Het begint met een telefoontje dat niet eens overgaat. Mijn gsm trilt één keer, licht op, en toont simpelweg: UNKNOWN AMAZING POWER. Voor ik iets kan zeggen, hoor ik een bekende stem die klinkt alsof ze zichzelf voortdurend applaus geeft.
“Is this the Boomager? The best boomager of the world? People are saying that. Tremendous boomager.”
Ik kijk rond alsof iemand een verborgen camera op mij gericht heeft. Niemand. Alleen de kat, die mij aankijkt met een blik die zegt: dit is weer typisch.
“Euh… met wie spreek ik?”
“Donald!” klinkt het enigszins verontwaardigd. “The President. You know. Big office. Oval. Very round. The best shape.”
En dan, zonder overgang: “We have a crisis. A popcorn crisis. It’s huge. Bigger than anything. Corn prices? Through the roof. The roof is gone. We don’t even have a roof anymore.”
Ik probeer iets zinnigs te zeggen, maar hij ratelt er dwars doorheen.
“I own Trumpcorn. You know Trumpcorn? Of course you do. Everybody knows Trumpcorn. The best popcorn. Gold level popcorn. But now? Disaster. Total disaster. I need your brain. Your… boomager brain.”
Voor ik kan vragen waarom in godsnaam ik, zegt hij: “We’re sending a plane. The best plane. You’ll love it.”
Klik.
Twee minuten later landt een gigantisch vliegtuig in mijn straat. Air Force One. Een man in een donker pak knikt alsof dit de normaalste zaak van de wereld is.
“Sir. The President is waiting.”
Tijdens de vlucht krijg ik popcorn. Uiteraard. In een gouden doosje. Het smaakt naar boter en lichte existentiële twijfel.
Ik probeer me voor te bereiden. Wat zeg je tegen een president over popcorn? Dat hij beter op dieet gaat? Dat mais soms gewoon duur is? Dat het leven geen microgolfoven is waarin alles netjes poft?
In Washington word ik rechtstreeks naar het Witte Huis gebracht. Alles blinkt. Alles ruikt naar tapijt en beslissingen waar niemand helemaal achter staat. En hier dan een vleugje paniek.
En dan sta ik daar. The Oval Office. Ronder dan ik me had voorgesteld.
Hij zit achter zijn bureau alsof hij er al eeuwen zit.
“Boomager!” roept hij, terwijl hij rechtstaat en mijn hand schudt alsof hij een ketchupfles probeert leeg te krijgen. “You made it. Fantastic. Amazing T-shirt!”
Ik ga zitten.
Hij begint meteen.
“Corn. Explain it to me.”
“Mais?” zeg ik voorzichtig.
“Yes, corn. Yellow.”
“De prijzen stijgen,” zeg ik. “Dat gebeurt nu eenmaal. Klimaat, vraag en aanbod…”
Hij slaat met zijn hand op tafel.
“Demand! Everybody wants popcorn. Movies, no movies, doesn’t matter. People eat it during serious meetings. I do it all the time. Very presidential.”
Hij leunt naar voren.
“Can we grow corn… faster?”
Ik knipper met de ogen. “Eh… Sneller?”
“Yes. Like… microwave corn. Already popped when it comes out of the ground. Have you thought about that? People are talking about it.”
“Ik denk niet dat—”
“We need innovation,” onderbreekt hij. “Or we buy all the corn. All of it. Every corn. No more corn for anyone else. Problem solved.”
Ik probeer te begrijpen of hij een grap maakt. Zijn gezicht zegt van niet. Zijn haar zegt van wel.
“Misschien,” begin ik voorzichtig, “moeten we accepteren dat dingen soms duurder worden. Dat we minder consumeren. Dat we… anders omgaan met wat we hebben.”
Hij kijkt me aan alsof ik net heb voorgesteld om zuurstof te belasten.
“Less popcorn?” fluistert hij. “That’s very dangerous thinking.”
Er valt een stilte. Een vreemde, plakkerige stilte.
Hij zucht.
“I’m in trouble, Boomager. Big trouble. The biggest. People expect popcorn. Happiness. Crunch. And I can’t deliver crunch.”
Ik weet niet goed hoe me te gedragen. Moet ik hem troosten? Een grafiek tekenen? Een zak chips voorstellen als alternatief?
“Misschien,” zeg ik uiteindelijk, “gaat het niet alleen over popcorn.”
Hij fronst de imposante wenkbrauwen.
“Everything is about popcorn.”
“Misschien gaat het over controle,” ga ik verder. “Over het idee dat je niet alles kan sturen. Mais. Prijzen. Sommige dingen… ze gebeuren gewoon.”
“Corn is very disrespectful,” mompelt hij.
Ik sta op. Niet omdat het gesprek afgelopen is, maar omdat ik voel dat het nergens meer naartoe gaat. Of misschien net overal tegelijk.
Hij schudt opnieuw mijn hand, intussen dubbel zo dik.
“You gave me a lot to think about. Not sure what, but a lot. Very intellectual. People will say it was intellectual. Bye bye boomager! Great T-shirt! Can I have it?”
Er zijn grenzen aan mijn beleefdheid. Ik haast me naar buiten, en bots onderweg op Melania. Ze staat in een zijgang voor een smalle, gouden spiegel, een doos met spuitjes in de hand. Ze scharrelt erin, kijkt naar het opschrift op de spuitjes, leg ze een voor een mistroostig weer neer in het doosje.
“He is worried about popcorn?” vraagt ze zonder me aan te kijken. Ik knik. Ze trekt licht met haar mond. “He should worry about expiration dates.” Dan kijkt ze me recht in de ogen met een borende blik die me ongemakkelijk maakt. “You are the boomager.” Geen vraag. Voor ik iets kan zeggen, richt ze zich weer op haar spiegelbeeld.
“This one still works. Timing is everything,” zegt ze droog terwijl ze een prikje zet, strak en beheerst. Ik mompel een excuus en loop dan door, de gang uit, weg van een wereld waar zelfs emoties een prikje krijgen tot ze stil blijven zitten.
Op de terugvlucht krijg ik opnieuw popcorn. Deze keer smaakt het anders. Minder zeker van zichzelf.
Wanneer ik thuis kom, zit de kat nog steeds op dezelfde plek.
Ik kijk naar mijn gezwollen hand, en vraag me af of dit echt gebeurd is.
De gsm trilt opnieuw. UNKNOWN AMAZING POWER.
Ik laat hem liggen.














