Van de bokshandschoenen van Ali tot het masker dat ijshockey veranderde
De sportgeschiedenis heeft deze week weer een bont gezelschap voor ons klaarstaan. Muhammad Ali haalt in Afrika een van zijn grootste stunts uit, een voetbalwedstrijd tussen Nederland en Cyprus wordt ontsierd door een ontploffing en een Amerikaanse basketballer schrijft geschiedenis zonder dat daar een wereldrecord of een kampioenstitel aan te pas komt. We nemen ook afscheid van een Nederlandse wielerheld, ontdekken een merkwaardig stukje boksgeschiedenis en reizen naar Argentinië voor een wereldkampioenschap dat tegenwoordig een miljoenenpubliek trekt.
En dan is er nog een Canadese ijshockeydoelman die in 1959 besluit dat hij zijn gezicht liever heel houdt. Een beslissing die achteraf behoorlijk verstandig blijkt.
28 oktober 1987 – Een bom op het voetbalveld
Het Nederlands elftal bereidt zich voor op het Europees kampioenschap van 1988, maar tijdens de kwalificatiewedstrijd tegen Cyprus loopt het helemaal verkeerd. Niet door een slechte prestatie van Oranje, wel door een supporter die een explosief op het veld gooit.
Nederland leidt in de Rotterdamse Kuip al vroeg met 1-0 wanneer een zogenaamde sinaasappelbom vlak bij de Cypriotische doelman Andreas Charitou ontploft. De keeper moet worden vervangen en de wedstrijd ligt stil. Uiteindelijk wordt er toch verder gevoetbald en Nederland wint met maar liefst 8-0. John Bosman scoort vijf keer, maar zijn doelpunten verdwijnen later grotendeels uit de officiële geschiedenisboeken.
De UEFA verklaart de wedstrijd namelijk ongeldig en beslist aanvankelijk dat Cyprus met 3-0 wint. Nederland gaat in beroep en krijgt uiteindelijk toestemming om de wedstrijd opnieuw te spelen, ditmaal achter gesloten deuren. Op 9 december winnen de Nederlanders met 4-0.
Het incident brengt de Nederlandse kwalificatie ernstig in gevaar, maar Oranje mag uiteindelijk toch naar het EK. En wat voor een toernooi wordt dat! Met Ruud Gullit, Marco van Basten en bondscoach Rinus Michels verovert Nederland in 1988 zijn eerste Europese voetbaltitel. Dezelfde ploeg die enkele maanden eerder door een explosief bijna naast het toernooi had gegrepen.
29 oktober 1886 – Een wereldkampioen die liever niet verloor
De Ierse bokser Jack McAuliffe verslaat in Boston zijn Amerikaanse tegenstander Billy Frazier na een gevecht van maar liefst 21 ronden. Daarmee versterkt hij zijn aanspraak op de wereldtitel bij de lichtgewichten, al zijn de kampioenschapsregels in die tijd een stuk minder overzichtelijk dan tegenwoordig.
Het professionele boksen bevindt zich nog volop in zijn ontwikkeling. Kampen kunnen tientallen ronden duren, verschillende organisatoren erkennen soms andere kampioenen en van de strakke reglementen die we vandaag kennen, is nog lang geen sprake. McAuliffe krijgt niettemin een stevige reputatie en draagt uiteindelijk de bijnaam ‘Napoleon of the Ring’.
Zijn grootste prestatie is misschien wel dat hij zijn carrière zonder officiële nederlaag afsluit. Dat kunnen maar weinig grote boksers zeggen, zelfs al moet daarbij worden aangetekend dat er in zijn tijd geregeld onbesliste gevechten werden uitgevochten.
McAuliffe blijft een legende van het vroege professionele boksen. In 1995 krijgt hij postuum een plaats in de International Boxing Hall of Fame. Een mooie erkenning voor een man die al meer dan een eeuw eerder had bewezen dat je met twee vuisten een heel eind kon komen.
30 oktober 1974 – Muhammad Ali laat de sterkste man ter wereld zijn gang gaan
Kinshasa, de hoofdstad van het toenmalige Zaïre, is op 30 oktober 1974 het decor van een van de beroemdste bokskampen ooit. Muhammad Ali neemt het op tegen wereldkampioen George Foreman, een haast angstaanjagend sterke bokser die zijn tegenstanders doorgaans binnen enkele ronden tegen het canvas slaat.
