HomeLeestipsCursiefjesStofzuigers verkopen in de woestijn

Stofzuigers verkopen in de woestijn

Er zijn dagen waarop ik denk dat ik het allemaal gedroomd heb. Dat ik nooit achter een mechanische schrijfmachine heb gezeten, vingers zwart van de inkt, toetsen die bleven hangen, twijfelend aan het nut van wat ik schreef. Dat het geratel, dat heerlijke oorverdovende gekletter, gewoon een nostalgisch bijgeluid is dat mijn geheugen heeft toegevoegd, zoals men vroeger ook koeien liet loeien in zwart-witfilms om het platteland geloofwaardiger te maken.

Want kijk nu. Vandaag zit ik hier. Met een scherm. En achter dat scherm – zo stel ik mij dat toch voor – een soort onzichtbare redactieraad van nullen en enen die mij vriendelijk doch kordaat influistert: zou je dat niet iets efficiënter formuleren?

Efficiëntie is het nieuwe talent.

De VRT heeft het alvast goed begrepen. Daar verschijnt tegenwoordig bij reportages netjes in beeld: ‘AI gebruikt‘ of iets in die strekking. Alsof de ober op restaurant bij het dessert zegt: “Let op, deze tiramisu is gedeeltelijk door een robot opgeklopt.”

En eerlijk? Ik vind dat verfrissend. De openbare omroep komt er tenminste rond voor uit. Geen gedoe, geen schimmigheid. Gewoon: kijker, dit hebben we samen gemaakt, wij en onze digitale huisvriend. Transparantie, het is een woord dat vroeger vooral gebruikt werd voor ramen die dringend gepoetst moesten worden, maar nu ineens een morele categorie is geworden. We zullen het wel gewoon worden, net zoals niemand nog verwacht dat de frituuruitbater om hoek nog zelf zijn aardappelen schilt en in frieten snijdt.

Bij andere redacties gaat het er iets… discreter aan toe.

Je hoort verhalen. Altijd vaag, altijd via via, zoals dat gaat in journalistieke middens waar men wel de klok weet hangen maar vruchteloos naar de klepel zoekt. Over kranten – bekende Vlaamse kranten die graag uitpakken met termen zoals degelijkheid en geloofwaardigheid – waar de eindredactie gewoon… verdwenen is. Verdwenen zoals sokken in een wasmachine verdwijnen: niemand weet waarheen, maar iedereen heeft er last van.

Daar zit nu ergens een algoritme dat teksten leest, zucht, en denkt: dit kan korter. En hup, weg nuance, weg bijzin, weg dat ene woord waar de schrijver een dag over heeft nagedacht terwijl hij naar een lege koffietas staarde. Hadden wij ook een AI-eindredacteur dan zou die ongetwijfeld het woord ‘koffietas’ door ‘koffiemok’ of ‘koffiebeker’ veranderd hebben omdat ’tas’ ‘Vlaams’ en wellicht geen ABN is, maar ik houd het dus koppig op ‘koffietas’.

Misschien overdrijf ik. Misschien zit op de doorsnee redactie geen kil algoritme, maar een uiterst vriendelijke digitale entiteit die zegt: “Zeg, zullen we er nog een vleugje menselijkheid in laten?” Je weet het niet.

Wat je wél weet: het gaat snel.

Neem nu die nieuwsbrieven. Organisaties die al meer dan vijfentwintig jaar bestaan – een eeuwigheid in mediatermen – en die ondertussen al eens failliet zijn gegaan. Soms zelfs twee keer, voor de liefhebbers van herhaling. Maar kijk: daar zijn ze weer. Springlevend. Geen redactie meer, geen kantoor, geen koffiezet die al sinds 1998 hetzelfde geluid maakt, maar wél… content.

Want zo heet dat tegenwoordig. Een marketingterm voor wat wij vroeger ‘bladvulsel’ noemden, een alibi om advertenties te plaatsen. Voor alle duidelijkheid: ‘content’ op zijn Engels met de klemtoon op de eerste lettergreep, wat staat voor ‘inhoud’. En niet zijn Vlaams met de klemtoon op de tweede lettergreep, zoals in de zin: ‘Moeder was content toen vader voor één keer niet zat thuiskwam’. Maar dit geheel ter zijde.

En onderaan staat dan: onze uitgebreide redactie van experts.

Experts zonder naam. Zonder gezicht. Zonder de slechte gewoonte om op vrijdagmiddag te zeggen: “Ik ga naar huis, het is goed geweest.”

Het zijn ideale medewerkers. Ze worden nooit ziek, ze vragen geen opslag en ze hebben geen mening over de kleur van het tapijt op de redactie, wat in het verleden tot hevige discussies heeft geleid, geloof me vrij.

Ik stel me soms voor hoe zo’n redactievergadering er vandaag uitziet.

“Wie schrijft het stuk over de economie?”

“AI.”

“En wie doet de cultuurpagina?”

“Ook AI, maar dan met een sjaaltje.”

“En de column?”

Daar wordt het stil.

Want ergens moet er toch nog iemand zijn die zich vrijwillig blootstelt aan het risico om iets te schrijven dat nergens op slaat, maar toch gelezen wordt.

En ondertussen sijpelt diezelfde AI ook vrolijk door in het dagelijks leven, vaak op momenten dat je het niet verwacht. Neem nu mijn buurman. Achtenvijftig. Een schoolvoorbeeld van wat men tegenwoordig een boomager noemt: nog niet oud, maar wel al overtuigd dat hij jong moet blijven door zich plots aan extreme hobby’s te wagen.

