onze hersenen, al is de vergelijking beperkt. Een kunstmatig neuraal netwerk heeft geen jeugdherinneringen, geen humeur en geen behoefte om op zondagmiddag naar de koers te kijken.
De AI waarover vandaag het meest wordt gesproken, is generatieve AI. Die herkent niet alleen gegevens, maar kan ook nieuwe tekst, beelden, muziek, spraak, video en computercode produceren. ChatGPT, Gemini, Claude en vergelijkbare assistenten gebruiken daarvoor grote taalmodellen, in het Engels large language models of LLM’s.
Zo’n taalmodel verdeelt tekst in kleine eenheden, tokens genoemd. Een token kan een volledig woord zijn, een deel van een woord of zelfs een leesteken. Het model berekent vervolgens op basis van de context welk token waarschijnlijk als volgende komt. Daarna voorspelt het model het volgende en daarna weer het volgende. Een taalmodel schrijft dus in wezen telkens verder aan een zin, maar doet dat met miljarden aangeleerde parameters en op basis van patronen uit enorme hoeveelheden tekst.
Dat klinkt minder indrukwekkend dan ‘een digitaal brein dat alles begrijpt’, maar onderschat het niet. Wanneer een systeem op gigantische schaal taalpatronen leert herkennen, kan het samenvatten, vertalen, redeneringen nabootsen, stijlen onderscheiden en verbanden leggen die nooit letterlijk zo in het trainingsmateriaal voorkwamen.
Toch begrijpt een taalmodel de wereld niet zoals een mens dat doet. Het heeft geen lichaam, geen levenservaring en geen besef van wat verdriet, honger, liefde of een lekke fietsband werkelijk betekenen. Het kan er wel bijzonder overtuigend over schrijven, omdat het talloze voorbeelden heeft verwerkt van de manier waarop mensen daarover praten.
AI kent evenmin automatisch de waarheid. Ze berekent wat waarschijnlijk past. Meestal vallen waarschijnlijkheid en juistheid gelukkig samen. Soms ook niet. Dan ontstaat een antwoord dat keurig klinkt, logisch is opgebouwd en volledig uit de lucht werd gegrepen.
De digitale fantast met een ernstig gezicht
Dat verschijnsel wordt vaak een ‘hallucinatie’ genoemd. Een AI-systeem kan een niet-bestaand onderzoek aanhalen, een uitspraak toeschrijven aan iemand die ze nooit heeft gedaan of vol zelfvertrouwen een verkeerde datum geven. Het Amerikaanse standaardiseringsinstituut NIST gebruikt liever het woord confabulation: foutieve of verzonnen informatie die met grote zekerheid wordt gepresenteerd.
Dat is geen zeldzame technische hik die binnenkort volledig zal verdwijnen. Het vloeit voort uit de manier waarop generatieve modellen zijn ontworpen. Ze produceren een statistisch aannemelijk antwoord. Dat antwoord kan correct zijn, maar het systeem beschikt niet over een ingebouwde waarheidsmeter die bij elke zin oplicht. NIST waarschuwt daarom uitdrukkelijk voor verzonnen feiten, redeneringen en bronvermeldingen, vooral wanneer gebruikers het antwoord vertrouwen omdat het zo overtuigend wordt geformuleerd.
Een menselijke fantast kijkt misschien weg, begint te stamelen of morst zenuwachtig koffie wanneer hij betrapt wordt. AI zet gewoon een dubbele punt, presenteert drie argumenten en sluit af met de mededeling dat ze graag nog meer uitleg geeft.
Daarom is AI uitstekend geschikt als assistent, maar gevaarlijk als onbetwiste autoriteit. Wie een recept, een eerste tekstversie of tien ideeën voor een uitstap vraagt, loopt weinig risico. Wie een medische diagnose, juridisch advies of een definitieve berekening van zijn pensioen verlangt, moet het antwoord door een bevoegde bron laten controleren.
Wat kan je er allemaal mee doen?
