woensdag 18 februari 2026
spot_img

Panini

Panini is een briljante bijdrage aan de beleveniseconomie. Die economie gaat al heel mijn leven mee. Zo’n zestig jaar geleden kreeg ik mijn eerste Panini-prentjes.

Tot vandaag wissel ik nog Panini-ervaringen uit met generatiegenoten. Maar geen prentjes meer.

Panini overheerste jarenlang mijn zomervakantie. 
Toen ik in 1972 met wat ze toen ‘geelzucht’ noemden een volledige zomer in bed moest doorbrengen, was Panini mijn trouwste gezel.

Tantes, ooms wisten meteen wat ze me cadeau konden doen. Een pakje voetbalprentjes. Van de voorganger van de Jupiler Pro League, de Nationale Voetbalcompetitie. Panini gaat langer mee dan de Jupiler Pro League.

Ik maak deel uit van een generatie opgegroeid met voetballers en coureurs die we kenden van op de foto meer dan van op TV of van op video. 

Het was telkens een heel gedoe of voetbalwedstrijden uitgezonden mochten worden. Meestal mocht het niet. Iets met sluikreclame.

Voetbalverslagen mochten pas vanaf de tweede helft. God weet waarom.


Slechts een fractie van de voetballers waarover ik alles wist, zag ik ooit voetballen. Niet op TV, niet in het stadion. Maar ik kende wel hun rugnummer, en op welke positie ze in de ploeg speelden (‘libero’ of ‘midmid’) en bij welke ploegen ze al gespeeld hadden. Panini leerde het mij. Ik werd lokaal – in de familie – geroemd als voetbalencyclopedie. De uitslagen van de zondagavond om kwart voor zes kende ik van buiten. Wat heeft Sporting Hasselt vorige week zondag gedaan? 3-0 verloren tegen Patro Eisden. Maar het meeste kwam allemaal uit de Panini-albums. Panini was de beste geheugentraining van mijn leven.

Dat ik zoveel wist van voetballers had ik te danken aan Panini. Het was magie. Een magische marketingformule. En een magisch verdienmodel. Van dat laatste werd ik me pas echt bewust toen ik ouder was. Voetbalouder. Van een zoon die alles wilde weten van alle voetballers in alle competities. Ondertussen lagen er in de kiosk Panini-jaargangen van de Rode Duivels en alle nationale teams, van de Jupiler Pro League teams, en van Champions League teams en spelers. Ik meen me te herinneren dat er zelfs een tweede druk binnen één jaargang was, inclusief de last minute aankopen tijdens de zomermercado.

Ik ben een late papa. Ik was 43 toen ik een voetballer op de wereld zette. Langs de lijnen kwam ik grootvaders tegen die zo oud waren als ik. Mogelijk waren zij al drie generaties lang Panini-verzamelaars. Zo groot is mijn kennis niet.

Maar met een beetje gezond verstand, hoofdrekenen en boekhouden als een goede huisvader krijg je al gauw een beetje kennis van zaken. Van de business achter Panini. Het is een goudmijn. Tijdens één van de lange autoritten tussen Gent en Limburg waar we op familiebezoek gingen, viel mijn voetballende zoon na de wedstrijd vermoeid in slaap naast mij. Er waren nog alleen nu en dan wat naschokjes: voetbalreflexen in zijn voetbaldromen. Verder zat er geen leven meer in. Dood. Hij was één van de eeuwige lopers, die alle minuten speelde en zijn positie was op het middenveld. Dat betekent nooit stilstaan. Zoals de verdedigers en de aanvallers dat wel de hele tijd kunnen doen. En dus was er tijdens die autorit gelegenheid om een keer over iets anders te reflecteren dan over voetbal, voetbaltalentjes en over gaten trekken en mandekking. Met name over voetbaleconomie en merchandising.

Tijdens zo’n rit in slapend gezelschap berekende ik uit mijn hoofd hoeveel een Panini-boek mij als gewillige papa in totaal zou kosten om het vol te krijgen met prentjes. Ik zat al over tweehonderd euro en ik had nog niet eens de dubbels bijgeteld waar je geen blijf mee weet. Tweehonderd euro ! Voor een leeg boek en een stapel prentjes die je er zelf in moet kleven. Een boek dat ook nooit vol geraakte. Sommige prentjes kreeg je maar niet te pakken. Er zit veel van je tijd en veel van je voetbalkennis in als jonge fan. En de marges van Panini zijn fenomenaal. Een goudmijn.

Het is een staaltje niet te overtreffen beleveniseconomie voor kinderen. En het is een blijver. Nog altijd staan jongetjes en ook meer en meer meisjes aan de mouw van papa en mama te trekken, als die nog eens in de kiosk staat of aan de kassa van de supermarkt. Nog één zakje, please please please ? Ach, voor die paar euro. Dan ben je verlost van het gezeur. En zo ging het een heel voetbalseizoen. Ook meer en meer volwassenen trouwens, grootvaders en vaders.

André De Nul

Onlangs las ik in de online krant dat André De Nul gestorven is op 79-jarige leeftijd. André De Nul? Allez, wie kent nu André De Nul niet? In het zwart-wit van Eendracht Aalst, en in de zwart-gele truitjes van Lierse en het paars-wit van Anderlecht. De Nul heb ik nooit tegen een bal zien trappen. Niet dat ik het me nog herinner. Maar hij had een snor. Dat weet ik nog altijd – van de prentjes.

Eric Kenis

- ONZE EXCLUSIEVE REEKS -spot_img

Abonneer je op ons Gratis Magazine en ontvang iedere woensdag de beste info, tips en leuke acties in jouw mailbox

Leestips

10 Mei 1934 – Op bezoek bij Marie-Sylvie

Vandaag Hemelvaart …  Christenen over de hele wereld herdenken tijdens Hemelvaart dat Jezus Christus is opgevaren naar God, Zijn Vader in de hemel. Hemelvaartsdag...
wandelen tegen metaboolsyndroom

Het metabool syndroom

spot_img
Rechtvaardige-Rechters retabel

11 april 1934 – De Rechtvaardige Rechters, het mysterie ontrafeld

In 1934 pleegde men een van de grootste kunstdiefstallen in de Belgische geschiedenis: de diefstal van "De Rechtvaardige Rechters", een paneel van het wereldberoemde...
error: Inhoud is beschermd !!