HomeACTUEELStop mij gerust in een vakje. Ik klim er toch weer uit

Stop mij gerust in een vakje. Ik klim er toch weer uit

Dé 50-plusser bestaat niet

Senioren, ouderen, boomers, boomagers: we hebben woorden genoeg bedacht voor iedereen die de vijftig voorbij is. Alleen blijken de mensen die we ermee bedoelen hardnekkig te weigeren op elkaar te lijken. Misschien is dat wel het interessantste wat ons bindt.

Ik ben 62, hard op weg naar 63. Dat is geen mening, geen levenshouding en zelfs geen onderwerp waarover onderhandeld kan worden. Mijn geboorteakte is op dat vlak tamelijk onverbiddelijk en wanneer een jongere mij al dan niet liefdevol een ouwe noemt, kan ik daar taalkundig een heel betoog tegen opzetten, maar ik vrees dat ik het op puur rekenkundig vlak uiteindelijk zal verliezen. Jong kun je 62 bezwaarlijk noemen. Alleen zit daar meteen het probleem: ik voel me evenmin oud, behalve misschien wanneer ik ’s morgens te enthousiast uit bed spring en mijn rug mij er fijntjes aan herinnert dat hij mijn geboorteakte blijkbaar ook heeft gelezen.

Wat ben ik dan wel? Een senior? Een oudere? Een 50-plusser? Een babyboomer? Een boomer? Een actieve oudere? Een jongere oudere, wat op zichzelf al klinkt als een taalkundige poging om iedereen tevreden te houden? Een boomager, het woord dat wij hier zelf graag gebruiken en waar ik vanzelfsprekend een zekere genegenheid voor koester?

Misschien allemaal een beetje en tegelijk geen van allen. Want hoe langer ik hierover nadenk, hoe sterker ik vermoed dat er uiteindelijk maar één eigenschap is die heel veel mensen boven de vijftig met elkaar delen: we worden niet graag verteld tot welk soort mens we behoren.

Dat maakt het meteen lastig voor marketeers, beleidsmakers, redacties, reclamemakers en iedereen die beroepshalve graag bevolkingsgroepen in handige dozen stopt. Een doos met het opschrift 50+ lijkt op het eerste gezicht overzichtelijk, tot je het deksel opendoet en ontdekt dat er een 51-jarige IT’er in zit die net voor de tweede keer vader is geworden, naast een 59-jarige vrouw die haar eigen bedrijf begint, een gepensioneerde 68-jarige die vier keer per week fietst, een 75-jarige mantelzorger, een 82-jarige die iedere dag zijn krant op papier leest en iemand van 63 die drie AI-programma’s gebruikt maar nog altijd vloekt op de afstandsbediening van zijn televisie.

Veel succes om daar één doelgroep van te maken.

We beginnen al ruzie te maken over het woord

Neem nu boomer. In de oorspronkelijke betekenis is een babyboomer iemand uit de naoorlogse geboortegolf, meestal afgebakend van ongeveer 1946 tot 1964. Ik ben geboren in 1963 en behoor dus, nipt maar ontegensprekelijk, nog tot het staartje ervan. Iemand van 55 doet dat niet: die behoort doorgaans tot Generatie X. In het dagelijkse taalgebruik heeft boomer ondertussen echter een tweede carrière uitgebouwd als het woord dat jongeren gebruiken wanneer iemand boven pakweg veertig iets zegt over hoe de wereld vroeger beter georganiseerd was.

Daar kun je je beledigd door voelen, maar ik vind oké boomer eigenlijk een behoorlijk efficiënte uitdrukking. Twee woorden volstaan om te zeggen: bedankt voor uw bijdrage, we gaan er niets mee doen.

Senior klinkt dan weer keurig en beleefd, maar heeft iets van een kortingskaart voor de dierentuin. Het bal van de senioren, het doet eerder aan een bijeenkomst van oud-strijders denken. Oudere is feitelijk bruikbaar totdat je aan iemand vraagt vanaf welke leeftijd hij zichzelf daaronder rekent, waarna het antwoord doorgaans ongeveer tien jaar hoger ligt dan zijn eigen leeftijd. Bejaarde zou ik op mijn 62ste persoonlijk nog enigszins prematuur vinden, al was het maar omdat ik dan graag vooraf zou vernemen wanneer mijn officiële bejaardheid precies ingaat zodat ik ze in mijn agenda kan zetten.