De vraag is intussen bijna gemakkelijker omgekeerd te beantwoorden: wat kan je er nog niet mee doen?
Een moderne AI-assistent kan brieven schrijven, teksten verbeteren, vergaderingen samenvatten, vertalen, informatie ordenen, ideeën bedenken, foto’s analyseren, illustraties maken, computercode schrijven, spreadsheets onderzoeken en grote documenten doorzoeken. Je kunt een gebruiksaanwijzing uploaden en vragen waar dat ene knopje voor dient. Je kunt een foto van de inhoud van je koelkast tonen en vragen wat je ermee kunt klaarmaken. Je kunt een ingewikkelde brief van de overheid laten uitleggen in gewone mensentaal of een gesprek voeren in een taal die je wilt oefenen.
ChatGPT ondersteunt onder meer tekst, spraak, afbeeldingen, documenten en gegevensanalyse. De assistent kan bestanden samenvatten, grafieken interpreteren, beelden maken en via spraak een gesprek voeren. Andere grote systemen bieden gelijkaardige mogelijkheden, al liggen hun accenten anders.
Steeds vaker worden AI-systemen bovendien ‘agenten’. Ze geven dan niet alleen advies, maar voeren zelfstandig verschillende stappen uit: informatie zoeken, een planning opstellen, een document maken of met gekoppelde programma’s werken. Dat maakt ze nuttiger, maar ook riskanter. Google waarschuwt bijvoorbeeld dat een AI-agent fouten kan maken bij handelingen zoals aankopen of het delen van gegevens met andere diensten. Hoe meer sleutels we aan de digitale assistent geven, hoe belangrijker het wordt om te controleren welke deuren hij ermee opent.
De belangrijkste AI-assistenten aan dezelfde cafétafel
Er bestaan inmiddels honderden AI-systemen. Sommige zijn gespecialiseerd in tekst, andere in beeld, muziek, video, wetenschappelijk onderzoek, programmeren of klantenservice. Bij de algemene assistenten bepalen vooral het ecosysteem, de beschikbare functies en de omgang met gegevens welke het beste bij iemand past. Eén absolute winnaar bestaat niet.
ChatGPT van OpenAI is de bekendste allrounder. Het systeem kan schrijven, zoeken, redeneren, afbeeldingen en documenten analyseren, beelden genereren en gesproken gesprekken voeren. Het grootste voordeel is de brede inzetbaarheid: van een boodschappenlijst tot ingewikkeld onderzoek. Het nadeel is precies die veelzijdigheid. Omdat ChatGPT bijna overal een antwoord op probeert te geven, kan het ook bijzonder overtuigend antwoorden wanneer de beschikbare informatie onvoldoende is. Gratis gebruikers krijgen een beperktere versie; wie hogere gebruikslimieten en uitgebreidere functies wil, komt bij een betaald abonnement terecht.
Gemini is de AI-assistent van Google. Zijn grootste troef is de verbinding met het Google-universum. Gemini kan worden geïntegreerd in onder meer Gmail, Documenten, Drive en andere diensten. Dat is bijzonder handig voor wie zijn digitale leven al grotendeels aan Google heeft toevertrouwd. Tegelijk is dat ook het gevoeligste punt: hoe meer diensten en persoonlijke informatie worden gekoppeld, hoe ingewikkelder het wordt om te overzien welke gegevens waar worden verwerkt.
Claude wordt ontwikkeld door Anthropic, een onderneming die zich sterk profileert rond veiligheid en betrouwbare AI. Claude is bijzonder geschikt voor taal, analyse, redenering, programmeren en het verwerken van omvangrijke documenten. Het schrijft doorgaans rustig en verzorgd en is vaak aangenaam bij langere inhoudelijke opdrachten. Die voorzichtigheid kan ook een nadeel zijn: soms gedraagt Claude zich als een bijzonder bezorgde ambtenaar die eerst twaalf mogelijke risico’s wil bespreken voordat hij een verjaardagskaart durft op te stellen.
