Onze huiscolumnist Robert Janssens heeft deze week nieuws uit eigen huis. Met ‘Emma & Emma’ schreef hij (intussen bijna 87) zijn allereerste novelle. Als vanouds stond kleindochter Zoë in voor de coverillustratie.
Niet zo heel lang geleden beleefde mijn eega mooie maanden ‘in dienst van’ een schatrijke dame, bij wie ze langs een onvoorstelbare omweg terecht kwam om er poetsvrouw en later een soort gezelschapsdame te spelen. En dat alleen al is het vertellen waard.
De toch al behoorlijk oude vrouw in kwestie kwam nog regelmatig over de vloer in een luxueuze kledingwinkel, waar jaren, maar dan ook echt jaren geleden, Liliane nogal wat karweitjes mocht opknappen. Dat herinnerde de uitbaatster zich nog altijd, ook toen die ene, welbekende klant, er terloops melding van maakte ‘hoe moeilijk het in deze tijden soms is om aan iemand te geraken die op een degelijke, eerlijke manier zorgt dat de boel in huis in orde blijft’. Ze verwees haar cliënte meteen door naar mijn vrouw en dat mondde dan rap uit op een straffe relatie tussen die twee, die helemaal niet voorbestemd leken om zowaar hechte vriendinnen te worden. Het bezorgde beiden warme maanden van samenzijn en aan Liliane heus verdriet toen ‘haar madam’ niet meer bekwaam bleek haar lichaam nog in leven te houden.
Vrouwlief kijkt daar vandaag nog altijd op terug als op een van de mooiste tijden uit haar ook al behoorlijk lang leven. En ik, ijverige schrijver, zag daarin een aanloop naar een volgend verhaal, dat geen relaas mocht zijn, maar een werk waarin gebeurde feiten weergegeven worden in een wolk van verbeelding. Zelfs wie de hoofdpersonages goed gekend heeft of nog kent, mocht amper in staat gesteld worden te raden over wie het ging en gaat.
Ik zat toen al in een soort vast schrijfschema, met een roman die in de winter moest verschijnen en een in de zomer en vond dat het verhaaltje dat toen in mijn hoofd ging rond dwarrelen nog het best los daarvan moest verschijnen, in de lente bij voorkeur. Tevens oordeelde ik dat je zoiets moois de mensen niet mocht voorschotelen als een zware maaltijd, maar wel als een luchtig voorgerecht dat via een paar hapjes vlotjes binnengeraakt. En man of vrouw dus niet achterlaat met een zwaar gevoel, wat ook wel eens gebeurt na het lezen van een dik en zwaarwichtig meesterwerk, waarbij voor een tijdje alle lust ontnomen wordt om snel weer een ander boek in de hand te nemen. Uitgever Stefaan van Partizaan (rijmt mooi nietwaar?) bedacht dat dit dan geen roman mocht zijn, maar wel een ‘novelle’ moest worden, die ik in korte tijd en bijna al spelend op het scherm kreeg. Wat kleindochter Zoë eveneens deed met het ontwerp van de cover, die letterlijk en figuurlijk als dansend overkwam.
En zo heb ik vandaag mijn zoveelste werk, netjes gedrukt op zacht-wit papier, in handen gekregen om daarbij nog maar eens te ervaren wat zoiets doet met de mens die het geschreven heeft, ook al gaat het om zijn zoveelste productie. Met ‘Emma & Emma’ gebeurde dat nog nadrukkelijker, gewoon omdat, ja omdat wat? Misschien wel omdat ik, maar dan echt persoonlijk, meen met die ‘novelle’ misschien niet het beste, het sterkste, het spannendste, het aangrijpendste afgeleverd heb, maar wel het ‘doodgewone mooiste’.
‘Emma & Emma’ met een coverillustratie van Roberts kleindochter Zoë Baert verscheen bij uitgeverij Partizaan. U leest HIER meer over het papieren boek en hoe het te bestellen (kostprijs € 17,50).
Het e-boek (€ 8,00) vindt u HIER.

















