HomeLeestipsBoekenRobert Janssens blijft maar debuteren – nu zelfs zonder bij zijn eigen...

Robert Janssens blijft maar debuteren – nu zelfs zonder bij zijn eigen interview aanwezig te zijn

Omdat we bezige bij Robert Janssens niet wilden lastigvallen, legden we zijn eerste misdaadroman ‘Onwaarschijnlijk maar waar’ (vers van de pers) zelf op de rooster.

Robert Janssens blijft maar debuteren. Op zijn 81ste publiceerde hij zijn eerste literaire roman Sukkelaar. Eerder dit jaar volgde zijn eerste novelle Emma & Emma en nu verschijnt met Onwaarschijnlijk maar waar de eerste misdaadroman van deze okselfrisse 87-jarige. Andere mensen bouwen hun activiteiten op latere leeftijd stilaan af. Robert voegt er liever nieuwe aan toe.

Voor de lezers van Boomager is Robert Janssens intussen allerminst een onbekende. Elke week schrijft Robert een fel gewaardeerd cursiefje voor de website en de nieuwsbrief. Daarin bekijkt hij met zijn kenmerkende scherpe blik, droge humor en rijke ervaring de kleine en grote gebeurtenissen van het leven. Zijn bijdrage is voor veel lezers een vaste wekelijkse afspraak geworden.

Daarom krijgt hij er bij deze nog een debuut bovenop: voor het eerst wordt hij geïnterviewd zonder zelf bij het gesprek aanwezig te zijn. Omdat we hem niet wilden lastigvallen – en omdat hij zijn tijd wellicht beter kan gebruiken om zijn volgende cursiefje of alweer een nieuw boek te schrijven – richtten we onze vragen rechtstreeks aan Onwaarschijnlijk maar waar.

Voor alle duidelijkheid: de antwoorden hieronder zijn niet door Robert zelf gegeven. Het is een speels interview met zijn boek, opgebouwd aan de hand van het verhaal. De auteur hoefde er geen stoel voor te verlaten, geen koffie voor te zetten en zelfs geen telefoon voor op te nemen.

“Ik word verdacht van het verstoren van de nachtrust”

Boomager: Laten we met de formaliteiten beginnen. Naam?

Onwaarschijnlijk maar waar: Mijn naam staat in grote rode letters op mijn omslag. Onwaarschijnlijk maar waar. Niet meteen een titel waarmee je onopgemerkt door een politiecontrole raakt, maar dat is ook niet de bedoeling.

Beroep?

Misdaadroman. Meer bepaald de eerste misdaadroman van Robert Janssens. Ik ben dus nog maar net op de markt en word nu al verhoord. Een mens – of een boek – krijgt tegenwoordig nauwelijks tijd om even op adem te komen.

Waarvan wordt u verdacht?

Van het opwekken van nieuwsgierigheid, het verstoren van de nachtrust en mogelijk ook van het uitlokken van een vreemde combinatie van spanning, ergernis en gelach. Voorlopig ontken ik alles. Mijn advocaat heeft mij aangeraden zo weinig mogelijk te zeggen, maar aangezien dit een interview is, zou dat nogal vervelend worden.

Waar bevindt Robert Janssens zich ondertussen?

Niet hier. Dat was precies de afspraak. Robert heeft in zijn lange loopbaan al duizenden vragen gesteld en beantwoord. Eerst als wielerjournalist, later als auteur en tegenwoordig ook als een van de vaste stemmen van Boomager. Elke week schrijft hij voor de website en de nieuwsbrief een fel gewaardeerd cursiefje waarin hij met humor, mensenkennis en een scherpe pen naar het leven kijkt. Misschien is hij daar momenteel wel mee bezig. We vonden in elk geval dat hij nu eens recht had op een interview waarvoor hij helemaal niets hoefde te doen.

Hij blijft wel opvallend vaak debuteren.