En dan hebben wij bij Boomager natuurlijk nog boomager bedacht. Ik blijf dat een aardig woord vinden omdat het meer een levenshouding dan een geboortedatum wil uitdrukken, maar zelfs dat woord moeten we niet iedere drie zinnen als een vaandel voor ons uit dragen. Uiteindelijk wil niemand ’s morgens voor de spiegel staan en denken: kijk eens aan, daar staat vandaag weer een bijzonder geslaagde vertegenwoordiger van een demografische categorie.

Ik sta daar gewoon. Met mijn haar, wat ervan overblijft, mijn plannen voor vandaag en de vraag waar ik mijn bril nu weer heb gelegd.

Vraag Luc Appermont vooral niet om achter de sanseveria’s te gaan zitten

Het leuke is dat bekende 50-, 60-, 70- en 80-plussers zelf voortdurend bewijzen hoe onzinnig het is om hen onder één noemer te vangen.

Toen Luc Appermont 75 werd, vertelde hij aan Radio 2 dat hij weinig boodschap had aan het getal en gewoon wilde doorgaan zolang hij zich goed voelde. Zijn samenvatting was eigenlijk perfect: “Zolang ik kan, blijf ik actief.” Van achter de sanseveria’s zitten moest hij niets weten, waarna hij er fijntjes aan toevoegde dat hij er toch geen had.

Dat is één manier om 75 te zijn.

Rudi Vranckx bereikte dan weer op 15 december 2024 zijn 65ste verjaardag en nam afscheid van de VRT, na vijfendertig jaar waarin hij ongeveer overal ter wereld opdook waar verstandige mensen juist probeerden weg te raken. In zijn afscheidsportret vertelde hij dat op die gevaarlijke plekken aanwezig zijn voor hem zelfs een vorm van geluk kon betekenen, omdat hij daar was waar hij wilde zijn.

Ook 65 dus. Een totaal ander leven, een totaal andere keuze. De ene werkt verder omdat stoppen niet bij hem past, de andere sluit een uitzonderlijke loopbaan af. Geen van beiden heeft daarvoor toestemming gevraagd aan de Vereniging van Correct Gedrag voor Mannen van Pensioengerechtigde Leeftijd.

En dan komen de vrouwen

Bij vrouwen krijgt het leeftijdsvraagstuk nog een extra laag absurditeit. Annemie Struyf heeft er meermaals op gewezen dat mannelijke televisiemakers van zestig gewoon over hun werk worden bevraagd, terwijl vrouwen van dezelfde leeftijd opvallend vaak vragen krijgen over rimpels, plastische chirurgie, oma worden en de houdbaarheidsdatum van hun gezicht.

Toen ze 62 werd, formuleerde ze het messcherp: discriminatie op grond van leeftijd is volgens haar in de media nog altijd “dagelijkse kost”. In januari 2026 wees ze er opnieuw op dat een man van zestig zelden op zijn leeftijd wordt aangesproken terwijl een vrouw van zestig daar voortdurend mee wordt geconfronteerd.

Goedele Liekens, eveneens 62 toen ze hierover werd geïnterviewd, koos dan weer een totaal andere invalshoek. Na haar gezondheidsproblemen vertelde ze dat ze opnieuw volop van het leven geniet en zei ze: “Ik zit weer lekker in mijn vel en voel me jonger dan ik ben.” In een eerder gesprek over ouder worden was haar redenering nog eenvoudiger: het alternatief voor ouder worden is doodgaan, en daar had ze bepaald geen haast mee.

Je kunt dus 62 zijn en boos worden omdat men voortdurend naar je leeftijd vraagt. Je kunt 62 zijn en blij zijn dat je die leeftijd bereikt hebt.

Je kunt trouwens allebei tegelijk zijn. Misschien is dát volwassen worden.

Jane Fonda is 87 en weigert netjes in onze categorie te passen

Als we onze blik even over de grens werpen, wordt het nog erger voor wie graag eenvoudige definities hanteert.

