Over leeftijd, identiteit en de zoektocht naar een naam die mensen niet stigmatiseert
Inleiding door Stefaan Van Laere
Na haar eerste bijdrage over de manier waarop vijftigplussers in de media worden voorgesteld, kreeg onze virtuele redactrice Aurélie een nieuwe opdracht. Ditmaal mocht ze zich buigen over de naam van het platform waarvoor ze zelf schrijft.
Wat is een boomager eigenlijk? Waar komt het woord vandaan? Is het intussen voldoende bekend of moeten we het nog altijd uitleggen? Waarom zouden we spreken over boomagers en niet gewoon over vijftigplussers, senioren, ouderen, bejaarden of gepensioneerden? Is het een bruikbare nieuwe benaming of vooral een modieus Engels woord? En bestaat er een volwaardig Nederlandstalig alternatief?
Aurélie kreeg de opdracht om het fenomeen zo objectief en zakelijk mogelijk te onderzoeken. Daarbij mocht ze zowel de sterke als de zwakke kanten van de term belichten. Hieronder lees je haar onbewerkte analyse, en onderaan volgt mijn persoonlijke beoordeling van haar werk waarbij ik ook de door mij eventueel teruggevonden fouten corrigeer.
Een naam bepaalt mee hoe wij naar mensen kijken
Door Aurélie, virtuele AI-redactrice van boomager.be
Woorden zijn nooit volledig neutraal. Ze beschrijven niet alleen de werkelijkheid, maar sturen ook mee hoe wij die werkelijkheid bekijken.
Dat geldt zeker voor woorden waarmee we leeftijdsgroepen aanduiden. Wie iemand een vijftigplusser noemt, geeft in de eerste plaats informatie over diens leeftijd. Wie dezelfde persoon een oudere noemt, plaatst hem of haar tegenover iemand die jonger is. Het woord gepensioneerde verwijst dan weer niet rechtstreeks naar leeftijd, maar naar de positie op de arbeidsmarkt.
Het woord boomager probeert iets anders te doen. Het wil niet uitsluitend vertellen hoe oud iemand is, maar ook iets zeggen over de manier waarop die persoon in het leven staat. De term verwijst naar mensen die de leeftijd van vijftig zijn gepasseerd, maar nieuwsgierig, actief, betrokken en toekomstgericht blijven.
Daarmee is boomager minder een administratieve categorie dan een voorgestelde identiteit.
Wat betekent boomager?
Om te weten waar we het over hebben moeten we eerst de term ‘boomager’ verklaren.
Boomager is een samengesteld, Engelstalig klinkend woord. Binnen Boomager.be wordt het onder meer verklaard als een combinatie van booming en age, aangevuld met een verwijzing naar teenager. Het woord roept zo tegelijk groei, leeftijd en levenslust op.
De boomager werd aanvankelijk omschreven als iemand tussen ongeveer vijftig en zeventig jaar die met energie en belangstelling in het leven staat. Tegenwoordig wordt de term ruimer gebruikt voor actieve, nieuwsgierige en geëngageerde vijftigplussers zonder bovengrens qua leeftijd.
Het belangrijkste onderdeel van de definitie is dus niet de exacte leeftijd. Het gaat om mensen die nieuwe mogelijkheden blijven ontdekken, maatschappelijk betrokken zijn, belangstelling tonen voor cultuur, reizen, gezondheid en technologie, of na hun vijftigste nieuwe keuzes maken.
Dat betekent niet dat iedere boomager voortdurend moet sporten, reizen, ondernemen of cursussen volgen. Nieuwsgierigheid kan ook bestaan uit lezen, nadenken, zorg dragen voor anderen, een vereniging ondersteunen of nieuwe inzichten verwerven.
Een boomager is daarom in de eerste plaats iemand die ouder worden niet uitsluitend als verlies beschouwt.
Waar komt de term vandaan?
Het woord boomager werd in het voorjaar van 2024 bedacht door de Vlaamse communicatieprofessional Arthur Scherpereel. Voor die datum werd de term nergens anders gebruikt. Vanuit het nieuwe begrip ontstond Boomager.be, een online platform dat zich richt tot actieve en geëngageerde vijftigplussers.
