Ik zit te gazen naar het razen
Met mijn rug tegen robuuste stamgroei
En gezicht vol zonnevloed
Met mijn voeten op de grond
Is bezinning niet veraf
Mocht het zijn dat dat haastverkeer
Niet des te meer
Zich ook in mijn hoofd
En verdoofde omhulsel van organen bevond
Terstond ontspringt een gedachte
Om met die gewortelde reus achter mij te vergroeien
En in kalme bomenslaap te zinken
Want ontwaken eist een bodemloze tol
En aangezien hol
De toon zet nu
Zou ik liever vol en dromenloos
Dat berispen voor nu verzaken
Een mythe achterna
Mij zie je niet dra
Terug
Dag vliegensvlugge kwellenwereld
Ik ben nu deel van het decor
Voortaan een derde boom van links
En al zal uw argwaan niet op mij gericht zijn,
dat geeft niet
Die boom staat en blijft staan
Daar moet een mens al niet aan denken
In een oogwenk is ze voorbij
Zonder notie
Zonder stilstaan
Heel misschien zal eens een enkeling
Met zin voor schoonheid
Ook oog voor natuur die een tijdje blijft duren
En een uitgestoken hand
Mijn Ik dat ooit bestond
Weer even ontwaren
En als die enkeling dan ook nog eens
Mijn hart doet kloppen
Zoals voorheen
Zal ik mijn menselijke vorm nog even aannemen
Maar alleen
Omdat een schors en stam
De liefde niet bedrijven kan
Elisabeth Dewaele