Inderdaad. Op zijn 81ste debuteerde hij als literair romanschrijver. Eerder dit jaar verscheen zijn eerste novelle en nu ben ik er, zijn eerste misdaadroman. Vandaag beleeft hij bovendien zijn debuut als auteur die geïnterviewd wordt zonder zelf aanwezig te zijn. Als hij zo voortdoet, debuteert hij binnenkort nog in een genre dat eerst speciaal voor hem moet worden uitgevonden.

Een speurder die vooral zichzelf bijzonder goed vindt

Over wie gaat het onderzoek eigenlijk?

Over Stef Stevens, een man die al van kindsbeen af weet wat hij wil worden: politieman. Niet zomaar een politieman, maar de beste, de slimste en bij voorkeur ook degene die iedereen vertelt dat hij de beste en de slimste is.

Als kind speelt hij al politieagent, deelt hij zelfverzonnen boetes uit en onderzoekt hij zelfs het overlijden van zijn eigen vader alsof er achter iedere natuurlijke dood noodzakelijk een misdaad schuilgaat. Later maakt hij van zijn jongensdroom zijn beroep. Vanaf zijn eerste werkdag is hij ervan overtuigd dat hij ziet wat zijn oudere collega’s niet zien en begrijpt wat zijn oversten niet begrijpen.

Is Stef werkelijk zo briljant als hij zelf denkt?

Dat is precies wat hem zo interessant maakt. Stef is bijzonder ijdel, irritant, autoritair en vaak ronduit onuitstaanbaar, maar hij is niet dom. Integendeel. Hij merkt geregeld details op die anderen over het hoofd zien. Hij kan een dossier vanuit een onverwachte hoek bekijken en blijft zoeken wanneer zijn collega’s de zaak liever klasseren.

Alleen bestaat er een merkwaardige blinde vlek in zijn speurwerk. Hij ziet een ontbrekend spoor op een plaats delict, een tegenstrijdigheid in een verklaring of een verdachte die letterlijk boven iedereen uitsteekt. Tegelijk merkt hij nauwelijks wat hij zijn moeder, zijn collega’s en zijn echtgenotes aandoet. Hij ziet iedere verdwenen plooi in zijn broek, maar niet de barsten in zijn menselijke relaties.

Moeten we hem sympathiek vinden?

Dat lijkt mij een onmogelijke opdracht. Stef zou trouwens zelf niet begrijpen waarom een mens sympathiek moet zijn. Voor hem volstaan bekwaamheid, stiptheid, een perfect gestreken hemd en schoenen die zo hard blinken dat een verdachte er zichzelf in kan herkennen.

Toch wordt hij geen vlakke karikatuur. Achter zijn eigendunk zit een man die zijn hele bestaan in dienst stelt van één doel en daardoor uiteindelijk nauwelijks nog een bestaan overhoudt. Je lacht met hem, ergert je aan hem en krijgt op sommige ogenblikken bijna medelijden met hem. Bijna, want meestal zegt of doet hij meteen daarna weer iets waardoor dat medelijden snel verdwijnt.

Van een verdwenen vader tot bloedige warenhuisovervallen

Welke misdaden krijgt Stef Stevens voorgeschoteld?

Zijn loopbaan voert hem langs een politieke moord, een hoogst merkwaardige overval bij een gefortuneerde man, de verdwijning van een rijke vader en zijn dertienjarige zoon, de gruwelijke moord op een ogenschijnlijk volmaakte echtgenote, bloedige aanvallen op warenhuizen en een internationale drugszaak.

Bij sommige dossiers komt Stef verrassend snel dicht bij de waarheid. In andere gevallen botst hij op collega’s, oversten of invloedrijke figuren die liever niet hebben dat hij te diep graaft. En soms zit zijn grootste hindernis gewoon in zijn eigen hoofd.

Is dit dan een klassieke misdaadroman met één moord, een reeks verdachten en aan het einde de ontmaskering?

