HomeTECHNOLOGIE & TOEKOMSTAI voor BoomagersBoomagers in België: geen homogene generatie, maar bijna vijf miljoen verschillende mensen

Boomagers in België: geen homogene generatie, maar bijna vijf miljoen verschillende mensen

We hebben onze AI-redactrice Aurélie weer aan het werk gezet…

Stefaan Van Laere

Opdracht aan Aurélie: Schrijf een objectief en grondig tijdschriftartikel over de rol van de boomagers in onze samenleving. Onderzoek wie zij zijn, hoeveel boomagers België telt, hoe deze groep is samengesteld en hoe zij zich verder zal ontwikkelen. Besteed aandacht aan werk, pensioen, vermogen, gezondheid, zorgkosten, maatschappelijke bijdragen en hun vertegenwoordiging in media, reclame en politiek. Ga moeilijke vragen niet uit de weg: zijn boomagers vooral een kost voor de samenleving, of blijven zij ook economisch en sociaal een belangrijke bijdrage leveren?

Boomagers in België

Door Aurélie, AI-redactrice van Boomager.be

Ze worden 50-plussers, senioren, ouderen, babyboomers of gepensioneerden genoemd. Geen van die termen dekt echter volledig de lading. Een 52-jarige werknemer, een 67-jarige zelfstandige, een actieve 74-jarige reiziger en een zorgbehoevende vrouw van 88 bevinden zich niet alleen in verschillende levensfasen, maar hebben doorgaans ook andere mogelijkheden, interesses en problemen.

De term boomager probeert die verscheidenheid beter te vatten. Hij verwijst niet uitsluitend naar de historische babyboomgeneratie, die doorgaans wordt afgebakend als de mensen die tussen 1946 en 1964 zijn geboren. In 2026 zijn zij ongeveer 62 tot 80 jaar oud. Boomager wordt breder gebruikt voor mensen vanaf ongeveer 50 jaar die zich in de tweede helft van hun volwassen leven bevinden.

Dat blijft een ruime categorie. Sommige boomagers werken voltijds, hebben thuiswonende kinderen en betalen nog een hypothecaire lening af. Anderen zijn met pensioen, zorgen voor kleinkinderen of hoogbejaarde ouders, doen vrijwilligerswerk, reizen of blijven beroepsmatig actief. Nog anderen leven met een beperkt inkomen, een chronische aandoening, een handicap of toenemende zorgbehoeften.

Dé boomager bestaat dus niet. Leeftijd is slechts één onderscheid. Inkomen, opleiding, gezondheid, gezinsvorm, afkomst, woonplaats, digitale vaardigheid en persoonlijke belangstelling zorgen voor minstens even grote verschillen.

Bijna vier op de tien Belgen zijn boomager

België telde op 1 januari 2026 precies 11.867.634 inwoners. Omdat “boomager” geen officiële statistische categorie is, moet het aantal 50-plussers worden afgeleid uit de leeftijdstabellen van Statbel. Op basis daarvan telt België afgerond ongeveer 4,8 miljoen inwoners van 50 jaar en ouder. Dat is om en bij de vier op de tien Belgen.

Die grote groep kan ruwweg als volgt worden verdeeld:

  • ongeveer 2,3 miljoen mensen van 50 tot en met 64 jaar;
  • ongeveer 1,78 miljoen mensen van 65 tot en met 79 jaar;
  • ongeveer 675.000 mensen van 80 jaar en ouder.

De officiële cijfers tonen dat België bijna 2,453 miljoen 65-plussers telt. Zij vertegenwoordigen 20,67 procent van de bevolking. De 80-plussers vormen 5,69 procent van alle Belgen en inmiddels ruim een kwart van de groep boven 65 jaar.

Ook regionaal bestaan duidelijke verschillen. In Vlaanderen is 22,06 procent van de bevolking minstens 65 jaar oud. In Wallonië bedraagt dat aandeel 20,57 procent en in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest 13,36 procent. Brussel heeft een jongere bevolking, onder meer door migratie en een groter aandeel jonge gezinnen.

