donderdag 19 februari 2026
spot_img
HomeBoomagersDe dag nadien

De dag nadien

een kortverhaal

Brugman is groot en lomp, en dat weet hij maar al te goed. Niets aan de hand. Met het onafscheidelijke jeneverglaasje in zijn beverige hand staat hij uren voor het raam te kijken en telt de boten. Veel meer kan hij hier eigenlijk niet doen. Vooral de Rusticana trekt zijn aandacht. Het houtwerk moet dringend eens geschilderd worden. Plots denkt hij eraan dat zijn voordeelbons van de supermarkt vandaag vervallen. Het staat op zijn Niet te vergeten-lijstje dat aan de ijskast hangt. Anja heeft hem er al drie keer aan herinnerd, maar telkens antwoordde hij heftig dat ze zijn werkster en niet zijn oppas is, en zo’n jonge, pronte vrouw laat zich niet op haar kop zitten. Aan de telefoon heeft hij flink wat overredingskracht nodig gehad. Ze komt pas terug als ze eindelijk die beloofde loonsverhoging krijgt.

“Leg niet neer, leg niet neer!” hoorde hij haar vrijer op de achtergrond roepen, terwijl de baby krijste. Anja heeft de centen nodig, dus dat geeft Brugman een zekere macht. In de namiddag was ze er weer, en ze had zelfs een bosje rozen voor mevrouw Brugman meegebracht.

Op straat ontvouwt zich vanzelf het vertrouwde beeld. De jongens op hun brommers rijden doelloos rond; de oudste pocht dat hij volgend jaar tijdens de grote vakantie in Ankara gaat trouwen. Hij toont een pasfoto van zijn bruid. Zijn jongere broer, die nooit naar school gaat, kijkt naar hem op. Ze hebben een importwinkel van tapijten en andere rommel.

Bijna rijden de Turkse jongens frontaal op een klas van de bewaarschool in. Het kwezeltje dat de kwebbelende kinderen begeleidt hapt naar adem, maar vindt de juiste woorden niet. Brugman heeft zin om zijn tandenloze mond wijd open te trekken, puur voor de pret. Hij wacht al drie dagen op zijn nieuwe gebit. De botsing met de vrouw van de bakker was misschien niet helemaal haar schuld. Hij had in het voorbijgaan net iets te veel naar de covers van de tijdschriften in de etalage gekeken, en de verkoopster had nogal schunnig naar hem gelachen. Hij is toch ook maar een man. De botsing was onvermijdelijk. Gelukkig had de bakkersvrouw nog kunnen remmen, maar hij was toch met zijn gezicht op de stoep gesmakt.

Een van de schoolkinderen blijft staan en kijkt nieuwsgierig naar Brugman. Dat valt meteen op, want de anderen gaan gewoon verder. Het duurt een hele tijd voordat de juf het ziet.

Heb ik iets aan je? zou Brugman willen schreeuwen. Of wil je een snoepje? Heeft je moeder je nooit gezegd dat mannen zonder tanden te mijden zijn? Zij kunnen je niet bijten en sabbelen dan maar tot je zacht genoeg bent om je stukje voor stukje door te slikken, malse billetjes dat je daar hebt.

Hij wenkt haar dichterbij te komen. De juf roept dat ze terug in de rij moet. Het meisje gaat pardoes op de stoep zitten; haar broek wordt meteen vuil. Brugman weet zich niet onmiddellijk een houding aan te meten. Hij knijpt zijn jeneverglas stuk en vlucht naar binnen. Met zijn postzegelpincet haalt hij twee stukjes glas uit zijn handpalm; er zit nog een derde dat hij maar moeizaam weet los te peuteren. Hij zuigt de wondjes schoon.

Dat verdient een opkikkertje. Hij vindt nergens een glaasje en drinkt dan maar uit een eierdopje. Het smaakt nog lekker ook. Vroeger meende hij dat pils alleen in het juiste glas tot zijn recht kwam, net zoals whisky in zo’n vierkant J.R.-glas hoort. Maar gaandeweg is hij zijn geloof in al die heisa verloren. Zonder dat dit zijn goed humeur bederft, schopt hij bij het ontwaken instinctief met beide voeten het laken van zich af, zeer tot ongenoegen van mevrouw Brugman die dan helemaal bloot ligt. Haar lumbago is hardnekkig; al drie jaar moet ze voortdurend het bed houden.

