Er bestaat tegenwoordig een apart soort artikels dat je al herkent nog voor je halverwege de eerste alinea bent geraakt. Je voelt het aankomen zoals motregen op een Belgische maandagmorgen. Eerst verschijnt er een ernstig woord als “sluipend”, daarna iets over “taboe”, vervolgens een verwijzing naar “de kwetsbare oudere” (of erger nog, de senior), en tegen dat je beneden bent aangekomen staat er ergens dat eenzaamheid ongeveer even schadelijk is als vijftien sigaretten per dag, drie pakjes gezouten chips en vermoedelijk ook een abonnement op slecht nieuws.
Je leest zoiets en krijgt spontaan het gevoel dat iedere vijftigplusser ergens in een verduisterde wachtkamer van een psychiater zit te staren tot de sanseveria eindelijk terug begint te praten.
Voor sommigen betekent ouder worden blijkbaar automatisch dat je je dagen vult met het herordenen van elastiekjes, het voeren van discussies met de microgolfoven en aftellen naar de volgende aflevering van Blokken, terwijl buiten langzaam de herfstbladeren neerdwarrelen op een vergeten terrasstoel. Enfin, het is nu halfweg de lente, maar je snapt wat ik bedoel.
De soundtrack ontbreekt nog net. Een eenzame accordeon ergens in de verte. Misschien een regenachtige viool. En een close-up van een kop lauwe koffie naast een sudoku die al sinds dinsdag onaangeroerd op tafel ligt. Terwijl de werkelijkheid intussen vrolijk iets helemaal anders doet.
Want de boomager — en let op dat woord, want daar klinkt tenminste leven in — is vandaag een merkwaardig wezen geworden. Een kruising tussen een wereldreiziger, een amateurfilosoof, een gelegenheidsatleet, een wijnkenner, een crisismanager voor de familie en iemand die om halfelf ’s avonds plots beslist om toch nog even online vliegtuigtickets naar Puglia te bekijken “gewoon uit nieuwsgierigheid”. Goesting, noemen ze dat met een mooi Vlaams woord.
Je vindt boomagers echt overal. Let er maar eens op.
Ze wandelen met hypermoderne stapschoenen door de Ardennen alsof ze deelnemen aan een geheime NAVO-operatie. Ze drinken cappuccino’s met havermelk waarvan ze vijf jaar geleden nog dachten dat het een soort vloerreiniger was. Ze reserveren vakanties via apps die ze eerst drie keer vervloeken maar daarna toch meesterlijk beheersen. Ze sturen groepsberichten met zoveel emoji’s dat Egyptologen ze binnenkort wellicht als hiërogliefen gaan bestuderen.
Ze discussiëren op terrassen over de beste olijfolie van Kreta alsof hun leven ervan afhangt. Ze kopen airfryers waarvan niemand exact begrijpt waarom er plots twaalf verschillende programma’s op moeten zitten om een kroket op te warmen. Ze volgen kookworkshops in Toscane, raken verzeild in gesprekken over de perfecte gin-tonic en weten tegenwoordig verrassend goed wat probiotics, matcha en intermittent fasting betekenen, ook al spreken ze die woorden soms uit alsof het Russische kernraketten zijn.
En bovenal: ze zijn bezig. Altijd bezig. Ze hebben geen kans om eenzaam te zijn.
Dat is misschien nog het meest verwarrende voor wie graag het klassieke beeld van “de senior” blijft cultiveren.
De boomager heeft namelijk bijzonder weinig tijd om zielig te zitten wezen. Hij moet nog naar de fitness, een kleinkind ophalen, een fietstocht plannen, een Italiaanse wijnavond organiseren, een podcast over artificiële intelligentie beluisteren, de lavendel snoeien en tussendoor nog eens nadenken of hij eindelijk die cursus Spaans zou volgen.
Of saxofoon. Of pottenbakken. Of tango. Of paddleboarden. Of keramiek beschilderen in een oud atelier in de Provence. Of een combinatie van dat alles, daar in de Provence tijdens een tweewekelijks all-in formule.
Waarom ook niet. Boomagers hebben namelijk iets gevaarlijks ontdekt: niemand weet eigenlijk wat hij aan het doen is. Iedereen improviseert maar wat.
