HomeBoomagersEstafetterevolutie

Estafetterevolutie

De jeugd zou zich aan een oudere rakker als ik nog danig kunnen mispakken…

Ik begrijp de jongeren die vandaag met grote ogen naar de wereld kijken en denken: ‘dit moet anders’ beter dan ze wellicht vermoeden. Echt waar. Ik herken dat vuur. Dat lichtjes dramatische gevoel dat je iets aan het veranderen bent terwijl je eigenlijk gewoon op je kamer zit met muziek die je ouders zenuwachtig maakt. In mijn tijd waren dat rockplaten, wat pop, en af en toe een chanson van Jacques Brel waar ik diepzinnig bij zat te knikken alsof ik persoonlijk verantwoordelijk was voor de culturele wedergeboorte van Europa en speelde ik die muziek af op mijn pick-up of cassetterecorder, de tiener van nu doet het op zijn zakcomputer. Andere drager, maar hetzelfde principe.

Mijn ouders? Die dachten dat ik gewoon te luid muziek draaide en dat het vanzelf zou overgaan. Ze hadden gelijk. En toch ook weer niet.

In mijn hoofd was ik een revolutionair. Een soort Che Guevara met een schooltas. Ik keek neer op alles wat naar gezag rook en vond mezelf bijzonder scherpzinnig. Alleen… elke ochtend fietste ik braaf naar het strengste college van de streek, waar priesters nog rondliepen alsof het Vaticaan een filiaal had geopend in onze speelplaats. Latijn-Griekse humaniora. Uniformiteit. Discipline. Stilzitten. Terwijl ik ondertussen dacht dat ik het systeem van binnenuit aan het ondermijnen was door naar Brel te luisteren en moeilijke vragen te stellen over het leven.

De waarheid? Ik studeerde hard. Heel hard. Want diep vanbinnen wist ik dat een diploma ook handig kon zijn voor een revolutionair. Je moet tenslotte iets hebben om tegen te rebelleren, en zonder diploma blijft er weinig over om tegen te schoppen behalve de frigo.

Ik was ook een beetje een buitenbeentje. Niet op de spectaculaire manier, eerder op de “ik hoor hier precies net niet helemaal thuis”-manier. Ik kwam uit een gewoon gezin. Geen notaris, geen chirurg, geen familie die Frans sprak aan de ontbijttafel. De meeste klasgenoten wel. Dat voelde soms alsof ik per ongeluk in een andere film was beland. Zij discussieerden over skivakanties, ik piekerde over hoe je een gammele tweedehandsfiets weer aan de praat krijgt.

Maar eerlijk is eerlijk: zelfs in die brave eliteklas zat het nodige avontuur. Zo was er die ene klasgenoot, zoon van een notaris, perfect kapsel, perfecte punten… tot hij plots werd opgepakt omdat hij dameslingerie stal. Niet uit noodzaak. Niet uit romantiek. Gewoon voor de kick. Bij een huiszoeking bleek zijn kamer vol te liggen met kanten mysteries. Blijkt dat de brave burgerkinderen soms creatiever rebelleren dan de zogezegde buitenbeentjes.

Als ik vandaag naar jongeren kijk, zie ik hetzelfde patroon. Grote woorden. Grote dromen. Soms ook grote missers. Ze denken dat ze de wijsheid in pacht hebben, en eerlijk: af en toe hebben ze dat ook. Ze zien dingen sneller, scherper, zonder de ballast van jarenlange ervaring. Maar tegelijk denk ik soms: ach, ik heb dat traject al eens bewandeld. Ik weet hoe het voelt om overtuigd te zijn dat je de wereld begrijpt, terwijl je eigenlijk nog maar aan de inleiding zit.

Dat is geen kritiek. Dat is herkenning.

Want wij waren ook zo. Alleen hadden wij geen TikTok om onze existentiële crisis live uit te zenden. Wij hadden een hoop cassettes en een dagboek dat gelukkig nooit viraal is gegaan.

Het grappige is dat je later beseft dat je eigenlijk een soort salonrevolutionair was. Veel ideeën, weinig barricades. Je zat vooral te denken. Te dromen. Te analyseren. En ondertussen haalde je netjes je diploma, ging je werken, betaalde je belastingen en werd je langzaam een versie van jezelf waar je vroeger waarschijnlijk tegen zou hebben gedemonstreerd.

En toch blijft dat vuur ergens zitten. Alleen verandert het van vorm. Waar ik vroeger dacht dat ik alles moest omverwerpen, denk ik nu eerder: laat ons eerst eens kijken hoe het werkt voor we het afbreken. Misschien ben ik een beetje zoals de stroper die boswachter is geworden. Ik ken de trucs. Ik weet waar de valkuilen liggen. Ik herken de blik van iemand die denkt dat hij de regels slim te slim af is.

Als een jongere vandaag zegt dat hij het systeem wil veranderen, glimlach ik. Niet neerbuigend. Eerder begrijpend. Want ergens zie ik mezelf daar weer staan, met een plaat van Brel onder de arm en een hoofd vol grootse plannen. En ik weet ook dat de meeste van hen uiteindelijk hun eigen weg zullen vinden. Sommigen worden idealisten. Sommigen pragmatisten. Sommigen… verzamelen misschien lingerie, wie zal het zeggen.

Wat ik vooral zie, is dat elke generatie denkt dat ze uniek is in haar rebellie. Terwijl het eigenlijk een estafette is. De ene geeft het stokje door aan de volgende, samen met een stapel goede bedoelingen en een paar stevige misverstanden.

Dus ja, ik begrijp hen. Misschien meer dan ze denken. Want ooit stond ik aan dezelfde kant van de barricade. Alleen stond die barricade toen vooral in mijn hoofd, ergens tussen een Latijnse vertaling en een chanson dat ik veel te serieus nam.

En eerlijk? Dat was misschien wel de veiligste revolutie die je kon hebben.

- ONZE EXCLUSIEVE REEKS -spot_img

Abonneer je op ons Gratis Magazine en ontvang iedere woensdag de beste info, tips en leuke acties in jouw mailbox

Leestips

19 April 1934 – Wat als ik met een ingepakt paneel...

Rémy RADESKA, journalist bij de Brusselse, franstalige krant “L’Indépendance Belge” peilt naar de alertheid van eenieder. Hij stelt zich de vraag “Wat zou er...

Boomgroei

spot_img
Rechtvaardige-Rechters retabel

11 april 1934 – De Rechtvaardige Rechters, het mysterie ontrafeld

In 1934 pleegde men een van de grootste kunstdiefstallen in de Belgische geschiedenis: de diefstal van "De Rechtvaardige Rechters", een paneel van het wereldberoemde...