Mevrouw Brugman heeft zich allang neergelegd bij het idee dat ze nooit meer zal paardrijden, zij die in de paardenstal van haar neef lessen volgde. Normaal konden de Brugmans dat nooit betalen, maar de neef wilde op die manier zijn dank tonen voor de maanden dat ze belangeloos op zijn zieke vrouw had gelet. Ook Brugman heeft zich bij het noodlot geschikt. Veel hebben ze elkaar niet te zeggen. Brugman houdt niet van paarden, alleen op zijn bord.

Vanavond heeft Brugman net voor sluiting zijn lottoformulier ingeleverd bij de krantenwinkel om de hoek aan de brug. De verkoper grijnst: Daar heb je hem weer, zal ik de deur net voor je neus op slot doen? Sinds het invoeren van de lotto heeft Brugman geen enkele trekking overgeslagen en hij houdt statistieken bij. 21 en 33 zijn zijn lievelingsnummers. Vorige week kwamen ze zelfs samen uit; met zijn reservefavoriet 4 erbij was dat goed voor vier maal twee euro vijftig, want hij kruist ze meer dan één keer aan.

Niet dat Brugman veel gewonnen heeft, maar hij doet telkens mee. Je zult zien dat de ene keer dat hij vergeet te spelen, de hoofdprijs aan een nieuwe klant van de krantenboer valt.

Brugman is op weg naar zijn wekelijkse afspraak met de psychiater. O nee, hij is niet gek, maar hij begon er mee omdat hij in een geloofscrisis zat. Dat woord las hij in een dik boek, en het klonk zodanig gewichtig dat hij er meteen last van had. De psychiatrische odyssee verloopt wonderwel. Ze zijn intussen bijna honderd sessies verder, en hij is onder hypnose al behoorlijk wat over zichzelf te weten gekomen. Dat zijn moeder hem in het kolenhok opsloot, bijvoorbeeld. Vandaar dat het nachtlampje nog altijd aan moet. Hij heeft zich daar altijd over geschaamd, maar is er nu overheen. Gewoon de schuld van zijn moeder; het leven wordt zoveel makkelijker als je leert andermans schuld te aanvaarden.

Onderweg botst hij, in gedachten verzonken, tegen Anja aan. Ze is fris gerokt, en hij schaamt zich niet toe te geven dat ze mooie benen heeft. En wat mooi is, mag gezien worden. Ook dat heeft hij aan psychiater Donderwolk te danken. Had hij zich in zijn jeugd maar wat slechter gedragen. Toen waren The Rolling Stones en Twiggy aan de macht, en iedereen deed vrolijk mee. Rebels zijn en zo. De stoutste dingen die hij zich herinnert, zijn dat hij soms zonder licht fietste en margrietjes uit de tuin van de buurvrouw plukte.

Anja wipt van haar snorfiets. Haar rokje komt even omhoog. Galant wandelt Brugman een stukje met haar terug, zodat ze niet hoeft aan te bellen en mevrouw Brugman in bed kan blijven. Hij biedt Anja een kopje thee aan om de vrede te tekenen. De Brugmans lusten alleen koffie, en speciaal voor haar is hij een doos Nachtschaduw gaan halen bij de Turkse bazaar.

Anja drinkt sierlijk. Brugman is een beetje jaloers op hoe elegant ze met haar kopje kan omgaan. Hij vraagt zich af hoe het in godsnaam mogelijk is dat deze bloem zich door zo’n engerd als Willem heeft laten versieren. Wat een klier van een vent. Hij durft haar niet te vragen of het kind van hem is.

Soms komt Anja met een gekneusd oog werken of staat ze vol blauwe plekken. Eens heeft hij voorzichtig gepolst wat er aan de hand was, om vooral niet nieuwsgierig over te komen. “Van de trap gevallen. Door een tram overreden. Een paard dat me schopte. Kies zelf maar, Brugman,” zei ze uitdagend, terwijl ze haar zwabber zo hardhandig hanteerde dat het zeepsop in het rond kwakte.

