Over goedbedoelde adviezen, opgewekte AI-senioren, de wonderlijke ontdekking van de stoel en het hardnekkige misverstand dat ouder worden hetzelfde is als kinds worden.
Er is iets merkwaardigs aan de hand met ons, vijftigplussers. Blijkbaar zijn we op een bepaald moment in ons leven collectief vergeten hoe we moeten bewegen, denken, eten, lachen en vooral hoe we een stoel moeten gebruiken. Gelukkig bestaat er een hele industrie van goedbedoelende mensen (hoop ik toch) die ons daar dagelijks aan herinnert. Via websites, tijdschriften, nieuwsbrieven en sociale media worden we overspoeld met adviezen om gezond, gelukkig en vooral veilig ouder te worden. Je zou bijna vergeten dat we al een halve eeuw of langer zonder die instructies hebben weten te overleven.
Neem nu de beweegtips. Die zijn werkelijk van een ontroerende eenvoud. Ga rechtop zitten. Beweeg voorzichtig je schouders. Draai langzaam je hoofd naar links en vervolgens naar rechts. Hef eens een arm op, indien mogelijk zelfs twee, maar overdrijf vooral niet. Zet je voeten stevig op de grond en probeer vervolgens weer recht te staan. Proficiat! Je hebt zojuist een complete seniorenwork-out afgewerkt. Wie na afloop nog voldoende energie heeft, kan eventueel zijn bril zoeken of de afstandsbediening van de televisie verplaatsen.
Ik wacht eigenlijk op het eerste artikel met als titel: Tien eenvoudige oefeningen die je kunt doen terwijl je nog leeft. Oefening één: adem in. Oefening twee: adem uit. Oefening drie: herhaal dit zolang het comfortabel aanvoelt. Bij twijfel raadpleeg je best je huisarts. En vergeet niet voldoende water te drinken, want ook dat schijnen we vanaf ons vijftigste massaal te vergeten.
Gelukkig zijn er de deskundigen
Begrijp me niet verkeerd. Bewegen is belangrijk, op elke leeftijd. En voor wie herstelt van een operatie, met gezondheidsproblemen kampt of opnieuw wat conditie wil opbouwen, kunnen eenvoudige oefeningen bijzonder nuttig zijn. Daar valt niets op af te dingen. Alleen is het nogal vreemd om zulke oefeningen zonder enige nuance aan te bieden als dé oplossing voor een hele bevolkingsgroep die ergens tussen haar vijftigste verjaardag en haar honderdste levensjaar zit.
Alsof een vijftiger die wekelijks honderd kilometer fietst, een zestiger die marathons loopt, een zeventiger die zijn kleinkinderen achternazit en een negentiger die ondersteuning nodig heeft bij het stappen allemaal dezelfde behoeften hebben. Ze behoren tot dezelfde grote groep van oudere mensen, dus vooruit, allemaal netjes in de kring en de armen omhoog. Wie de oefening correct uitvoert, verdient misschien een stickertje.
Waarbij me nog iets anders opvalt. Niemand schrijft voor dertigers massaal artikels met de titel Zo leer je opnieuw je knieën buigen. Ook veertigers krijgen zelden het advies om eens voorzichtig uit hun stoel te komen en een paar passen door de woonkamer te zetten. Dat zou behoorlijk beledigend overkomen. Vanaf vijftig of zestig lijkt het plots een vorm van maatschappelijke dienstverlening te worden.
En natuurlijk zijn er deskundigen die dergelijke oefeningen aanbevelen. Die bedoelen het doorgaans uitstekend. Maar tussen een onderbouwd bewegingsprogramma voor mensen met specifieke beperkingen en een algemeen artikel waarin de lezer wordt aangemoedigd zijn tenen eens te bewegen, ligt een wereld van verschil. Die wereld heet volgens mij gezond verstand.
Het wonderlijke universum van de AI-senior
De teksten worden bovendien steeds vaker vergezeld van wonderlijke illustraties. Daarop zien we steevast dezelfde mensen. Een zilvergrijze heer met perfect gebit, een dame met een smetteloos wit kapsel en een glimlach die zelfs na zes uur bij de tandarts niet zou verdwijnen. Ze dragen sportkleding die nog nooit een wasmachine heeft gezien en zitten gezellig naast elkaar op een bankje. Soms houden ze elkaars hand vast. Dat doen senioren blijkbaar voortdurend, althans volgens de computer die deze beelden heeft geproduceerd.
