Mensen zeggen mij wel dat het nu overal zo is, maar ik kan enkel en alleen oordelen over Gent, gezien ik door de vorderende leeftijd en met de wagen in niet veel andere steden meer geraak. Maar desondanks blijf ik geloven dat het zelden erger kan zijn dan in de stad waar de Schelde en de Leie samenvloeien, wat wil zeggen dat er nergens zoveel hinder is door werkzaamheden aan banen en straten. Of anders ervaar ik dat zo omdat ik jaren aan een stuk meemaakte dat het er prettig autorijden bleef, dan wanneer ik vanuit de vier windstreken klachten hoorde waaien over eindeloze opstoppingen en onmogelijk parkeren.
Maar nu is dat ergerlijk anders en de reden daarvoor is niet moeilijk te achterhalen. Een tijd geleden al moeten bepaalde politieke leiders gevonden hebben dat er op de wegen en in de straten wel een en ander opgeknapt mocht worden. Op zich natuurlijk een goed idee, want je moet het voor automobilisten, die veel belastingen betalen, toch nog een beetje comfortabel houden. Maar de vraag wordt nu wel almaar nadrukkelijker gesteld wie het bedacht heeft dat zo goed als allemaal tegelijkertijd aan te pakken. Het leidde tot onwaarschijnlijke situaties, waarvoor een enkel iets als opperste bewijs mag geciteerd worden.
Zou er ergens in heel de wereld een ring rond een stad liggen die op twee plaatsen en zo goed als in beide richtingen afgesloten is? Ik denk van niet en dat zou allemaal nog niet zo erg zijn, mocht er links en rechts op de omleidingen ook gewerkt worden, wat daar dan weeral opstoppingen veroorzaakt.
Het maakt dat ik (of wij als ik met de eega en/of de kleinkinderen op stap trek) over een afstandje dat ik voorheen in een tiental minuten afgelegd kreeg, nu het dubbele tot het driedubbele nodig heb om mijn doel te bereiken. Om daar dan ook heel wat tijd te verliezen met zoeken naar een plaatsje voor mijn auto, want het is natuurlijk zo dat, waar niet gereden kan worden, je ook de wagen niet kwijtgeraakt.
Nu kan ik er altijd op gewezen worden dat in de stad, of beter gezegd in de meeste steden, altijd de mogelijkheid geboden wordt om met het openbaar vervoer ongeveer overal te geraken. Maar wat dan gezegd voor mensen die het bijna haten (zoals ik) om daar gebruik van te maken? Om enkele heel eenvoudige redenen. In normale omstandigheden ben je daarmee meestal het dubbele van de tijd onderweg en is het tegelijkertijd zo dat het veel, tot heel veel minder comfortabel verloopt dan in je eigen karretje. Met de trams en met de bussen wordt vaak en nog altijd zo brutaal gereden dat je, als je geen zitplaats hebt, beide handen moet gebruiken om, geklemd rond de daarvoor bestemde paaltjes, overeind te blijven, vooral dan in de bochten als die met overdreven snelheid genomen worden. Waardoor je in dat geval ook niet veilig op de bankjes zit, want daar loop je soms ook het risico er af te tuimelen.
Zonderling is het ook dat men er in die groots opgezette planning ter verbetering van wegen en straten amper aan gedacht heeft in de buurt waar ik woon ook wat volk aan het werk te zetten. Want daar rijd je als het ware over een parkoers dat aan de wielerklassieker Parijs-Roubaix doet denken. Onlangs heeft men daar, gedurende de nacht misschien, de diepste putten met asfalt gedempt, maar veel verbetering heeft dat niet aangebracht. En eigenlijk denk ik nu dat dit misschien wel beter of minder slecht zo is. Want ik veronderstel dat, als men die straten uit ‘onze buurt’, minder hobbelig gaat maken, we een hele tijd niet meer uit de wijk weg geraken. Met de wagen dan wel.