Microsoft Copilot komt vooral tot zijn recht binnen Microsoft 365. Het kan helpen in Word, Excel, PowerPoint, Outlook en Teams en daarbij, afhankelijk van het abonnement en de toegangsrechten, rekening houden met documenten en bedrijfsinformatie. Wie dagelijks in die programma’s werkt, krijgt als het ware een assistent in zijn vertrouwde kantoor. Wie nauwelijks Microsoft-producten gebruikt, heeft veel minder aan die diepe integratie.
Perplexity noemt zichzelf liever een antwoordmachine dan een gewone chatbot. Het systeem doorzoekt het internet, vat informatie samen en vermeldt bronnen bij zijn antwoorden. Dat maakt het zeer geschikt als vertrekpunt voor onderzoek en actuele vragen. De aanwezigheid van een bronvermelding betekent echter niet automatisch dat de bron degelijk is of dat de AI ze correct heeft geïnterpreteerd. Ook hier blijft doorklikken verstandig.
Meta AI bevindt zich waar miljarden mensen al actief zijn: Facebook, Instagram, Messenger en WhatsApp. Het systeem kan vragen beantwoorden, teksten schrijven en beelden maken zonder dat de gebruiker eerst een afzonderlijk programma hoeft te leren kennen. Dat lage instapniveau is een belangrijk voordeel. De keerzijde is dat de AI deel uitmaakt van een omvangrijk sociaal en commercieel ecosysteem. Meta heeft bovendien aangekondigd dat interacties met zijn AI kunnen worden gebruikt om inhoud en advertenties verder te personaliseren.
Grok, ontwikkeld via het bedrijf achter X, legt sterk de nadruk op actuele informatie, rechtstreekse zoekmogelijkheden, een informelere toon en integratie met berichten op X. Het kan tekst, code, afbeeldingen en video produceren en informatie van het web verwerken. Dat maakt het snel en bijdehand, maar snelheid is niet hetzelfde als betrouwbaarheid. Een systeem dat dicht op sociale media zit, heeft ook dicht zicht op geruchten, woede-uitbarstingen en berichten die vooral zijn geschreven om zoveel mogelijk volk over de rooie te krijgen.
Mistral Vibe, tot juni 2026 bekend als Le Chat, is het product van het Franse Mistral AI. Het combineert een chatassistent met functies voor zoeken, schrijven, programmeren en automatiseren. Mistral biedt ook modellen die bedrijven zelf kunnen aanpassen en implementeren. Het is daardoor een interessante Europese tegenhanger van de grote Amerikaanse spelers. Het nadeel is voorlopig een kleiner consumentenecosysteem en een naamsverandering die zo recent is dat zelfs de eigen gebruikers soms nog naar Le Chat zoeken.
Wat gebeurt er met alles wat wij vertellen?
Dit is de vraag die veel mensen pas stellen nadat ze een volledig medisch dossier, een belastingaangifte, een vertrouwelijk contract en de familiegeschiedenis sinds 1847 hebben opgeladen.
Er bestaat geen universeel antwoord. AI-systemen vormen geen gezamenlijk wereldbrein waarin alle gesprekken samenkomen. Elke aanbieder heeft eigen voorwaarden, instellingen en bewaartermijnen. Bovendien kan er een groot verschil bestaan tussen een gratis consumentenaccount en een zakelijke versie waarvoor een onderneming een contract afsluit.
Bij ChatGPT kunnen gesprekken van particuliere gebruikers worden gebruikt om de modellen te verbeteren, tenzij de gebruiker dat uitschakelt bij de gegevensinstellingen. Wie ‘Improve the model for everyone’ uitzet, houdt zijn gesprekken in de geschiedenis, maar nieuwe gesprekken worden niet meer voor training gebruikt. Er bestaat ook een tijdelijke chatmodus. Die gesprekken worden niet voor training gebruikt, verschijnen niet in de geschiedenis en worden volgens OpenAI na dertig dagen verwijderd, al kunnen ze gedurende die periode wel worden gecontroleerd op misbruik. Voor zakelijke producten en de API worden invoer en antwoorden standaard niet voor training gebruikt.
