(Jezelf trouwens ook niet altijd)
Er bestaat geen officiële leeftijd waarop je mag ophouden met je best te doen om door iedereen aardig gevonden te worden. Je krijgt er geen brief over van de overheid, er is geen formulier voor beschikbaar en zelfs in je eBox staat nergens vermeld vanaf wanneer je zonder schuldgevoel een uitnodiging mag afslaan. Een gemiste kans, want zoiets zou nog eens een nuttige dienstverlening zijn. Stel je voor dat je op je zestigste verjaardag een keurige envelop in de bus krijgt met daarin de mededeling dat je voortaan niet meer verplicht bent om op elk familiefeest te verschijnen, dat je niet langer hoeft te lachen met flauwe moppen en dat je gerust mag toegeven dat je die ene kennis eigenlijk een vervelende vent vindt. Niet dat je hem dat noodzakelijk in zijn gezicht moet zeggen. Een beetje beschaving mag blijven bestaan, ook na je zestigste.
Nu is zestig natuurlijk een nogal willekeurige grens. Sommige mensen bereiken dat stadium al op hun veertigste, anderen blijven tot ver voorbij hun tachtigste hun uiterste best doen om niemand tegen de haren in te strijken. Er zijn zelfs mensen die na een leven van hard werken nog altijd bang zijn dat de buren iets verkeerds over hen zullen denken wanneer ze hun gras niet op tijd maaien. Zelf heb ik nooit goed begrepen waarom dat gras zo’n belangrijke rol speelt in het maatschappelijk aanzien van een mens. Het groeit toch vanzelf weer aan, ongeacht wat de buren ervan vinden.
Maar ergens onderweg verandert er iets. Misschien begint het op je vijftigste, misschien wanneer je de zestig al een tijdje voorbij bent. Je ontdekt dat de wereld gewoon blijft draaien wanneer je ergens niet bij bent, dat de zon de volgende ochtend weer opkomt wanneer je een keer nee zegt en dat je niet noodzakelijk een beter mens wordt door altijd maar braaf te doen wat anderen van je verwachten.
Dat betekent niet dat je voortaan als een oude brompot door het leven moet gaan. Integendeel, die hebben we al genoeg. Wie voortdurend zit te zeuren over de jeugd van tegenwoordig, de slechte manieren van andere mensen en de prijs van een kop koffie, is wellicht dringend aan een aangename bezigheid toe. Al moet ik toegeven dat die koffie tegenwoordig soms behoorlijk duur is. Voor je het weet betaal je op een terras voor twee cappuccino’s en een stukje taart een bedrag waarvoor je vroeger met het hele gezin op zondag naar de frituur kon. Maar goed, daar ging het niet over.
Een beetje minder moeten
Misschien is dat het grote voordeel van ouder worden: er vallen geleidelijk een aantal verplichtingen weg die je jezelf ooit hebt opgelegd. Want laten we eerlijk zijn, veel van die verplichtingen kwamen helemaal niet van iemand anders. We hebben ze zelf verzonnen, meestal uit angst om niet aardig, interessant of succesvol genoeg gevonden te worden.
Toen je jong was, wilde je overal bij zijn. Je moest vrienden hebben, op het werk vooruitkomen, een gezin onderhouden als je daarvoor gekozen had en liefst ook nog een behoorlijk sociaal leven uitbouwen. Op een feestje wilde je niet als eerste vertrekken, want stel je voor dat men zou denken dat je een saaie kerel (of meid, in het geval je tot dat geslacht behoort) was. Wanneer iemand vroeg of je zaterdag kon komen helpen verhuizen, zei je ja, ook al had je daar absoluut geen zin in. En achteraf stond je dan met een pijnlijke rug een zware kleerkast drie verdiepingen hoger te sleuren, terwijl de eigenaar ervan voortdurend riep dat je voorzichtig moest zijn met de trap.
Op een bepaalde leeftijd mag je gerust antwoorden dat je zaterdag al iets anders gepland hebt. Je hoeft er zelfs niet bij te vertellen dat die planning bestaat uit een boek lezen, naar de koers of een melige soap kijken, of gewoon wat rondhangen in huis.
