Er was een tijd dat een crimineel voor zijn beroep nog iets over moest hebben. Wie bij je wilde inbreken, moest wachten tot je niet thuis was, een ladder zoeken, over een muurtje klauteren, een raam forceren en hopen dat er achter dat raam geen Duitse herder zat die een strenge interpretatie had van het begrip privébezit. Bankovervallers hadden bivakmutsen nodig, vluchtauto’s en liefst ook collega’s die op het beslissende ogenblik niet in paniek raakten. Zelfs de klassieke gauwdief moest zich nog tussen andere mensen begeven en voldoende vingervlug zijn om ongemerkt een portefeuille uit een jaszak te halen.
Het waren, alles bij elkaar genomen, behoorlijk arbeidsintensieve tijden voor criminelen. Vandaag kan het comfortabeler. De moderne oplichter hoeft zijn bad niet eens uit wanneer hij aan het werk wil. Smartphone op de rand, handdoek binnen handbereik, en ondertussen iemand aan de andere kant van Europa ervan overtuigen dat hij zijn grote liefde, beste vriend of langverwachte vertrouwenspersoon heeft gevonden. Het begint daarbij zelden met de vraag of je misschien enkele duizenden euro’s kunt overschrijven. Zo weinig gevoel voor timing hebben zelfs oplichters niet.
Het begint veel subtieler.
“Goedemorgen. Heb je goed geslapen?”
En eigenlijk is dat veel gevaarlijker.
Het kost niets om vriendelijk te zijn
Bij WinWin op Radio 2 en televisie stond onlangs vriendschapsfraude centraal. De redactie maakte zelf valse profielen aan om te onderzoeken hoe zulke oplichters te werk gaan. Wat daarbij vooral opvalt, is dat ze vaak helemaal niet onmiddellijk over geld beginnen. Ze praten, luisteren en stellen vragen. Ze onthouden dat je gisteren naar de dokter moest, dat je kleindochter jarig is of dat je slecht hebt geslapen. Pas wanneer er voldoende vertrouwen is opgebouwd, verschijnt voorzichtig het eerste financiële probleem.
Dat vertrouwen is eigenlijk de echte buit. Het geld volgt pas wanneer de relatie stevig genoeg lijkt, want een goede oplichter verkoopt in eerste instantie helemaal niets. Hij verkoopt zichzelf.
Wij denken bij oplichting nog graag aan een goedgelovige sukkel die enthousiast reageert op een mail van een Nigeriaanse prins die toevallig 27 miljoen dollar moet wegsluizen. Zelf zouden we daar natuurlijk nooit intrappen. Wij zijn verstandig, lezen de krant, kennen het verschil tussen een spaarrekening en een termijnrekening en behoren bovendien tot een generatie die ooit zonder gps Zuid-Frankrijk wist terug te vinden.
Het zijn allemaal nuttige kwaliteiten, maar ze beschermen verrassend slecht tegen iemand die wekenlang precies de juiste dingen zegt.
Eindelijk iemand die luistert
Stel dat iemand je iedere ochtend een bericht stuurt met de vraag of je goed hebt geslapen. Later op de dag vraagt hij hoe het bij de dokter was, ’s middags herinnert hij je eraan dat je toch iets moet eten en ’s avonds laat hij weten dat hij nog aan je heeft gedacht. Wanneer iemand dat wekenlang volhoudt, verschuift hij langzaam van het vakje wildvreemde op internet naar iemand die ik ken. Nog wat later wordt dat misschien zelfs iemand die ik vertrouw.
En laten we eerlijk zijn: hoeveel mensen in je echte omgeving informeren iedere ochtend naar de kwaliteit van je nachtrust?
Misschien zit daar wel een belangrijk geheim van moderne fraude. De verbinding via een scherm lijkt afstandelijk, maar de communicatie zelf kan verbazend intiem worden. Iemand kan duizenden kilometers verder zitten en toch dichterbij lijken dan de buurman die al drie jaar zijn haag niet snoeit en hooguit goeiedag mompelt wanneer hij je tegenkomt.
De Federale Politie beschrijft vriendschaps- en datingfraude al langer op die manier. Eerst leert de dader zijn slachtoffer kennen, daarna wordt er bijna dagelijks gebeld en gechat, worden foto’s uitgewisseld en groeit geleidelijk de indruk dat er een echte relatie bestaat. Pas wanneer die vertrouwensband stevig genoeg is, duikt plots een probleem op waarvoor geld nodig is. Achter de charmante gesprekspartner blijkt bovendien niet noodzakelijk één persoon te zitten. Soms gaat het om georganiseerde netwerken waarin verschillende mensen hetzelfde slachtoffer bespelen.