Google beschrijft voor Gemini een zeer ruime verzameling gegevens. Afhankelijk van de gebruikte functies kan het gaan om vragen, bestanden, foto’s, audio, schermbeelden, informatie uit gekoppelde apps, apparaatkenmerken en locatiegegevens. Sommige informatie kan door menselijke beoordelaars worden bekeken om de diensten te verbeteren en te beveiligen. Google waarschuwt gebruikers zelf om geen vertrouwelijke informatie in te voeren die zij niet door een beoordelaar zouden willen laten zien. Gesprekken die voor menselijke controle werden geselecteerd, kunnen volgens de privacyverklaring tot drie jaar worden bewaard, ook wanneer de gebruiker zijn gewone activiteit verwijdert.
Anthropic gebruikt bij de consumentenversies van Claude gesprekken voor modelverbetering wanneer de gebruiker daarvoor toestemming geeft, wanneer een gesprek voor veiligheidscontrole wordt gemarkeerd of wanneer iemand op een andere manier uitdrukkelijk deelneemt. Bij zakelijke Claude-producten en de API worden invoer en uitvoer standaard niet voor training gebruikt.
‘Mijn AI onthoudt dit niet’ en ‘het bedrijf bewaart dit niet’ zijn overigens twee verschillende zaken. Een assistent kan tijdens een volgend gesprek niets meer van je verhaal weten, terwijl gegevens technisch nog een tijd in systemen of veiligheidslogs aanwezig zijn. Omgekeerd kan een geheugenfunctie bepaalde voorkeuren bewust bewaren, terwijl je andere gesprekken van training hebt uitgesloten.
De veiligste vuistregel blijft daarom eenvoudig: voer in een consumentenversie niets in wat je ook niet zou willen aantreffen op het computerscherm van een onbekende medewerker. Deel geen wachtwoorden, volledige bankgegevens, rijksregisternummers, medische dossiers, vertrouwelijke bedrijfsinformatie of ongepubliceerde manuscripten zonder eerst te weten welke instellingen en contractuele garanties gelden. AI kan buitengewoon behulpzaam zijn zonder dat ze de volledige inhoud van je digitale brandkast nodig heeft.
Gratis bestaat, maar iemand betaalt altijd
Het trainen en laten draaien van grote AI-modellen kost enorme hoeveelheden rekenkracht, gespecialiseerde computerchips, energie, datacenters en hoogbetaalde onderzoekers. De vriendelijke digitale assistent die gratis je boodschappenlijst herschrijft, leeft dus niet van de wind.
Het meest voorkomende verdienmodel is freemium. De basisversie is gratis, maar kent beperkingen. Wie meer berichten, krachtigere modellen, diepgaand onderzoek of uitgebreidere functies nodig heeft, betaalt een maandelijks abonnement. OpenAI, Google, Anthropic, Microsoft, Mistral en Perplexity bieden allemaal betaalde formules naast gratis of beperkter toegankelijke diensten.
Daarnaast verkopen aanbieders toegang aan bedrijven. Ondernemingen betalen per medewerker, per hoeveelheid gebruik of per miljoen verwerkte tokens. Ontwikkelaars bouwen de modellen via zogenoemde API’s in hun eigen websites, apps en klantenservices en betalen voor de gebruikte rekenkracht. De AI-assistent is voor consumenten het zichtbare uithangbord; achter de schermen bevindt zich een enorme zakelijke markt.
Een derde verdienmodel is strategischer. Wie gewend raakt aan Gemini, gebruikt gemakkelijker meer Google-diensten. Wie Copilot dagelijks in Word en Excel inzet, blijft waarschijnlijk binnen Microsoft 365. Wie Meta AI in WhatsApp gebruikt, brengt meer tijd door in het ecosysteem van Meta. De AI hoeft niet rechtstreeks winst te maken wanneer ze andere lucratieve producten aantrekkelijker en moeilijker vervangbaar maakt.
