Er gebeuren verschrikkelijke dingen in de wereld. Zo goed als alle continenten geraken ontredderd door oorlogen en revoluties. Rusland tegen Oekraïne, Israël tegen Palestijnen, de States in Iran en rellen in Brussel en Luik. Daarnaast dan ook nog de intussen klassiek geworden opstanden in Afrika of de veldslagen die in Zuid-Amerika uitgevochten worden telkens waar verkiezingen gepland staan.
Iedereen die schrijft, waarvoor hij dat ook doet, weet niet wat kiezen als hij een of ander op papier of op scherm wil zetten. Zelfs iemand als ik die zich nu bezighoud met het produceren van romans en het wekelijks neerpennen van wat een cursiefje genoemd wordt, vindt overal wel inspiratie om zich tot zijn lezers te richten. Met tekstjes die niet noodzakelijk dienen om informatie te verstrekken, maar wel om te tonen dat er uit alle vreselijke situaties ook bijzondere anekdotes te plukken zijn.
Maar neen, ik vind het nog altijd (en voor het werk dat ik te doen heb) leuker gewoon rond te kijken en te tikken over wat ik in huis, op straat en in de stad zie. Als ik in de living en in de comfortabele sofa zit en mijn blik een zestal meter verder door het brede venster richt, kom ik op straat terecht, of beter gezegd bij de eerste en tweede verdiepingen van de huizen aan de overkant. En zie ik bij herhaling, op de punt van het dak waar ik in eerste instantie met de ogen arriveer, bij herhaling een duif zitten. Ofwel beweegt die niet, of wel gaat die aan het paraderen, waarna onvermijdelijk een tweede aanlandt, waarschijnlijk een vrouwtje dat bekoord is geraakt door wat ze vanop een andere hoogte gezien heeft. Of neen, ze antwoordt gewoon aan de oproep die de kerel naar haar stuurde, wat hij trouwens al heel zijn leven doet, met hetzelfde wijfje dan nog wel.
Want zo zijn duiven nu eenmaal. Ze beginnen een relatie en blijven blijkbaar voor de rest van hun leven trouw aan mekaar. Ook al worden ze bij herhaling en voor een zekere tijd van mekaar gescheiden, op initiatief van een op andere ‘duivenmelker’, die een heel troep in een keurig kot heeft zitten, paartje bij paartje dan wel. Hij gebruikt die beestjes om mee te doen aan concours, die redelijk wat centen kunnen opbrengen. Het enige wat hij daar moet voor doen, is zorgen dat hij zijn getrainde beestjes tijdig aflevert aan chauffeurs die hen naar de startplaats brengen, soms mijlenver van huis verwijderd. Waarna de ‘melker’ van wie ik nooit bergrepen heb waarom die zo genoemd wordt, op de zondag van de competitie tijdig op in het hok moet zijn om zijn vogeltjes te ontvangen. Nadat van hen wel een heel andere, zoveel zwaardere inspanning gevraagd werd. Bereik vanuit, bijvoorbeeld, Barcelona maar snel je kot in Brussel, Antwerpen of Gent en tegelijkertijd je partner, die daar ongeduldig op je te wachten zit.
Eega Liliane heeft het nooit voor duiven gehad, ik heb er als piepjong kereltje ooit eens een paar cadeau gekregen, geen competitie-beestjes maar zogenaamde ‘smirrels’ die alleen maar dienden om mee te pronken, met hun schoonheid wel te verstaan. Van toen af heb ik mij altijd afgevraagd wat er in de kleine kopjes van die dieren omgaat, kopjes waarmee ze in bepaalde omstandigheden bijna kunnen leven als volwassen mannen. Of beter nog misschien. Want hoeveel zouden er niet zijn die tijdens een lange reis al eens hun weg verliezen, zij het nu minder omdat ze kunnen rekenen op de attente gps. Duiven hebben dat natuurlijk niet, maar vliegen wel snel en nauwkeurig naar hun adres, waar de zoals gezegd de vaste partner op hen zit te wachten om verder heel het leven door de geliefde trouw te blijven. Iets waarin een mens niet altijd (en nu almaar minder) slaagt.
