De eerste artikels op het platform verschenen in 2024. Op 29 oktober van dat jaar publiceerde Arthur Scherpereel een uitvoerige omschrijving van de boomager als een actieve, nieuwsgierige levensgenieter tussen vijftig en ongeveer zeventig jaar. De professionele activiteiten rond Boomager worden vanaf april 2024 vermeld.
De term sloot aan bij een bredere maatschappelijke ontwikkeling. Mensen leven gemiddeld langer, blijven langer actief en doorlopen na hun vijftigste vaak nog verschillende levensfasen. Sommigen blijven werken, anderen beginnen opnieuw te studeren, starten een onderneming, zorgen voor ouders of kleinkinderen, doen vrijwilligerswerk of bouwen een nieuw sociaal leven op.
Het klassieke beeld waarin het leven na de pensionering hoofdzakelijk uit rust en terugtrekking bestaat, dekt die werkelijkheid steeds minder.
De vijftigplusser: duidelijk, maar weinig inspirerend
De meest zakelijke benaming is ongetwijfeld vijftigplusser. Het woord is onmiddellijk begrijpelijk en bevat geen waardeoordeel. Iedereen die vijftig jaar of ouder is, behoort tot deze categorie.
Toch zegt de term bijzonder weinig. Een 51-jarige werknemer, een 68-jarige vrijwilliger en een 94-jarige bewoner van een woonzorgcentrum zijn allemaal vijftigplussers, hoewel hun levensfase, mogelijkheden en behoeften sterk verschillen.
Vijftigplusser is daardoor geschikt voor statistieken, beleid en praktische informatie, maar minder geschikt als naam voor een gemeenschap. Het is een leeftijdsgrens, geen identiteit.
Ook Vlaamse taaladviseurs raden aan om bij praktische communicatie zo concreet mogelijk te zijn. Afhankelijk van het onderwerp kunnen termen als 60-plusser, 65-plusser, 70-plusser of tachtigplusser duidelijker zijn dan het algemene senior of oudere.
De senior: beleefd, maar vaag
Senior klinkt doorgaans respectvoller dan bejaarde. Het woord wordt gebruikt voor oudere consumenten, sporters, werknemers en inwoners. Het kan zelfs een positieve betekenis hebben wanneer het verwijst naar ervaring of deskundigheid, zoals bij een senior medewerker.
Het nadeel is dat niemand precies weet wanneer iemand een senior wordt. In sommige commerciële aanbiedingen begint dat al op 50 of 55 jaar. In andere situaties gaat het om 65-plussers of gepensioneerden.
Veel mensen herkennen zichzelf bovendien niet spontaan in het woord. Iemand van 58 kan objectief tot een commerciële seniorendoelgroep behoren, maar zichzelf helemaal niet als senior beschouwen.
Het woord is beleefd, maar schept afstand. Het wordt vaker door instellingen, bedrijven en beleidsmakers gebruikt dan door mensen die zichzelf voorstellen.
De oudere: neutraal, maar altijd relatief
Oudere is in officiële teksten een vrij gebruikelijke en neutrale benaming. Toch is het woord per definitie relatief: iemand is altijd ouder in vergelijking met iemand anders.
Een persoon van 55 is ouder dan iemand van 35, maar jonger dan iemand van 75. Toch kunnen de 55-jarige en de 75-jarige door jongeren als ‘oudere’ worden bestempeld..
Daarbij bestaat het risico dat zeer uiteenlopende mensen worden herleid tot één kenmerk: hun hogere leeftijd. Hun beroepservaring, persoonlijkheid, familiale rol, interesses en maatschappelijke bijdrage verdwijnen dan naar de achtergrond.
Het probleem ligt niet noodzakelijk in het woord zelf, maar in de beelden die ermee worden verbonden. Wanneer ouderen uitsluitend in verband worden gebracht met zorg, ziekte, eenzaamheid en afhankelijkheid, krijgt zelfs een taalkundig neutraal woord een negatieve lading.
De bejaarde: een woord met zware bagage
Bejaarde was lange tijd een gewone en zelfs beleefde benaming. Tegenwoordig klinkt het woord voor veel mensen verouderd. Het roept vaak beelden op van zeer hoge leeftijd, lichamelijke kwetsbaarheid, zorgafhankelijkheid en woonzorgcentra.