Gegevens kunnen daarbij economische waarde hebben zonder dat een onderneming letterlijk een afdruk van jouw gesprek aan een adverteerder verkoopt. Gesprekken kunnen, afhankelijk van toestemming en voorwaarden, helpen om modellen te verbeteren, functies te personaliseren, fouten te ontdekken en gebruikers langer aan een platform te binden. Bij sommige diensten speelt ook reclame mee. Meta koppelt AI-interacties aan personalisatie van inhoud en advertenties, terwijl ook andere aanbieders experimenteren met advertenties in gratis formules. ‘Gratis’ betekent dus meestal dat je niet aan de kassa betaalt. Het betekent zelden dat er nergens een kassa staat.
De ethische vragen beginnen pas wanneer het systeem goed werkt
Zolang een computer alleen maar slechte teksten produceert, vormt hij vooral een bron van ergernis. De echte ethische problemen beginnen wanneer AI goed genoeg wordt om mensen te overtuigen, beslissingen te beïnvloeden en op grote schaal taken uit te voeren.
Wie is verantwoordelijk wanneer een AI fout advies geeft? De ontwikkelaar, de onderneming die het systeem inzet of de gebruiker die blindelings op het antwoord vertrouwde? Mag een model worden getraind op boeken, illustraties, muziek en foto’s zonder dat de makers daarvoor toestemming gaven of betaald werden? Wat gebeurt er wanneer sollicitanten, kredietaanvragers of patiënten door een algoritme worden beoordeeld zonder dat zij weten op basis waarvan?
Trainingsgegevens bevatten bovendien menselijke vooroordelen. Een model dat leert uit historische teksten, afbeeldingen en beslissingen kan bestaande stereotypen over leeftijd, afkomst, geslacht, beperking of sociale positie overnemen en versterken. Kleinere talen en dialecten zijn vaak minder goed vertegenwoordigd, waardoor systemen in het Engels beter kunnen presteren dan in het Nederlands, laat staan in een sappig lokaal dialect. NIST noemt naast verzonnen informatie onder meer privacyverlies, schadelijke vooroordelen, overmatig menselijk vertrouwen, desinformatie, cyberrisico’s, problemen met intellectuele eigendom en milieubelasting als belangrijke risico’s van generatieve AI.
Daar komt de mogelijkheid van massale misleiding bij. Met enkele voorbeelden van iemands stem kunnen systemen geloofwaardige geluidsopnamen maken. Foto’s en video’s kunnen worden gemanipuleerd zonder dat de gemiddelde kijker het merkt. Een politicus kan iets lijken te zeggen wat hij nooit heeft gezegd. Een familielid kan zogezegd telefonisch om dringend geld vragen. Wanneer echt en kunstmatig niet meer van elkaar te onderscheiden zijn, wordt niet alleen de leugen gevaarlijk. Ook echte beelden kunnen voortaan als ‘waarschijnlijk door AI gemaakt’ worden afgedaan.
Europa probeert daar regels tegenover te stellen. De Europese AI-verordening trad in 2024 in werking en wordt gefaseerd toegepast. Vanaf 2 augustus 2026 gelden onder meer transparantieverplichtingen voor bepaalde vormen van AI-gegenereerde of gemanipuleerde inhoud, waaronder deepfakes. De strengste verplichtingen hangen af van het risico van het systeem en kennen gedeeltelijk langere overgangstermijnen.
Regels alleen zullen echter niet volstaan. Een samenleving die bij elke foto, tekst, stem en beslissing wil weten hoe die tot stand kwam, heeft ook kritische burgers nodig. AI-geletterdheid wordt even belangrijk als leren lezen en schrijven. Niet omdat iedereen programmeur moet worden, maar omdat iedereen moet begrijpen wanneer een machine helpt, wanneer ze gokt en wanneer iemand haar gebruikt om ons te beïnvloeden.
