HomeLeestipsCursiefjesRelativeren met abrikozen in de regen

Relativeren met abrikozen in de regen

(en waarom zelfs gft-afval soms een tweede kans verdient)

Er zijn mensen die kunnen relativeren. Dat zijn gevaarlijke mensen.

Je herkent ze meteen. Terwijl de halve wereld in brand lijkt te staan, zij met een lekke band langs de E40 op de pechstrook wachten op hulp, hun mutualiteit weer eens een mysterieuze brief stuurt en de kat in de inkomhal heeft overgegeven op exact die ene witte mat, zeggen zij rustig: “Ach ja. Er zijn ergere dingen.”

Dat zijn dezelfde mensen die tijdens een orkaan nog zeggen: “De plantjes konden wel wat water gebruiken.”

Ik bewonder hen.
Maar ik vertrouw hen niet volledig. Want relativeren is een kunstvorm geworden. Een discipline bijna. Sommige mensen relativeren tegenwoordig zó hard dat je begint te vermoeden dat ze innerlijk volledig afgestorven zijn.

Hun huis overstroomt. Hun pensioenfonds verdampt. Hun buurman kweekt illegale pauwen. En toch glimlachen ze sereen: “Het had erger gekund.”

Hoe erger precies?
Een meteoriet?
Een Vikinginvasie?
Gft-afval van genetisch gemanipuleerde bananen dat spontaan begint terug te praten? Want daar wringt het schoentje een beetje.

Wij boomagers zijn opgegroeid met relativeren. Wij kregen dat met de paplepel ingegeven.

“Niet zagen.”
“Niet flauw doen.”
“Ge leeft nog.”
“Ge hebt twee armen en twee benen.”
“Tijdens den oorlog…”

Vooral dat laatste.
De ultieme nucleaire relativeringsbom van onze ouders.

Je kon thuiskomen met een afgebroken fiets, een gebroken hart en een zware existentiële crisis omdat Nancy uit de vijfde Latijn je had verlaten voor een jongen met een Puch Maxi.

En dan zei je moeder: “Tijdens den oorlog hadden wij niet eens een fiets.”

Gesprek afgelopen.

Maar vandaag relativeren we werkelijk alles.

De trein heeft drie uur vertraging?
“Ach ja, in India zitten mensen op het dak.”

Je knie kraakt bij elke trap?
“Dat betekent dat ge nog leeft.”

Je buurman is per ongeluk beginnen converseren met een cryptische energieleverancier die nu maandelijks 487 euro voorschot vraagt?
“Tja, geld is ook maar relatief.”

Nee Roger.
487 euro is niet relatief.
Dat is exact 487 euro.

Soms denk ik dat relativeren gewoon een elegante manier is geworden om collectief niet meer te weten wat we nog ernstig moeten nemen.

Want kijk eens rond.

Iedereen is permanent verontwaardigd.
Over parkeerplaatsen.
Over vegan mayonaise.
Over elektrische steps.
Over mensen die ananas op pizza leggen.
Over jongeren.
Over ouderen.
Over jongeren die oud doen.
Over ouderen die jong doen.
Over donderwolken die “vroeger toch anders gevormd waren”.

De moderne mens leeft permanent in een staat van licht geërgerde verbijstering. En dan verschijnt ergens een boomager die rustig een abrikoos eet op een campingstoel en zegt: “Ge moet leren relativeren.”

Abrikozen trouwens.
Ook zwaar onderschat.

Niemand vertrouwt abrikozen volledig.

Ze zitten qua status ergens tussen perziken en decoratief gft-afval. Je koopt ze met goede bedoelingen. Daarna liggen ze vijf dagen op de fruitschaal te wachten op een levensdoel. Tot ze plots in één nacht veranderen in een biologisch experiment waar zelfs wetenschappers handschoenen voor zouden aantrekken.

Maar dat is dus exact wat relativeren eigenlijk is. Begrijpen dat het leven soms gewoon een abrikoos is. In het begin stevig. Dan plots slap.
En uiteindelijk eindigend in de gft-container naast een halve komkommer en een mysterieuze yoghurtpot waarvan niemand nog weet hoe oud die precies is.

Poëtischer wordt het niet.

Toch denk ik dat boomagers ergens kampioenen zijn in relativeren omdat ze simpelweg al teveel hebben meegemaakt om nog overal van achterover te vallen.

Wij hebben nog telefoons gehad met draaischijven.
Wij hebben faxen overleefd.
Permakapsels.
Bruine tegelvloeren.

Duran Duran.
Compact discs.
Mensen die dachten dat de euro het einde van de beschaving ging zijn.

Dan schrik je niet meer zo snel.

En toch.
Misschien moeten we het relativeren ook een beetje relativeren.

Want soms gebruiken mensen het als een soort emotionele ducttape.

Alles wordt weggewuifd.
Alles moet “niet overdreven worden”.
Iedere frustratie wordt onmiddellijk platgeslagen met: “Er zijn ergere dingen.”

Natuurlijk zijn er ergere dingen.

Er zijn altijd ergere dingen.

Er zijn vermoedelijk mensen die momenteel in een tent zitten onder actieve donderwolken terwijl iemand accordeon speelt en de abrikozenvoorraad beschimmeld is.

Maar dat betekent nog niet dat je je eigen kleine miserie niet serieus mag nemen.

Een kapotte vaatwasser kan op dinsdagavond perfect aanvoelen als een persoonlijke aanval van het universum.

Dat mag.

Relativeren betekent niet dat je een gevoelloze zenmonnik moet worden die glimlachend toekijkt hoe zijn barbecue in een storm wegwaait richting Oostakker om daar aan de grot van Lourdes neer te dalen.

Relativeren betekent gewoon beseffen dat bijna alles voorbijgaat.

Stress.
Paniek.
Schaamte.
Boosheid.
Zelfs de meeste schoonmoeders op familiefeesten verdwijnen uiteindelijk weer richting parking.

En dat is ergens geruststellend.

Misschien moeten we dus minder proberen het leven volledig onder controle te krijgen.

Want eerlijk?

Niemand weet waar hij mee bezig is.

Zelfs mensen die lijken alles te begrijpen, zitten ’s avonds soms in stilte naar een halflege koelkast te kijken alsof die plots antwoorden gaat geven.

Dat is het grote geheim van volwassen worden.

Iedereen improviseert.

De ene met meer stijl dan de andere.
De ene met spreadsheets.
De andere met wijn.
Of abrikozen.

Dus ja.
Relativeer gerust.

Relativeer het relativeren dus ook een beetje. En ook het relativeren van het relativeren.

Want anders eindig je als iemand die glimlachend zegt: “Ach ja, het leven hé” terwijl achter je de keuken in brand staat, de buurman aan het konkelfoezen is met dubieuze zonnepanelenverkopers en in de gft-zak langzaam buitenaards leven begint te groeien.

- ONZE EXCLUSIEVE REEKS -spot_img

Abonneer je op ons Gratis Magazine en ontvang iedere woensdag de beste info, tips en leuke acties in jouw mailbox

Leestips

Een speurtocht naar het ideale ondergoed om te sporten, maar ook...

Zestig jaar geleden droeg men onder zijn kleding, ongeacht of men ging werken of sporten, in de zomer een katoenen Marcelleke en in de...

Een mooie herinnering

De odyssee van een winkelkar

spot_img
Rechtvaardige-Rechters retabel

11 april 1934 – De Rechtvaardige Rechters, het mysterie ontrafeld

In 1934 pleegde men een van de grootste kunstdiefstallen in de Belgische geschiedenis: de diefstal van "De Rechtvaardige Rechters", een paneel van het wereldberoemde...