Nee. Wie uitsluitend op zoek is naar één lijk, één dader en één speurder die op de laatste vijf bladzijden iedereen in de bibliotheek bijeenroept, krijgt iets anders. Mijn achttien hoofdstukken en epiloog volgen een groot deel van Stefs leven en loopbaan. De afzonderlijke zaken zijn belangrijk, maar samen vormen ze vooral het dossier van Stef Stevens zelf.

De centrale vraag is niet alleen wie bepaalde misdaden heeft gepleegd. Minstens even belangrijk is wat een man wordt wanneer ambitie, controle en zelfoverschatting zijn hele persoonlijkheid overnemen. Stef wil de misdaad beheersen, maar krijgt steeds minder vat op zichzelf.

Het boek begint bij een oude, gepensioneerde Stef. Waarom?

Omdat zijn glorietijd dan voorbij is. We ontmoeten hem niet achter een indrukwekkend bureau of tijdens een spectaculaire arrestatie, maar half buiten bewustzijn in zijn zetel. Zijn derde vrouw heeft hem verlaten, zijn huis wordt door een poetsvrouw min of meer bewoonbaar gehouden en zijn dagelijkse programma bestaat hoofdzakelijk uit eten, cafébezoek en grote hoeveelheden bier.

Vanuit die weinig verheffende situatie keren zijn herinneringen terug. In zijn hoofd herbeleeft hij zijn successen, maakt hij ze wellicht nog wat groter en probeert hij zijn mislukkingen weg te duwen. Eén onopgeloste drugszaak blijft echter als een zwarte wolk boven hem hangen.

Drie huwelijken, weinig romantiek en messcherpe broekplooien

Is er tussen al die misdaad nog ruimte voor liefde?

Stef zou zelf vragen of dat werkelijk nodig is. Hij trouwt drie keer, maar benadert een huwelijk ongeveer zoals een gerechtelijk dossier: eerst de voorwaarden vastleggen, vervolgens het financiële voordeel berekenen en daarna zo weinig mogelijk tijd verspillen aan de uitvoering.

Cecile denkt aanvankelijk dat achter zijn kordate houding misschien toch een gevoelige man schuilgaat. Stef doet weinig moeite om die illusie in stand te houden. Zelfs op hun trouwdag heeft hij belangrijker zaken te doen. Antoinette krijgt later iets meer tederheid uit hem los, maar ook dat huwelijk moet uiteindelijk wijken voor de enige relatie waaraan hij werkelijk trouw blijft: zijn werk.

Zijn privéleven levert enkele van de grappigste passages op, maar tegelijk ook enkele van de pijnlijkste. De vrouwen rondom Stef worden niet alleen geconfronteerd met een ongezellige man. Ze botsen op iemand die menselijke gevoelens hoofdzakelijk als tijdverlies beschouwt.

En zijn moeder?

Zonder haar zou de grote Stef Stevens er waarschijnlijk heel wat minder indrukwekkend hebben uitgezien. Zij moet zijn hemden strijken, de plooien in zijn broek bewaken, zijn schoenen poetsen en controleren of er na haar afscheidszoen geen spoor van lippenstift op zijn wang is achtergebleven.

Hij commandeert haar alsof zij een ondergeschikte op het commissariaat is. Toch speelt net zij, zonder het zelf goed te beseffen, een rol in een van zijn opvallendste successen. Een toevallige opmerking tijdens een telefoongesprek zet Stef op het spoor van een uitzonderlijk lange verdachte. Uiteraard onthoudt hij later vooral zijn eigen briljante bijdrage. Bescheidenheid behoort niet tot zijn sterkst ontwikkelde recherchetechnieken.

Er valt dus ook te lachen?