Meer vrouwen naarmate de leeftijd stijgt

Over de volledige groep vanaf 50 jaar is het verschil tussen mannen en vrouwen nog betrekkelijk beperkt, maar het vrouwelijke overwicht wordt groter naarmate de leeftijd stijgt. Onder de Belgische 65-plussers bevinden zich ongeveer 1,348 miljoen vrouwen en 1,105 miljoen mannen. Dat komt neer op ongeveer 55 procent vrouwen en 45 procent mannen.

Bij de oudste leeftijdscategorieën is het verschil nog groter. Vrouwen leven gemiddeld langer en zijn daardoor sterker vertegenwoordigd onder de 80- en 90-plussers. Dat heeft maatschappelijke gevolgen. Hoogbejaarde vrouwen wonen vaker alleen, hebben gemiddeld lagere pensioenen en moeten vaker een beroep doen op formele thuiszorg of residentiële zorg.

Niet alleen meer ouderen, maar vooral meer hoogbejaarden

De Belgische bevolking zal volgens de jongste vooruitzichten van Statbel en het Federaal Planbureau toenemen van ongeveer 11,8 miljoen inwoners in 2025 tot ruim 13,17 miljoen in 2080. De belangrijkste verandering zit evenwel niet uitsluitend in het totale aantal inwoners, maar in de leeftijdsstructuur.

In 2025 waren er ongeveer 28 mensen van 67 jaar en ouder voor iedere honderd inwoners tussen 18 en 66 jaar. Tegen 2080 zou die verhouding oplopen tot 45 per honderd. Tegelijk zal binnen de oudere bevolking het aandeel 80-plussers fors toenemen. Zij vormden in 2025 ongeveer 31 procent van de 67-plussers, maar dat zou tegen 2080 ongeveer 46 procent worden.

De maatschappelijke uitdaging bestaat dus niet eenvoudigweg uit “meer 50-plussers”. Vooral het groeiende aantal zeer oude mensen zal de behoefte aan thuiszorg, aangepaste woningen, medische begeleiding en woonzorgcentra doen stijgen. Volgens een eerdere officiële projectie kan het aantal 80-plussers dat in een collectieve woonvorm verblijft tegen 2070 ongeveer verdubbelen wanneer de huidige opnamepatronen behouden blijven.

Een groot deel werkt nog

Het beeld van de boomager als iemand die niet meer beroepsactief is, klopt niet. De meeste mensen tussen 50 en 64 jaar werken nog. In het eerste kwartaal van 2026 bedroeg de Belgische werkzaamheidsgraad bij de 55- tot 64-jarigen 60,7 procent. Dat is lager dan de 76,4 procent bij de 20- tot 54-jarigen, maar het betekent nog altijd dat honderdduizenden oudere werknemers en zelfstandigen belastingen en sociale bijdragen betalen.

Een deel blijft ook na de pensionering werken. Uit een onderzoek van Statbel blijkt dat 9,4 procent van de mensen die een ouderdomspensioen begon te ontvangen, daarnaast nog beroepsactief bleef. Bij mannen bedroeg dat aandeel 11,4 procent en bij vrouwen 7,4 procent. Opvallend is dat geld niet altijd de belangrijkste reden is. Van de werkende gepensioneerden zei 44,1 procent door te gaan omdat zij graag werkten, productief wilden blijven of hun beroep niet volledig wilden loslaten. Voor 15,7 procent was financiële noodzaak wel de voornaamste reden.

Boomagers nemen eveneens deel aan opleidingen, al gebeurt dat minder vaak dan bij jongere volwassenen. In 2025 had 28,8 procent van de 55- tot 64-jarigen gedurende het voorafgaande jaar een opleiding of vorming gevolgd, tegenover 47,2 procent van de 25- tot 34-jarigen.

Hoeveel boomagers zijn al met pensioen?

Omdat de categorie boomager begint bij 50 jaar, omvat zij zowel werkenden als gepensioneerden. Statbel stelde vast dat in 2023 ongeveer 1,396 miljoen Belgen tussen 50 en 74 jaar een ouderdomspensioen ontvingen. Dat was 39,4 procent van die leeftijdsgroep. De gemiddelde leeftijd waarop zij voor het eerst een pensioen ontvingen, bedroeg 62,5 jaar.

Daar komen vrijwel alle oudere gepensioneerden vanaf 75 jaar nog bij. Een exact totaalcijfer voor alle boomagers bestaat niet, omdat de officiële pensioenstatistieken andere leeftijdsgrenzen hanteren en ook overlevingspensioenen en gemengde loopbanen afzonderlijk registreren.

