Olympisch

Ik schrijf dit cursiefje op de vooravond van het Belgisch kampioenschap veldrijden. Dat heeft op zich niet het minste belang, vermits het over een heel andere competitie zal gaan, in dezelfde sport maar op een heel ander niveau.

Ik heb heel de winter tot nog toe de cyclocross vrij trouw gevolgd. Niet op het terrein zoals vroeger, toen ik als journalist regelmatig verslag moest afleveren, wel vanuit mijn luie zetel, zodat ik niet meer naar alle kanten van Vlaanderen moest trekken en evenmin de meest gevarieerde weersomstandigheden diende te trotseren. Maar zelfs zonder dat laatste ben ik bij herhaling en nog maar tot de vaststelling gekomen dat die sporttak atletisch bekeken als een van de meest slopende mag en moet beschouwd worden.

Het is wel zo dat de veldwedstrijden merkelijk korter zijn dan bijvoorbeeld de wegritten. Maar daarin rijden de renners niet altijd met de hoogste snelheid en dus met de felste hartslag. Hoewel daar toch ook enige evolutie in zit. Of dat nu om klassiekers of ronderitten gaat, heel lange recuperatie-periodes zitten daar ook niet meer in. Voorheen gebeurde het al eens meer dat van de 200 kilometer wedstrijd bijvoorbeeld maar 20 tot 30 echte strijd geleverd werd. Nu gaat dikwijls om het tegenovergestelde maar in de cyclocross zit dat nog altijd wel anders. Daar wordt bij de start als het ware een bende wildemannen losgelaten, die zo snel mogelijk aan het hoogste gemiddelde gaan strijden, met de hoogst mogelijke hartslag er bovenop. Wie dat niet doet, moet vaststellen dat hij in de kortste keren naar de achterste geleden teruggeslagen wordt, in een sportstrijd waarin, zeer in tegenstelling tot het wegrennen, een achterstand van amper een halve minuut zo goed als niet meer op te halen valt.

Daarbij komt dat de crossers ongeveer alles moeten kunnen wat op een (koers)fiets mogelijk is. Ze worden steile hellingen opgezonden om zich daarna aan gevaarlijke afdalingen te wagen. Eens gelanceerd, wippen ze met een zekere zwier over ‘de balkjes’ en doen hetzelfde – dat wippen dan – als ze van de fiets moeten omdat er, met slijk of zand, stukken parkoers liggen die niet al rijdend kunnen genomen worden, dus dan maar al lopend. Waarna de coureur, eens weer in het zadel geraakt, zo goed als onmiddellijk het ritme van voorheen weervinden moet.

Het is dan ook zo goed als ondenkbaar dat die cyclocross niet tot de olympische (winter)sporten behoort. Wie kan wat de grote veldrijders kunnen, heeft volgens mij het recht op strijd voor gouden, zilveren en bronzen medailles. Maar daar wordt in de hoogste sportinstanties niet altijd rekening gehouden. Wat wel – en min of meer terecht – telt is dat de sport in zoveel mogelijke landen betwist wordt, wat natuurlijk met de cross niet het geval is. Op dit moment heeft men de indruk dat enkel Vlaanderen en Nederland geïnteresseerd zijn, maar dat is niet helemaal zo en niet altijd het geval geweest. Eerder leverden ook Duitsland, Frankrijk, Italië en Spanje stevige deelnemers af, die ook in eigen land wedstrijden belangrijke races voorgeschoteld kregen om hun talenten aan een breed publiek te tonen.

Mocht het nu toch lukken het veldrijden op het programma van de winterspelen te krijgen, dan is de kans groot dat ver buiten de lage landen ook in het veld zal gestreden worden, met veel talent en voor een grote belangstelling. Wat toch ook niet onbelangrijk is. Bij ons wordt intussen elke week bewezen hoeveel volk op gang trekt om naar dat spektakel te kijken, in de regen, de sneeuw of de koude, die men er graag bijneemt om getuige te zijn van zo’n hoogstaand sportgebeuren. Weet u dat er deze winter op bepaalde momenten en in bepaalde wedstrijden ook bepaalde gedeelten van het parkoers moesten afgesloten worden, wegens overbevolking van supporters. Cross en Spelen horen samen en daar wordt nu verder toch weer over gesproken. Op hoop van welslagen.

Robert Janssens

- ONZE EXCLUSIEVE REEKS -spot_img

Abonneer je op ons Gratis Magazine en ontvang iedere woensdag de beste info, tips en leuke acties in jouw mailbox

Leestips

Tinder met leesbril: over liefde, lust en tweede kansen

“Liefde is van alle leeftijden,” zei men vroeger. Maar vroeger was er geen wifi, geen Tinder, en al zeker geen emoji’s om te flirten...
spot_img
Rechtvaardige-Rechters retabel

11 april 1934 – De Rechtvaardige Rechters, het mysterie ontrafeld

In 1934 pleegde men een van de grootste kunstdiefstallen in de Belgische geschiedenis: de diefstal van "De Rechtvaardige Rechters", een paneel van het wereldberoemde...