HomeACTUEELSchaakmat met Portugese ansjovis

Schaakmat met Portugese ansjovis

een Boomager kortverhaal

De eerste kastanjebladeren vallen op een dinsdag. Marcel ziet er drie tegelijk neerdwarrelen, waarvan er één in de open mond van een stenen leeuw terechtkomt. Het dier bewaakt al sinds 1898 de ingang van het stadspark en heeft in die tijd vermoedelijk meer bladeren verzameld dan de gemeentelijke groendienst. Op de sokkel staat een verweerde Latijnse spreuk die niemand nog kan ontcijferen. Iemand heeft er met zwarte stift onder geschreven: Hier waak ik. Meestal.

Marcel is tweeëntachtig en verkoopt Portugese ansjovis. Hij doet dat al zevenendertig jaar, eerst vanuit een winkel met een blauwgeschilderde gevel, tegenwoordig vanuit een marktkraam dat op dinsdag en vrijdag verschijnt. Zijn oudste zoon noemt het een hobby die uit de hand is gelopen. Marcel noemt het een beroep. Dat verschil heeft al tot verschillende familiediscussies geleid, doorgaans tijdens kerstmaaltijden waarop zijn schoondochter vegetarische gerechten serveert.

‘Je moet eindelijk eens van je pensioen genieten, vader’, zegt zijn zoon minstens één keer per maand.

‘Dat doe ik toch?’

‘Je werkt nog altijd.’

‘Precies.’

Marcel heeft een rond gezicht, een zorgvuldig bijgehouden snor en handen die zelfs na het wassen een beetje naar olijfolie ruiken. Op zijn kraam staan blikjes met kleurrijke Portugese etiketten, waarop vissersboten door woeste golven varen en vrouwen met rode hoofddoeken glimlachend naar de horizon kijken. Achteraan staat een klein schaakbord. Het is een reisschaakspel dat zijn vrouw hem ooit in Lissabon heeft gekocht. Sinds haar dood, elf jaar geleden, speelt hij er af en toe een partij op tegen zichzelf. Meestal wint hij, maar niet altijd.

Zijn eerste klant is Lotte, een zevenentwintigjarige melkveehoudster met blozende wangen, helderblauwe ogen en een blonde vlecht die bij iedere beweging over haar schouder zwaait. Ze ziet eruit als een gezond melkboermeisje uit een reclame van de jaren vijftig, al bezit ze een diploma biotechnologie en bestuurt ze op de boerderij een melkrobot die meer kost dan Marcels eerste huis. Ze levert verse melk aan enkele horecazaken in de stad en gebruikt daarvoor een kleine elektrische bestelwagen. Op de zijkant staat in sierlijke letters: Van onze koeien, niet van een fabriek.

‘Goedemorgen, melkboermeisje’, zegt Marcel.

‘Goedemorgen, visboer.’

‘Ik verkoop geen vis. Ik verkoop Portugese cultuur in olijfolie.’

‘Dan wil ik twee blikjes cultuur.’

Lotte zet haar melkkan op de toonbank. Aan het hengsel hangt een klein geel lintje dat ze van haar grootmoeder heeft gekregen. Het lintje is al jaren verkleurd, maar ze weigert het te vervangen.

‘Je grootvader komt vandaag toch schaken?’ vraagt Marcel.

‘Hij heeft gisteren nog drie partijen geoefend. Tegen zichzelf, want niemand wil nog tegen hem spelen.’

‘Dat klinkt bekend.’

‘Hij beweert dat hij de grootmeester gaat verslaan.’

‘Dan hoop ik dat die grootmeester tegen zijn verlies kan.’

Lottes grootvader, Henri, is negenenzeventig en heeft zich ingeschreven voor het simultaantoernooi dat die middag in het park plaatsvindt. Hij heeft een wandelstok met een zilveren hondenkop en draagt zelfs in de zomer een vest met binnenzakken. In één daarvan bewaart hij een foto van zijn overleden vrouw, in een andere een opgevouwen lijst met schaakopeningen die hij nog wil bestuderen. Henri is ervan overtuigd dat de Siciliaanse verdediging hem ooit wereldberoemd zal maken. Zijn familie heeft besloten hem niet tegen te spreken.

Terwijl Marcel de blikjes inpakt, klinkt het zachte geratel van een oude koersfiets. Een vrouw in een hemelsblauw retrotruitje met de opschriften Bianchi en Campagnolo rijdt langzaam over de kasseien. Haar fiets is een zorgvuldig gerestaureerde Bianchi met een stalen frame, chromen details en versnellingshendels op de schuine buis. De combinatie roept de wielerwereld van Fausto Coppi op, toen een renner nog zonder elektronische hulpmiddelen moest beslissen wanneer hij van versnelling veranderde.