Door de band valt er niets op haar aan te merken. Ze doet haar werk plichtsgetrouw, sjoemelt nooit met de uren en informeert telkens naar de gezondheid van mevrouw Brugman. Ze is een meisje uit de duizend. Hij prijst zich gelukkig dat hij haar vorig jaar toevallig ontmoette, terwijl ze met haar dikke buik op de bus stond te wachten, de bus die hem naar zijn psychiater moest brengen. Wat klaagde ze tegen de dochter van de apotheker over de levensduurte en over haar zoektocht naar werk. Brugman kon in het spiegeltje van de buschauffeur zien hoe de nakomeling van die pillendraaier heimelijk snoeten naar Anja trok. De volgende dag sprak hij haar bij de halte aan. Hoe hij het heeft aangedurfd, weet hij nog altijd niet. Maar het was het beste wat hij ooit deed. Hij vertelde over zijn vrouw, meteen om haar niet het gevoel te geven dat hij haar kwam opvrijen, en zei dat hij haar maar heel weinig kon betalen.

Ze drinkt nog een kopje thee, en Brugman besluit heel genereus die vijf minuten niet van haar loon af te trekken. Hij hangt haar fiets keurig aan de haak in het berghok; je hoort tegenwoordig zoveel over diefstallen.

Anja zegt dat hij haar vorige week vijf euro teveel heeft gegeven. Dat raakt hem.
“Hou het maar.”
Dat wil ze niet.
“Koop er een speeltje mee, voor de kleine.”
Dat is goed. Ze knikt en trekt haar werkschort aan. Hij blijft even naar haar kijken, hoe ze daar met al haar energie de vuile vloer te lijf gaat. Hij zal haar nooit vragen of het waar is dat Willem haar vorige week in het holst van de nacht op straat zette omdat hij niet meer tegen haar gezeur kon. Hoe minder je je met andermans leven bemoeit, hoe beter. Daar komt alleen maar narigheid van.

Werkelijk, het is een lief meisje, zegt hij die avond tegen mevrouw Brugman. Maar ze slaapt al en draait zich snurkend op haar andere zij.

Brugman staat voor het raam. Het eerste licht valt de slaapkamer binnen. Hij wacht geduldig tot mevrouw Brugman wakker wordt. De radio speelt zacht klassieke muziek.

Ze geeuwt hem een routineuze goedemorgen toe.
“We hebben gewonnen,” zegt hij. Hij probeert het heel gewoon te laten klinken, maar hoort zijn stem beven.

Het duurt even voor ze vraagt waarmee en hoeveel. Ze slikt.
Hij weet het heel precies. Voor alle zekerheid heeft hij na de uitzending meteen naar de Lottofoon gebeld. “Elf duizend vierhonderd euro en nog een sjiek.” In een opwelling had hij eens niet met zijn lievelingsgetallen gespeeld.

“O jee,” zegt mevrouw Brugman. “Wat gaan we daar in hemelsnaam mee beginnen?”
Hij ziet het haar denken. Vijf jaar geleden zou ze met dat geld meteen een paard gekocht hebben.
“Ik zou het echt niet weten,” zegt Brugman. Hij kijkt nog eens naar buiten, naar de Rusticana die er vandaag nog troostelozer uitziet, en schudt het kussen van mevrouw Brugman lichtjes op. Zonder haar te zoenen, want dat heeft ze liever niet.

- ONZE EXCLUSIEVE REEKS -spot_img

Abonneer je op ons Gratis Magazine en ontvang iedere woensdag de beste info, tips en leuke acties in jouw mailbox

Leestips

Al Gross de uitvinder

Al Gross: het leven en de uitvindingen van een visionair

Wie denkt aan de vooruitgang in mobiele communicatie, denkt wellicht niet meteen aan Al Gross. Toch is zijn naam onlosmakelijk verbonden met enkele van...
spot_img
Rechtvaardige-Rechters retabel

11 april 1934 – De Rechtvaardige Rechters, het mysterie ontrafeld

In 1934 pleegde men een van de grootste kunstdiefstallen in de Belgische geschiedenis: de diefstal van "De Rechtvaardige Rechters", een paneel van het wereldberoemde...
error: Inhoud is beschermd !!