HomeLeestipsCursiefjesDe hel is weer van ons

De hel is weer van ons

In Parijs-Roubaix 2026 (of zelfs heel even daarvoor) werden een aantal zaken op punt gesteld. Jarenlang speelden in die topklassieker ‘onze renners’ de hoofdrol, wat telkens weer leidde tot een stormloop van Belgische, lees hoofdzakelijk Vlaamse wielerliefhebbers langs de kasseien van het parkoers, supporters die nog wel bleven aanrukken, hoewel de laatste jaren ‘onze coureurs’ niet altijd meer de dominerende rol speelden die men van hen gewoon was. Het was intussen al van in 2019 geleden dat, met Philippe Gilbert, nog eens een landgenoot op het hoogste podium stond. En voor de pas voorbije editie scheen de kans op de hoogste onderscheiding ook niet al te groot. Mathieu van der Poel en Tadej Pogacar mochten gerust alle winstkansen opeisen. De Nederlander had eerder al drie edities gewonnen, de Sloveen deed hetzelfde in de drie topraces, waarin hij dit seizoen al aan de start verschenen was.

Maar het is, zoals u natuurlijk al weet, heel anders verlopen in ‘de hel van het Noorden’.

Even voor de koers van zondag, werd er toch nog eens aan herinnerd dat onze landgenoten-toprenners daar en bij herhaling voor hoogtepunten uit de wielergeschiedenis gezorgd hebben. Vorige vrijdag werd immers een van de befaamde en dus gevreesde kasseistroken met een bijzondere naam bedacht. Over de stenen van Orchies (ongeveer op 60 kilometer van de aankomst) zouden en zullen de deelnemers nu en voortaan door de ‘secteur Roger De Vlaeminck’ trekken en dat hij door de organisatie met die onderscheiding bedacht werd, mag alleen maar normaal genoemd worden. Hij won immers liefst vier keer die superkoers en wordt nog altijd en bij herhaling ‘monsieur Parijs-Roubaix’ genoemd.

Of dat feit Wout van Aert geïnspireerd heeft om te doen wat hij doorheen ‘de hel van het Noorden’ deed, is nooit gezegd. Maar met zijn prestatie en zijn overwinning deed hij af en toe wel denken aan zijn grote voorganger op de erelijst. Van Aert en De Vlaeminck hebben in feite alleen dit gemeen met mekaar: zowel de ene als de andere heeft en had van het veldrijden een van de specialiteiten uit de loopbaan gemaakt, wat ook kan gezegd worden van die andere P-R-kampioen, die Mathieu van der Poel heet. Maar voor de rest… De Vlaeminck was een super-klascoureur, Van Aert trekt de baan op met natuurlijk heel wat aanleg, maar heeft zichzelf ook groot gemaakt met zijn karakter, zijn moed, zijn aanvalslust en zijn aantrekkelijke persoonlijkheid. Om niet alleen een mooi palmares bijeen te fietsen, maar ook om, de laatste tijd vooral, een aantal zware tegenslagen te verwerken. Ook dit seizoen nog, in de aanloop naar wat het mooiste succes uit zijn leven mag genoemd worden. Om voor de klassiekers 2026 in topvorm te geraken, moet hij onwaarschijnlijk hard gewerkt hebben, ook op het morele front, vermits hij aan de start verscheen met een uitstraling die leerde dat hij ook hij bij de topfavorieten moest gerekend worden, rol die hij trouwens met een zekere autoriteit speelde. Net zoals de andere kanshebbers werd hij in de koers door tegenslagen getroffen, maar bleef overeind en deed dat met zoveel allure dat hij mee ging bepalen hoe de lange finale moest verlopen. Van ver voor het einde ging hij mee voor aanvaller spelen om finaal in de spits te geraken met de alweer oersterke Tadej Pogacar, wat intussen iedereen wel weet natuurlijk. De Sloveen deed natuurlijk wat hij altijd doet, wat wil zeggen aanvallen en nog eens aanvallen, tot ze allemaal op de knieën gaan. Mathieu van de Poel zat daar al heel vroeg, op die knieën dan, maar enkel door net iets te veel tegenslag dan de anderen, van Aert van zijn kant was niet meer klein te krijgen, ook niet door de grootste kampioen van het moment. Die op de meeste kasseistroken telkens weer het tempo verhoogde, maar daarmee zijn enige (en dus Belgische) rivaal, niet op de knieën kreeg. In de aanloop naar de wielerbaan van Roubaix werd het almaar duidelijker dat niet de onklopbare Pogacar, maar wel de oersterke van Aert het in de spurt met twee zou halen. Het zal voor altijd wel de mooiste herinnering uit het wielerleven van die knappe Wout blijven. Eerder had hij, in de laatste rit van de Tour, van vorig jaar al ervaren wat het betekent tegen Pogacar te winnen, toen hij erin slaagde op de weg naar de Champs-Elysées en over de helling van Montmartre, de wereldkampioen van nu achter zich te laten. Nu was het te doen in een spurt met twee, waarin hij nooit de indruk gaf die te zullen verliezen. Het leverde hem niet alleen die prachtige triomf op, maar ook het gevoel echt een topsporter te zijn, ook en vooral in de ogen van het (deskundig) publiek.

Ik heb, in die vele jaren waarin ik de koers volgde, nooit of nooit meegemaakt dat een triomf op zoveel geestdrift onthaald werd. En ook dat mag op het palmares van de Kempenaar geschreven worden.

                                                                  Robert Janssens

- ONZE EXCLUSIEVE REEKS -spot_img

Abonneer je op ons Gratis Magazine en ontvang iedere woensdag de beste info, tips en leuke acties in jouw mailbox

Leestips

Vreugdevuur van de Murdochs

We gaan weer op stap met Johan Dhaene door het boekenlandschap. Dit keer vertel hij ons over het boek Vreugdevuur van de Murdochs' van...
spot_img
Rechtvaardige-Rechters retabel

11 april 1934 – De Rechtvaardige Rechters, het mysterie ontrafeld

In 1934 pleegde men een van de grootste kunstdiefstallen in de Belgische geschiedenis: de diefstal van "De Rechtvaardige Rechters", een paneel van het wereldberoemde...