Ik werd wakker en wist het meteen: dit was zo’n dag. Zo’n tussenin-dag. Geen maandag, geen vrijdag, geen “ik moet straks nog dit of dat”. Gewoon… een dag. De koffie smaakte verdacht rustig, mijn mailbox keek me verwijtloos aan en zelfs de klok leek te denken: doe maar op uw gemak.
Welkom in die zeldzame, mythische periode tussen kerst en nieuwjaar. De week die geen week wil zijn. De tijdzone waarin agenda’s hun macht verliezen en zelfs Google Calendar even zwijgt uit respect.
De kalender doet alsof hij niet bestaat
Vraag in deze dagen aan een boomager welke dag het is en je krijgt antwoorden als:
– “Euh… na kerst?”
– “Soepdag.”
– “Zo’n dag waarop je geen broek met knopen aandoet.”
En niemand schaamt zich daarvoor. Integendeel. Dit is collectieve desoriëntatie met wederzijds begrip. Je mag gerust om elf uur ‘s morgens zeggen: “Ik ga eens kijken wat de dag brengt,” terwijl de dag al half voorbij is. Niemand oordeelt. Iedereen zit in hetzelfde schuitje. Zonder peddels. Met koekjes.
De koelkast als erfgoedsite
De koelkast verandert in deze week in een culinair museum. Achter elk potje schuilt een verhaal. Of minstens een datum die we liever niet hardop uitspreken.
Daar ligt nog iets van kalkoen. Of was het kip? Ergens achteraan staat een schaaltje dat “voor later” was. Later is nu, maar nu voelt nog altijd niet als het juiste moment. Restjes krijgen hier een tweede, derde en soms vierde leven. Niet uit zuinigheid, maar uit koppigheid. Weggooien is toegeven dat kerst voorbij is, en daar zijn we emotioneel nog niet klaar voor.
Goede voornemens in winterslaap
Ergens, misschien op een post-it of diep in ons hoofd, liggen de goede voornemens al klaar. Ze gluren voorzichtig om de hoek, maar wij doen alsof we hen niet zien.
Sporten? Ja, straks. Gezonder eten? Absoluut. Maar niet vandaag, want vandaag is nog officieel “tussen twee jaren”. Vandaag telt niet. Vandaag is administratief onzichtbaar. Een grijze zone waarin calorieën geen nationaliteit hebben en stappen niet worden bijgehouden.
Dat abonnement van de fitness? Dat begint pas écht in januari. En wanneer begint januari? Daar zijn experten het nog niet over eens.
Het sociale contract van niets moeten
Het mooiste aan deze periode is misschien wel dit: niemand verwacht iets van je. Geen snelle antwoorden. Geen plannen. Geen prestaties. Een “ik hoor je nog” volstaat. Soms zelfs dat niet.
We hebben als samenleving collectief afgesproken: deze week doen we het rustig. Dat is geen luiheid, dat is beschaving. Boomagers begrijpen dat instinctief. Wij hebben al genoeg “drukke jaren” gezien om te weten dat stilvallen geen falen is, maar onderhoud.
De luxe van nergens naartoe moeten
Er is een speciaal soort geluk dat alleen in deze dagen bestaat. Het geluk van opstaan zonder plan, en merken dat dat plan perfect werkt. Even naar buiten kijken. Nog eens koffie. Misschien een wandeling, maar alleen als het zichzelf aandient.
Dit is geen vakantie. Dit is iets beters. Dit is weten dat je niets mist door niets te doen. Dat gevoel komt niet met de jaren, maar met de ervaring. En ja, daar zijn we als boomagers behoorlijk goed in geworden.
En dan, heel zachtjes, nieuwjaar
Nieuwjaar komt eraan, dat weten we. Met zijn lijstjes, beloftes en frisse moed. Dat is prima. Dat komt wel. Maar nu nog even niet.
Nu zitten we hier. Tussen restjes en resoluties. In een week die nergens heen wil. En voor één keer hoeven wij dat ook niet.
Misschien is dat wel het mooiste voornemen van allemaal: weten wanneer je nog even niets hoeft te beloven.