Claire is vierenvijftig, heeft kort donker haar met enkele zilveren lokken en een gezicht waarin de zon en de wind hun sporen hebben achtergelaten. Ze rijdt iedere ochtend, ongeacht het weer. Alleen bij ijzel blijft ze thuis, en zelfs dan kijkt ze minstens drie keer uit het raam om te controleren of de weersvoorspelling zich niet heeft vergist.

Ze remt naast Marcels kraam en stapt af.

‘Twee blikjes van de gewone.’

‘Ik verkoop geen gewone ansjovis.’

‘Dat weet ik. Twee blikjes van de buitengewone.’

‘Hoeveel kilometer vandaag?’

‘Tweeënveertig. Ik ben vroeg terug, want ik wil naar het schaaktoernooi.’

‘Sinds wanneer interesseer jij je voor schaken?’

‘Sinds mijn dochter met een jongen samenwoont die professioneel schaakles geeft. Hij heeft me uitgelegd dat schaken eigenlijk een vorm van wielrennen is.’

Marcel kijkt haar ongelovig aan.

‘Je moet voortdurend vooruitdenken, je tegenstander inschatten en op het juiste moment aanvallen’, legt Claire uit.

‘En als je verliest?’

‘Dan geef je de schuld aan het materiaal.’

Marcel knikt. Dat laatste begrijpt hij.

Het park is tegen elf uur veranderd in een kleine openluchtarena. Onder de platanen staan drieëndertig tafeltjes in een grote rechthoek opgesteld. Op ieder tafeltje ligt een schaakbord met houten stukken. De witte koningen kijken allemaal in dezelfde richting, alsof ze op een bevel wachten. Een gepensioneerde onderwijzer loopt met een meetlint tussen de tafels en controleert of ze wel precies even ver uit elkaar staan. Niemand weet waarom dat belangrijk is, maar niemand durft hem te onderbreken.

Bij de fontein verkoopt een vrouw wafels uit een bakfiets. Naast haar staat een man met een papegaai op zijn schouder. De vogel kan drie woorden zeggen, waarvan er twee niet geschikt zijn voor kinderen. Wanneer een politieagent voorbijloopt, roept hij luid ‘Belastingcontrole!’ De agent kijkt even op, maar loopt door. De papegaai lijkt teleurgesteld.

Viktor Sokolov, de grootmeester, arriveert om kwart voor twaalf. Hij is achtenzestig, draagt een donkerblauw kostuum en heeft zilvergrijs haar dat zo zorgvuldig is gekamd dat zelfs de wind er geen vat op lijkt te hebben. Ooit behoort hij tot de wereldtop. Tegenwoordig reist hij door Europa om simultaanpartijen te spelen, lezingen te geven en jonge talenten te ontdekken. Hij spreekt zes talen, maar beweert dat vloeken in het Russisch het meeste voldoening geeft.

Henri zit al aan bord zeventien. Hij heeft zijn wandelstok tegen de tafel gezet en zijn lijst met schaakopeningen nog één keer doorgenomen. Lotte staat achter hem met een thermoskan koffie.

‘Opa, je moet niet zenuwachtig zijn.’

‘Ik ben niet zenuwachtig.’

‘Je hebt je boterham nog niet opgegeten.’

‘Dat is concentratie.’

Aan bord drieëndertig zit Elias, een jongen van tien jaar en vier maanden. Hij draagt een groene trui met een klein gaatje bij de elleboog en heeft een pleister op zijn linkerknie. Zijn moeder, die in het plaatselijke ziekenhuis werkt, heeft hem naar het park gebracht en kijkt voortdurend op haar horloge. Ze moet om drie uur aan haar avonddienst beginnen. Elias heeft beloofd dat hij tegen dan klaar zal zijn.

‘En als je nog aan het spelen bent?’ vraagt ze.

‘Dan moet je maar wat later beginnen.’

‘Zo werkt dat niet in een ziekenhuis.’

‘Bij schaken ook niet.’

Zijn moeder zucht. Hij heeft de koppigheid van zijn grootvader geërfd, die hem heeft leren schaken en vorig jaar is overleden. Sindsdien speelt Elias iedere avond een partij op een oud houten bord waarvan één zwarte pion ontbreekt. Hij vervangt die door een knoop van een winterjas. Hij beweert dat het niets uitmaakt, zolang iedereen maar weet dat het een pion is.