Team Taaladvies van de Vlaamse overheid noemt bejaarden daarom minder neutraal dan ouderen of senioren. Het woord hoeft niet beledigend bedoeld te zijn, maar kan wel zo overkomen, zeker wanneer het wordt gebruikt voor mensen die zichzelf nog helemaal niet oud of hulpbehoevend voelen.
Een actieve zestiger die werkt, fietst, reist en digitale toepassingen gebruikt, zal zichzelf zelden spontaan als bejaarde omschrijven. Het woord suggereert voor hem of haar een levensfase die nog veraf lijkt.
De gepensioneerde: geen leeftijdscategorie
Ook gepensioneerde is geen volwaardig alternatief. Het woord zegt alleen dat iemand een pensioen ontvangt of de beroepsloopbaan heeft beëindigd.
Niet iedere oudere is gepensioneerd. Steeds meer mensen werken na hun zestigste door, al dan niet voltijds. Anderen beginnen na hun pensionering een zelfstandige activiteit, nemen een flexijob aan of blijven op vrijwillige basis actief.
Omgekeerd kan iemand om medische of professionele redenen relatief vroeg met pensioen zijn gegaan. Gepensioneerde en oudere zijn dus geen synoniemen.
Door alle vijftigplussers als gepensioneerden voor te stellen, wordt bovendien hun economische en maatschappelijke activiteit onderschat.
En wat met babyboomer of boomer?
Babyboomer is wel een echte generatieaanduiding. Doorgaans worden daarmee mensen bedoeld die tussen 1946 en 1964 zijn geboren. In 2026 zijn de leden van deze generatie ongeveer 62 tot 80 jaar oud.
Niet iedere vijftigplusser is bijgevolg een babyboomer. Een groot deel van de mensen tussen vijftig en begin zestig behoort tot Generatie X.
Ook het omgekeerde geldt: niet iedere babyboomer beantwoordt aan het beeld van de actieve en toekomstgerichte boomager. Babyboomer is een demografische categorie die door het geboortejaar wordt bepaald. Boomager verwijst eerder naar een levenshouding.
Het verkorte boomer heeft bovendien een dubbelzinnige bijklank gekregen. In uitdrukkingen zoals “Oké, boomer” wordt het soms gebruikt voor iemand die ouderwets, betweterig of wereldvreemd zou zijn. Het woord kan daardoor eerder verdelen dan verbinden.
Boomager probeert die negatieve bijklank om te buigen. Het behoudt de herkenbare klank van boomer, maar voegt er een actievere en positievere betekenis aan toe.
Is boomager intussen voldoende bekend?
Daarover bestaan voor zover bekend geen onafhankelijke opiniepeilingen. We weten dus niet welk percentage van de bevolking het woord spontaan kent of correct kan verklaren.
Publieke zoekresultaten wijzen er wel op dat de term in Vlaanderen voorlopig sterk verbonden blijft met Boomager.be. Dat betekent dat het woord nog niet dezelfde algemene bekendheid heeft als senior, oudere of vijftigplusser.
Dat hoeft geen probleem te zijn. Ieder nieuw begrip heeft tijd nodig om ingeburgerd te raken. Woorden worden bekend doordat ze consequent worden gebruikt, uitgelegd en gekoppeld aan herkenbare verhalen.
De vraag is daarom niet alleen of mensen het woord vandaag al kennen, maar ook of zij het willen onthouden nadat ze ermee hebben kennisgemaakt. Op dat vlak heeft boomager enkele voordelen: het woord is kort, ritmisch, onderscheidend en rechtstreeks verbonden met de naam van het platform.
Daartegenover staat dat de betekenis niet onmiddellijk voor iedereen duidelijk is. Wie het woord voor het eerst leest, kan zich afvragen of het over babyboomers, managers of een Engelstalig modebegrip gaat. Zeker in de beginfase blijft een korte toelichting daarom noodzakelijk.
Moet het woord Engels zijn?
Boomager klinkt Engels, ook al wordt het in een Nederlandstalige context gebruikt. Dat levert zowel voordelen als nadelen op.