Dat laatste wordt trouwens zwaar onderschat. Er zijn mensen die zich pas gelukkig voelen wanneer hun agenda vol staat met afspraken, uitstappen, hobby’s, cursussen en andere activiteiten. Iedereen zijn plezier natuurlijk, maar ik heb soms de indruk dat sommigen na hun pensionering harder werken om van hun vrije tijd te genieten dan ze vroeger deden om hun boterham te verdienen.
Een actief leven na je vijftigste of zestigste hoeft niet te betekenen dat je voortdurend bezig bent. Je mag ook eens een namiddag verliezen zonder dat je daar verantwoording voor moet afleggen. Misschien heb je wat in de tuin gezeten, een oude plaat opgezet, naar de vogels gekeken of helemaal niets gedaan. Dat laatste is overigens moeilijker dan het lijkt, zeker wanneer je een partner hebt die bij het zien van iemand die rustig in een zetel zit spontaan allerlei huishoudelijke karweitjes bedenkt.
En nee, dat is geen verwijt aan de vrouwen. Er bestaan ook mannen die hun hele omgeving voortdurend aan het werk proberen te zetten. Het zijn overigens meestal dezelfde mensen die zelf bijzonder goed kunnen uitleggen hoe iets moet gebeuren.
Jezelf geweldig vinden hoeft ook niet
Tegenwoordig moet een mens vooral van zichzelf houden. Je moet jezelf aanvaarden, jezelf waarderen, naar jezelf luisteren, je grenzen bewaken en iedere ochtend liefst met een glimlach in de spiegel kijken. Er bestaat een hele industrie die ons daarbij wil helpen, met boeken, cursussen, podcasts en allerlei inspirerende uitspraken die op sociale media worden gedeeld tegen een achtergrond van bergen, zonsondergangen of een verlaten strand.
Ik heb daar weinig op tegen, maar dat voortdurende bewonderen van jezelf lijkt me nogal vermoeiend. Persoonlijk zou ik het zelfs behoorlijk vervelend vinden om samen te leven met iemand die zichzelf iedere dag geweldig vindt, ook wanneer ik die persoon zelf zou zijn.
Je hoeft dus niet altijd tevreden te zijn over jezelf. Soms ben je gewoon wat lui geweest, heb je iets verkeerd aangepakt of een opmerking gemaakt die je achteraf liever had ingeslikt. Soms neem je je voor om eindelijk die rommelige kast op te ruimen en zit je drie uur later nog altijd oude foto’s te bekijken die je tijdens het opruimen bent tegengekomen. Of je begint aan een klusje dat volgens jou hooguit een kwartiertje zal duren en drie uur later ligt de halve badkamer open. Dat laatste is vooral een bekend verschijnsel bij mannen die overtuigd zijn van hun technische vaardigheden.
Het voordeel van ouder worden is dat je stilaan beseft dat zulke dingen geen nationale rampen zijn. Je hebt al zoveel vergissingen gemaakt dat er best nog een paar bij kunnen. Je hebt wellicht ooit geld uitgegeven aan iets wat achteraf volkomen nutteloos bleek, een verkeerde beslissing genomen of jarenlang een mening verdedigd waarvan je nu zelf niet meer begrijpt hoe je erbij kwam. Misschien herinner je je zelfs nog kledingstukken uit de jaren zeventig waarvan je destijds overtuigd was dat ze je onweerstaanbaar maakten. Broeken met pijpen waar een kleine hond voorgoed in kon verdwijnen, hemden met kragen die bij stevige wind gevaarlijk werden en kapsels waarvoor vandaag vermoedelijk een vergunning nodig zou zijn.
Toch hebben we het allemaal overleefd, de ene al wat eleganter dan de andere. Waarom zouden we dan op onze zestigste plotseling volmaakt moeten worden?
De heerlijke vrijheid om een beetje te zondigen
Er is ook nog zoiets als een guilty pleasure, een Engels begrip dat ondertussen zo ingeburgerd is dat we er nauwelijks nog bij stilstaan. Het betekent dat je ergens plezier aan beleeft terwijl je eigenlijk vindt dat je dat niet zou mogen. Een beetje een merkwaardige redenering, want waarom zou je je schuldig voelen wanneer je niemand kwaad doet?