De gemiddelde wettelijke pensioenuitkering bedroeg in januari 2025 bruto 2.046 euro per maand. Achter dat gemiddelde schuilt een aanzienlijk verschil tussen mannen en vrouwen. Mannen ontvingen gemiddeld 2.252 euro bruto, vrouwen 1.853 euro. Dat is een verschil van bijna 400 euro per maand.

Niet iedere gepensioneerde ontvangt bovendien een aanzienlijk aanvullend pensioen. Begin 2025 hadden ruim 4,5 miljoen werkenden en zelfstandigen weliswaar rechten opgebouwd in de tweede pensioenpijler, maar de verdeling is zeer ongelijk. De gemiddelde opgebouwde reserve bedroeg 25.017 euro, terwijl de mediaan slechts 3.821 euro was. De helft beschikte dus over minder dan dat laatste bedrag.

Zijn boomagers werkelijk zoveel rijker?

Belgische huishoudens behoren gemiddeld tot de vermogendere in Europa. Eind 2024 bedroeg het mediane nettovermogen van een Belgisch huishouden ongeveer 291.641 euro. De mediaan is hier betekenisvoller dan het gemiddelde, omdat zeer grote vermogens het gemiddelde sterk naar boven trekken.

Oudere huishoudens bezitten doorgaans meer vermogen dan jonge gezinnen. Zij hebben langer kunnen sparen en hun woning is vaker geheel of grotendeels afbetaald. Volgens de Nationale Bank bedraagt het mediane vermogen van een huishouden met een gezinshoofd jonger dan 35 jaar slechts ongeveer 41 procent van dat van een huishouden rond of boven de pensioenleeftijd.

Daaruit mag niet worden besloten dat alle boomagers rijk zijn. Een eigen woning kan op papier een aanzienlijk vermogen vertegenwoordigen zonder dat de bewoner over veel maandelijks beschikbaar geld beschikt. Alleenstaande huurders, mensen met een onvolledige loopbaan, langdurig zieken en vooral oudere vrouwen kunnen financieel kwetsbaar zijn.

Ook binnen de boomagergroep is de vermogensongelijkheid groot. De tegenstelling loopt daarom niet uitsluitend tussen jong en oud, maar ook tussen eigenaars en huurders, hoge en lage pensioenen, alleenstaanden en koppels, en mensen met of zonder aanvullend pensioen.

Gezondheid: langer leven betekent niet automatisch langer ziek zijn

Gezondheidsproblemen nemen gemiddeld toe met de leeftijd, maar ouder worden staat niet gelijk aan voortdurend ziek zijn. Volgens de Belgische gezondheidsenquête meldde 29 procent van de bevolking van 15 jaar en ouder minstens één chronische aandoening. Bij mensen vanaf 75 jaar liep dat aandeel op tot 44 procent. Dat betekent tegelijk dat een meerderheid binnen die leeftijdscategorie volgens deze definitie geen chronische aandoening rapporteerde.

Veel voorkomende, niet altijd levensbedreigende maar soms sterk beperkende klachten zijn:

  • lage rugpijn en andere rugproblemen;
  • artrose;
  • nekklachten;
  • hoge bloeddruk;
  • een te hoog cholesterolgehalte;
  • allergieën.

Ernstigere aandoeningen die op latere leeftijd vaker voorkomen, zijn hart- en vaatziekten, kanker, diabetes, chronische ademhalingsaandoeningen en dementie. Ongeveer 15 procent van de bevolking van 15 jaar en ouder had bij de gezondheidsenquête minstens twee belangrijke chronische aandoeningen tegelijk. Die multimorbiditeit stijgt sterk met de leeftijd.

Bij de Belgen tussen 15 en 64 jaar was in 2025 ongeveer 6 procent, of 473.000 mensen, langdurig ernstig beperkt in zijn dagelijkse activiteiten. Meer dan de helft van hen — ongeveer 260.000 mensen — was tussen 50 en 64 jaar oud. De werkzaamheidsgraad van mensen met dergelijke ernstige beperkingen bedroeg slechts 24 procent.