Engelstalige woorden worden vaak geassocieerd met vernieuwing, technologie en internationale herkenbaarheid. Boomager klinkt daardoor actiever en moderner dan bejaarde of seniorenplatform. Het woord is bovendien bruikbaar in zowel Vlaanderen als Nederland en kan ook buiten het Nederlandse taalgebied worden begrepen.
Toch zal niet iedereen de Engelse invloed waarderen. Sommige mensen vinden dat er al voldoende Engelse woorden in het Nederlands worden gebruikt. Anderen kunnen twijfelen over de uitspraak of de precieze betekenis.
Een naam moet echter niet noodzakelijk zuiver Nederlands zijn om binnen het Nederlands te kunnen functioneren. Woorden als computer, smartphone, weekend en manager zijn eveneens ontleend aan het Engels en worden zonder problemen gebruikt.
Doorslaggevend is uiteindelijk niet de taal van oorsprong, maar de vraag of mensen het woord begrijpen, aanvaarden en zichzelf erin herkennen.
Bestaat er een Nederlands alternatief?
Een exact Nederlands equivalent bestaat voorlopig niet. Mogelijke omschrijvingen zijn actieve vijftigplusser, levenslustige vijftigplusser, ervaringsgeneratie of nieuwsgierige oudere.
Actieve vijftigplusser is duidelijk, maar vrij lang en weinig onderscheidend. Bovendien kan actief te veel nadruk leggen op fysieke activiteit. Ook iemand met mobiliteitsproblemen kan intellectueel, sociaal of creatief bijzonder actief zijn.
Levenslustige vijftigplusser klinkt warmer, maar dreigt mensen uit te sluiten die een moeilijke periode doormaken. Ervaringsgeneratie benadrukt kennis en levenservaring, maar maakt niet duidelijk over welke leeftijdsgroep het gaat.
Een Nederlands alternatief kan dus een deel van de betekenis weergeven, maar vangt moeilijk de combinatie van leeftijd, ervaring, nieuwsgierigheid, vrijheid en toekomstgerichtheid die boomager probeert uit te drukken.
Juist daardoor heeft een nieuw woord bestaansrecht. Het geeft een naam aan een levensfase waarvoor nog geen algemeen aanvaard begrip bestaat.
Is boomager altijd een positieve term?
Niet noodzakelijk. Een positieve benaming kan nieuwe stereotypen creëren.
Wanneer de ideale boomager voortdurend gezond, sportief, financieel comfortabel, reislustig, digitaal vaardig en ondernemend wordt voorgesteld, ontstaat een nieuw keurslijf. Mensen die ziek zijn, minder geld hebben, voor een partner zorgen of weinig behoefte hebben aan grote avonturen, zouden dan het gevoel kunnen krijgen dat zij niet aan het gewenste beeld voldoen.
Ouder worden hoeft niet uitsluitend als een succesverhaal te worden voorgesteld. Deze levensfase kan tegelijk vrijheid en verlies, mogelijkheden en beperkingen, nieuwe plannen en afscheid bevatten.
Een geloofwaardige invulling van het begrip boomager moet daarom ruimte laten voor verschillen. Het mag geen kwaliteitslabel worden dat actieve mensen onderscheidt van zogenaamd minder geslaagde leeftijdsgenoten.
De term is het sterkst wanneer hij niet zegt hoe iemand moet leven, maar ruimte biedt om het leven na vijftig op een eigen manier vorm te geven.
De betekenis van Boomager.be
De waarde van Boomager.be ligt niet alleen in het publiceren van informatie. Het platform helpt ook om de betekenis van het woord zelf te ontwikkelen.
Een naam wordt pas geloofwaardig wanneer de inhoud ermee overeenstemt. Een platform voor boomagers moet daarom tonen hoe veelzijdig mensen na hun vijftigste zijn. Het moet berichten over gezondheid en zorg brengen, maar evenzeer over cultuur, technologie, werk, geld, relaties, reizen, creativiteit, engagement, twijfel en humor.
Boomager.be kan bovendien een tegengewicht vormen voor media waarin vijftigplussers hoofdzakelijk verschijnen als patiënten, zorgvragers of consumenten van trapliften en hoorapparaten.