Aan de ingang van het park verschijnt een man met een versleten groene rugzak en een smal gezicht, donkere ogen en een grijze baard die al enkele dagen niet meer is bijgewerkt. Zijn naam is Simon. Hij is tweeënvijftig, al zou niemand dat met zekerheid kunnen zeggen. Hij heeft jarenlang gewerkt als grafisch ontwerper, daarna als zelfstandig communicatieadviseur en uiteindelijk vooral als iemand die voortdurend bereikbaar moest zijn.

Simon heeft die ochtend zijn laatste opdracht afgewerkt. Een reclamecampagne voor een bedrijf dat digitale rust verkoopt via een app waarvoor gebruikers maandelijks moeten betalen. Hij heeft er drie weken aan gewerkt en is er zo moe van geworden dat hij de ironie pas gisterenavond heeft opgemerkt.

Op zijn telefoon staan drieënzestig ongelezen berichten. Zijn voormalige vrouw vraagt of hij eindelijk eens naar de lekkende kraan in het appartement van hun dochter kan kijken. Een klant wil een kleine aanpassing aan een ontwerp dat al zes keer is goedgekeurd. Iemand die hij nauwelijks kent, heeft hem toegevoegd aan een groep met de naam Positieve Energie 50+. Een algoritme feliciteert hem omdat zijn laatste bericht meer reacties heeft gekregen dan gemiddeld.

Hij blijft staan bij een vuilnisbak naast de fontein. Op de rand zit een duif met één roze poot. Simon kijkt naar zijn telefoon, opent nog één keer zijn sociale media en ziet een filmpje waarin een man beweert dat je pas echt gelukkig kunt zijn wanneer je iedere dag om vier uur opstaat.

‘Dan zal ik wel ongelukkig blijven’, mompelt hij.

Hij schakelt het toestel uit en laat het in de vuilnisbak vallen.

‘Dat is een dure manier om met pensioen te gaan’, zegt een stem achter hem.

Het is Marcel, die het park is binnengelopen met een papieren zak vol ansjovisblikjes. Hij herkent Simon onmiddellijk. Vroeger ontwierp die de etiketten voor zijn winkel.

‘Simon? Ben jij dat?’

‘Dag Marcel.’

‘Wat doe jij hier?’

‘Ik vertrek.’

‘Waarnaartoe?’

‘Santiago de Compostela.’

‘Met de trein?’

‘Te voet.’

‘Met die rugzak?’

‘Meer heb ik niet nodig.’

Marcel kijkt naar de vuilnisbak.

‘En je telefoon?’

‘Die heb ik ook niet meer nodig.’

Simon vertelt dat hij zonder geld, zonder identiteitskaart en zonder telefoon wil vertrekken. Hij heeft zijn bankkaarten thuisgelaten en de deur van zijn appartement achter zich dichtgetrokken. Hij wil ontdekken hoe het voelt om niet voortdurend bereikbaar te zijn, niets te moeten bewijzen en nergens een digitaal spoor achter te laten.

Marcel luistert aandachtig. Hij heeft in zijn leven al heel wat zonderlinge mensen ontmoet, maar iemand die vrijwillig zonder geld naar Spanje wandelt, behoort tot een bijzondere categorie.

‘Hoe ga je eten?’

‘Dat weet ik nog niet.’

‘En slapen?’

‘Dat zie ik onderweg.’

‘En als ze je papieren vragen?’

‘Dan zal ik moeten uitleggen dat ik ze niet bij me heb.’

‘Je weet toch dat ze je ook kunnen terugsturen?’

‘Dat risico neem ik.’

Marcel kijkt hem langdurig aan. Dan haalt hij een blikje ansjovis uit zijn zak.

‘Hier. Voor onderweg.’

Simon neemt het aan.

‘Dank je.’

‘Je hebt toch een blikopener?’

Simon schudt zijn hoofd.

Marcel zucht en geeft hem ook zijn kleine zakmes met blikopener. Het heeft een rood handvat en op het lemmet staat Made in Portugal.

‘Breng het terug wanneer je weer thuis bent.’

‘Misschien kom ik niet terug.’

‘Dan stuur je het op.’

Simon lacht voor het eerst die ochtend.

De simultaanpartij begint precies om twaalf uur. Viktor Sokolov wandelt langs de drieëndertig borden en opent overal met een vaste, beheerste beweging. De spelers reageren met wisselend succes. Henri kiest zijn geliefde Siciliaanse verdediging en kijkt tevreden wanneer Viktor even naar zijn opstelling kijkt. Elias speelt een ongebruikelijke variant die hij de avond voordien nog heeft bestudeerd.