De nieuwe generatie AI-senioren is een merkwaardig volkje. Niemand heeft buikvet, iedereen beschikt over een stralende huid en zelfs tijdens een eenvoudige stoeloefening kijken ze alsof ze zojuist de Lotto hebben gewonnen. Ze wonen in zonovergoten interieurs met designmeubelen en planten die geen enkel verdord blad vertonen. Hun partners zijn altijd liefdevol, hun kleinkinderen voorbeeldig en de hond luistert onmiddellijk.
Ik ken zulke mensen niet. Of beter gezegd, ik ken er wel een paar die er op een goede dag enigszins op lijken, maar dan uitsluitend nadat ze zich voor een familiefeest hebben opgedoft en iemand net een foto heeft genomen voordat de discussie over politiek losbarstte.
Waar zijn de oudere mensen die vloeken omdat hun computer weer een update uitvoert? Die zich ergeren aan de buurman, een pint te veel drinken, verliefd worden op de verkeerde persoon of met een motorfiets door de Ardennen scheuren? Waar is die dame van 73 die haar derde echtgenoot heeft buitengezet en eindelijk van plan is te doen waar ze zelf zin in heeft? En waar is die man van 82 die met zijn rollator naar de kaartclub trekt en daar iedereen onder tafel praat?
Die mensen bestaan ook. Sterker nog, ik vermoed dat ze een stuk talrijker zijn dan de permanent glimlachende modellen uit de digitale seniorencatalogus.
Wij willen ook nog iets
Het fundamentele misverstand achter al die goedbedoelde raadgevingen is dat ouder worden blijkbaar automatisch zou betekenen dat onze verlangens kleiner worden. Alsof de menselijke ambitie langzaam verdampt naarmate de verjaardagskaarsjes duurder worden dan de taart.
Maar waarom zou iemand van 65 minder behoefte hebben aan avontuur dan iemand van 35? Waarom zou een zeventiger niet meer verliefd willen worden, een tachtiger geen nieuwe plannen mogen maken of een negentiger geen uitgesproken mening over de wereld kunnen hebben? Natuurlijk verandert een mens. De ene wordt rustiger, de andere ongeduldiger en nog iemand anders ontdekt eindelijk dat hij zich niet meer druk hoeft te maken over wat de buren denken.
Sommige dingen gaan lichamelijk wat minder vlot. Ik hoef daar geen romantisch verhaal van te maken. Knieën kunnen protesteren, ruggen weigeren dienst, het geheugen laat af en toe een naam vallen die pas drie dagen later weer komt bovendrijven. Maar merkwaardig genoeg verdwijnen onze wensen niet noodzakelijk mee met onze fysieke mogelijkheden.
Misschien wil je op je zeventigste nog altijd naar een rockconcert, maar zie je op tegen drie uur rechtstaan. Dan heb je behoefte aan een zitplaats, niet aan een artikel dat uitlegt hoe je thuis voorzichtig je enkels kunt draaien. Misschien wil je op je tachtigste nog reizen, maar lukt dat niet meer zonder hulp. Dan wil je weten welke mogelijkheden er bestaan, niet uitsluitend horen dat een wandelingetje in de tuin ook heel aangenaam kan zijn.
En misschien wil je gewoon eens een hele namiddag niets doen. Niet omdat je senior bent en dringend moet rusten, maar omdat je daar godverdomme zin in hebt. Ook dat is een volwaardig levensdoel, al staat het zelden in een gezondheidsrubriek.
Zelfs een rolstoel heeft geen einddatum op dromen
Er is bovendien een belangrijk onderscheid tussen actief zijn en voortdurend lichamelijk in beweging zijn. We hebben de neiging om actieve ouderen voor te stellen als mensen die wandelen, fietsen, zwemmen of met nordicwalkingstokken door een bos trekken. Op zichzelf allemaal prima bezigheden, maar het begrip actief verdient een veel ruimere betekenis.
Wie in een rolstoel zit, kan nog altijd een scherpe geest, een formidabel gevoel voor humor, een uitgebreid sociaal leven en een behoorlijk avontuurlijke instelling hebben. Wie door ziekte zijn bed nauwelijks nog kan verlaten, houdt daarom niet op een mens met verlangens te zijn. Ook die persoon kan willen liefhebben, meebeslissen, muziek beluisteren, discussiëren, dromen, iets nieuws ontdekken of simpelweg met rust gelaten worden.
Niet iedereen kan zijn beperkingen overwinnen, en niemand zou zich verplicht moeten voelen daar een inspirerend verhaal van te maken. Een mens mag ziek zijn, verdrietig, boos, moe of afhankelijk van anderen zonder daardoor zijn waardigheid of persoonlijkheid te verliezen. Zelfs iemand die nauwelijks nog iets kan ondernemen, heeft recht op meer dan uitsluitend medelijden en een programma met drie haalbare armbewegingen.