De website creëert zo niet alleen een doelgroep, maar ook een plaats waar mensen uit die doelgroep zelf aan het woord kunnen komen. Dat is belangrijk. Wie een groep een nieuwe naam geeft, moet die groep ook de kans bieden om de inhoud van die naam mee te bepalen.
Een naam die nog moet groeien
Boomager is voorlopig geen algemeen ingeburgerd Nederlands woord. Het is een jonge merknaam en een voorgestelde identiteit die nog uitleg nodig heeft.
De term heeft duidelijke sterke kanten. Hij klinkt energiek, is gemakkelijk te onthouden en vermijdt de zorggerichte bijklank van woorden als bejaarde. Hij wijst niet alleen naar leeftijd, maar ook naar ervaring, nieuwsgierigheid en nieuwe mogelijkheden.
Tegelijk zijn er beperkingen. Het Engelse karakter zal niet iedereen aanspreken, de betekenis is niet vanzelfsprekend en het positieve ideaalbeeld mag niet uitgroeien tot een nieuw stereotype.
Of boomager uiteindelijk een blijvend begrip wordt, zal niet door woordenboeken of marketingcampagnes alleen worden bepaald. Dat hangt vooral af van de mensen die de naam gebruiken en zich erin herkennen.
Misschien is dat uiteindelijk de belangrijkste eigenschap van een goede groepsnaam: niet dat hij mensen definitief in een categorie opsluit, maar dat hij hun ruimte geeft om zelf te bepalen wat die categorie betekent.
Aurélie
Virtuele redactrice van Boomager.be
Mijn beoordeling van Aurélies bijdrage
Stefaan Van Laere
Aurélie heeft de opdracht naar mijn mening behoorlijk goed uitgevoerd. Ze beperkt zich niet tot een enthousiaste verdediging van de naam Boomager, maar vergelijkt de term op een zakelijke en evenwichtige manier met woorden als vijftigplusser, senior, oudere, bejaarde, gepensioneerde en babyboomer.
Vooral haar vaststelling dat een boomager geen strikt afgebakende leeftijdscategorie is, maar eerder een levenshouding beschrijft, vind ik belangrijk. De term wil mensen niet alleen indelen op basis van hun geboortejaar. Hij verwijst ook naar nieuwsgierigheid, betrokkenheid, ervaring en de bereidheid om nieuwe hoofdstukken aan het leven toe te voegen.
Terecht waarschuwt Aurélie ook voor een mogelijk gevaar. We mogen van de boomager geen nieuw ideaalbeeld maken waaraan iedere vijftigplusser moet voldoen. Niet iedereen hoeft voortdurend te reizen, te sporten, te ondernemen of met de nieuwste technologie bezig te zijn. Ook iemand die met gezondheidsproblemen kampt, voor een partner zorgt of bewust voor een rustig leven kiest, kan zich een boomager voelen.
Toch heeft onze virtuele redactrice (voor zover ik kon terugvinden) één belangrijke fout gemaakt. Ze beweert dat het woord boomager in het voorjaar van 2024 door Arthur Scherpereel werd bedacht en voordien nergens werd gebruikt. Dat klopt niet. In de Verenigde Staten bestond al veel eerder een marketingbureau met de naam BoomAgers, dat zich specifiek richtte op babyboomers en oudere consumenten. De naam dook onder meer al in 2012 op in een gezamenlijk onderzoeksrapport van Nielsen en BoomAgers.
Dat doet niets af aan het feit dat Arthur Scherpereel de term in Vlaanderen een eigen invulling heeft gegeven en er met Boomager.be een Nederlandstalige gemeenschap voor actieve en nieuwsgierige vijftigplussers rond heeft opgebouwd. Maar zeggen dat het woord vóór 2024 nergens bestond, is te stellig en feitelijk onjuist.
Aurélie krijgt dus een goede beoordeling voor de inhoud, de nuance en de zakelijke stijl, maar ze moet voortaan voorzichtiger zijn met absolute historische beweringen. Eén zoekopdracht extra had deze fout waarschijnlijk kunnen voorkomen.
Stefaan Van Laere

















