Het wielerseizoen 2026 mag, tot nu toe, ingedeeld worden in twee compartimenten, duidelijk van mekaar gescheiden. Het ene werd voor een groot gedeelte ingenomen door de Sloveen Tadej Pogacar (27 jaar), het andere op ongeveer dezelfde wijze door de Deen Jonas Vingegaard (29 jaar). Belangrijke vaststelling daarbij: de grote heersers op de koerswegen komen alweer niet uit de klassieke wielerlanden: Slovenië en Denemarken hebben tot voor kort nooit of nooit de voornaamste rollen in de fietswereld gespeeld.
Even herinneren, bij zoverre dat nog nodig is. Pogacar won tot nog toe ongeveer alles wat er voor hem te winnen viel, vooral op het klassiekersvlak, hoewel zijn nooit geziene dominantie in de lastige Ronde van Romandië in geen geval over het hoofd mag gezien worden. Maar vooral met zijn successen in de Strade Bianche, Milaan-Sanremo, de Ronde van Vlaanderen en Luik-Bastenaken-Luik onderstreepte hij met zijn zelden gezien klasse dat hij er op alle terreinen ruim bovenuit blijft steken.
Ook op de kasseien van Parijs-Roubaix bleek hij de beste, wat men niet direct van hem verwacht had. Alleen kwam hij daar, voor één keer, een renner tegen die nog meer klasse en talent heeft om over de kasseien te dobberen. U weet natuurlijk dat daarmee Wout van Aert bedoeld wordt, de enige die de ontketende Tadej kon volgen en bijstaan in een vlucht met twee, om hem op de wielerbaan van Roubaix in de spurt te verslaan. Het leverde die grote kampioen van bij ons het mooiste succes uit zijn rijke loopbaan op en dat dreef hem tot een opvallende uiting van de talrije gevoelens die zoiets teweegbrengt, wat het allemaal nog zoveel mooier maakte.
Jonas Vingegaard, de enige die op vele terreinen en vooral in lastige rittenwedstrijden Pogacar kan bestrijden, deed het van in de lente van 2026 tot nu zeker zo goed als zijn Sloveense rivaal. Hij begon met een opvallend succes n Parijs-Nice, domineerde in de Ronde van Catalonië en triomfeerde in de Giro d’Italia in de letterlijke zin van het woord: geen enkele rivaal kon ook maar even de indruk wekken die frêle-ogende Deen te kunnen bedreigen. Vingegaard klom meteen op naar het dunbevolkte groepje dat zowel de Tour, de Vuelta en nu dus ook de Giro op het palmares zette.
Merkwaardig aan dit (bijna) halve seizoen is dat de twee tenoren samen geen noot samen op het podium gezongen hebben. En ze blijven verder gescheiden van mekaar oefenen (vooral) en koersen tot op 4 juli, wanneer de Tour 2026 van start gaat. Met een voorspeld scenario dat tot nog toe beschreven wordt als een van de meest boeiende uit de recente veldgeschiedenis. Want welke mens kan nu met succes voorspellen wie van de twee in Parijs op het hoogste podium zal staan, als ze tenminste en hopelijk allebei van tegenslag gespaard blijven. Want dan zal niemand, maar dan ook niemand hen kunnen bedreigen, hoeveel gevestigd en nieuw talent er ook zal om strijden. Vele wielerliefhebbers zullen uren en uren gaan twijfelen en raden wie van de twee het gaat halen.
Ik heb mijn keuze al gemaakt, maar ik zeg het lekker niet. Ik beken wel dat ik, van nu af aan al uitkijk naar wat niets anders dan een de spannendste Ronden van Frankrijk uit de laatste jaren kan genoemd worden.
















