Vandaag ontvangt onze compagnon de route, Arséne Goedertier een brief … van toeval gesproken …

Deze morgen viel er een geheimzinnige brief op mijn deurmat.
Brief aan Arsène Goedertier, verstuurd op 13.06.1934 tussen 17 – 18 u te Gent 1

Mijnheer,
Daar ik sinds lang uw karakter van goed mens ken, veroorloof ik mij u te verzoeken mij te willen helpen bij de overbrenging van een bundeltje familiedocumenten en brieven, waarvan de eer van een familie, waarvan u veel achting hebt, afhangt.
De dienst die ik u vraag, is niet moeilijk uit te voeren. Het gaat er alleen om bij de eerwaarde Heer pastoor van de St. Laurentiuskerk, Markgravelei 95 te Antwerpen, een klein pakje af te halen en het te overhandigen, zonder u bekend te maken, aan de eerwaarde pastoor van de Finistère-kerk in Brussel.
In Antwerpen zal niemand uw adres vragen en het zal volstaan, dat u bijgaande briefomslag aanbiedt. U dient dus eenvoudig als ‘ vrijgeleide’ bij de overbrenging. In de overtuiging dat u deze hulp niet zult weigeren aan een familie in nood, veroorloof ik mij hierbij de som van tweehonderd Frank te voegen voor het dekken van de onkosten.
Na het beëindigen van deze belangrijke zaak, zal ik u een geschenk laten geworden dat u aangenaam zal herinneren aan uw christelijke tussenkomst.
Gelieve te aanvaarden, mijnheer, mijn gevoelens van hoogachting.
A.M.D.G.

In principe stak bij deze brief 200 Belgische Frank en een briefomslag met een afgescheurd deel van een krant.
Ik staarde naar de woorden en voelde een mengeling van nieuwsgierigheid en verantwoordelijkheid. Wat voor familiegeheimen zouden er in dat bundeltje zitten? Een familie in nood ? Het zou verdorie op mij van toepassing kunnen zijn na het debacle van Plantexel, mijn Congolese vennootschap. En waarom was ik uitgekozen om deze delicate taak uit te voeren? Mijn broer Edmond, de onderzoeksrechter, had vele jaren geleden in de Markgravelei gewoond, recht tegenover de pastorij, maar stierf in 1913, dus ik ken de weg naar de St. Laurentiuskerk in Antwerpen wel. Het voelde als een roeping, een kans om iets groots te doen. Ik besloot de opdracht onmiddellijk uit te voeren, temeer dat die brief ondertekend is met A.M.D.G. … wat staat voor “Ad Majorem Dei Gloriam,” wat vertaald kan worden als “Tot meerdere eer van God.”
Eerst naar de Nationale Bank 200 frank van de kredietlijn halen om mijn reis te bekostigen, daarna naar ’t Sint Pieters station in Gent om naar Antwerpen te sporen … komt goed uit, ik moest er toch nog het een en ander opbergen … mijn bruin maletje en de gehuurde schrijfmachine … je weet maar nooit.
Voilà, ik was helemaal klaar om te vertrekken … ik nam de trein naar Antwerpen Zuid, die komt in Antwerpen aan om 15:33 uur. Voor alle zekerheid kocht ik bij aankomst een stadsplan en belde ondertussen naar de pastorij. De pastoor bleek niet aanwezig te zijn maar ik kreeg wel van mijn gesprekspartner een telefoonnummer waar ik hem kon op bereiken. Hij zat blijkbaar op een Vlaamse kermis in het Torenhof, een zucht van de pastorij. Ja mijn neef Gustave uit Antwerpen had me op de plechtige Communie van Adhemar al gesproken over de festiviteiten die georganiseerd werden in de St Laurentiusparochie ten voordele van de nieuwe kerk, hij is er vriend aan huis. De pastoor zal niet veel tijd hebben … druk druk druk kan ik me inbeelden … ideaal.

Ik belde naar het telefoonnummer van de Vlaamsche kermis en kreeg er de pastoor Meulepas te spreken. We spraken af over een kwartier elkaar te zien op de pastorij. Een taxi leek me de beste manier om daar te komen.. Aangekomen op het adres Markgravenlei 95 te Antwerpen gaf ik de opdracht aan de taxichauffeur om het pakje te gaan ophalen … ik gaf hem daarvoor de enveloppe met het stuk krant zodat hij zich kon identificeren. Even later kwam hij terug met het bewuste pakketje, ik had gedacht dat het volumineuzer zou zijn … maar goed … opdracht uitgevoerd.