Jane Fonda was 87 toen ze in 2025 vertelde dat ze zich niet als een oud persoon voelt. Sterker nog, in de opzichten die zij belangrijk vindt, voelt ze zich jonger dan toen ze in de twintig was. Ondertussen traint ze nog, acteert ze, voert ze actie voor het klimaat en zegt ze dat nieuwsgierig blijven voor haar wezenlijk is.

Helen Mirren kijkt er op haar tachtigste weer anders tegenaan. Zij wil ouderdom helemaal niet ontkennen en ergert zich juist aan de suikerlaag die anderen er soms overheen leggen. Geen neerbuigend ach, wat schattig dat u dat nog doet. Geen geforceerd compliment omdat iemand op tachtigjarige leeftijd nog kan lopen zonder eerst een fanfare te bellen. Haar houding komt ongeveer neer op: ik ben tachtig, ik leef, behandel mij alsjeblieft als een mens.

Twee vrouwen die ouder zijn dan de gemiddelde Boomager-lezer en die zelfs onderling een andere taal gebruiken om naar ouder worden te kijken.

Gelukkig maar.

We zijn het zelfs niet eens over de toekomst

Wie denkt dat mensen boven vijftig tenminste allemaal wat wantrouwiger worden tegenover nieuwe technologie, kan ook die theorie meteen bij het grofvuil zetten.

Bill Gates was 69 toen hij in 2025 terugblikte op de beginjaren van de personal computer en toegaf dat hij vroeger dacht dat oudere mensen nieuwe ontwikkelingen nooit echt zouden begrijpen. Inmiddels moest hij daar zelf om lachen, want hij bevond zich intussen aan de andere kant van zijn eigen vooroordeel en dacht nog gemakkelijk twintig jaar een actieve rol te kunnen spelen in technologische en maatschappelijke ontwikkelingen. Over innovatie en artificiële intelligentie was hij bovendien opvallend optimistisch.

Stephen Fry, toen 67, keek in hetzelfde jaar een stuk argwanender naar AI. Hij waarschuwde dat artificiële intelligentie evenmin immuun is voor menselijke haat, manipulatie en onzin en vergeleek de technologie met water dat ook vervuild kan raken.

Gates ziet mogelijkheden. Fry ziet risico’s. Allebei hoogopgeleid, wereldberoemd, mannelijk, Brits-Amerikaanse culturele omgeving, eind zestig en intens geïnteresseerd in technologie.

En ze denken verschillend. Dat moet voor marktonderzoekers verschrikkelijk frustrerend zijn.

Zelfs de spiegel krijgt geen beslissende stem

Richard Branson was 74 toen een journalist hem vroeg waarom hij nog altijd onderneemt, reist en nieuwe uitdagingen zoekt. Zijn antwoord was prachtig eenvoudig: hij voelt zich eigenlijk niet anders, “unless I catch my face in the mirror.” Tot de spiegel zich ermee bemoeit dus.

Ik begrijp de man.

Er zijn dagen waarop ik zonder nadenken twintig dingen tegelijk plan, aan een nieuw boek begin, nog een website-artikel wil schrijven, ergens naartoe wil fietsen en ondertussen denk dat er op deze aardbol volstrekt geen rationele reden bestaat waarom ik dat allemaal niet zou doen.

En dan loop ik toevallig langs een etalageruit en denk ik: wie is die oudere man die mij daar volgt? Daarna blijkt hij dezelfde jas aan te hebben.

Maar we worden wél met steeds talrijker

De grap heeft ondertussen een ernstige achtergrond. Dit gaat niet over een klein randgroepje waar media en samenleving af en toe beleefd rekening mee moeten houden.

België vergrijst verder en volgens de jongste vooruitzichten van Statbel en het Federaal Planbureau groeit het oudere deel van de bevolking aanzienlijk sneller dan de bevolking op arbeidsleeftijd. In 2024 waren er per honderd mensen tussen 18 en 66 jaar ongeveer 28 mensen van 67 jaar en ouder. Tegen 2040 worden dat er 37 en tegen 2070 ongeveer 43. Tegelijk stijgt de levensverwachting verder en zou België tegen 2080 meer dan dertien miljoen inwoners tellen.

Dat betekent economisch, cultureel en maatschappelijk nogal wat.

Er komen niet alleen meer ouderen. Er komen vooral meer verschillende manieren om ouder te zijn.

