Hoewel ik al ‘halfweg de tachtig’ ben, blijf ik nog altijd ijverig schrijven. Twee romans per jaar, nu opnieuw cursiefjes na een onderbreking van enkele maanden in die activiteit en daar bovenop af en toe nog eens een bijdrage voor een of ander sporttijdschrift, waar ze niet vergeten zijn dat ik tot aan mijn pensioen 44 jaar lang gewerkt heb als journalist in ‘de koers’.
Schrijven is voor mij heel mijn leven door een passie geweest en nu ik het gewicht van vele jaren moet torsen, stel ik vast dat die activiteit je op een verrassende manier afleidt van de vele ‘pijnen en smarten’ die een mens door enkele kwalen en veel sleet moet doorstaan. Je zet je achter je laptop, je verzint een of ander verhaal, je brengt ook wat fantasie in de tekst zelf en stelt was dat je die linkse heup minder voelt en die stijve vingers van daarstraks almaar vlotter aan het tikken gaan.
Het maakt een mens dolblij te voelen dat hij opnieuw door een aantal uren van de dag kan geraken, zonder te moeten ‘klagen en zagen’ of dient op te passen een bepaald lichaamsdeel niet te forceren. Daarbij komt dat, bij die bezigheid achter het scherm, de hersenen weer lijken te functioneren zoals in betere tijden, zij het natuurlijk niet de beste tijden, de jonge jaren waarin een journalist bij manier van spreken al voor het ontbijt begint te tikken om er pas laat na het avondmaal mee te stoppen.
Die vaststellingen maakten mij de laatste tijd weer gelukkig, heel gelukkig zelfs, tot dit gebeurde.

Voor de tweede keer in een niet zo’n lange tijd, weigerde mijn laptop correct te reageren op mijn toetsengetokkel. Wat ik wilde schrijven, kon ik alleen nog maar op een site, die blijkbaar bijna niemand (behalve ik) kan openen. Nu heb ik wel het geluk dat ik voor alle problemen met de computer terecht kan bij de pluszoon van mijn uitgever, Stefaan van Partizaan. Dat is een fijne jongen, die zopas afstudeerde en nu als bekwame kerel aan het werk is bij een firma in de ICT, en er nog een bijberoep op nahoudt dat gespecialiseerd is in onder meer het herstel van werkweigerende computers. Die jongeman had voorheen al via de telefoon in de kortste keren een defect hersteld, waarvan ik dacht dat het mij zou verplichten een nieuw toestel te kopen. Nu was het wel wat langer wachten op zijn hulp, omdat hij minder beschikbaar is dan in zijn studententijd, maar ik twijfelde er niet aan dat het toch weer in orde zou komen en ik vroeg mij ondertussen af wat het vandaag ergste is, waarmee een mens geplaagd kan worden: fysieke of technische hinder? Het zal de lezer waarschijnlijk verbazen dat ik op het laatste tip, hetgeen wel om enige uitleg vraagt. Ik stelde eerder al dat schrijven voor mensen die dat met passie doen, als een serieus, zij het voorlopig efficiënt medicament kan gelden. Dan wanneer de laptop-in-panne iemand die zoiets niet laten kan, veroordeelt tot een ergerlijk, ja slopend nietsdoen, wat zelfs geldt voor een kerel van 86, leeftijd waarop de meeste mensen van een verdiende rust willen genieten.
Robert Janssens
