Claire staat naast Lotte en volgt de partijen met groeiende belangstelling. Ze begrijpt niet alle zetten, maar herkent de concentratie van een wielrenner die zich voorbereidt op een beslissende aanval. Simon is intussen ook blijven kijken. Hij heeft zijn rugzak naast een bank gezet en staat met zijn handen in zijn zakken bij bord drieëndertig.

Na een uur zijn de eerste partijen afgelopen. Viktor wint zonder zichtbare inspanning. Hij schudt handen, knikt beleefd en wandelt verder. De papegaai bij de wafelkraam roept plots ‘Schaakmat!’ terwijl er op dat moment nergens een koning wordt bedreigd. De eigenaar probeert hem tot stilte te manen, maar de vogel heeft duidelijk plezier in zijn nieuwe woord.

Henri houdt het verrassend lang vol. Zijn Siciliaanse verdediging blijkt minder eenvoudig te ontmantelen dan Viktor had verwacht. Maar na twee uur maakt hij een fout met zijn toren. De grootmeester ziet het onmiddellijk en zet een combinatie op die zeven zetten later tot mat leidt.

Henri zucht diep.

‘Ik wist dat ik die toren niet mocht verplaatsen.’

‘Dan had u hem moeten laten staan’, zegt Viktor vriendelijk.

‘Dat is gemakkelijk praten achteraf.’

Viktor glimlacht en geeft hem een hand.

Lotte legt een hand op de schouder van haar grootvader.

‘Je hebt het goed gedaan, opa.’

‘Ik heb verloren.’

‘Tegen een grootmeester.’

‘Dat maakt het niet minder verloren.’

Marcel, die het gesprek heeft gehoord, komt dichterbij.

‘Ik verkoop al zevenendertig jaar ansjovis. Weet je hoeveel blikjes ik in die tijd niet heb verpatst?’

Henri kijkt hem verbaasd aan.

‘Nee.’

‘Ik ook niet. Maar ik sta er nog altijd.’

Henri begint te lachen. Het is de eerste keer die middag dat hij zijn verlies vergeet.

Om drie uur zijn tweeëndertig partijen afgelopen. Viktor heeft ze allemaal gewonnen. Alleen Elias zit nog achter zijn bord. Zijn moeder heeft inmiddels het ziekenhuis gebeld en geregeld dat een collega haar dienst een halfuur overneemt. Ze staat naast Simon, die haar voorzichtig vraagt of haar zoon vaker zo lang nadenkt.

‘Altijd’, zegt ze. ‘Zelfs wanneer hij moet kiezen tussen aardbeien- en vanille-ijs.’

‘Wat kiest hij dan?’

‘Chocolade.’

Simon glimlacht. Hij kijkt naar Elias en denkt aan zijn eigen dochter, die intussen zesentwintig is en hem al maanden vraagt om eens een weekend zonder telefoon langs te komen. Hij heeft telkens beloofd dat hij dat zal doen. Telkens kwam er iets tussen.

Viktor blijft nu langer bij het bord staan. Zijn jasje hangt over een stoel, zijn das zit los en op zijn voorhoofd verschijnt een kleine zweetdruppel. Hij veegt die weg met een witte zakdoek, maar Claire heeft het gezien.

‘Hij moet serieus uit zijn pijp komen’, fluistert ze tegen Marcel.

Elias schuift zijn toren naar de zevende rij. Viktor fronst, wandelt nog één keer langs de lege tafels en keert terug. Hij bestudeert de stelling, legt zijn handen achter zijn rug en kijkt vervolgens naar de jongen.

‘Wie heeft je leren schaken?’

‘Mijn opa.’

‘Is hij hier?’

‘Nee. Hij is vorig jaar gestorven.’

Viktor knikt langzaam.

‘Dan heeft hij je goed leren spelen.’

‘Hij zei altijd dat je niet naar de stukken moet kijken die je kunt slaan, maar naar de stukken die je nog nodig hebt.’

De grootmeester glimlacht even. Daarna doet hij een zet die niemand in het publiek begrijpt. Elias wel. De jongen buigt zich voorover, legt zijn kin op zijn handen en denkt bijna vier minuten na. Dan schuift hij zijn dame naar voren.

Viktor knikt goedkeurend.

‘Dat is de beste zet.’

‘Ik weet het’, zegt Elias.

Een paar toeschouwers lachen zachtjes.

Zeven zetten later is de partij afgelopen. Viktor wint, maar moet daarvoor een nauwkeurige combinatie vinden die hem zichtbaar moeite kost. Hij schudt de jongen de hand en vraagt of hij volgend jaar opnieuw wil meedoen.