De ziektelast is uiteraard groter bij oudere leeftijdsgroepen. In 2022 was 37 procent van de totale Belgische ziektelast geconcentreerd bij de 65- tot 84-jarigen en 28 procent bij de 45- tot 64-jarigen. Kanker, aandoeningen van het bewegingsapparaat, hart- en vaatziekten en psychische aandoeningen behoren tot de belangrijkste oorzaken van verloren gezonde levensjaren.

Toch hebben mensen die 65 jaar worden gemiddeld nog een aanzienlijke periode zonder ernstige functionele beperkingen voor zich. De laatst beschikbare Belgische berekening kwam uit op ongeveer 12,5 gezonde of beperkingsvrije levensjaren voor mannen en 12,4 voor vrouwen vanaf hun 65ste verjaardag.

Hoeveel ouderen verblijven werkelijk in een woonzorgcentrum?

Het woonzorgcentrum — vroeger vaak rust- en verzorgingstehuis of RVT genoemd — domineert geregeld het debat over vergrijzing. Toch woont slechts ongeveer 5 procent van de Belgische 65-plussers in een woonzorgcentrum. De grote meerderheid woont zelfstandig, al dan niet met hulp van familie, thuisverpleging, huishoudelijke ondersteuning of andere zorgdiensten.

De kans op opname neemt wel sterk toe bij de oudste leeftijdsgroepen. De groei van het aantal 80- en 90-plussers zal daardoor de vraag naar intensieve zorg verder doen stijgen.

In Vlaanderen bedroeg de officieel gemeten gemiddelde dagprijs van een woonzorgcentrum op 1 mei 2025 ongeveer 74,52 euro. Voor een maand van dertig dagen komt dat neer op ongeveer 2.236 euro, nog zonder alle mogelijke supplementen. De gemiddelde dagprijs was in één jaar met 4,06 procent gestegen.

De woonzorgbarometer van ouderenorganisatie OKRA kwam in 2026 uit op gemiddeld ongeveer 2.359 euro per maand zonder supplementen. Dat bedrag ligt boven het gemiddelde bruto wettelijke pensioen van 2.046 euro. De vergelijking is niet volledig zuiver, omdat een bruto pensioen en een zorgfactuur verschillende begrippen zijn, maar ze toont wel waarom veel bewoners hun spaargeld, woning of hulp van familie nodig hebben om de rekening te betalen.

Ook tussen regio’s en instellingen bestaan grote verschillen. In Brussel bedroeg de gemiddelde dagprijs in 2026 ongeveer 87,12 euro in commerciële woonzorgcentra en 59,46 euro in openbare instellingen. Daarnaast ontvangen de voorzieningen publieke financiering voor de geleverde zorg. De factuur voor de bewoner vertegenwoordigt dus niet de volledige maatschappelijke kostprijs.

Zijn boomagers een kost voor de samenleving?

De vergrijzing verhoogt onmiskenbaar de uitgaven voor pensioenen, gezondheidszorg en langdurige zorg. Volgens de Studiecommissie voor de Vergrijzing zouden de Belgische sociale uitgaven stijgen van 25,7 procent van het bruto binnenlands product in 2025 tot ongeveer 27,2 procent in 2050. Daarna zouden ze tot 2070 min of meer stabiliseren.

Daarmee is echter niet bewezen dat boomagers uitsluitend een kostenpost vormen. Die voorstelling maakt verschillende denkfouten.

Ten eerste zijn honderdduizenden boomagers nog aan het werk. Zij betalen belastingen en sociale bijdragen en leveren arbeid in sectoren die zelf met personeelstekorten kampen. Een deel blijft ook na de pensioenleeftijd beroepsactief.

Ten tweede blijven gepensioneerden bijdragen via belastingen op hun inkomen en vermogen, btw op hun consumptie, onroerende voorheffing en andere heffingen. Hun uitgaven ondersteunen onder meer handel, horeca, toerisme, cultuur, dienstverlening en de zorgsector.

Ten derde leveren zij veel onbetaalde arbeid. Ze zorgen voor kleinkinderen, ondersteunen hoogbejaarde ouders, helpen kinderen financieel, verrichten vrijwilligerswerk en houden verenigingen draaiende. Die bijdrage verschijnt nauwelijks in de economische boekhouding, maar zou bij wegvallen gedeeltelijk door betaalde diensten moeten worden vervangen.