Gelukkig wel. Robert Janssens schrijft over moord, macht, corruptie, eenzaamheid en zelfbedrog, maar doet dat met droge humor en een scherp oog voor menselijke dwaasheid. Stef kan uren werken aan een levensgevaarlijke zaak en zich tegelijk meer zorgen maken over een kreuk in zijn broek. Hij kan een verdachte psychologisch in het nauw drijven, maar is volkomen hulpeloos zodra een vrouw hem probeert te verleiden.

De humor zit vaak in de terloopse observaties, de kleine uitweidingen en de manier waarop Stef zijn eigen gedrag voortdurend rechtvaardigt. Hoe onwaarschijnlijker zijn redeneringen worden, hoe overtuigder hij klinkt. Punt aan de lijn, zoals hij zelf graag zou zeggen.

De journalist die mensen leerde observeren

Herkennen we in dit boek de voormalige journalist Robert Janssens?

Zeker. Robert bouwde een lange loopbaan uit bij onder meer De Volksgazet en Het Laatste Nieuws. Hij versloeg 38 keer de Ronde van Frankrijk en leerde in al die jaren mensen bekijken wanneer ze winnen, verliezen, bluffen, liegen, zwijgen of zichzelf belangrijker voordoen dan ze zijn.

In deze roman gaat het niet over wielrennen, maar die mensenkennis rijdt wel voortdurend mee. De politiewereld vormt het decor, maar het verhaal gaat minstens evenzeer over ijdelheid, hiërarchie, kameraadschap, opportunisme en de vreemde kronkels waarmee mensen hun gedrag voor zichzelf aanvaardbaar maken.

Diezelfde opmerkingsgave herkennen de lezers van Boomager iedere week in zijn cursiefjes. Robert heeft geen ingewikkeld misdaaddossier nodig om iets bijzonders te ontdekken. Een alledaagse ontmoeting, een herinnering, een gebeurtenis uit het nieuws of een kleine menselijke eigenaardigheid volstaat vaak om zijn pen in beweging te krijgen.

Is Stef Stevens gebaseerd op een echte politieman?

Voorin waarschuw ik netjes dat ik een roman en dus een werk van verbeelding ben. Niet alles hoeft overeen te komen met de manier waarop de politie in werkelijkheid functioneert. Meteen daarna voeg ik er wel aan toe dat het best echt gebeurd kán zijn.

Meer zeg ik daarover niet. Een goed misdaadboek moet tenslotte minstens één mysterie bewaren.

Waarom heet u Onwaarschijnlijk maar waar?

Omdat die woorden voortdurend boven het verhaal lijken te zweven. Sommige misdaden lijken te dwaas, te gruwelijk of te toevallig om waar te zijn. Sommige successen van Stef lijken nauwelijks geloofwaardig. Zijn huwelijken lijken onwaarschijnlijk en toch herkennen we in zijn gedrag meer van de werkelijkheid dan ons misschien lief is.

De titel slaat ook op Robert zelf. Een man die pas op zijn 81ste als literair romanschrijver debuteert, daarna in snel tempo een heel oeuvre opbouwt en op zijn 87ste nog een nieuw genre verkent: dat klinkt behoorlijk onwaarschijnlijk. Maar het is wel waar.

Wanneer de speurder zelf in beeld komt

Op de cover zien we een politieman die een geboeide man wegvoert. Is dat een scène uit het boek?

De tekening van Zoë Baert vat vooral de sfeer en de centrale spanning samen. Wie is hier de speurder en wie de dader? Wanneer verandert iemand die zijn hele leven de wet heeft verdedigd in iemand die vindt dat hij zelf mag bepalen hoe de wet wordt uitgevoerd?

Op de voorkant ziet alles er sober en beheerst uit, met zwart, grijs en donkerrood. Binnenin wordt het geleidelijk een stuk minder ordelijk. Dat zou Stef overigens verschrikkelijk vinden.

Krijgen we van u de afloop te horen?

