Er zijn cijfers verschenen waar heel Vlaanderen even ongemakkelijk van begon te schuifelen op zijn ergonomische bureaustoel.
Volgens een onderzoek van de Universiteit Gent en Keytrade Bank, waarover Het Laatste Nieuws berichtte via Jasmine Heyvaert, blijken de babyboomers — wij zeggen uiteraard boomagers — de meest vermogende generatie van het land.
Mediaanvermogen: 359.887 euro. Dat klinkt indrukwekkend. Zelfs licht misdadig. Een bedrag waarbij sommige jongeren spontaan beginnen te hyperventileren in een koffiebar waar een cappuccino ondertussen 5,80 euro kost.
Generatie X volgt met 320.500 euro. De oudste generatie, geboren tussen 1928 en 1945, zit aan 253.800 euro. Millennials zitten ergens tussen “ik heb een bakfiets” en “de bank heeft mijn ziel opgegeten”. En generatie Z spaart volgens het onderzoek dan weer opvallend veel, vooral omdat ze beseffen dat ze anders nooit een woning zullen kunnen kopen die groter is dan een gemiddelde caravan in Bredene.
Maar voor we nu massaal beginnen te denken dat elke boomager slapend op een berg goud ligt zoals Dagobert Duck met een fleece dekentje over de knieën: rustig.
Dat vermogen zit voor een groot deel in vastgoed.
Met andere woorden: veel boomagers zijn op papier rijk omdat ze een huis bezitten dat ondertussen flink in waarde gestegen is. Dat betekent niet noodzakelijk dat ze elke ochtend opstaan en hun cornflakes eten uit een kristallen schaal terwijl de huishoudrobot de Bentley opwarmt.
Integendeel. De gemiddelde boomager leeft vaak verrassend gewoon.
Hij of zij rijdt misschien wel met een elektrische fiets van 4.500 euro, maar draagt daarboven nog altijd een jas uit 2009 “want die is nog perfect”. Hioj of zij heeft misschien een woning die vandaag een fortuin waard is, maar twijfelt drie weken lang of hij (of zij) wel een nieuwe waterkoker zou kopen.
Boomagers zijn namelijk opgegroeid in een tijd waarin aluminiumfolie zorgvuldig werd hergebruikt. Dat laat sporen na.
Ergens in Vlaanderen zit op dit moment een man van 68 koffie te drinken die 400.000 euro aan vastgoed bezit maar ondertussen in de supermarkt twintig minuten lang twee soorten bloemkool vergelijkt omdat één ervan 34 cent goedkoper is.
Dat is geen gierigheid. Dat is cultuur. En eerlijk? Dat maakt deze generatie ergens ook hilarisch.
Want de boomager is financieel tegelijk rijk én panisch.
Hij vertrouwt zijn bank niet.
Hij vertrouwt de beurs niet.
Hij vertrouwt crypto al helemaal niet.
Maar hij vertrouwt wel een oude koekendoos vol garantiebewijzen uit 1997.
Volgens professor Koen Inghelbrecht staat er trouwens te veel geld op spaarrekeningen. Dat geld zou volgens hem beter “aan het werk gezet worden”.
Een prachtige zin.
Je ziet meteen zo’n spaarboekje voor je dat met tegenzin uit de zetel rechtstaat.
“Allee vooruit dan.”
Maar veel boomagers denken daar anders over. Voor hen is een spaarrekening geen investering. Het is een emotioneel steunobject. Een soort financiële teddybeer.
Dat komt natuurlijk ook omdat deze generatie zowat alles heeft meegemaakt.
Inflatie.
Werkloosheid.
Oliecrisissen.
Bankcrisissen.
Cassettebandjes die vastlopen in de autoradio.
En kinderen die op hun achttiende plots “alternatieve muziek” begonnen te luisteren die een hele stuk rustiger was dan de herrie waar ze zelf in de zeventies hun gehoor mee naar de vaantjes hielpen.