Foreman is de grote favoriet. Hij heeft onder anderen Joe Frazier en Ken Norton vernederend gemakkelijk verslagen, terwijl beide mannen eerder Ali heel wat problemen bezorgden. De inmiddels 32-jarige Ali lijkt zijn beste jaren achter de rug te hebben.
Maar Ali heeft een plan. In plaats van voortdurend rond zijn tegenstander te dansen, laat hij zich tegen de touwen drukken. Foreman mag slaan, nog eens slaan en vervolgens gerust verder slaan. Ali vangt de meeste klappen op met zijn armen en handschoenen, leunt achterover tegen de touwen en probeert zijn tegenstander zowel lichamelijk als mentaal uit te putten.
Het is een gevaarlijke tactiek, die later bekend wordt als ‘rope-a-dope’. Het publiek begrijpt aanvankelijk nauwelijks wat Ali aan het doen is, maar naarmate de ronden verstrijken, wordt duidelijk dat Foreman steeds vermoeider raakt.
In de achtste ronde slaat Ali plotseling toe. Met een reeks snelle, nauwkeurig geplaatste stoten stuurt hij de wereldkampioen tegen het canvas. Foreman wordt uitgeteld en Ali is opnieuw wereldkampioen bij de zwaargewichten.
De ongeveer 60.000 toeschouwers in het stadion zijn getuige van een historische stunt. De ‘Rumble in the Jungle’ groeit uit tot een van de bekendste gebeurtenissen uit de sportgeschiedenis en bevestigt voorgoed de legendarische status van Muhammad Ali.
31 oktober 1950 – De man die een kleurgrens doorbreekt
Wanneer Earl Lloyd op 31 oktober 1950 het basketbalveld betreedt voor de Washington Capitols, doet hij iets wat geen enkele zwarte speler hem in de NBA is voorgegaan. Hij wordt de eerste Afro-Amerikaan die in een officiële wedstrijd van de Amerikaanse professionele basketbalcompetitie speelt.
Lloyd is op dat moment 22 jaar en heeft aan de West Virginia State University al laten zien dat hij uitstekend kan basketballen. Toch is zijn intrede in de NBA allerminst vanzelfsprekend. De Verenigde Staten zijn nog diep verdeeld door rassenscheiding en zwarte sporters krijgen geregeld te maken met discriminatie, vijandige supporters en hotels of restaurants waar ze niet welkom zijn.
Opmerkelijk genoeg is Lloyd niet de enige zwarte speler die in 1950 de NBA binnenkomt. Chuck Cooper is de eerste Afro-Amerikaan die via de draft wordt geselecteerd en Nat Clifton is de eerste die een NBA-contract ondertekent. Maar doordat Washington zijn eerste competitiewedstrijd eerder speelt dan de ploegen van Cooper en Clifton, komt Lloyd als eerste daadwerkelijk op het terrein.
Zijn carrière krijgt later nog een bijzonder vervolg. In 1955 wordt hij met de Syracuse Nationals NBA-kampioen, waarna hij ook als trainer en scout actief blijft.
Zijn naam is misschien minder bekend dan die van latere basketbaliconen, maar zonder pioniers zoals Earl Lloyd zou de geschiedenis van het Amerikaanse basketbal er heel anders hebben uitgezien.
1 november 1959 – Eindelijk een doelman die zijn gezicht beschermt
Wie tegenwoordig naar een ijshockeywedstrijd kijkt, kan zich nauwelijks voorstellen dat doelmannen ooit zonder gezichtsbescherming in hun doel stonden. Toch was dat lange tijd de normaalste zaak van de wereld, zelfs toen de spelers steeds harder begonnen te schieten.
Op 1 november 1959 verandert de Canadese doelman Jacques Plante van de Montreal Canadiens daar iets aan. Tijdens een wedstrijd tegen de New York Rangers krijgt hij een harde puck tegen zijn gezicht. Het schot van Andy Bathgate bezorgt hem een ernstige wonde aan zijn neus.
Plante verdwijnt naar de kleedkamer voor verzorging, maar wanneer hij terugkeert, draagt hij een masker van glasvezel. Zijn trainer Toe Blake is daar aanvankelijk niet gelukkig mee. In het ijshockey heerst immers de opvatting dat een echte doelman geen gezichtsbescherming nodig heeft. Plante denkt daar na zijn zoveelste verwonding anders over.