Je hebt jezelf bijvoorbeeld voorgenomen gezonder te eten. Minder vet, minder suiker, meer groenten en vooral niet te veel van alles. Een uitstekend voornemen, zeker wanneer je een leeftijd bereikt waarop de huisarts meer belangstelling begint te tonen voor je bloeddruk, cholesterol en buikomtrek dan voor je vakantieplannen. Maar dan kom je voorbij een frituur waar de geur van versgebakken frieten naar buiten waait en plotseling lijken al die goede voornemens toch minder overtuigend.
Natuurlijk moet je met bepaalde zaken rekening houden. Wie gezondheidsproblemen heeft, kan zich niet zomaar alles veroorloven en overmatig eten of drinken wordt er met de jaren niet gezonder op. Maar als een mens af en toe niet eens van zijn eigen regels mag afwijken, waarom heeft hij die regels dan eigenlijk opgesteld?
Hetzelfde geldt voor allerlei andere kleine zonden. Je koopt een boek terwijl er thuis nog twintig ongelezen exemplaren liggen. Je kijkt naar een televisieprogramma waarvan je intellectueel helemaal niets opsteekt, maar dat je bijzonder vermakelijk vindt. Je luistert naar een liedje dat je tegenover je vrienden nooit zou durven verdedigen. Of je neemt je voor om een rustige avond door te brengen en belandt uiteindelijk in een café waar je al twintig jaar niet meer geweest bent, om daar vast te stellen dat je nog altijd dezelfde onnozele verhalen kunt vertellen.
Dat laatste is trouwens een van de grote mysteries van het ouder worden. Je vergeet waarom je naar de keuken bent gelopen, maar je kunt zonder enige moeite een anekdote uit 1983 vertellen, inclusief de naam van de cafébaas, het merk van het bier en de kleur van de auto waarmee iemand toen naar huis reed. Meestal wordt het verhaal bij iedere vertelling ook nog wat beter. Niet noodzakelijk waarheidsgetrouwer, maar wel beter.
Een mens moet niet voortdurend verstandig zijn. Een beetje dwaasheid houdt de zaak leefbaar, zolang je maar beseft wanneer het tijd is om weer normaal te doen. En zelfs dat hoeft niet altijd meteen.
De jeugd van tegenwoordig, waar hebben we dat nog gehoord?
Natuurlijk verandert er met het ouder worden ook iets aan de manier waarop je naar jongeren kijkt. Je kunt vertederd raken door hun enthousiasme, je verbazen over hun zelfvertrouwen en je tegelijk ergeren aan de manier waarop ze soms met de wereld omgaan. Ze lijken voortdurend met hun telefoon bezig te zijn, communiceren in afkortingen die je niet begrijpt en kunnen uren kijken naar filmpjes waarin iemand iets doet wat je zelf nog geen tien seconden interessant zou vinden.
Sommigen hebben bovendien een nogal opmerkelijk idee van wat oud is. Voor een zestienjarige is iemand van veertig al een vertegenwoordiger van een vorige beschaving. Wanneer je zelf de zestig voorbij bent, hoor je waarschijnlijk thuis in een geschiedenisboek, ergens tussen de uitvinding van de stoommachine en de eerste televisie-uitzendingen.
Dat kun je hen moeilijk kwalijk nemen. Toen wij twintig waren, vonden we mensen van vijftig ook behoorlijk oud. We vroegen ons af waarom ze altijd zulke vreemde kleren droegen, naar ouderwetse muziek luisterden en voortdurend over vroeger begonnen. Intussen zijn we zelf oud genoeg om te weten dat die vroegere muziek soms helemaal niet zo slecht was. Dat vinden wij toch, en het is maar de vraag hoeveel hedendaagse hits over vijftig jaar nog worden mee geneuried.
Al moet je daarmee voorzichtig zijn. Iedere generatie is ervan overtuigd dat de muziek uit haar jeugd de beste was, wat wetenschappelijk moeilijk vol te houden valt. Sommige liedjes uit de jaren zestig en zeventig waren gewoon verschrikkelijk. We zijn ze alleen vergeten, terwijl de goede zijn blijven hangen. Hetzelfde zal waarschijnlijk gebeuren met de muziek waar jongeren vandaag naar luisteren, al zou ik niet meteen durven voorspellen welke nummers het zullen overleven.