‘Dan win ik’, zegt Elias.

‘Dat zou best kunnen’, antwoordt Viktor.

De grootmeester haalt een klein notitieboekje uit zijn binnenzak en schrijft iets op. Wanneer Claire later toevallig een blik op de bladzijde werpt, ziet ze slechts drie woorden: Elias. Tien jaar. Gevaarlijk.

Na het toernooi zitten Marcel, Claire, Lotte, Henri en Simon op het terras van het café tegenover het park. Elias en zijn moeder zijn inmiddels vertrokken. De papegaai heeft eindelijk zijn belangstelling voor het schaken verloren en roept nu voortdurend ‘Nog een pint!’, tot groot ongenoegen van de uitbater.

Simon heeft zijn rugzak naast de tafel gezet. Hij wil nog voor het donker de stad verlaten, maar Marcel heeft erop aangedrongen dat hij eerst iets eet. Er staan brood, kaas, tomaten en drie geopende blikjes Portugese ansjovis op tafel. Lotte heeft een potje verse kaas meegebracht en Claire heeft ergens een citroen gevonden.

‘Wat een merkwaardige combinatie’, zegt Henri terwijl hij een stukje brood besmeert.

‘Dat zei mijn vader ook’, antwoordt Lotte.

‘En?’

‘Hij heeft drie stukken gegeten.’

Henri neemt voorzichtig een hap en knikt goedkeurend.

Claire kijkt naar Simon.

‘Ben je echt van plan om zonder geld naar Compostela te wandelen?’

‘Ja.’

‘En zonder papieren?’

‘Ook.’

‘Dat lijkt me niet verstandig.’

‘Waarschijnlijk niet.’

‘Waarom doe je het dan?’

Simon kijkt naar de bomen. De wind blaast een handvol gele bladeren over het terras. Een ervan landt precies in Marcels glas rode wijn. Hij vist het eruit, bekijkt het even en legt het naast zijn bord.

‘Omdat ik niet meer weet wanneer ik voor het laatst iets heb gedaan zonder dat iemand ervan op de hoogte moest zijn’, zegt Simon uiteindelijk. ‘Ik heb jarenlang foto’s gemaakt van mijn eten voordat ik eraan begon. Ik heb vakanties geboekt omdat de bestemming er goed uitzag op een scherm. Zelfs wanneer ik ging wandelen, hield een app bij hoeveel stappen ik zette. Op een bepaald moment begon ik me af te vragen of ik nog wel iets beleefde wanneer ik het niet registreerde.’

Marcel knikt.

‘Ik heb nog nooit een foto van mijn avondeten gemaakt.’

‘Dat verbaast me niet’, zegt Claire.

‘Waarom niet?’

‘Omdat je iedere avond hetzelfde eet.’

‘Dat is niet waar. Soms eet ik twee boterhammen.’

Ze lachen, maar Simon blijft ernstig.

‘Ik wil gewoon een tijdje verdwijnen. Niet doodgaan of zo. Gewoon nergens moeten zijn.’

Henri roert in zijn koffie.

‘Je kunt ook gewoon thuisblijven en de deur niet opendoen.’

‘Dat heb ik geprobeerd.’

‘En?’

‘Dan blijf ik wachten tot iemand aanbelt.’

Claire kijkt naar haar koersfiets, die tegen het terrashek staat. De hemelsblauwe lak glanst in het late zonlicht.

‘Ik begrijp wel wat je bedoelt’, zegt ze. ‘Toen ik tien jaar geleden scheidde, dacht iedereen dat ik opnieuw een man moest zoeken. Of een hobby. Of een cursus mindfulness. Ik heb een oude koersfiets gekocht en ben beginnen rijden. De eerste dag haalde ik nauwelijks acht kilometer. Nu rijd ik soms zestig. Niet om ergens aan te komen, maar omdat ik onderweg niemand iets

NIEUW! KOERSKLAP

- ONZE EXCLUSIEVE REEKS -spot_img

Abonneer je op ons Gratis Magazine en ontvang elke woensdag de beste info, tips en leuke acties in jouw mailbox

Leestips

De magie van het aperitiefhapje

December is geen maand. December is een toestand. Je wordt er niet wakker in, je glijdt erin. Eerst denk je: “Het zal dit jaar...

Sokkenfilosofie

spot_img
Rechtvaardige-Rechters retabel

11 april 1934 – De Rechtvaardige Rechters, het mysterie ontrafeld

In 1934 pleegde men een van de grootste kunstdiefstallen in de Belgische geschiedenis: de diefstal van "De Rechtvaardige Rechters", een paneel van het wereldberoemde...