snipper van een verhaal
In vliegende vlucht werd de weg naar de steenhoeve geplaveid met kinderen, die van een torenhoge hartslag getuigden. Ze lieten het er niet op na het gejubel van een rebellenleger na te bootsen dat weerkaatste tussen de huizen, een poging naar de lucht ondernam en tenslotte verdoofd werd in de sneeuw. Het haar op de armen van de vrouw die hen begeleidde stond met elke seconde rechter op. Verdwaasd door de koude en licht onder de indruk van de stad waarin ze zich bevond, kon ze het niet opbrengen de kinderen nogmaals aan te manen zich in een meetkundig correcte vorm voort te bewegen. De man in maatpak aan de overkant van de straat leek zijn eigen das voorbij te lopen en de twee inzittenden van een voorbijgaande auto zouden de hitte van hun discussie hoogstwaarschijnlijk niet verruilen voor een koude blik naar buiten. Aangezien dat de enige mogelijke critici in lijf en leden betrof, kon ze zichzelf ervan verzekeren niet in schaamte te vallen. Bovendien was ze ver weg van de grote gezaghebbenden en haar collega’s, ze kon zich gelukkig prijzen.
Ze had in geen jaren een voet – laat staan een hand of een neus – in de sneeuw gezet. Hoewel die van tijd tot tijd nog eens viel, had ze er binnen dat bestek geen tastbare herinnering aan. Het kraakte dat het vroor, en het was dat knarsen onder haar voetzolen dat haar net zoals de kinderen onder haar hoede vrolijk maakte.
Haar moeder had ooit een rubberen laars teruggevonden op de zolder van haar ouderlijk huis. Een groene, met afschuwelijke kikkers die onderling afwisselden tussen geel en oranje met rode breedsmoelen. De kleur was al vervaald, maar de kikkers lachten haar bij weerzien nog even hartelijk toe als voorheen. Als kind hadden haar schoenen een korte levensloop, ze groeide er als bij toverslag uit en liep ermee over onbestemde paden, die niet vriendelijk waren voor de witte schoen van toe. Maar het paar regenlaarzen dat ze van haar grootvader kreeg, bezat een magische bescherming tegen de vernielende krachten van tijd en ruimte. Hij had ze op de kop getikt op een rommelmarkt en verkondigde met trots dat de verkoopster een heks op pensioen was geweest. Nu het oudje haar spullen niet langer kon gebruiken, verkocht ze die aan het handjevol mensen dat genoeg nieuwsgierigheid had om stil te staan bij haar kraam.
Ze had dat verhaal gretig aangenomen en voelde ze zich onoverwinnelijk wanneer ze haar kikkerlaarzen droeg. Zo ook tussen de sneeuwduinen waarover ze als kind struinde. De laarzen hadden haar doorheen de meest verkommerde landschappen gedragen en de huidige herinnering eraan droeg haar volwassen voeten naar een sprong, om voor ze het wist het nostalgisch kraakgeluid te horen van een schoenzool die de verse sneeuw ontmoet.
Haar eigenste gejubel weerhield haar er zelfs van om zich te bekommeren om wat de omstaanders, kinderen incluis, wel niet zouden denken. Ze hield zich voor om meer sprongen te maken, in de sneeuw of elders.
Op het moment dat een nieuwe auto zijn aankomst op het toch wel gladde wegdek luid verkondigde en ze de eer der opvoeders bewaren moest, vroeg ze zich af waar de andere laars zou kunnen zijn.
Elisabeth Dewaele