Hij had beslist dat hij ging fietsen.

Niet zomaar fietsen. Nee, racefietsen. Met alles erop en eraan. Hij kocht een fiets die meer kostte dan zijn eerste wagen, inclusief een helm die eruitzag alsof hij elk moment kon opstijgen richting Mars. De eerste weken reed hij rond als een pasgeboren kalf op carbon wielen, maar hij hield vol. Dat moet ik hem nageven.

Tot die ene dag.

Platte band.

Hij stond in zijn garage, licht panikerend, zoals mannen doen wanneer ze geconfronteerd worden met iets dat geen knop heeft. Hij besloot het zelf te doen. Want dat hoort zo. Zelfredzaamheid. Mannelijke trots. YouTube-tutorials.

Alleen… hij kreeg dat wiel er niet af.

Dus wat doet een moderne mens? Hij raadpleegt de digitale orakelsteen. Hij vroeg het aan ChatGPT. Hij kreeg een keurige uitleg, waarschijnlijk zelfs een link naar een filmpje waarin een vrolijke man in een perfect opgeruimde werkplaats in dertig seconden een band vervangt alsof het een servetje is.

Mijn buurman keek. Knikte. Probeerde opnieuw.

Het wiel bleef zitten.

Op dat moment kwam het buurmeisje langs. Een meisje van, wat zal het zijn, zestien? Kleindochter van een gepensioneerde fietsenmaker. Zij keek even. Zuchtte zachtjes, zoals alleen jongeren dat kunnen wanneer ze geconfronteerd worden met volwassen onhandigheid.

“Mag ik eens?” vroeg ze.

Twintig seconden later lag het wiel op de grond.

Vijf minuten later was de band vervangen.

Mijn buurman vertrok. Met een rode kop. En een licht gekrenkt vertrouwen in de digitale vooruitgang.

AI kan veel. Echt veel. Het kan teksten schrijven, beelden maken, analyses uitvoeren waar vroeger een hele redactie een week voor nodig had. Maar het kan geen buurmeisje zijn dat zegt: “Geef eens hier.”

Het kan geen kleine vernedering veroorzaken die tegelijk ook een les is.

Het kan geen menselijke blik werpen die zegt: dit is eigenlijk simpel, maar jij maakt het ingewikkeld.

Terug naar de redacties.

Want daar gebeurt iets gelijkaardigs, zij het zonder buurmeisjes. Artikels verschijnen, netjes geschreven, foutloos, soms zelfs elegant. Maar je mist iets. Een lichte scheefstand. Een zin die net te ver gaat, een ordinaire tikfout. Een gedachte die halverwege van richting verandert omdat de schrijver zich plots iets herinnert over een fietswiel dat niet loskwam.

AI maakt geen zijstappen. Het wandelt rechtlijnig. Efficiënt. Doelgericht.

En dat is prachtig. Echt waar. Voor handleidingen. Voor samenvattingen. Voor alles wat duidelijk moet zijn.

Maar een column?

Een column is eigenlijk een omleiding.

Je vertrekt ergens en je komt – als alles goed gaat – ergens anders uit. Onderweg passeer je een buurman, een fiets, een buurmeisje, een redactievergadering zonder redacteurs en misschien zelfs een stofzuiger in de woestijn.

Probeer dat maar eens in een algoritme te gieten.

Dus ja, laat de VRT haar AI-labels tonen. Laat redacties experimenteren, laat nieuwsbrieven zichzelf blijven heruitvinden als digitale feniksen zonder personeel. Laat mijn buurman gerust nog eens een nieuwe band proberen steken, al was het maar om te bewijzen dat volharding soms sterker is dan handleidingen. Intussen heeft hij trouwens zijn trots opzijgezet en geeft zijn buurmeisje hem les in eenvoudig fietsonderhoud. En speelt hij in ruil voor chauffeur wanneer haar papa en mama niet vrij zijn.

Ik blijf nog even zitten.

Met mijn toetsenbord – dat gelukkig niet blijft hangen zoals de toetsen van mijn schrijfmachine dat wel deden, wellicht met leedvermaak over mijn onhandigheid – en met het hardnekkige idee dat er ergens, tussen al die nullen en enen, nog plaats is voor een mens die een omweg maakt. Die twijfelt. Die zich schaamt. Die lacht.

En die zich afvraagt of hij niet beter stofzuigers was gaan verkopen in de woestijn.

Al vrees ik dat zelfs daar iemand ondertussen een AI-module heeft ontwikkeld die het zand vooraf analyseert en zegt: “Meneer, dit is eigenlijk geen markt met groeipotentieel.”

Waarop ik dan zou antwoorden: “Dat weet ik. Maar ik sta hier tenminste nooit in de file.”

- ONZE EXCLUSIEVE REEKS -spot_img

Abonneer je op ons Gratis Magazine en ontvang iedere woensdag de beste info, tips en leuke acties in jouw mailbox

Leestips

ubigi app

Ubigi en Airalo: jouw ultieme reispartners

Altijd verbonden blijven tijdens het reizen kan soms een uitdaging zijn. Hoge roamingkosten, gedoe met lokale simkaarten of gebrekkige connectiviteit kunnen de pret drukken....
spot_img
Rechtvaardige-Rechters retabel

11 april 1934 – De Rechtvaardige Rechters, het mysterie ontrafeld

In 1934 pleegde men een van de grootste kunstdiefstallen in de Belgische geschiedenis: de diefstal van "De Rechtvaardige Rechters", een paneel van het wereldberoemde...