Terug naar het station … maar voor ik de trein naar mijn volgende bestemming neem laat ik me door de taxi afzetten aan de Brederodestraat. Eerst eens binnenspringen bij mijn neef Gustave in de Ribby wasserij. Is altijd handig om te verifiëren of er mij (n)iemand volgt …
Wat een dag zeg, ben wel een beetje ontgoocheld en bedroefd …
Oh ja, ik lees vandaag in de krant dat de regeringscrisis is opgelost, we hebben een nieuwe regering.
*=*=*=*=*
De taxichauffeur wordt door Commissaris Luysterborgh pas op 17 januari 1935 verhoord over deze rit…

“Ik herinner mij niet heel veel van de zaak waarover gij spreekt. Ik herinner mij wel een pakje afgehaald te hebben in de Markgravenlei in de volgende omstandigheden;
Ik heb mijn standplaats, als autovoerder, aan de statie van Antwerpen-Zuid.
Een man, die waarschijnlijk toegekomen was met den trein van half vier, heeft me gevraagd hem naar de Markgravenlei te voeren. In de nabijheid van de Sint-Laurentiuskerk heeft hij mij doen stoppen, heeft mij een brief gegeven die ik moest afgeven en dan zou men mij een pak overhandigen; die persoon zei dat men van de zaak wist.
Ik geloof dat ik ontvangen werd door een vrouw en dat de priester mij een klein pakje gegeven heeft. Ik heb dit pakje aan den persoon, die in de auto was blijven zitten, afgegeven. Mijn auto stond niet tegenover het huis waar ik binnengegaan was, doch eenige huizen voor aan het huis te komen, daar waar mijn klant mij gezegd had te stoppen.
Vervolgens heeft hij mij doen terugkeeren in de richting der Zuidstatie en heeft hij mij doen stoppen op de hoek der Brederodestraat en de Broederminstraat waar hij uit mijn auto gestapt is. Ik meen dat mijn compteur 9 frank markeerde en dat de persoon in kwestie mij zelfs geen drinkgeld heeft gegeven. Ik weet niet waar hij vervolgens heen gegaan is.”
Pastoor Meulepas verklaart :
“Op donderdag 14de juni 1934 werd er bij mij, gedurende mijn afwezigheid getelefoneerd rond 16 uur. Mijn zuster ontving de mededeling. Men vroeg haar in ’t Fransch of ik thuis was; zij antwoordde dat ik mij bevond in het Torenhof (waar een Vlaamsche kermis gehouden wordt ten voordeele der nieuwe parochiekerk); mijn zuster voegde erbij dat men mij daar kon opbellen onder nr 754.68 hetgeen inderdaad gedaan werd.
Mij werd in het Fransch gevraagd: “C’est pour venir chercher le paquet qui a été déposé chez vous” ik vroeg: “Ou étes vous maintenant? waarop men antwoordde : “En ville”. Ik zei vervolgens “Vous pouvez venir dans un quart d’heure” en ik ben aanstonds naar de pastorij gegaan.
Een kwartier later bood zich bij mij aan, een groote struische ruwe man, rond de 30 jaar oud en die gekleed was als een autovoerder. Hij sprak Vlaamsch met Antwerpschen tongval en gaf mij een briefomslag af. Hij bleef buiten wachten terwijl ik de omslag opende, die een afgescheurd gedeelte van een dagblad bevatte, namelijk het ander gedeelte van dit welk mij vroeger door u afgegeven werd.
Ik gaf toen aan den autovoerder het pak af dat gij mij den 8sten juni ll toevertrouwd had; hij vroeg mij of er niets te zeggen was waarop ik ontkennend antwoordde. Toen verdween de chauffeur. De persoon die mij telefoneerde drukte zich in goed Fransch uit.
De briefomslag die mij overhandigd werd droeg het opschrift “Monsieur le Rev Meulepas, Curé de St Laurent Anvers” in machineschrift en in podlood het nr 95.”
Commissaris Luysterborgh schrijft over deze gebeurtenis slechts één zin in z’n proces verbaal …
“Den 14de juni werden wij telefonisch verwittigd dat een persoon het door ons gereed gemaakte pak bij den heer pastoor Meulepas was gaan weghalen.”
