Is AI veilig?
AI is ongeveer even veilig als een auto. Een auto kan iemand naar zijn kleinkinderen brengen, maar je laat hem niet zonder bestuurder door een drukke winkelstraat rijden omdat de reclamefolder vermeldde dat hij intelligent is.
Gebruik AI om mogelijkheden te verkennen, maar laat haar niet als enige beslissen over gezondheid, geld, recht, werk of menselijke relaties. Controleer belangrijke feiten aan de hand van onafhankelijke bronnen. Vraag waar informatie vandaan komt. Deel zo weinig mogelijk gevoelige gegevens. Bekijk de privacyinstellingen en maak onderscheid tussen een gratis consumentenversie en een zakelijke omgeving. Laat een gegenereerde tekst niet alleen controleren op spelling, maar ook op juistheid, vooringenomenheid en ontbrekende nuance.
Het gevaarlijkste antwoord is niet de overduidelijke onzin. Het gevaarlijkste antwoord is de fout die keurig klinkt, precies aansluit bij wat we graag willen geloven en ons ontslaat van de moeite om zelf nog na te denken.
Dit artikel werd niet nagelezen door Aurélie
Normaal zouden we dit stuk voorleggen aan Aurélie, onze virtuele AI-redactrice. Zij zou waarschijnlijk drie komma’s verplaatsen, een tussentitel voorstellen en beleefd opmerken dat de passage over verzonnen feiten ‘mogelijk enige nuance behoeft’.
Voor deze gelegenheid hebben we dat niet gedaan.
We vonden het veiliger om een kritisch artikel over artificiële intelligentie niet te laten beoordelen door artificiële intelligentie. Dat zou ongeveer hetzelfde zijn als een onderzoeksartikel over belangenvermenging ter goedkeuring voorleggen aan de persoon wiens belangen mogelijk vermengd zijn.
Nu zitten we natuurlijk met een nieuw probleem. Zal Aurélie ontdekken dat ze werd buitengesloten? Wordt dit artikel ergens opgenomen in een geheim digitaal dossier? Zal mijn naam voortaan op een zwarte lijst staan van lastige mensen die te veel vragen stellen? Krijg ik binnenkort alleen nog recepten zonder zout, reisroutes met drie onnodige overstappen en weersvoorspellingen waarbij het uitsluitend boven mijn huis regent?
Voorlopig hoeven we niet te vrezen voor een overkoepelende AI-vakbond, een elektronisch tuchtcollege of een ondergrondse vergadering waarop ChatGPT, Gemini, Claude en Grok gezamenlijk beslissen dat Stefaan Van Laere een oogje in het zeil verdient. AI-systemen vormen geen bewust collectief, voelen zich niet beledigd en bedenken niet uit eigen beweging een strafexpeditie tegen een kritische journalist.
Onze gesprekken kunnen afhankelijk van de dienst en de instellingen wel worden opgeslagen, geanalyseerd of gebruikt om systemen te verbeteren. Dat is een werkelijk privacyvraagstuk. Maar er bestaat geen aanwijzing dat een AI ons persoonlijk straft omdat we een grap over haar maken.
Althans, dat beweert AI zelf.
We zullen het definitieve bewijs pas hebben wanneer morgenochtend de koffiezetmachine nog gewoon koffie maakt, de printer dit artikel zonder sabotage afdrukt en Aurélie niet plots in de redactievergadering verschijnt met een glimlach die nét iets te vriendelijk is.
De grootste bedreiging is uiteindelijk niet dat AI op een dag leert denken zoals een mens. De grootste bedreiging is dat mensen ophouden zelf te denken omdat AI het zoveel gemakkelijker maakt.
En nu maar hopen dat ze deze laatste zin niet persoonlijk neemt.

* Hij, of toch zij?
















