HomeLeestipsCursiefjesMijn grasmachine, Dostojevski en ik

Mijn grasmachine, Dostojevski en ik

een licht gestoorde vlucht richting ergens heen

Er zijn van die ochtenden waarop ik wakker word en denk: kijk eens aan, daar ligt hij weer — de mens die al een halve bibliotheek aan levenservaring meesleurt en nog altijd met open mond naar de gebruiksaanwijzing van het bestaan staart.

Ik dus.

En nee, die eerste grijze haren? Die zijn al lang gepromoveerd tot een volledig ecosysteem. Ze hebben zich gevestigd, uitgebreid en waarschijnlijk een eigen gemeenteraad opgericht. Ik groet ze ’s morgens beleefd in de spiegel. We hebben een verstandhouding: zij blijven zitten, ik blijf doorgaan.

Want doorgaan, dat is het. Niet omdat ik precies weet waarheen — verre van — maar omdat stilstaan ondertussen verdacht begint aan te voelen. Alsof het leven dan zachtjes aan mijn mouw trekt en fluistert: “Zeg, was jij niet ergens naartoe?”

Waarop ik antwoord: “Zeker. Alleen… waar ook alweer?”

En dus neem ik een zachte vlucht vooruit. Geen strak vluchtplan, geen cockpit met knipperende knopjes die ik begrijp. Eerder een soort zweven op goede moed, halve inzichten en een verrassend stevige portie koppigheid. Met momenten voelt het alsof ik bestuurd word door een grasmachine: luid, een tikje onvoorspelbaar, maar uiteindelijk wordt er wel iets gemaaid. Wat precies, dat zien we achteraf wel.

Mijn wijsheid zit tegenwoordig in de kleine, vaak licht absurde zekerheden. Zoals weten dat het leven zelden beter wordt van gelijk krijgen, maar vaak wel van samen lachen.

Dat een gesprek met een wildvreemde soms meer oplevert dan tien meningen op een scherm. En dat je gerust een dag mag hebben waarop je belangrijkste prestatie bestaat uit het vinden van je bril… terwijl die al die tijd op je hoofd stond.

Mijn onwetendheid daarentegen is uitgegroeid tot een indrukwekkend universum. Ik weet niet waar de wereld naartoe gaat. Ik begrijp amper hoe alles tegelijk sneller en oppervlakkiger lijkt te worden. En soms vraag ik mij af of zelfs Fjodor Dostojevski het nog zou kunnen volgen, moest hij hier plots naast mij aan de keukentafel zitten. Ik zie het al voor me: hij, met die doordringende blik, ik met mijn koffie, en ergens tussen ons in een gesprek dat begint bij existentiële wanhoop en eindigt bij de vraag waarom mijn grasmachine altijd stopt op het slechtst mogelijke moment.

Misschien zou hij knikken. Misschien zou hij zeggen dat het allemaal deel is van de menselijke conditie. Waarop ik zou antwoorden: “Dat zal wel, Fjodor, maar heb jij ooit geprobeerd een egel in winterslaap niet wakker te maken terwijl je het gazon doet?”

Want ja, daar zit hij dan. Mijn kleine, stekelige medebewoner. Die zich maandenlang terugtrekt, volledig vertrouwend op het idee dat de wereld wel even zonder hem kan. En soms denk ik: wat een wijsheid. Wat een rust. Terwijl ik hier rondloop, plannen maak, dingen uitstel, opnieuw begin, twijfel, herbegin… ligt hij daar gewoon te zijn. In totale overgave aan het niet-weten.

Misschien benijd ik hem een beetje.

Maar ik ben geen egel. Ik ben een mens met een hoofd dat zelden zwijgt en een hart dat koppig blijft geloven dat er altijd nog iets nieuws te ontdekken valt. Zelfs al weet ik niet wat. Zelfs al loopt het soms grandioos mis.

En dus beweeg ik. Soms doelgericht, vaak niet. Soms elegant, meestal een beetje stuntelig. Ik zeg ja tegen dingen die ik niet begrijp, en nee tegen dingen die mij leegzuigen. Ik probeer minder te controleren en meer te ervaren. Minder te weten en meer te voelen.

Dat lukt niet altijd. Er zijn dagen waarop ik alsnog probeer het leven te behandelen als een puzzel met een duidelijk eindbeeld. Waarop ik denk: als ik dit en dit oplos, dan valt alles op zijn plaats. Tot blijkt dat er stukken ontbreken, andere dubbel zijn, en sommige gewoon niet passen — hoe hard ik ook duw.

Op die momenten helpt het om te lachen. Om even achteruit te stappen en te denken: kijk mij hier nu staan, midden in een raadsel dat niemand ooit volledig oplost. En toch… toch is het de moeite.

Want tussen wat ik denk te weten en wat ik nooit zal begrijpen, ligt een speelveld. Een ruimte waarin ik mag proberen, falen, herbeginnen. Waarin ik mag verdwalen zonder mij verloren te voelen.

De toekomst? Die zie ik steeds minder als een bestemming en steeds meer als een richting. Een vage, soms mistige horizon waar ik toch naartoe trek. Niet omdat ik moet, maar omdat er iets in mij zegt dat het de moeite waard is om te blijven bewegen.

Zelfs als dat betekent dat ik af en toe stilval. Dat ik twijfel. Dat ik met mijn handen in het haar sta — of wat daarvan overblijft — en denk: en nu?

Dan denk ik aan die egel. Aan Dostojevski. Aan mijn grasmachine die koppig weigert mee te werken. En plots valt alles weer een beetje op zijn plaats. Of toch genoeg om nog een stap te zetten.

Misschien is dat het geheim — als er al één is. Niet het vinden van antwoorden, maar het blijven stellen van vragen. Niet het beheersen van het onbekende, maar het omarmen ervan. Met een glimlach, een lichte vorm van verwondering en een gezonde dosis zelfrelativering.

Dus hier ga ik weer. Met mijn hoofd vol halve gedachten, mijn zakken vol kleine zekerheden en mijn voeten die weigeren stil te blijven staan.

Richting ergens. Of nergens. Of allebei tegelijk. En eerlijk? Ik zou het niet anders willen.

Vorig artikel
- ONZE EXCLUSIEVE REEKS -spot_img

Abonneer je op ons Gratis Magazine en ontvang iedere woensdag de beste info, tips en leuke acties in jouw mailbox

Leestips

70 jaar MMT/Arsenaal, 70 jaar theaterpassie in Mechelen

Een feestweekend vol herinnering, ontmoeting en toekomst Het beloven bonte feestavonden te zijn met een reis door 70 jaar theater, getuigenissen en ontmoetingen, maar vooral...

Misdaadromans

spot_img
Rechtvaardige-Rechters retabel

11 april 1934 – De Rechtvaardige Rechters, het mysterie ontrafeld

In 1934 pleegde men een van de grootste kunstdiefstallen in de Belgische geschiedenis: de diefstal van "De Rechtvaardige Rechters", een paneel van het wereldberoemde...