Misschien moeten we eindelijk eens ophouden om vitaliteit uitsluitend in kilometers, stappen en spierkracht uit te drukken. Een pittige discussie voeren kan trouwens behoorlijk vermoeiend zijn. Zeker wanneer je gesprekspartner al vijftig jaar overtuigd is van zijn gelijk.
De senior als interessante doelgroep
Natuurlijk zit er ook een commerciële kant aan het verhaal. De oudere consument is een bijzonder aantrekkelijke doelgroep. We zijn met velen, hebben samen een behoorlijke koopkracht en krijgen voortdurend producten en diensten aangeboden die ons moeten helpen om langer jong, fit, zelfstandig en gelukkig te blijven.
Een deel daarvan is absoluut waardevol. Maar er valt ook goed geld te verdienen aan het aanpraten van problemen waarvan we niet eens wisten dat we ze hadden. Wie lang genoeg door websites voor ouderen bladert, begint bijna te geloven dat het leven na vijftig één lange aaneenschakeling van risico’s is. We moeten beter slapen, gezonder eten, onze hersenen trainen, onze spieren onderhouden, stress vermijden, sociaal actief blijven en vooral niet vergeten om positief te denken.
Het zou me niets verbazen mocht binnenkort een reclame verschijnen voor een cursus Zelfstandig een boterham smeren na je zestigste. Met gratis proefles, een ergonomisch mes en een getuigenis van Roger (74), die dankzij deze revolutionaire methode opnieuw elke ochtend zijn eigen ontbijt klaarmaakt.
Vervolgens verschijnt er een artikel met vijf tips om niet te veel druk op het mes uit te oefenen. Uiteraard voorzien van een AI-foto waarop Roger breed glimlachend een volmaakt symmetrische boterham vasthoudt. Zijn echtgenote kijkt bewonderend toe. Wat een kerel toch, die Roger!
Leeftijd is een getal, geen gebruiksaanwijzing
Misschien moeten we af van het idee dat ouder worden één vast traject is waarop iedereen dezelfde haltes passeert. Sommige mensen voelen zich op hun vijftigste al versleten, anderen beginnen op hun zeventigste aan een nieuw hoofdstuk. En soms wisselt dat gevoel gewoon van dag tot dag. Je kunt je ’s morgens negentig voelen wanneer je uit bed kruipt en ’s avonds weer vijfentwintig wanneer een goed nummer op de radio klinkt. Tot je de volgende ochtend ontdekt welke spieren je de avond voordien hebt gebruikt.
Leeftijd is natuurlijk niet letterlijk zomaar een getal. Ons lichaam heeft wel degelijk een geschiedenis, en bij de ene schrijft die zich wat nadrukkelijker in de gewrichten dan bij de andere. Maar onze geboortedatum is geen gebruiksaanwijzing. Ze vertelt niets over onze nieuwsgierigheid, onze verlangens, ons karakter of de dingen waar we nog warm voor lopen.
Daarom zou ik de makers van al die goedbedoelde seniorenartikels een eenvoudige suggestie willen doen. Neem ons serieus. Schrijf over wat ons interesseert, daag ons uit, breng ons nieuwe inzichten bij, geef informatie waarmee we werkelijk iets kunnen aanvangen. Durf gerust moeilijke onderwerpen aan te snijden, want onze hersenen zijn niet automatisch uitgeschakeld toen we onze vijftigste verjaardag vierden.
En ja, publiceer vooral ook degelijke artikels over gezondheid, bewegen en ouder worden. Maar maak een onderscheid tussen mensen die specifieke ondersteuning nodig hebben en een bijzonder uiteenlopende groep volwassenen die doorgaans best zelf kan inschatten of ze hun linkerarm nog boven hun hoofd krijgen.
Wij willen geen schouderklopje omdat we erin geslaagd zijn recht te staan uit een stoel. Wij willen een samenleving die ons blijft beschouwen als volwaardige mensen, met talenten en gebreken, plannen en teleurstellingen, lusten en lasten, verstandige beslissingen en af en toe een volslagen idiote ingeving.
Ik ga het hierbij laten. Mijn dagelijkse beweegprogramma roept. Ik moet namelijk naar de keuken om een kop koffie te halen. Volgens een betrouwbare gezondheidswebsite kan dat, mits voorzichtig uitgevoerd en met voldoende aandacht voor mijn evenwicht, een uitstekende oefening zijn.
Misschien neem ik onderweg zelfs de trap. Maar dat vertel ik liever niet aan de deskundigen. Straks moet ik nog een helm op.
















