Het gebeurde op de terugweg van Gent. Overmand door nostalgische gevoelens koos ik voor de omweg langs Velzeke. Nabij het Romeinse Plein draaide ik de Paddestraat in. In mijn vroegere beroepsleven ging ik jaarlijks de rekening controleren van de vzw die daar het provinciaal Archeocentrum uitbaatte. Ik werd dan vriendelijk opgewacht in een vergaderruimte vol boeken. Op tafel stonden de kan met verse koffie en de schaal met koekjes klaar. De droge rekeningcijfers kregen aldus een zoete bijsmaak.
Toen ik die vooravond de eerste kasseien van de Paddestraat, bekend van de wielerwedstrijden, achter mij had gelaten, trokken gitzwarte wolken zich samen boven de vette akkers. Bijna onmiddellijk begon het zo fel te gieten dat een nieuwe zondvloed alle droogteproblemen van Vlaanderen leek weg te spoelen. Op dat moment merkte ik een lifster op.
Nu neem ik eerder zelden lifters mee. Daarvoor heb ik al te veel beangstigende verhalen gehoord. Maar het regende zo hard en de jonge vrouw oogde best aantrekkelijk.
Dat waren zonder twijfel verzachtende omstandigheden. Haar begroeting deed mij echter al meteen twijfelen. ‘Toch één bourgeois die stopt,’ monkelde ze.
Ze wilde vooral een plek om te schuilen. Ik keerde de wagen omdat ik vermoedde dat ze het meest kans maakte in het dorp zelf. Intussen maakte zij haar beklag over de mate waarin corona enkele jaren geleden haar generatie had getroffen. Weg de meeste sociale contacten, de feestjes en de concerten. Op de koop toe had ze geen werk, en toen ze een gezond eethuisje wilde openen, sloot de horeca alweer de deuren. En nu waren er de oorlogen en de opkomst van artificiële intelligentie die het moeilijker maakten om een geschikte job te vinden.
Ik wilde het gesprek een andere richting uitsturen. Op het moment dat ik opnieuw het Gallo-Romeinse Archeocentrum passeerde, vertelde ik dat ik er destijds op koekjes werd vergast. ‘Stop!’ gilde ze. Verbijsterd keek ik haar aan. ‘Koekjes?!’ herhaalde ze. Ik verwachtte mij aan een vernietigend oordeel, maar ze zei: ‘Goed idee! Ik begin een foodtruck met veganistische koekjes. Daarmee ga ik Vlaanderen veroveren. En daarna de rest van de wereld.’
‘Romeinse koekjes,’ poogde ik grappig te zijn. ‘Als de versheiddatum maar niet overschreden is.’ Nu was het haar beurt om mij aan te staren. ‘O jee,’ sprak ze, ‘je ideeën gaan nog maar je gevoel voor humor…’ Ze sprong uit mijn wagen en verdween in de uitstervende regen.