Absoluut niet. Ik ben tijdens dit verhoor bereid ver te gaan, maar er bestaan grenzen. Ik kan wel verklappen dat de lijn tussen speurder en dader steeds dunner wordt. De onopgeloste zaak die Stef blijft achtervolgen, verdwijnt na zijn pensionering niet uit zijn hoofd. Integendeel.

Wie wil weten hoe ver zijn obsessie hem uiteindelijk voert, zal zelf tot de laatste bladzijden moeten doorlezen. Beschouw dat gerust als een officiële uitnodiging, eventueel zelfs als een bevel.

Waarom past deze roman zo goed bij Boomager?

Niet alleen omdat Robert een vaste medewerker van Boomager is. Met zijn wekelijkse cursiefjes voor de website en de nieuwsbrief groeide hij uit tot een vertrouwde en fel gewaardeerde stem bij onze lezers. In die bijdragen herkennen we hetzelfde oog voor detail, dezelfde mensenkennis en dezelfde droge humor die ook door Onwaarschijnlijk maar waar lopen.

De roman past bovendien perfect bij de filosofie van Boomager. Robert laat zien dat een nieuw hoofdstuk niet aan een leeftijd gebonden is. Hij laat zijn lange ervaring als journalist en verhalenverteller niet achter zich, maar gebruikt ze om telkens iets nieuws te proberen. Eerst een literaire roman, daarna een novelle en nu een misdaadroman: hij blijft zichzelf als auteur uitdagen.

Je hoeft op latere leeftijd niet opnieuw vanaf nul te beginnen. Alles wat je hebt gezien, geleerd en meegemaakt, kan juist het materiaal worden voor iets wat je nog nooit eerder hebt gedaan. Robert bewijst dat iedere week met zijn cursiefjes en nu opnieuw met zijn eerste misdaadroman.

Tot slot: waarom zouden we u moeten lezen?

Omdat ik meer ben dan een opeenvolging van misdaden. Ik ben het tragikomische portret van een man die alles onder controle wil krijgen, behalve zichzelf. Stef Stevens is slim en bekrompen, succesvol en mislukt, komisch en gevaarlijk. Je zult hem waarschijnlijk niet graag ontmoeten, maar eenmaal je hem hebt leren kennen, raak je hem moeilijk weer kwijt.

En Robert? Die heeft dit hele interview rustig kunnen overslaan. Hij werd niet gebeld, niet ondervraagd en hoefde geen enkel antwoord te bedenken. Zijn boek heeft het woord gevoerd.

Misschien zit hij ondertussen alweer over zijn volgende cursiefje gebogen. Of over zijn volgende roman. Bij Robert weet je maar nooit, want als iemand op zijn 87ste nog altijd blijft debuteren, is niets werkelijk uitgesloten.

Onwaarschijnlijk? Misschien. Maar waar.

Onwaarschijnlijk maar waar

Robert Janssens misdaadroman – Uitgeverij Partizaan

Covertekening: Zoë Baert ISBN 9789493453548

Meer info over het boek vindt u HIER.

PS Omdat Robert te druk bezig was om te poseren hebben we voor bovenstaande foto’s een lookalike ingehuurd.

- ONZE EXCLUSIEVE REEKS -spot_img

Abonneer je op ons Gratis Magazine en ontvang iedere woensdag de beste info, tips en leuke acties in jouw mailbox

Leestips

Pluto slaat terug

De mensheid heeft een probleem. Niet oorlogen, klimaatopwarming of die verschrikkelijke rucola die tegenwoordig op letterlijk elk bord wordt gekwakt*. Nee, het echte drama...

Kokosrotsjes

Een mand leesplezier

spot_img
Rechtvaardige-Rechters retabel

11 april 1934 – De Rechtvaardige Rechters, het mysterie ontrafeld

In 1934 pleegde men een van de grootste kunstdiefstallen in de Belgische geschiedenis: de diefstal van "De Rechtvaardige Rechters", een paneel van het wereldberoemde...