Hoe een vergeten scène uit The Little Prince mogelijk mee aan de basis lag van de stijl van Michael Jackson
Sommige invloeden in de popcultuur zijn luid en duidelijk zichtbaar. Andere zitten verborgen in kleine bewegingen. Een hand die plots stilvalt. Een hoed die nét iets te laag wordt getrokken. Een lichaam dat tegelijk strak én vloeiend beweegt. Wie vandaag naar de iconische dansstijl van Michael Jackson kijkt, denkt spontaan aan de moonwalk, zwarte loafers en witte sokken. Maar wie écht goed kijkt, ziet misschien nog iemand anders in die schaduw bewegen: Bob Fosse.
En vreemd genoeg begint dat spoor niet bij Broadway, maar bij een bijna vergeten muzikale fantasyfilm uit 1974: The Little Prince.
In die film speelt Bob Fosse de rol van de slang. Geen gewone slang, maar een mysterieuze, verleidelijke figuur die zich bijna hypnotisch voortbeweegt. Zijn scène duurt amper enkele minuten, maar voelt nog altijd modern. Zelfs ongemakkelijk modern. Terwijl de meeste musicals uit de jaren zeventig nog groot, vrolijk en theatraal waren, beweegt Fosse hier klein, gecontroleerd en intens. Zijn lichaam lijkt losgekoppeld van klassieke musicaldans. Hij glijdt, bevriest, tikt ritmisch met schouders en vingers, kijkt schuin onder zijn hoed vandaan en gebruikt stiltes alsof ze deel van de choreografie zijn.
Kijk die scène vandaag opnieuw en het is bijna onmogelijk om níét aan Michael Jackson te denken.
Niet letterlijk natuurlijk. Michael heeft Bob Fosse nooit gekopieerd. Maar de gelijkenissen zijn opvallend: de geïsoleerde schouderbewegingen, de hoekige elegantie, de minimale maar extreem precieze armgebaren, het spel met hoeden, het plots “bevriezen” midden in een beweging. Zelfs de manier waarop Fosse spanning creëert door nét niet volledig te bewegen, zie je later terug bij Jackson.
Vooral de combinatie van strakheid en sensualiteit is opvallend. Dat typische “ingehouden vuur” dat Michael Jackson later wereldberoemd maakte, zat al in Fosse’s choreografieën jaren voordien.
En Michael Jackson kende het werk van Bob Fosse absoluut. Hij bewonderde grote choreografen obsessief en analyseerde bewegingen tot in detail. Verschillende danshistorici en choreografen hebben doorheen de jaren gewezen op de invloed van Fosse op Jacksons podiumstijl. Niet alleen via Cabaret of All That Jazz, maar ook via kleinere visuele elementen die Michael waarschijnlijk oppikte uit oudere musicalfilms.
Wat het nog fascinerender maakt: Bob Fosse was eigenlijk de anti-showman. Waar klassieke musicalsterren breed glimlachten en groot speelden, werkte Fosse net met ongemak, mysterie en gecontroleerde sensualiteit. Hij gebruikte knieën naar binnen, afhangende schouders, kleine tikjes met handen en vingers, hoeden voor de ogen, halve blikken. Net die stijl zou later perfect passen bij Michael Jacksons mysterieuze podiumpersona.
Zelfs Michaels beroemde silhouet lijkt soms rechtstreeks uit de Fosse-school te komen: smal, scherp, licht voorovergebogen, één hand langs het lichaam, de andere plots explosief in beweging.
Het bijzondere is dat miljoenen mensen Michael Jackson kennen, maar amper iemand nog weet wie Bob Fosse was. Terwijl veel van wat wij vandaag als “modern popperformen” beschouwen, eigenlijk teruggaat naar Broadway-experimenten uit de jaren zestig en zeventig.
En misschien is dat net het mooiste aan cultuur. Ideeën verdwijnen nooit echt. Ze veranderen van lichaam. Van tijdperk. Van muziek.
Dus de volgende keer dat je Michael Jackson ziet dansen, kijk dan eens niet alleen naar Michael.
Kijk naar de schaduw achter hem.