Ook de jongeren. Misschien zelfs vooral de jongeren. Want wat men graag vergeet in die dramatische artikels over ouderdom en eenzaamheid, is dat veel twintigers vandaag rondlopen met het gevoel dat ze permanent drie browservensters en een existentiële crisis tegelijk open hebben staan. En ze piekeren zich suf over hoe zij ooit in godsnaam een eigen stekje zullen kunnen betalen.
Je ziet ze overal. Jongeren met vijfduizend volgers en niemand om een verhuiszetel te helpen dragen. Mensen die een half leven online doorbrengen maar nog zenuwachtig worden van een onverwacht telefoontje. Koppels die samen in een restaurant zitten en elk afzonderlijk naar een scherm staren alsof de andere persoon eigenlijk een hinderlijke reclamebanner is.
Sommigen communiceren tegenwoordig uitsluitend nog via voiceberichten van zes minuten waarin ze eerst twee minuten ademen en daarna zeggen dat ze “even wilden checken hoe het ging”.
De boomager daarentegen heeft vaak nog een bijna prehistorische vaardigheid behouden: gewoon ergens binnenspringen. Zonder afspraak. Zonder QR-code. Zonder eerst een online agenda in te vullen die langzaam dichtslibt. Gewoon aanbellen met de woorden: “Ik was in de buurt.”
Ondertussen verschijnen er dan van die bloedernstige artikels die uitleggen dat ouderen dringend “verbinding” nodig hebben, als dwalen wij boomagers massaal als verloren pinguïns over verlaten ijsschotsen, op zoek naar iemand om samen een kop kamillethee mee te drinken.
Natuurlijk bestaat eenzaamheid. Uiteraard, en als je er echt last van hebt is het niet om mee te lachen. Er zijn mensen die zich alleen voelen, jong én oud. Dat verdient aandacht, warmte en menselijkheid. Maar soms krijg je de indruk dat sommige ‘auteurs’ denken dat iedere plusser dagelijks snikkend voor het raam zit terwijl hij met een vergeelde zakdoek naar de regen staart en zachtjes fluistert: “Waarom belt er niemand?”
Terwijl dezelfde zogenaamde eenzame oudere ondertussen waarschijnlijk op Ibiza zit, met een elektrische fiets, een zonnehoed en een WhatsAppgroep genaamd De losgeslagen flamingo’s. Of ergens in Portugal een yogaweek volgt die na twee dagen compleet ontspoort omdat niemand erin slaagt ernstig te blijven tijdens de sessie “innerlijke rust via gecontroleerde ademhaling”.
Ergens achteraan ligt altijd een boomager stiekem te gniffelen. Dat is trouwens ook iets wat zelden vermeld wordt in al die zwaarmoedige stukken: boomagers lachen veel. Vaak met zichzelf, daar hebben ze soms ook alle redenen toe want ouder worden betekent niet automatisch dat we ons ook verstandig gedragen.
Met hun rug die plots kraakt alsof er een oude houten trap instort. Met de leesbril die altijd zoek is terwijl hij op hun hoofd staat. Met wachtwoorden die eruitzien als geheime codes van de CIA maar toch telkens vergeten worden. Met hun pogingen om “de cloud” te begrijpen, wat voor sommigen nog altijd klinkt als een weersverschijnsel boven Oost-Vlaanderen.
En soms — maar zeg het vooral niet te luid — verlangen boomagers in deze hysterisch drukke wereld stiekem zelfs een béétje naar eenzaamheid.
Niet naar echte eenzaamheid natuurlijk. Niet naar triestige stilte of verlatenheid. Maar naar vijf minuten rust zonder meldingen, piepjes, groepsapps, nieuwsberichten, afspraken, herinneringen, leveringen, wachtwoorden, bankcodes, videoberichten van neefjes die per ongeluk hun eigen neus filmen en digitale agenda’s die eruitzien als de landingsschema’s van Zaventem Airport op de eerste dag van de krokusvakantie.
Want laten we eerlijk zijn: de moderne boomager leeft tegenwoordig in een permanent spervuur van activiteit.
Nog voor acht uur ’s morgens heeft hij al drie berichten gekregen over een barbecue volgende maand, een foto van een kleinkind in een piratenpak, een aanbieding voor orthopedische steunzolen waarvan niemand begrijpt waarom algoritmes denken dat we daar collectief op zitten te wachten, en een melding dat iemand hem getagd heeft (of hoe noemen we dat?) in een discussie over artisjokken met vinaigrette.
