HomeLeestipsCursiefjesDe zin van onzin (of was het omgekeerd?)

De zin van onzin (of was het omgekeerd?)

Er zijn van die momenten waarop een mens zichzelf streng toespreekt.

“Nu ga ik serieus worden.”

Dat gebeurt meestal op gevaarlijke tijdstippen. Bijvoorbeeld op maandagmorgen. Of wanneer je om kwart voor twaalf ’s avonds plots met een lepeltje in een bokaal kandijsiroop staat te roeren met de ernst van een professor die een wetenschappelijk experiment uitvoert.

Want kandijsiroop is verraderlijk spul.

Niemand praat daarover.

Alcoholverslaving? Daar bestaan documentaires over.
Suikerverslaving? Hele boeken.
Maar kandijsiroop? Stilte.

Terwijl half Vlaanderen perfect in staat zou zijn om ’s nachts in pyjama naar de koelkast te sluipen voor “nog een klein lepeltje”. Dat begint onschuldig. Voor je het weet sta je om 00.43 uur op blote voeten een boterham te smeren terwijl je jezelf wijsmaakt dat kandijsiroop eigenlijk cultureel erfgoed is.

En misschien is dat ook zo. Misschien is de mens niet gemaakt om permanent verstandig te zijn. Wij boomagers weten dat beter dan wie ook.

Wij hebben nog een jeugd gehad waarin mensen – bij voorkeur onze eigen moeder – zonder enige schaamte plastieken tafelkleden met druivenmotief kochten. Wij overleefden de opkomst van de fonduestellen, bruine woonkamerlampen en sportbroeken die klonken als een opvliegende duif zodra je begon te wandelen.

Dan ontwikkel je vanzelf relativeringsvermogen.

En zin voor onzin.

Veel onzin.

Gelukkig maar. Want eerlijk?
Wie uitsluitend ernstige gedachten denkt, wordt ondraaglijk.

Je kent die mensen.

Die hebben Excelbestanden voor hun diepvriezer.
Die zeggen “culinaire beleving” tegen een boterham met kaas.
Die wandelen nooit zomaar rond maar “optimaliseren hun beweging”.

Daar wil je toch geen avond naast zitten?

Nee, geef mij maar iemand die plots midden in een gesprek vraagt:
“Wie kan eigenlijk de Carmina Burana volledig meezingen?”

Dat zijn belangrijke vragen.

Ik vermoed trouwens dat wereldwijd exact drie mensen de Carmina Burana feilloos van voren naar achter kunnen debiteren, en twee daarvan wonen waarschijnlijk in een klooster waar men uitsluitend soep eet en naar donderwolken kijkt.

Maar kijk.
Dat bedoel ik dus.

De zin van onzin.

De absolute noodzaak om af en toe compleet nutteloze gedachten te hebben.

Waarom bestaan vleugelmoeren bijvoorbeeld?

Wie heeft ooit beslist dat een metalen ringetje plots twee vleugeltjes moest krijgen?
En waarom heet dat niet gewoon een draaiding?
Dat zou toch veel logischer zijn?

Ergens heeft ooit een man met een snor naar zo’n ding gekeken en gezegd:
“Dat lijkt op een vleugel.”
En de rest van de mensheid:
“Akkoord.”

Beschaving is soms verrassend fragiel.

Hetzelfde met de vlechten van Pipi Langkous.

Geen mens die ooit ernstig heeft onderzocht hoe die fysisch mogelijk zijn, en vooral blijven. Dat kind liep rond alsof twee elektriciteitskabels uit haar hoofd groeiden.

En toch geloofden wij dat allemaal probleemloos.

Vandaag zou iemand onmiddellijk een pedagogisch debat starten op sociale media:
“Zijn horizontale vlechten nog wel maatschappelijk verantwoord?”

Daarom mis ik soms de glorieuze nonsens van vroeger.

Mensen deden toen nog dingen zonder daar eerst een podcast over op te nemen.

Ze zetten gewoon een gekke muts op.
Ze aten augurken uit de bokaal.
Ze gingen op café discussiëren over buitenspelregels met een ernst die deed vermoeden dat de toekomst van Europa ervan afhing.

Nu moet alles betekenis hebben.

Mindfulness.
Zelfontplooiing.
Persoonlijke groei.
Innerlijke balans.

Rustig.
Een mens mag ook gewoon eens idioot zijn.

Sterker nog:
ik denk dat dat noodzakelijk is voor de geestelijke gezondheid.

Waarom denk je anders dat de Rode Duivels nog bestaan?

Heel dat fenomeen is toch eigenlijk één grote collectieve therapiegroep.

Miljoenen volwassenen die hopen dat elf mannen in shorts hun leven tijdelijk emotionele richting geven.

En ondertussen liggen daar ergens in een kleedkamer zweetsokken waarvan de geur vermoedelijk apart geregistreerd staat bij de NAVO als toxisch chemisch wapen.

Maar wij kijken.
Wij supporteren.
Wij geloven.

Omdat onzin soms troostrijk is.

Dat is trouwens ook waarom mensen om middernacht plots trek krijgen in aardbeientaart.

Niet uit honger.

Uit existentiële verwarring.

Ergens diep vanbinnen denkt de mens:
“Misschien lost slagroom alles op.”

En eerlijk?
Soms helpt het nog ook.

Misschien is dat uiteindelijk wat ons overeind houdt.

Niet de grote filosofieën.
Niet de zware inzichten.
Maar kleine absurde dingen.

Een verkeerd gezongen lied.
Een veel te late boterham.
Iemand die struikelt over een woord als “vleugelmoer”.
Een discussie over de vraag of Pipi Langkous vandaag nog door de veiligheidskeuring zou raken.

Dat soort dingen.

Want de wereld is al ernstig genoeg.

Er zijn oorlogen.
Belastingen.
Wachtmuziek bij klantendiensten.
Mensen die ananas op pizza leggen zonder enige vorm van schaamte.

Dan mag een mens af en toe onnozel doen.

Maar ook weer niet te veel natuurlijk.

Want er bestaan grenzen.

Wie op een dinsdagmorgen om zeven uur luid de Carmina Burana begint te zingen terwijl hij kandijsiroop rechtstreeks uit de fles drinkt en tegelijk probeert uit te leggen wat vleugelmoeren precies zijn… die moet misschien toch even rustig gaan zitten.

Al hangt het natuurlijk ook af van de kwaliteit van de aardbeientaart.

- ONZE EXCLUSIEVE REEKS -spot_img

Abonneer je op ons Gratis Magazine en ontvang iedere woensdag de beste info, tips en leuke acties in jouw mailbox

Leestips

late babyboomers en vroege generatie x

Late Babyboomers en vroege Generatie X: Wat is hun invloed?

In de afgelopen decennia hebben zowel de late babyboomers (geboren tussen 1955 en 1964) als de vroege Generatie X (geboren tussen 1965 en 1975)...
spot_img
Rechtvaardige-Rechters retabel

11 april 1934 – De Rechtvaardige Rechters, het mysterie ontrafeld

In 1934 pleegde men een van de grootste kunstdiefstallen in de Belgische geschiedenis: de diefstal van "De Rechtvaardige Rechters", een paneel van het wereldberoemde...