De Canadiens winnen de wedstrijd met 3-1 en Plante blijft zijn masker dragen. Hij is overigens niet de allereerste doelman die ooit met gezichtsbescherming experimenteert, maar wel degene die het gebruik ervan definitief ingang helpt vinden in de NHL.
Binnen enkele jaren volgen steeds meer doelmannen zijn voorbeeld. Tegenwoordig zou niemand er nog aan denken om zonder degelijke bescherming een regen van keiharde pucks te trotseren.
Soms heeft een sport geen nieuwe regel nodig om te veranderen, maar gewoon iemand die zijn gezond verstand gebruikt.
2 november 2004 – De Kneet stapt onverwacht van zijn fiets
De wielerwereld wordt op 2 november 2004 opgeschrikt door het onverwachte overlijden van Gerrie Knetemann. De Nederlandse oud-wereldkampioen is pas 53 jaar wanneer hij tijdens een mountainbiketocht wordt getroffen door een hartaanval.
‘De Kneet’, zoals iedereen hem noemt, behoort tot de kleurrijkste Nederlandse wielrenners van zijn generatie. Hij is een uitstekend tijdrijder, een bijzonder slimme coureur en iemand die ook buiten de wedstrijden zelden om een gevatte opmerking verlegen zit.
Zijn grootste triomf behaalt hij in 1978 op de Nürburgring, waar hij verrassend wereldkampioen wordt door Francesco Moser te verslaan. Daarnaast wint hij tien etappes in de Ronde van Frankrijk, tweemaal de Amstel Gold Race en de eindklassementen van onder meer Parijs-Nice en de Ronde van Nederland.
Knetemann rijdt jarenlang voor de legendarische TI-Raleigh-ploeg van Peter Post, die met haar strakke organisatie en ijzersterke renners een tijdperk in het wielrennen bepaalt.
Na zijn actieve loopbaan blijft hij nauw bij de sport betrokken en wordt hij bondscoach van de Nederlandse wielerploeg. Ook zijn dochter Roxane kiest voor een carrière op de fiets.
Zijn dood komt bijzonder hard aan, niet alleen vanwege zijn palmares, maar ook omdat hij nog zo nadrukkelijk deel uitmaakt van het wielerleven. Knetemann behoort tot die zeldzame sportfiguren die ook vele jaren na hun laatste overwinning in de herinnering blijven voortleven.
3 november 1950 – Argentinië wordt de eerste wereldkampioen basketbal
Tegenwoordig behoort basketbal tot de populairste sporten ter wereld, maar in 1950 staat het internationale basketbal nog in de kinderschoenen. Het eerste wereldkampioenschap voor mannen wordt georganiseerd in Buenos Aires, waar tien landen deelnemen.
De Verenigde Staten zijn de favoriet, al sturen ze geen ploeg met de grote sterren uit de NBA. Hun vertegenwoordiging bestaat uit spelers van de amateurploeg Denver Chevrolets. Dat geeft de andere landen natuurlijk wat meer hoop op succes.
De Argentijnen hebben het thuisvoordeel en beschikken bovendien over een uitstekend team met Oscar Furlong als grote uitblinker. Op 3 november staan beide ongeslagen ploegen tegenover elkaar in de beslissende wedstrijd van de finaleronde.
Voor een uitzinnig publiek in het Luna Park wint Argentinië met 64-50. De thuisploeg kroont zich daarmee tot de allereerste wereldkampioen basketbal.
Na het laatste fluitsignaal barst in Buenos Aires een volksfeest los. Supporters trekken de straten op en vieren hun overwinning met brandende kranten, een gebruik dat bekend wordt als de ‘Nacht van de Fakkels’.
De wereldtitel betekent bijzonder veel voor Argentinië, dat zich plotseling met de grootmacht Verenigde Staten kan meten. Het duurt daarna nog vele tientallen jaren voordat het land opnieuw tot de absolute wereldtop behoort, maar die eerste titel uit 1950 blijft een van de grootste momenten uit zijn sportgeschiedenis.
Volgende week reizen we opnieuw door de sportgeschiedenis. We ontmoeten onder meer een bokser die op 45-jarige leeftijd nog wereldkampioen wordt en keren terug naar de tijd waarin zelfs de Olympische Spelen niet aan de internationale politiek konden ontsnappen. Want achter iedere sportprestatie schuilt een verhaal, en sommige verhalen blijken minstens even boeiend als de wedstrijd zelf.
















