Mantelzorg, werk en familie na 50: hoe bewaak je tijd voor jezelf?
Ik overweeg een reservatiesysteem voor mezelf. Wie mij nodig heeft, kiest voortaan een tijdslot, vermeldt de vermoedelijke duur van de hulpvraag en geeft aan of er koffie wordt voorzien. Voor dringende gevallen komt er een apart nummer, maar dat neem ik alleen op wanneer ik niet bezig ben met een eerder dringend geval. Annuleren kan tot vierentwintig uur vooraf. Daarna behoud ik mij het recht voor om toch ergens een koffie te gaan drinken.
Het lijkt mij een redelijke regeling. Voor een knipbeurt moet je tegenwoordig drie weken vooraf boeken, voor een restaurant een voorschot betalen en voor een afspraak bij een specialist moet je soms eerst genezen en daarna opnieuw ziek worden. Alleen de vijftigplusser blijft zonder afspraak toegankelijk. Je belt, hij neemt op en voor hij goed beseft wat er gebeurt, heeft hij beloofd om donderdag ergens iemand af te zetten.
Je bent toch thuis?
Er zijn weinig zinnen die zoveel werk kunnen veroorzaken als: “Je bent toch thuis?” Het klinkt als een vriendelijke vaststelling, maar meestal volgt er een opdracht. Je bent thuis, dus je kunt een pakje aannemen, een technieker binnenlaten, ergens iets ophalen of even een formulier bekijken. Dat je thuis misschien aan het werken bent, telt minder zwaar. Je draagt tenslotte geen helm en er staat geen graafmachine voor de deur.
Wie gepensioneerd is, heeft het op dat vlak nog moeilijker. Zodra je laatste werkdag voorbij is, ontstaat bij sommige mensen de indruk dat je agenda openbaar bezit is geworden. Je hebt nu tijd, wordt er gezegd, met de tevredenheid van iemand die zonet een praktische oplossing heeft gevonden. Dat jij die tijd misschien wilde gebruiken om te fietsen, te lezen of een uur naar een merel te kijken, blijkt een detail dat tijdens de vergadering niet werd besproken.
Ik zou daar graag principieel tegen protesteren, maar ik ken mezelf. Zeg dat er ergens een klein probleem is en ik vraag al wat ik kan doen. Soms heb ik mijn jas aan voor ik weet waarvoor. Dat maakt mij behulpzaam, maar ook bijzonder slecht geschikt om mijn eigen reservatiesysteem te beheren.
De boomer met permanentie
Of je ons nu boomagers, (baby)boomers, vijftigplussers, oudjes of senioren noemt, veel mensen boven vijftig hebben verschillende agenda’s tegelijk te bewaken. De eigen werkgever heeft verwachtingen, ouders kunnen hulp nodig hebben en volwassen kinderen hebben een volwassen leven waarin toch geregeld iets vastloopt. Daar kunnen kleinkinderen bijkomen, een partner die ondersteuning nodig heeft en een vereniging waar je ooit op een zwak moment hebt gezegd dat je “wel eens wilde helpen”.
Dat laatste is gevaarlijk. In verenigingen wordt “wel eens” vaak vertaald als “tot aan zijn overlijden, tenzij hij nadien digitaal bereikbaar blijft”. Je komt één keer helpen stoelen zetten en drie jaar later weet iedereen dat jij de sleutel hebt, waar de verlengkabel ligt en welke zekering eruit springt wanneer de koffiemachine tegelijk met de wafelijzers wordt aangezet.
Ondertussen lees je dat actief ouder worden belangrijk is. Daar ben ik het volkomen mee eens, al zou ik graag weten wanneer het actief genoeg is. Als je na een werkdag boodschappen doet voor iemand anders, een afspraak regelt en daarna nog een computerprobleem probeert op te lossen, mag dat dan meetellen? Of moet je voor je gezondheid nadien alsnog een wandeling maken, liefst met een app die bevestigt dat je bestaan nuttig is geweest?
Natuurlijk help je graag
Het gemakkelijke artikel zou nu vertellen dat de familie profiteert en dat je dringend voor jezelf moet kiezen. Maar zo eenvoudig is het niet. Mensen vragen hulp omdat ze die nodig hebben, omdat ze je vertrouwen of omdat jij nu eenmaal degene bent die rustig blijft wanneer het scherm vraagt om een code die niemand heeft ontvangen.
Voor een ouder naar de dokter rijden kan betekenen dat die ouder minder bang is. Een kleinkind opvangen kan een fijne middag worden die je voor geen geld zou willen missen. Een volwassen kind helpen kan je het geruststellende gevoel geven dat je nog iets kunt betekenen, ook wanneer het intussen een eigen huis, een eigen mening en een telefoon heeft die duurder is dan jouw eerste auto.
Bovendien ben ik zelf ook gebruiker van andermans goede wil. Ik kan behoorlijk zelfstandig zijn tot een toestel een melding geeft die begint met “Synchronisatie mislukt”. Dan verdwijnt mijn onafhankelijkheid verrassend snel en kijk ik rond of er ergens iemand jonger aanwezig is. Ik zou dus voorzichtig moeten zijn met verklaringen over mensen die altijd hulp nodig hebben.
Er is ook niets mis met ‘nodig’ zijn. Het doet deugd wanneer iemand blij is dat je komt. Alleen wordt het ingewikkeld wanneer je aanwezigheid zo vanzelfsprekend is geworden dat niemand nog vraagt of het past.