Dan leer je sparen.
Niet omdat je rijk wil worden.
Maar omdat je weet dat een wasmachine altijd stukgaat op het slechtst mogelijke moment.
En toch blijft het fascinerend hoe Vlaanderen reageert op rijke boomagers.
Want ergens leeft het idee dat iedereen boven de zestig permanent cocktails drinkt in een veranda met automatische zonwering terwijl op de achtergrond zachtjes Joe FM speelt.
De werkelijkheid is minder glamoureus.
Veel boomagers hebben inderdaad een afbetaald huis. Maar tegelijk ook een kapotte knie, stijgende energiefacturen, kinderen die “even tijdelijk” terug thuis wonen sinds 2021 en een badkamer waarvan de renovatieprijs ondertussen gelijkstaat aan het BNP van een bananenrepubliek.
En ja, er zijn ook veel boomagers die helemaal niet rijk zijn.
Dat vergeten mensen soms graag.
Niet iedereen uit die generatie had een succesvolle loopbaan, een eigen woning of een dikke spaarbuffer. Er zijn boomagers die moeten rekenen, puzzelen en besparen. Mensen die na een scheiding opnieuw moesten beginnen. Of die jarenlang zware jobs deden zonder ooit grote reserves op te bouwen.
De cijfers gaan over mediaanvermogens. Niet over iedereen individueel.
Maar cijfers hebben nu eenmaal weinig gevoel voor nuance. Die zeggen gewoon:
“Hier. 359.887 euro. Trek uw plan.”
En dus krijg je vreemde discussies tussen generaties.
Jongeren die denken dat boomagers het makkelijk hadden omdat huizen vroeger goedkoper waren.
Boomagers die antwoorden dat hun eerste woning eruitzag als een vochtige bunker zonder isolatie, centrale verwarming of internet.
Jongeren die zeggen:
“Jullie konden tenminste kopen.”
Boomagers die antwoorden:
“Ja, maar wij hadden een badkamer in de keuken.”
En ergens hebben beide gelijk.
Maar misschien zit de echte ironie ergens anders.
De boomager is vandaag waarschijnlijk de eerste generatie die tegelijk ouder wordt, financieel relatief sterk staat, technologisch nog mee is, én weigert de hele dag in een schommelstoel te zitten.
Dat maakt sommige mensen zenuwachtig.
Want vroeger hoorde je op een bepaalde leeftijd zogezegd stilaan te verdwijnen richting petanque en beige broeken.
Maar boomagers blijven reizen.
Starten websites.
Schrijven boeken.
Kopen elektrische fietsen.
Gaan op citytrip.
Volgen cursussen.
Maken podcasts.
Zetten discussies op Facebook volledig op zijn kop.
En sturen nog altijd berichten in hoofdletters wanneer ze boos zijn.
Boomagers zijn geen senioren meer zoals we ze vroeger kenden. En misschien verklaart dat ook waarom ze vermogen hebben opgebouwd.
Niet alleen door huizen te kopen op het juiste moment. Maar ook doordat ze afkomstig zijn uit een generatie die nog leerde herstellen in plaats van weggooien. Sparen in plaats van tonen. Dingen jarenlang gebruiken tot ze letterlijk uit elkaar vielen.
Sommige boomagers bewaren vermoedelijk nog een elastiek uit 1984 “omdat die nog bruikbaar kan zijn”.
Probeer daar maar eens tegenop te concurreren met een minimalistische design-portefeuille en een abonnement op artisanale kombucha.
Dus ja.
De boomager heeft geld.
Of sommige toch minstens een huis, een diepvriezer vol mysterieuze bakjes zonder etiket, een afbetaalde Opel ergens in de garage en een plastieken zak vol plastieken zakken.
En misschien is dat uiteindelijk de meest Vlaamse vorm van rijkdom die er bestaat.