Tegen de middag heeft hij al tweemaal “Waar zit iedereen?” gelezen in een familiechat van 46 personen waarin niemand ooit gewoon rechtstreeks antwoordt op een vraag.
Iemand stuurt een duim omhoog. Iemand anders een gif van een dansende cavia. Een derde reageert per ongeluk op een bericht van vorige kerst. Volledige chaos.
En ergens rond vier uur in de namiddag droomt de boomager ineens van een verlaten boshut zonder wifi, zonder smartphone en zonder iemand die vraagt of hij toevallig beschikbaar is om zondagmorgen om halfnegen een kast te helpen verhuizen.
Er bestaat vermoedelijk ergens diep in de Ardennen een boomager die zich vrijwillig drie dagen verstopt heeft in een caravan enkel en alleen om eindelijk eens ongegeneerd naar oude afleveringen van F.C. De Kampioenen te kunnen kijken zonder onderbroken te worden door berichten als: “Papa, weet jij waar de handleiding ligt van de raclette?”
Die mens is geen kluizenaar. Die mens is een visionair. Want het bizarre is: terwijl de wereld voortdurend panikeert over eenzaamheid, slagen we er collectief in om elkaar geen drie minuten met rust te laten.
Overal moet interactie zijn. Verbinding. Deelname. Engagement. Netwerking. Communityvorming. Digitale aanwezigheid. Online zichtbaarheid. Alsof iemand die twee uur niet reageert op WhatsApp ondertussen vermoedelijk verdwenen is in een ravijn in Montenegro.
Misschien dromen boomagers daarom soms van een klein eilandje. Niet om zielig alleen te zitten wezen, maar gewoon om eindelijk eens rustig een boek te kunnen lezen zonder dat ergens een toestel begint te trillen alsof er nucleair alarm afgaat.
Gewoon stilte. Een koffie. Een krant. Misschien een stuk citroentaart. En heel in de verte iemand die niét vraagt of je al geprobeerd hebt om de app eens opnieuw op te starten.
Misschien is dat uiteindelijk het grote geheim van de boomager: hij weet dat het leven veel te kort is om voortdurend ernstig te doen. Hij heeft geleerd dat geluk soms gewoon bestaat uit een absurd gesprek over vleugelmoeren, een goed glas wijn, een onverwachte citytrip, een slechte coverband die The Beatles speelt op een dorpsplein, of luidkeels met K3 meebrullen in de auto terwijl de gps hopeloos probeert te begrijpen waar hij eigenlijk naartoe wil.
Boomagers zijn geen generatie die je netjes kunt afbakenen tussen twee geboortejaren, geen historische voetnoot of een categorie in een marktonderzoek. Het is eerder een hoofdstuk in het leven. Een manier van kijken. Een levenshouding waarbij je eindelijk beseft dat ouder worden niet hetzelfde is als stilvallen. Integendeel. Het is het moment waarop veel mensen ontdekken dat het leven eigenlijk veel leuker wordt zodra je stopt met jezelf voortdurend te moeten gedragen, minder wakker ligt van wat anderen denken en zonder schaamte opnieuw durft te kiezen voor plezier, nieuwsgierigheid, impulsiviteit en af en toe heerlijk absurd gedrag.
Over de vrouw op de scooter moeten we trouwens nog iets bekennen. Niemand weet exact wie ze is. Volgens sommige geruchten zou ze ooit spoorloos verdwenen zijn na een discussie in een chat over wie de tiramisu moest meebrengen naar een barbecue in Wetteren. Anderen beweren dat ze op de vlucht is nadat ze tijdens een yogaretraite loeihard I want to break free van Queen begon te zingen terwijl iedereen net “innerlijke stilte” moest oefenen. Feit is wel dat ze symbool staat voort een levensfase die weigert om zich langzaam te laten inpakken in beige vestjes en voorspelbare namiddagen. Kijk naar haar: ergens tussen de rondvliegende tomaten, het stokbrood, de politieachtervolging en de compleet ontspoorde boodschappentas rijdt ze eigenlijk recht door dit hele artikel. Niet op weg naar een rusthuis, maar naar het volgende avontuur. Waarschijnlijk veel te snel. Waarschijnlijk zonder exact te weten waarheen. Maar wel met de gashendel wijd open, de muziek veel te luid en een fles wijn (alcoholvrij of niet?) in het mandje. Precies zoals het hoort.