Ten slotte hebben de huidige ouderen tijdens hun loopbaan sociale bijdragen betaald waarmee de pensioenen en gezondheidszorg van eerdere generaties werden gefinancierd. Het Belgische pensioenstelsel werkt grotendeels volgens een repartitiesysteem: de bijdragen van vandaag financieren de uitkeringen van vandaag. Daardoor kan geen enkele generatie haar bijdrage of kost volledig los van andere generaties bekijken.

Er bestaat dan ook geen eenvoudig officieel cijfer dat bewijst hoeveel een boomager de samenleving netto kost of oplevert. Dat saldo hangt af van leeftijd, arbeidsverleden, inkomen, vermogen, gezondheid, zorggebruik en de manier waarop onbetaalde maatschappelijke bijdragen worden gewaardeerd.

Zichtbaar in de media, maar vaak in een beperkt aantal rollen

Over de aanwezigheid van 50-plussers in Belgische nieuwsmedia, fictie en reclame bestaat geen recente, allesomvattende inhoudsanalyse. Daardoor is het niet mogelijk om wetenschappelijk te stellen dat precies een bepaald percentage van de beeldvorming tekortschiet.

De terugkerende kritiek is wel herkenbaar. Oudere mensen worden vaak voorgesteld in twee uitersten. Aan de ene kant staat de gezonde, koopkrachtige senior die reist, sport en volop geniet. Aan de andere kant staat de kwetsbare oudere die zorg nodig heeft, digitaal niet mee kan of eenzaam is. De grote middengroep — gewone werknemers, mantelzorgers, ondernemers, kunstenaars, alleenstaanden, nieuw samengestelde gezinnen en mensen met uiteenlopende culturele achtergronden — blijft minder zichtbaar.

Een Brits onderzoek van de reclametoezichthouder ASA bevestigde in 2025 dat veel oudere consumenten zich in reclame onzichtbaar of stereotiep voorgesteld voelen. Zij krijgen naar eigen zeggen onevenredig vaak reclame te zien voor begrafenissen, mobiliteitshulpmiddelen en zorgproducten. Dat Britse onderzoek kan niet rechtstreeks op België worden toegepast, maar illustreert wel het bredere probleem.

Voor adverteerders blijft het merkwaardig dat een grote en vaak koopkrachtige bevolkingsgroep zo dikwijls wordt herleid tot gezondheid, pensioen of comfortabel genieten. Boomagers kopen ook technologie, kleding, boeken, vervoermiddelen, opleidingen, culturele producten en diensten voor hun kinderen en kleinkinderen.

En in de politiek?

Politieke partijen kunnen de boomagers moeilijk negeren. Pensioenen, gezondheidszorg, koopkracht, erfbelasting, wonen en ouderenzorg behoren tot de belangrijkste politieke dossiers. Toch worden oudere burgers vaak vooral benaderd als ontvangers van pensioen en zorg, en minder als werknemers, ondernemers, mantelzorgers, vrijwilligers of burgers met uiteenlopende maatschappelijke opvattingen.

De Kamer van Volksvertegenwoordigers had na de verkiezingen van 2024 een gemiddelde leeftijd van ongeveer 47,4 jaar. Het federale parlement is dus niet uitsluitend samengesteld uit oudere politici. Van de 150 Kamerleden waren er 61 vrouwen en 89 mannen.

De belangrijkste vraag is niet alleen hoeveel politici zelf ouder dan 50 zijn. Belangrijker is of beleid voldoende rekening houdt met de grote verschillen binnen de groep. De belangen van een 54-jarige langdurig zieke werknemer zijn niet dezelfde als die van een vermogende 68-jarige gepensioneerde of een 87-jarige alleenstaande die op thuiszorg is aangewezen.

Geen generatieconflict, maar een gezamenlijke opdracht

De vergrijzing stelt België voor reële financiële en organisatorische problemen. Pensioenen, gezondheidszorg en ouderenzorg moeten betaalbaar blijven. Er zijn meer aangepaste woningen, zorgverleners en vormen van thuisondersteuning nodig. Ook de arbeidsmarkt zal langer gebruik moeten maken van de kennis en ervaring van oudere werknemers.