Je denkt dus misschien dat je al weken met Marc praat, terwijl Marc op dinsdag Mohammed heet en op donderdag Kevin. Of Cindy.
Niemand is daar te slim voor
Het merkwaardige aan verhalen over slachtoffers van fraude is dat buitenstaanders achteraf altijd perfect weten wat het slachtoffer had moeten doen. Je hoort dan opmerkingen in de sfeer van: dat zie je toch, dat geloof je toch niet, je stuurt toch geen geld naar iemand die je nooit hebt ontmoet? Dat is comfortabel redeneren wanneer je het einde van het verhaal al kent.
Bij een goocheltruc lijkt alles achteraf ook eenvoudig zodra iemand uitlegt waar de kaart verstopt zat. Toch zagen we haar niet verdwijnen toen we in de zaal zaten. Goede fraude werkt volgens hetzelfde principe. Oplichters spelen niet in de eerste plaats met onze intelligentie, maar met vertrouwen, hoop, verliefdheid, beleefdheid, angst, eenzaamheid, medelijden en onze natuurlijke neiging om andere mensen te helpen.
Dat zijn geen menselijke zwakheden waar we ons voor moeten schamen. Het zijn eigenschappen zonder welke samenleven nauwelijks mogelijk zou zijn. Wie werkelijk niemand vertrouwt, kan inderdaad moeilijk worden opgelicht, maar het lijkt me evenmin een bijzonder aangenaam bestaan.
In het dagelijkse leven nemen we voortdurend dingen voor waar aan. We geloven dat de loodgieter die aanbelt werkelijk loodgieter is, lenen iemand met een goed verhaal twintig euro, openen de deur voor een buur en nemen aan dat de persoon die vertelt dat zijn moeder pas overleden is daar niet spontaan een verdienmodel van heeft gemaakt. De meeste mensen misbruiken dat vertrouwen gelukkig niet. Criminelen doen precies dat wel.
Ze hacken dus lang niet altijd onze computer. Soms hacken ze gewoon ons.
Het oudste beroep ter wereld heeft concurrentie
Bedrog zelf is uiteraard veel ouder dan internet. Het zou me niet verbazen dat de eerste mens die ooit twee geiten tegen één koe ruilde al probeerde een geit mee te geven waarvan hij wist dat ze de volgende ochtend waarschijnlijk niet meer recht zou staan. Valse munten, kwakzalvers, kaartspelers, piramidespelen, nepjuwelen, wisseltrucs en vervalste testamenten bewijzen dat iedere tijd zijn eigen creatieve ondernemers heeft voortgebracht.
Alleen was hun actieradius vroeger beperkter. Een oplichter die in 1926 iedereen in Gent had bedrogen, deed er verstandig aan daarna naar Antwerpen te verhuizen. Een oplichter van vandaag kan voor de middag iemand in Gent benaderen, na de lunch verdergaan met een slachtoffer in Toronto en ’s avonds nog even Hamburg en Sydney aandoen, zonder zijn pantoffels uit te trekken.
Dat is toch vooruitgang, al is het dan niet noodzakelijk voor ons.
Ook de klassieke inbreker moet met enige jaloezie naar zijn digitale collega kijken. Hij moet nog altijd donkere steegjes trotseren, afsluitingen beklimmen en rekening houden met camera’s, bewegingsmelders en honden die niet eerst beleefd vragen of hij goed heeft geslapen. De online fraudeur heeft voornamelijk een internetverbinding, een opgeladen smartphone en voldoende geduld nodig.
Drie cent is ook geld
Er doet al jaren een prachtig verhaal de ronde over een man die bij een grote internationale bank werkte en verantwoordelijk was voor een systeem waarmee wereldwijd financiële transacties werden verwerkt. Hij zou een programma hebben geschreven met een bijzonder eenvoudige logica: wanneer bijvoorbeeld 4,97 dollar moest worden afgeboekt, verdween vijf dollar van de rekening. De drie cent verschil gingen ongemerkt naar een geheime rekening.
Drie cent is nauwelijks iets waar iemand over klaagt. Wanneer datzelfde mechanisme echter op miljoenen transacties wordt toegepast, begint het plots over heel andere bedragen te gaan.
Volgens een van de versies van het verhaal had de man alles zorgvuldig voorbereid. Hij activeerde het programma vlak voor een lang weekend, nam drie weken vakantie en liet de machine rustig haar werk doen. Pas toen iemand veel later opmerkte dat er bij een afrekening van 16,97 toch 17 dollar van zijn rekening was gegaan, begon men te tellen. Tegen die tijd zou meer dan 24 miljoen dollar zijn verdwenen en de man kwam na zijn vakantie niet terug.