De 70-jarige van morgen heeft een ander leven achter de rug dan de 70-jarige van gisteren. Hij of zij heeft mogelijk veertig jaar met computers gewerkt, drie carrières gehad, gereisd, is x-keer gescheiden en heeft opnieuw een partner gevonden, Netflix gekeken, online bankieren geleerd, een smartphone versleten, sociale media vervloekt en misschien toch opnieuw geïnstalleerd, een elektrische fiets gekocht en artificiële intelligentie gebruikt om een reis te plannen.

Binnen twintig jaar zullen er tachtigers zijn die vandaag met ChatGPT werken.

Dat ene zinnetje alleen al maakt duidelijk hoe snel ons beeld van oud achterhaald raakt.

Nee, we zijn niet allemaal fit, rijk en op wereldreis

Daarbij moeten we wel oppassen voor het tegenovergestelde cliché, want ook dat ligt op de loer.

Niet iedere 65-jarige loopt een halve marathon, begint een onderneming en vertrekt vervolgens met een elektrische camper naar Portugal om daar een podcast over levenskunst op te nemen. Sommige mensen zijn ziek. Sommige mensen zijn eenzaam. Sommigen hebben weinig geld. Sommigen zorgen dag en nacht voor een partner. Sommigen willen na hun pensioen vooral rust, en daar is niets minderwaardigs aan.

Een beeld van de eeuwig actieve, stralende oudere kan uiteindelijk net zo beperkend worden als het oude beeld van het breiende vrouwtje naast de sanseveria. Misschien wil iemand helemaal niet opnieuw beginnen, misschien wil hij gewoon voortdoen. Of stoppen. Of elke dinsdag gaan vissen. Ook dat behoort tot de diversiteit die we zo graag prediken.

En misschien is dát uiteindelijk onze doelgroep

Daarmee kom ik vreemd genoeg weer bij Boomager terecht, al had ik mezelf voorgenomen dat woord in dit artikel niet om de haverklap te gebruiken.

Misschien moeten wij hier helemaal niet proberen te definiëren hoe een actieve 50-plusser denkt. En is onze taak juist interessante dingen te vertellen aan mensen die toevallig ouder dan vijftig zijn en verder zo verschillend mogelijk mogen blijven.

De ene wil over pensioen lezen en de andere over artificiële intelligentie. De ene over Eddy Merckx en de andere over een nieuwe Netflix-serie. Iemand wil weten hoeveel zijn spaarrekening opbrengt, iemand anders wil naar Japan, een derde wordt opnieuw verliefd, een vierde wil vooral weten hoe hij van die vervelende buik afkomt en een vijfde kan het allemaal geen barst schelen omdat hij morgen met zijn kleinkind naar de dierentuin gaat.

En dezelfde persoon kan woensdag trouwens nummer één zijn en zaterdag nummer vijf.

Daarom voel ik mij uiteindelijk misschien nog het meest thuis bij een doelgroep die weigert een doelgroep te zijn. Noem mij senior, oudere, boomer, babyboomer, 50-plusser of boomager. Wanneer we elkaar goed kennen, mag ouwe desnoods ook, al behoud ik mij het recht voor iets gelijkaardigs terug te zeggen.

Maar vertel mij vooral niet wat ik vanwege dat woord geacht word te denken, te dragen, te kopen, te lezen, te stemmen, te eten, te bekijken, te vrezen of leuk te vinden. Ik ben 62. Dat is al ingewikkeld genoeg. Bijna 63 zelfs.

NIEUW! KOERSKLAP

- ONZE EXCLUSIEVE REEKS -spot_img

Abonneer je op ons Gratis Magazine en ontvang elke woensdag de beste info, tips en leuke acties in jouw mailbox

Leestips

Angelo Moriondo

Uitvinding en ontwikkeling van de espressomachine

Voor velen is een espresso meer dan een kop koffie; het is een dagelijkse ritueel, een moment van rust en genot. De espressomachine, het...
spot_img
Rechtvaardige-Rechters retabel

11 april 1934 – De Rechtvaardige Rechters, het mysterie ontrafeld

In 1934 pleegde men een van de grootste kunstdiefstallen in de Belgische geschiedenis: de diefstal van "De Rechtvaardige Rechters", een paneel van het wereldberoemde...