Het verraderlijke woord ‘even’
Mijn grootste vijand is vermoedelijk het woord “even”. Kun je even meekijken? Kun je even rijden? Kun je even bellen? Dat woord heeft geen betrouwbare verhouding tot de werkelijke tijdsduur. Even een wachtwoord herstellen kan voorbij zijn voor de koffie klaar is, maar het kan ook eindigen met een nieuwe account, een telefoongesprek met een helpdesk en een lichte twijfel aan de vooruitgang van de beschaving.
Zelf gebruik ik het trouwens ook. Ik ga even mijn mail bekijken en ontdek anderhalf uur later dat ik nog altijd niet heb gedaan waarvoor ik aan de computer ging zitten. Ik ben dus nauwelijks geloofwaardig wanneer ik anderen verwijt dat hun tijdsinschatting niet klopt. Toch zou het helpen wanneer we bij een hulpvraag eens zeggen wat er werkelijk nodig is, in plaats van het geheel vooraf tot een onschuldig kwartiertje te verkleinen.
Het probleem zit vaak in de optelsom. Eén vraag lukt best. Een tweede ook, als je wat schuift. Tegen de vierde ben je je eigen plannen aan het verplaatsen en tegen de zesde herinner je je niet meer wat die plannen waren. Je hebt de hele dag veel gedaan, maar niets van wat je zelf wilde doen.
Nee zeggen met een dossier in bijlage
Ik bewonder mensen die gewoon zeggen: “Vandaag past het niet.” Ze spreken die woorden uit zonder een medische verklaring, een bewijs van tewerkstelling of een uitvoerige reconstructie van hun week toe te voegen. Daarna gaan ze verder met hun leven. Ik zou dat graag kunnen, maar bij mij begint er onmiddellijk een interne hoorzitting.
Mag ik weigeren omdat ik moe ben? Is lezen een geldige reden? Wat wanneer ik helemaal niets gepland heb, maar dat niets graag wilde behouden? Voor ik antwoord, ben ik in mijn hoofd al aan het aantonen dat ik de voorbije maanden voldoende behulpzaam ben geweest. De andere persoon heeft alleen gevraagd of ik donderdag kan rijden en ik bereid mijn verdediging voor.
Misschien moeten we aanvaarden dat rust niet pas geoorloofd wordt wanneer je volledig uitgeput bent. Je hoeft een middag voor jezelf niet eerst te verdienen door drie andere middagen weg te geven. En een vrije plaats in je agenda kan best een afspraak met jezelf bevatten, ook wanneer daar geen adres of bevestigingsmail bij hoort.
Dat betekent niet dat je voortaan iedere vraag afwijst. Je kunt ook zeggen dat vandaag niet lukt, maar vrijdag wel. Of dat je wilt helpen met een formulier, maar niet alle administratie kunt overnemen. Het zijn geen spectaculaire zinnen, maar ze maken duidelijk wat iemand aan je heeft zonder dat je jezelf voor onbepaalde duur uitleent.
Wie weet eigenlijk hoeveel je doet?
Soms is niemand zich bewust van het geheel. Je ouders weten dat je hen helpt, je kinderen weten wat je voor hen doet en op het werk ziet men je werkuren. Jij bent de enige die alle stukken samen in de agenda krijgt. Wanneer je dan plots kortaf reageert op een kleine vraag, begrijpt de ander niet waarom. Het was toch maar iets kleins?
Dat is het moment waarop je beter kunt uitleggen wat er speelt voor je tijdens een familiefeest een toespraak houdt die niemand besteld heeft. Niet bijhouden wie je hoeveel minuten schuldig is, maar wel zeggen dat het te veel wordt. Misschien kan iemand anders die afspraak regelen. Misschien hoeft niet alles deze week. Misschien blijkt de vraag zelfs minder dringend wanneer jij niet onmiddellijk ja zegt.
Bij mantelzorg kan er bovendien meer nodig zijn dan een betere agenda. Sommige zorgtaken zijn zwaar en houden niet op omdat je besluit een namiddag vrij te nemen. Dan mag het gesprek ook gaan over hulp van anderen of professionele ondersteuning. Niemand krijgt extra uren in een dag omdat hij veel van iemand houdt, hoe graag we dat soms ook zouden willen.
Mijn nieuwe openingsuren
Ik denk dus aan aangepaste openingsuren. Geen loket, geen ingewikkelde voorwaarden, gewoon af en toe een duidelijk antwoord. Ik help graag, maar ik wil kunnen beslissen wanneer. Ik wil ook eens koffie drinken zonder ondertussen een afspraak te regelen, en een fietstocht maken waarvan het eindpunt niet de woning is van iemand die nog een printerprobleem heeft.
Al moet ik eerlijk blijven: helemaal onbereikbaar zijn zal mij vermoedelijk ook niet bevallen. Na een rustige middag kijk ik waarschijnlijk zelf op mijn telefoon om te zien of iemand iets nodig had. Dan ben ik licht teleurgesteld wanneer iedereen zich uitstekend zonder mij blijkt te redden. Een mens wil grenzen stellen, maar liefst met behoud van zijn belang.
Daarom begin ik bescheiden. Eén vrije namiddag die vrij blijft, zonder dat ik er bij voorbaat een verantwoording voor schrijf. Wie belt, krijgt te horen dat ik vandaag niet beschikbaar ben en morgen terugbel. Vervolgens zet ik koffie en probeer ik niet zelf iemand te bellen om te vragen of alles wel goed gaat.
Mijn reservatiesysteem houd ik voorlopig achter de hand. Eerst wil ik oefenen op die ene eenvoudige zin: “Vandaag past het niet.” Als dat lukt, volgt de moeilijkste stap: hem uitspreken zonder onmiddellijk toe te voegen dat het misschien toch nog kan.
