Maar jongeren hebben ook iets wat wij gaandeweg dreigen kwijt te raken: de vanzelfsprekendheid waarmee ze nieuwe dingen uitproberen. Ze klikken zonder angst op knoppen waarvan wij eerst willen weten waarvoor ze dienen, ontdekken mogelijkheden die wij niet eens opmerken en stellen vragen bij gewoonten die vroeger nauwelijks ter discussie stonden.
Dat levert soms hilarische situaties op. De kleinzoon die opa met een zucht uitlegt hoe hij een app moet installeren, terwijl hij zelf niet weet hoe hij een fietsband moet plakken. De kleindochter die binnen enkele seconden een ingewikkeld digitaal probleem oplost, maar vervolgens vraagt hoe lang een ei moet koken. En opa die haar dat met grote overtuiging vertelt, hoewel hij zelf al twintig jaar geen ei meer gekookt heeft.
Je kunt erom lachen, maar het is tegelijk mooi om te zien hoe generaties elkaar aanvullen. Wij beschikken over ervaring, zij over andere vaardigheden en een onbevangen blik. Niemand heeft een monopolie op verstand, ook al zijn er op sociale media dagelijks duizenden mensen die daar duidelijk anders over denken.
Er is trouwens nog iets wat ik bijzonder vermakelijk vind aan jongeren: de absolute zekerheid waarmee sommigen verklaren dat zij later nooit zullen worden zoals hun ouders. Dat hebben wij destijds ook gezegd. En kijk eens hoe dat afgelopen is.
Noem ons gerust boomers, maar schrijf ons niet af
Wie vandaag ouder wordt, krijgt allerlei benamingen mee. Senioren, ouderen, vijftigplussers, zestigplussers, babyboomers en tegenwoordig steeds vaker gewoon boomers. Dat laatste is soms bijna een scheldwoord geworden, vooral wanneer iemand zich op het internet kritisch uitlaat over een nieuwe gewoonte. ‘Oké boomer’, krijg je dan te lezen, alsof daarmee iedere discussie definitief beslecht is.
Het heeft wel iets grappigs. Een volledige generatie wordt samengevat in twee woorden, waarna niemand nog hoeft na te denken over wat die persoon eigenlijk wilde zeggen. Nu gebruiken oudere mensen zelf ook graag gemakkelijke etiketten. De jeugd van tegenwoordig, de verwende generatie, de schermkinderen en nog zo van die fraaie benamingen. Daarmee wordt het gesprek er doorgaans niet interessanter op.
En dan is er natuurlijk nog het woord bejaarden, dat bij heel wat actieve vijftig- en zestigplussers spontaan weerstand oproept. Wie nog volop werkt, onderneemt, reist, sport of verliefd wordt, ziet zichzelf niet meteen terug in het beeld dat velen bij dat woord hebben. Anderzijds kan een man van vijfentachtig die graag rustig in zijn tuin zit perfect tevreden zijn met zijn leven. Hij hoeft niet plotseling een marathon te lopen om te bewijzen dat hij meetelt.
Bij Boomager spreken we graag over boomagers, mensen die zich niet uitsluitend door hun leeftijd laten bepalen. Dat betekent niet dat iedereen voortdurend jong moet blijven of moet doen alsof ouder worden alleen maar voordelen heeft. Er zijn nu eenmaal lichamelijke ongemakken die je op je vijfentwintigste nog niet kende, en niet iedereen beschikt over dezelfde gezondheid, financiële middelen of mogelijkheden.
Maar het idee dat je vanaf een bepaalde leeftijd vooral moet afbouwen, is gelukkig achterhaald. Een actief leven na je vijftigste kan duizend vormen aannemen. Een nieuwe zaak beginnen, vrijwilligerswerk doen, een instrument leren bespelen, kleinkinderen opvangen, boeken schrijven, reizen of gewoon opnieuw tijd maken voor dingen die jarenlang op de achtergrond zijn gebleven.
En wie liever rustig thuisblijft, hoeft zich daarvoor niet te verontschuldigen. Rustig leven en saai leven zijn twee verschillende dingen. Er zijn bijzonder actieve mensen die ontzettend saai zijn en er bestaan rustige mensen met wie je uren kunt praten zonder je één moment te vervelen.
Misschien moeten we vooral ophouden met elkaar voortdurend te vertellen hoe we zouden moeten leven.