Waar hij gebleven was, vertelt het verhaal niet. Misschien ligt hij nog altijd ergens op een tropisch strand waar de cocktails drie cent duurder zijn dan op de kaart staat.
Of het allemaal exact zo gebeurd is, doet er bijna niet toe. Het verhaal circuleert al jaren in verschillende vormen en se non è vero, è ben trovato: als het niet waar is, is het in elk geval uitstekend gevonden. Het principe erachter blijft onweerstaanbaar eenvoudig. Je steelt niet veel van één persoon, maar bijna niets van miljoenen mensen, in de hoop dat niemand dat kleine verschil de moeite waard vindt om er vragen over te stellen.
De beste fraude is nu eenmaal de fraude die nauwelijks als fraude wordt opgemerkt.
De nieuwe inbreker laat ons zelf de deur openen
Vandaag hoeft de crimineel soms zelfs geen drie cent meer te verstoppen. Hij zorgt ervoor dat wij het geld gewoon zelf overschrijven.
Eigenlijk is dat zijn meesterwerk.
De bank ziet een betaling die je persoonlijk hebt uitgevoerd. Je smartphone herkent je gezicht, je voert zelf de code in en bevestigt de transactie. Niemand heeft je portefeuille gestolen en niemand heeft fysiek ingebroken. Alleen heeft iemand wekenlang aan de andere kant van het scherm meegewerkt aan de beslissing die je uiteindelijk zelf neemt.
Bij beleggingsfraude werkt het vaak volgens een vergelijkbaar mechanisme. Fraudeurs lokken slachtoffers met advertenties waarin bekende mensen zogezegd spectaculaire beleggingen aanbevelen, beginnen gesprekken via sociale media of WhatsApp en bouwen vervolgens stap voor stap vertrouwen op. Wanneer dat lukt, volgt een investering waarmee zogezegd al heel wat anderen fantastische winsten hebben gemaakt.
Niemand neemt uiteraard contact met je op met de mededeling dat hij een prachtige investering heeft gevonden waarmee je binnen enkele weken het grootste deel van je spaargeld kunt verliezen. Ook in de misdaad blijft marketing belangrijk.
En nu even zonder lachen
De cijfers tonen waarom we het onderwerp niet alleen als bron van grappen moeten bekijken. De Belgische politiediensten registreerden in 2025 bijna 75.000 cybermisdrijven. De Federale Politie wees daarbij expliciet op de toename van online fraude en op artificiële intelligentie, waarmee phishingberichten, stemmen en andere vormen van misleiding steeds overtuigender kunnen worden gemaakt.
Safeonweb ontving in 2025 bijna 10 miljoen verdachte berichten van burgers. Gemiddeld gaat het om ruim 27.000 meldingen per dag. Dankzij die meldingen konden internetgebruikers volgens het Centrum voor Cybersecurity België ongeveer 200 miljoen keer worden tegengehouden wanneer ze naar een bekende kwaadaardige website probeerden te surfen.
Ook de financiële schade loopt snel op. Belgische consumenten rapporteerden in de eerste helft van 2026 bij de FSMA meer dan 8,5 miljoen euro verlies door frauduleuze tradingplatformen en cryptofraude. Valse beleggingsadviezen die onder meer via WhatsApp werden verspreid, waren in dezelfde periode goed voor nog eens meer dan 2 miljoen euro gerapporteerd verlies.
Bij emotionele fraude is het werkelijke bedrag nog moeilijker vast te stellen, omdat niet iedereen aangifte doet. Schaamte speelt daarbij een belangrijke rol. Mensen die hun vertrouwen én hun geld zijn kwijtgeraakt, krijgen er soms nog gratis het verwijt bovenop dat ze beter hadden moeten weten.
Precies daar moeten we volgens mij voorzichtig mee zijn. Wie in zo’n verhaal trapt, is niet noodzakelijk naïef, dom of wereldvreemd. Hij is op een bepaald moment geconfronteerd met iemand die beroepsmatig bezig was vertrouwen op te bouwen en goed wist welke menselijke knopjes hij moest indrukken.
Daarom is de interessantste vraag misschien niet: “Hoe kan iemand daar nu in hemelsnaam intrappen?” Veel nuttiger is: “Welke truc zou bij mij werken?”
Iedereen heeft immers wel ergens zo’n knopje. Bij de ene gaat het om geld, bij een ander om liefde, angst voor een geblokkeerde bankrekening, bezorgdheid om een kind of de kans om eindelijk eens de investering van zijn leven te doen. Wie denkt dat hij nergens vatbaar voor is, heeft waarschijnlijk alleen nog niet de juiste oplichter ontmoet.
