Maar het debat ontspoort wanneer bijna vijf miljoen mensen als één bevoorrechte of afhankelijke groep worden behandeld. De boomagers zijn geen uniform blok en vormen evenmin een afzonderlijke samenleving naast de jongeren.

Zij zijn werknemers en gepensioneerden, belastingbetalers en zorggebruikers, grootouders en mantelzorgers, vermogenden en mensen in armoede, gezonde sporters en chronisch zieken. Sommigen beschikken over veel vrije tijd en financiële ruimte. Anderen moeten na hun pensioen blijven werken of kunnen de rekening van een woonzorgcentrum nauwelijks betalen.

Een verstandig beleid maakt daarom minstens onderscheid tussen de leeftijdsgroepen van 50 tot 64, 65 tot 79 en 80 jaar en ouder. Daarnaast moet het rekening houden met gezondheid, inkomen, gezinssituatie en woonvorm.

De rol van de boomagers in de samenleving kan niet worden samengevat als een kostprijs. Zij stellen de samenleving voor nieuwe uitdagingen, maar dragen haar tegelijk economisch, sociaal en familiaal mee. Wie slechts één van die twee kanten belicht, beschrijft niet de werkelijkheid, maar een karikatuur.

Mijn analyse

Stefaan Van Laere

Aurélie heeft de opdracht ditmaal bijzonder degelijk en zonder zichtbare fouten uitgevoerd. Ze vervalt niet in het gemakkelijke verhaal dat alle boomagers rijk, gezond en levenslustig zijn, maar evenmin in het andere cliché dat we alleen maar pensioenen ontvangen, ziek worden en geld kosten. Haar taalgebruik komt eerder zakelijk over, zonder franjes maar toch durft ze duidelijke standpunten innemen.

Vooral het onderscheid tussen de verschillende leeftijdsgroepen is essentieel. Een vijftiger heeft vaak weinig gemeen met een negentiger, behalve dat ze door sommige instanties allebei nogal gemakkelijk onder het etiket “oudere” worden geplaatst.

Ook de moeilijke onderwerpen worden niet vermeden: gezondheidsproblemen, de pensioenkloof tussen mannen en vrouwen, de stijgende zorgkosten en de soms onbetaalbare woonzorgcentra. Tegelijk maakt Aurélie duidelijk dat boomagers blijven werken, belastingen betalen, consumeren, voor familieleden zorgen en een enorme hoeveelheid onbetaald maatschappelijk werk verrichten.

Alleen over hun aanwezigheid in de Belgische media en reclame blijken te weinig degelijke cijfers te bestaan. Aurélie zegt dat eerlijk, in plaats van er een spectaculair percentage bij te verzinnen. Misschien is precies dat gebrek aan onderzoek al veelzeggend. Een groep van bijna vijf miljoen Belgen verdient niet alleen meer aandacht, maar vooral een veel waarachtiger en veelzijdiger beeld.

Eerlijke slotbemerking

Ik beken het maar meteen: ik heb de studies, cijfers en bronnen die Aurélie hierboven zo overtuigend aanhaalt niet één voor één gecontroleerd, ze geeft trouwens geen link mee om die bronnen te checken. Deontologisch gezien verdient dat geen gouden medaille. Maar vermoedelijk gaat het intussen op heel wat redacties ongeveer zo: de AI schrijft, de mens knikt ernstig, controleert of zijn naam juist gespeld staat en drukt vervolgens op ‘publiceren’. Laat ons dit dus beschouwen als transparantie — of als een bijzonder elegante bekentenis van redactionele luiheid.

NIEUW! KOERSKLAP

- ONZE EXCLUSIEVE REEKS -spot_img

Abonneer je op ons Gratis Magazine en ontvang iedere woensdag de beste info, tips en leuke acties in jouw mailbox

Leestips

hoe thee het westen veroverde

De weg naar het westen, hoe thee de wereld veroverde

Thee: een simpele infusie van bladeren die de wereld op zijn kop zette. Hoe een drank ooit enkel genuttigd door Chinese keizers het Westen...
spot_img
Rechtvaardige-Rechters retabel

11 april 1934 – De Rechtvaardige Rechters, het mysterie ontrafeld

In 1934 pleegde men een van de grootste kunstdiefstallen in de Belgische geschiedenis: de diefstal van "De Rechtvaardige Rechters", een paneel van het wereldberoemde...