Het wonderlijke verschijnsel van de ongevraagde raad
Want dat is iets waar oudere mensen zich zelf ook geregeld aan bezondigen: ongevraagd advies geven. We hebben nu eenmaal ervaring en ervaring wil graag gedeeld worden, bij voorkeur met mensen die daar helemaal niet om gevraagd hebben.
Je ziet een jong koppel een huis kopen en voor je het weet leg je uit waarom ze toch beter eerst wat meer hadden gespaard. Een jongere vertelt dat hij van werk wil veranderen en meteen verschijnt er een ernstig gezicht aan tafel. Of iemand zegt dat hij geen kinderen wil en een familielid voelt zich geroepen om uit te leggen dat daar later onvermijdelijk spijt van zal komen.
Soms is die raad waardevol, maar vaak vertellen we vooral wat wij zelf zouden hebben gedaan. En dat is niet noodzakelijk hetzelfde als wat voor iemand anders het beste is.
Ik vermoed dat het voor veel jongeren behoorlijk vermoeiend moet zijn om voortdurend te horen hoe ze hun leven moeten aanpakken, zeker van mensen die achteraf zelf moeten toegeven dat ze niet alles zo verstandig hebben gedaan. We kunnen hen beter af en toe laten proberen, struikelen en opnieuw beginnen. Dat recht hadden wij tenslotte ook.
En wanneer ze echt hulp nodig hebben, weten ze ons doorgaans wel te vinden. Zeker wanneer het om geld gaat, maar dat is weer een ander verhaal.
Overigens hoeven we als boomagers niet te doen alsof we zelf geen behoefte meer hebben aan advies. Alleen luisteren we er misschien wat selectiever naar. We vragen drie mensen om hun mening, negeren vervolgens alle drie de antwoorden en doen precies wat we van plan waren. Daarna kunnen we tenminste zeggen dat we ons grondig geïnformeerd hebben.
Een beetje opstandig blijven kan geen kwaad
Misschien zit er ergens diep vanbinnen nog altijd iets van de jonge rebel die je ooit was. De jongen of het meisje dat vond dat de wereld anders moest, dat zich ergerde aan bekrompen regels en dat zich had voorgenomen om nooit een voorspelbare volwassene te worden.
Die rebel is misschien wat dikker geworden, draagt tegenwoordig comfortabelere schoenen en moet na een avondje uit iets langer recupereren, maar helemaal verdwenen hoeft hij niet te zijn.
Je kunt ook na je zestigste nog tegen de stroom ingaan. Niet door overal ruzie te zoeken of ieder gezag in twijfel te trekken, maar door af en toe gewoon je eigen zin te doen. Een reis maken die anderen te avontuurlijk vinden. Een hobby beginnen waarvoor je volgens sommigen te oud bent. Een nieuwe liefde toelaten, ook wanneer je omgeving daar aanvankelijk vreemd van opkijkt.
Er zijn mensen die op hun vijfenzestigste eindelijk beginnen aan dingen waarvan ze op hun vijfentwintigste droomden. Soms omdat ze nu pas de tijd of de middelen hebben, soms omdat ze vroeger niet durfden. Misschien lukt het, misschien wordt het een ontgoocheling, maar dat geldt toch voor alles wat de moeite waard is?
Wie nooit meer iets probeert uit angst dat het verkeerd zou kunnen aflopen, maakt het leven wel erg overzichtelijk. En overzichtelijkheid is niet altijd hetzelfde als geluk.
Daar staat tegenover dat je ook het recht hebt om iets definitief op te geven. Misschien speel je al twintig jaar tennis terwijl je het eigenlijk helemaal niet graag doet. Misschien bezoek je uit gewoonte mensen met wie je nauwelijks nog iets gemeen hebt. Of je blijft lid van een vereniging omdat je ooit hebt beloofd dat je niet zou afhaken.
Je kunt daar natuurlijk gewoon mee stoppen. Niet uit onverschilligheid, maar omdat je tijd kostbaar is en je niet verplicht bent om hem volledig aan de verwachtingen van anderen te besteden.
Al is het misschien verstandig om bij het opzeggen van je lidmaatschap niet meteen te vermelden dat je de voorzitter al jaren een onuitstaanbare zeurkous vindt. Eerlijkheid is een mooie eigenschap, maar enige diplomatie kan een mens veel ellende besparen.
