Over kracht, ouder worden en waarom ik koppig mijn eigen tempo blijf volgen
Er zijn van die momenten waarop je lichaam je iets wil vertellen. Bij mij gebeurde dat — zoals dat wel vaker gaat — niet tijdens een diepzinnig gesprek met mezelf, maar gewoon met twee boodschappentassen in de hand.
Niet eens overdreven zwaar. Gewoon… zwaarder dan vroeger. Of beter gezegd: ik voelde mezelf lichter geworden. Minder vanzelfsprekend stevig.
En toch — laat dat duidelijk zijn — ik ben geen stilzitter. Integendeel.
De fitte illusie van “ik ben goed bezig”
Ik ga naar de fitness. Niet elke dag, maar wel geregeld.
Ik stap op de loopband en doe mijn 2 à 3 kilometer. Geen marathon, geen heroïek — gewoon degelijk lopen, soms wat steviger versnellen als ik me goed voel.
Daarna volgt het minder glamoureuze deel.
De oefeningen.
Schouders. Nek. Borst. Buik. Rug. Benen.
Allemaal netjes aangedaan.
Met lichte tegenzin, dat geef ik toe.
Want laat ons eerlijk zijn: niemand wordt spontaan vrolijk van gecontroleerde bewegingen met gewichten die net zwaar genoeg zijn om je eraan te herinneren dat je spieren hebt — en dat ze werk verwachten.
En daarnaast probeer ik ook nog bijna dagelijks wat te fietsen. Geen Tour de France, maar gewoon: bewegen, buiten zijn, de benen laten draaien.
Kortom: ik ben goed bezig. Dat dacht ik toch.
Tot mijn spieren mij subtiel tegenspraken.
Want ondanks al dat bewegen, kwam dat gevoel toch: dit ging vroeger makkelijker.
En daar zit de nuance die we vaak missen. Bewegen is niet hetzelfde als sterker worden.
Ik deed al die dingen — en nog steeds — maar ergens tussendoor was mijn spiermassa stilletjes wat beginnen afnemen. Niet spectaculair. Niet zichtbaar in de spiegel. Maar wel voelbaar in het dagelijks leven. Spieren verdwijnen namelijk niet met tromgeroffel.
Ze sluipen weg. Beleefd bijna.
Het verschil tussen actief zijn en weerstand bieden
Wat ik stilaan begin te begrijpen: mijn loopband en mijn fiets zijn fantastisch voor mijn conditie, mijn hart, mijn hoofd.
Maar mijn spieren? Die hebben andere eisen. Die willen weerstand.
Tegenkanting. Een reden om te blijven.
En dat is precies wat die “gehate oefeningen” eigenlijk doen.
Niet om indruk te maken. Niet om er plots als een fitnessmodel uit te zien. Maar om mijn lichaam te laten weten: je bent nog nodig.
De kunst van het eigen tempo
Wat ik vooral niet doe — en ook niet van plan ben — is mij laten opjagen.
Geen schema’s die eruitzien als een militaire planning.
Geen coaches die roepen dat het “nog één herhaling moet”.
Geen vergelijkingen met mensen die twintig jaar jonger zijn en toevallig naast mij staan te hijgen. Maar eigenlijk toch vooral content voor hun Instagram zoeken.
Ik doe het op mijn tempo. Soms is dat energiek.
Soms is dat: gewoon opdagen en iets doen.
En dat blijkt — verrassend genoeg — voldoende te zijn. Want spieren hebben geen haast. Ze hebben consistentie nodig.
De relativering die niemand verkoopt
Als je de boekhandels en nieuwsbrieven moet geloven, is spieropbouw na je zestigste een soort heroïsch project. Met schema’s, eiwitten, inzichten en grafieken.
De realiteit?
Het is veel minder spectaculair.
En tegelijk veel hoopgevender.
Je hoeft geen revolutie te ontketenen.
Je hoeft alleen te blijven doen wat je al doet — met net dat beetje extra aandacht voor kracht.
Die paar oefeningen die je liever overslaat? Die maken het verschil. Niet vandaag. Maar over vijf jaar.
Mijn kleine, koppige conclusie
Ik ben 62. Ik beweeg. Ik zweet af en toe. Ik vloek stilletjes tijdens bepaalde oefeningen. Ik fiets wanneer het kan en ik stap mijn kilometers op de loopband.
Niet perfect. Niet fanatiek. Maar wel consequent. En misschien is dat wel het hele punt. Niet proberen te worden wie je was op je veertigste. Maar ervoor zorgen dat je op je zestigste nog altijd stevig in je schoenen staat.
Letterlijk. Want uiteindelijk gaat het daarover. Niet over spieren om naar te kijken.
Maar spieren om op te vertrouwen.
En eerlijk?
Als ik mijn boodschappentassen weer zonder nadenken tot aan de voordeur krijg — op mijn tempo, zonder drama — dan weet ik dat ik goed bezig ben.
Niet ondanks mijn leeftijd.
Maar ermee.














