HomeLeestipsCursiefjesMijn geheugen is een museum (en soms is de ingang gratis)

Mijn geheugen is een museum (en soms is de ingang gratis)

Ik moet u iets bekennen.

Ik dacht lange tijd dat ik bijzonder goed wist wat belangrijk is in het leven.

Niet zomaar een beetje. Nee, ik had het gevoel dat ik — als 62-jarige met een rijk gevuld hoofd en een licht versleten kniegewricht — perfect het onderscheid kon maken tussen wat ertoe doet en wat eigenlijk complete onzin is.

Tot ik onlangs mijn sleutels zocht. Een half uur. In mijn eigen huis. Om uiteindelijk vast te stellen dat ze al die tijd in mijn broekzak zaten.

Dat zijn momenten waarop een mens begint te twijfelen aan zijn eigen filosofie.

In theorie klopt het wel: wij, boomagers, hebben een voorsprong op de jeugd. Wij hebben geschiedenis. Geen geschiedenis uit een boek, maar geschiedenis die nog ergens in onze botten zit, tussen de koffie en de lichte rugpijn.

Neem nu het onvolprezen televisieprogramma Blokken met Ben Crabbé. Dat loopt al sinds 1994, wat op zich al voldoende is om als historisch monument erkend te worden.

Daar zie je het soms gebeuren.

Een jonge kandidaat krijgt een vraag over iets dat voor ons ongeveer even vanzelfsprekend is als het bestaan van boterhammen. En dan… stilte.

Twijfel.

Paniek.

Een gok.

En wij, boomagers, zitten thuis in de zetel lichtjes verontwaardigd te mompelen: “Maar allé, dat weet toch iedereen?”

Tot onze partner fijntjes opmerkt dat wij gisteren nog niet meer wisten waar we onze bril hadden gelegd. En nog geen twee minuten later weten wij natuurlijk het antwoord niet wanneer gevraagd wordt naar de naam van een influencer, of een hiphopper.

Maar los daarvan: wij hébben dingen meegemaakt.

Wij hebben de opkomst van de rock-’n-roll gezien, of op zijn minst gehoord door een deur die niet helemaal dicht was. Wij hebben de eerste verhalen over de anticonceptiepil gehoord, meestal in zinnen die begonnen met “dat moet je niet verder vertellen, maar…”

De nog ouderen dan ik onder ons hebben de bouw van de Berlijnse Muur en ik later de ook de val zien passeren. Dat waren geen voetnoten, dat waren momenten waarop men dacht: “Dit is groot. Dit is belangrijk.”

De moord op John F. Kennedy (waarvoor ik een goed alibi heb, ik was toen exact 11 dagen oud).
De eerste stap van Neil Armstrong op de maan.
De eerste Tourzege van Eddy Merckx.

Dat waren geen meldingen op een smartphone.

Dat waren gebeurtenissen die bleven hangen.

Net zoals de oliecrisissen, waarbij men plots leerde dat je op de autostrade heerlijk kon fietsen en rolschaatsen. Of de eerste berichten over aids, die een hele generatie met een ongemakkelijk gevoel achterliet dat niet zomaar verdween.

Wij hebben de fax zien opkomen. Een toestel dat piepte, kraakte en dan uiteindelijk een vel papier uitspuwde waarop iets stond dat half leesbaar was en toch als een wonder van technologie werd beschouwd.

En dan plots was er internet.

E-mail.

Mobiele telefoons die groter waren dan een brood en waarmee men uitsluitend belde, omdat niemand nog wist wat men anders met zo’n toestel moest doen.

Dat alles zit ergens in ons hoofd.

Een soort intern museum.

Met zalen vol herinneringen.

Sommige netjes geordend.

Andere totaal onlogisch, zoals de reden waarom ik mij perfect herinner waar ik was toen de Muur viel, maar geen idee heb waar ik mijn autosleutels gisteren heb gelaten.

En toch… toch hebben wij het gevoel dat we beter weten wat belangrijk is.

Dat wij sneller kunnen zeggen: “Dit is essentieel” en “dit is ruis”.

Maar eerlijk?

Dat is maar gedeeltelijk waar.

Want ik merk dat ik mij soms ook druk maak over dingen die achteraf totaal onbelangrijk blijken.

Een verkeerd geplaatste komma in een e-mail.
Een televisieprogramma dat mij na vijf minuten al irriteert maar waar ik toch naar blijf kijken.
Een fietser die mij inhaalt op een helling terwijl ik duidelijk in een filosofische fase zit en niet in een sportieve.

Misschien is dat wel de echte les.

Niet dat wij beter weten wat belangrijk is.

Maar dat wij geleerd hebben dat het verschil tussen belangrijk en triviaal voortdurend verschuift.

Wat vandaag essentieel lijkt, is morgen een voetnoot.

En wat vandaag banaal lijkt — een gesprek, een kop koffie, een onverwachte ontmoeting — blijkt achteraf soms het enige dat echt is blijven hangen.

Dus ja, wij boomagers hebben geschiedenis.

Veel geschiedenis.

Maar misschien is onze grootste verdienste niet dat wij alles onthouden hebben.

Maar dat wij geleerd hebben om af en toe te lachen met wat we vergeten zijn.

En om, wanneer het echt nodig is, toch nog te kunnen zeggen:

“Wacht eens even… dat was eigenlijk wel belangrijk.”

Al is het maar omdat we het ons nog herinneren.

Ongeveer.

Denk ik.

- ONZE EXCLUSIEVE REEKS -spot_img

Abonneer je op ons Gratis Magazine en ontvang iedere woensdag de beste info, tips en leuke acties in jouw mailbox

Leestips

Bril of contactlenzen: hoe scherp wil je het leven nog zien?

Er was een tijd waarin je zonder nadenken dat kleine stickertje van een kiwi kon lezen. Nu heb je een vergrootglas nodig om te...
spot_img
Rechtvaardige-Rechters retabel

11 april 1934 – De Rechtvaardige Rechters, het mysterie ontrafeld

In 1934 pleegde men een van de grootste kunstdiefstallen in de Belgische geschiedenis: de diefstal van "De Rechtvaardige Rechters", een paneel van het wereldberoemde...