Niet iedere dag moet een succes zijn
Er wordt ons tegenwoordig ook voortdurend verteld hoe belangrijk gelukkig ouder worden is. Je moet gezond eten, voldoende bewegen, sociale contacten onderhouden, je hersenen trainen, nieuwe uitdagingen aangaan en liefst ook nog elke dag dankbaar zijn voor het leven dat je hebt.
Op zich is daar weinig op aan te merken. Alleen dreigt gelukkig ouder worden zo een nieuwe opdracht te worden waarvoor je voortdurend moet slagen. Vroeger moest je presteren op school en op het werk, daarna moest je een goed ouder zijn en nu zou je ook nog eens een voorbeeldige senior moeten worden.
Het mag wel eens ophouden.
Je hebt het recht om een slechte dag te hebben, om je te vervelen, om geen zin te hebben in mensen en zelfs om eens flink te mopperen. Dat hoeft niet te betekenen dat je verbitterd bent. Soms ben je gewoon moe, zit het weer tegen of heb je slecht geslapen. Soms baal je van iets wat vroeger beter ging, en soms heb je daar zelfs gelijk in.
Het verschil zit misschien in wat je ermee doet. Je kunt de hele wereld verantwoordelijk stellen voor je slechte humeur, maar je kunt ook erkennen dat het vandaag gewoon je dag niet is. Morgen zien we wel weer.
En als dat slechte gevoel blijft aanslepen, kun je er beter met iemand over praten. Niet alles laat zich oplossen met een grap of een wandelingetje. Ook dat is een les die we met de jaren mogen leren: hulp vragen is geen teken van zwakte, ongeacht hoe oud je bent.
Maar op de gewone dagen, die talrijke dagen waarop er niets dramatisch gebeurt en het leven rustig zijn gang gaat, mag er best wat meer gelachen worden. Met anderen, met de eigenaardigheden van de moderne wereld en vooral met jezelf.
Want wie zichzelf altijd ernstig neemt, legt de lat wel bijzonder hoog. En op onze leeftijd is het toch niet meer zo verstandig om voortdurend over hoge latten te springen.
Het moet vooral nog een beetje plezant blijven
Uiteindelijk is ouder worden een merkwaardige bezigheid. Je verzamelt jaar na jaar ervaringen, herinneringen, gewoonten en overtuigingen, om op een bepaald moment te ontdekken dat je van heel wat van die overtuigingen gerust weer afscheid mag nemen.
Je hoeft niet overal bij te horen, niet iedereen aardig te vinden en niet voortdurend te bewijzen dat je nog mee kunt. Je hoeft je leeftijd ook niet te verbergen of je te gedragen volgens een of ander voorschrift over wat gepast zou zijn voor een vijftig-, zestig- of zeventigplusser.
Je mag belangstelling hebben voor jongeren en tegelijk hartelijk lachen met hun eigenaardigheden. Je mag nostalgisch zijn zonder te beweren dat vroeger alles beter was. Je mag actief blijven en toch af en toe een hele dag niets uitvoeren. En je mag jezelf best graag zien zonder daarom te doen alsof je geen enkele tekortkoming hebt.
Misschien is dat wel een van de aangenaamste ontdekkingen van het ouder worden: dat niet alles meer zo belangrijk hoeft te zijn. De mening van een verre kennis, de verwachtingen van de buren, een mislukte poging om iets nieuws te leren of een avond waarop je eigenlijk iets nuttigs had willen doen maar uiteindelijk gewoon naar televisie hebt gekeken.
Het leven is al ingewikkeld genoeg zonder dat we onszelf voortdurend op de vingers tikken.
Dus koop gerust dat overbodige boek, eet af en toe dat extra stuk taart, probeer iets nieuws, lach met een onnozele mop en durf vriendelijk nee te zeggen wanneer je ergens geen zin in hebt. Maak tijd voor mensen die je graag ziet en probeer ook degenen die je minder liggen niet nodeloos het leven zuur te maken.
En als je morgen wakker wordt met het voornemen om vanaf nu werkelijk alles verstandig, gezond, efficiënt en voorbeeldig aan te pakken, gun jezelf dan eerst een kop koffie. Misschien gaat dat voornemen vanzelf weer over.
We hebben tenslotte nog een heel leven om af en toe iets doms te doen. Het zou jammer zijn om die mogelijkheid nu al definitief af te schaffen.
















